Dag 4: Verbroken en Verbonden
District 11 – Avon Freeman (17) POV. Dag 4: Acht uur 's ochtends.
Hijgend schoot ik overeind en greep met mijn hand naar de machete die naast mij lag. Verwilderd probeerde ik de Vredesbewaker die voor mij stond te lokaliseren, maar merkte dat er zich niks anders om mij heen bevond dan de bomen van gisteravond. Het was maar een droom.
Vermoeid duwde ik mijn bezweette haren naar achteren en legde mijn wapen weer naast mij neer. Voor even bleef ik zo zitten. Mijn hoofd in mijn handen rustend terwijl ik kalm probeerde te worden. Ik kon niet zo door blijven gaan, dat wist ik ook, maar toch leken de beelden niet weg te gaan voor mijn ogen.
Het was maar een droom. Het was maar een droom.
Ik bleef de zin als een mantra in mijn hoofd herhalen terwijl ik staarde naar de opkomende zon. De enige werkelijkheid die er nu voor mij was, was die van de arena. En aan de zon te zien kon ik merken dat het vroeg was en dat ik maar beter op pad kon gaan voordat de andere Tributen hetzelfde zouden doen. Hoewel ik wist dat ik hier nooit levend uit zou komen had ik nog steeds een missie om te volbrengen. En hoe langer ik erover deed hoe kleiner de kans werd dat het me ook zou lukken. Ik had aan mezelf gezworen Katy te vinden en haar te helpen. Ik had gezworen haar te redden.
Zuchtend wendde ik mijn blik van de hemel af. Het geknor van mij maag negeerde ik wijselijke door op te staan en net te doen alsof ik al rijkelijk had ontbeten. Ik had nooit kunnen denken dat ik ook maar iets van het Capitool ooit zou missen, maar hun heerlijke uitgebreide ontbijtjes haalde ik me nu voor de geest als een lang verloren herinnering. De zoette pudding broodjes, de grote glazen jus d'orange, de slagroomgebakjes en kleine croissantjes. Mijn mond begon ervan te wateren en mijn maag nog harder dan eerst van te knorren. Grimassend rekte ik me erdoor uit, proberend mijn maag nogmaals te stillen, maar voordat ik volledig mijn armen kon strekken schoot er een ijselijke pijnscheut door mijn zij heen.
Een schreeuw onderdrukkend knarste ik mijn tanden op elkaar en dook langzaam wat ineen. Mijn hand drukte zich op de plek waar het brandende gevoel vanaf kwam en ik wist meteen welke plek het was.
In het Correctie Centrum hadden mijn stylisten hun volledige aandacht eraan gegeven. Een litteken, even lang als mijn onderarm en zo breed dat het erg goed zichtbaar was, had de nodige aandacht wel getrokken. Toen hadden ze ervoor gezorgd dat het voor op de strijdwagens niet meer zichtbaar was, maar het groene spul wat ze er toen voor hadden gebruikt leek nu uit te werken. Het litteken werd weer zichtbaar.
Een nieuwe steek schoot door mijn lichaam heen, maar ik trok mijn shirt niet omhoog. Ik had tegen mijn stylisten glashard gelogen dat ik het had opgelopen met een ongeluk, maar ikzelf wist wel beter. Ik werd elke nacht aan de gebeurtenissen van die ene dag herinnerd en vannacht was niet anders geweest. De nachtmerries bleven zich maar herhalen en telkens werd ik wakker met de Vredesbewaker die over mij heen torende. Net zoals toen.
Het was iets meer dan een jaar terug toen het gebeurde. Het werken op het land was altijd al zwaar geweest, maar het bracht eten op tafel voor mijn zusjes en mijn moeder. Ik probeerde dan ook altijd zulke lang mogelijke dagen te maken. Op een avond bij de terug weg naar huis was het echter niet doodstil in District 11. Ik kon een luid geschreeuw uit een steeg horen. Niemand van de andere werknemers leek er naar om te kijken, want iedereen wist wat zulk ijselijk geschreeuw betekende: problemen.
Na twee stappen gezet te hebben in tegenovergestelde richting kon ik het echter niet meer negeren en was ik erop af gerend. Wat ik aantrof was een meisje, niet ouder dan zestien. Bebloed, dood en spiernaakt terwijl er een dikke Vredesbewaker boven op haar lag met zijn broek op de enkels.
Vanaf dat moment werd alles zwart en had een wit heette woede mijn lijf overgenomen. Het enige wat ik me nog kon herinneren was het moment dat de Vredesbewaker boven mij uit torende en een mes in mijn zij stak. Die herinnering maakte echter snel plaats voor de klap die ik aan hem uitdeelde. De klap die hem doodde.
Ik had er wel vijf minuten gestaan. Naast twee lijken terwijl ik zelf ook langzaam richting die kant op begon te gaan. Volledig in paniek was ik naar het huis van Joe, mijn beste vriend, gerend. Daar werd ik verzorgd terwijl Joe het vuile werk voor mij opknapte.
Twee dagen later zag ik het verlaten stuk bos waar hij de bewaker had begraven. Het meisje had een betere plek gekregen met een grafsteen erboven. Die bewaker verdiende niets van dat, het liefst had ik hem laten rotten in de openlucht, maar niemand mocht weten van de misdaad die ik begaan had. Niemand.
Zo ook niet het Capitool.
In plaats van jankend naar het litteken te kijken duwde ik mijn shirt dus strakker in mijn broek en verzamelde ik mijn weinige bezittingen om op stap te gaan. De pijn verbijtende hing ik het touw om mijn schouder heen en liep ik met de lege veldfles en machete in mijn hand westelijke richting op. Met de zon in mijn rug kon ik voelen dat het een warme dag zou worden en dat ik dus snel water moest vinden als ik niet wilde uitdrogen. Katy kwam echter eerst. Ik had haar vanaf het eerste moment al belooft dat zij mijn bescherming zou hebben. En ook al weigerde ze het aan te nemen, ik wist dat ze het nodig had. De plas met bloed had niet voor niets op het platform gelegen bij het Bloedbad op het punt waar zij eerst stond. De Tributen uit District 2 hadden haar openlijk bedreigt in het trainingscentrum. Een bedreiging die ik niet vergeten was. Een bedreiging die misschien werkelijkheid was geworden.
Ik stapte door en trok dieper het eiland in. Met Mayline had ik maar één eiland kunnen ontdekken, maar na haar dood was ik zo snel mogelijk van die plek gegaan. Het schuldgevoel knaagde nog steeds aan me, maar ik probeerde het weg te drukken door het te vervangen met het broederlijke gevoel voor Katy. Als ik haar kon redden zou ik niet een moordenaar in deze Spelen zijn. Ik zou een redder zijn.
Na meer dan een uur kon ik het zweet niet meer uit mijn ogen houden. De temperatuur liep flink op en er vlogen insecten overal rond mij heen. Ze plakten tegen mijn huid en ik had het al lang opgegeven om ze weg te wapperen. Het was mijn energie niet waard. Verslagen sjokte ik door totdat het gespetter van water mij tegemoet kwam. De enkele secondes dat het geluid mijn oren bereikte was genoeg geweest om mijn benen in beweging te brengen.
Struikelend, maar rennend duwde ik takken van bosjes aan de kant om uiteindelijk op een kleine openplek te stuitten. Het glinsterende donkere water leek een verlossing voor mijn ogen en zonder na te denken zakte ik neer bij de rand van het poeltje. Mijn handen doopten ik in het koude water en niet snel daarna volgde mijn lippen. Gulzig dronk ik ervan en voelde de koele vloeistof door mijn keel heen glijden. Ik bleef doordrinken totdat ik geen adem meer overhad. Mijn hoofd begon te draaien toen ik weer opnieuw wilde drinken, maar ik verweet het aan het feit dat ik uitgedroogd was. Eindelijk had ik het gevonden! Eindelijk wa-
Gespetter. Opnieuw hetzelfde geluid, maar nu leek het van veel dichterbij te zijn. Mijn ogen schoten onmiddellijk omhoog en bleven hangen toen ik een persoon bij de oever zag zitten. Haar vieze bruine haren vielen voor haar smalle, uitgemergelde gezicht. De sproetjes op haar wangen werden onderbroken door een grote, vieze wond waar het pus uitdroop. Van deze afstand kon ik zien wat het voor moest stellen: een nummer één.
Katy.
Gevuld met een vreemd soort vreugde sprong ik op en wilde ik om het poeltje heen rennen om haar te helpen. Ik stopte echter toen ik zag dat ze mij niet even vreugdevol aanstaarde. Met holle ogen keek ze naar het water voor haar. Ik opende mijn mond om haar naam te roepen, haar uit haar trance te helpen, maar kreeg de kans niet. Als een levenloze pop liet ze zichzelf voorover vallen en verdween haar kleine lichaam in het water. Opgeslokt en weg.
Ik schreeuwde en wilde voorover springen. Haar redden van een dood die zo vreemd en onnatuurlijk leek, maar een hand hield mij tegen. Geschrokken hief ik mijn machete op om degene achter mij neer te slaan. Maar mijn wapen stopte midden in de lucht.
Katy hield mijn hand achter mij vast terwijl ze langzaam langs me heen richting de poel liep. Ik stotterde, probeerde te begrijpen wat er aan de hand was. Mijn hoofd schreeuwde dat het niet mogelijk was. Het was niet echt, Katy was niet echt. Ze kon niet voor me staan. Maar toch voelde ik haar warme hand in de mijne. Toch zag ik haar lichaam voor me neerbukken bij de poel met water. Net zoals het andere meisje voor haar.
Ze liet me los en onmiddellijk reek ik naar voren om haar weer vast te grijpen, maar ze deed hetzelfde als eerst. Ze liet zich voorover vallen in de poel met water en schreeuwend dook ik naar voren om haar enkel nog te pakken. Mijn hand begroette echter niets anders dan koud water en natte planten. Het was niet echt.
'Avon?'
Haar stem. Ik kon haar stem luid en duidelijk horen, maar ik durfde niet nogmaals op te kijken. Ze sprak mijn naam weer uit. Meer smekend dan eerst. Ik drukte al mijn dwanggevoelens om haar te helpen weg en drukte mijn handen op mijn oren. Het was niet echt. Het was niet echt. De Spelmakers spelen maar met je.
Een nieuwe plons in de poel volgde en ik kon nog net zien hoe haar voeten in het water verdwenen. Schreeuwend wilde ik wegrennen van de nachtmerrie. Ik kon mijn waterfles niet vullen in de poel die erg met mijn gedachten speelde. De poel die zorgde voor mijn hallucinaties.
Als een klap kwam de realisatie op mij af dat de meisjes geen mutilanten waren, maar dat het water mij de waanbeelden gaf. Ik draaide me met een ruk om, maar mijn gedachte hield me opnieuw voor de gek. Drie Katy's stonden op een rij achter mij en elk keken ze me even droevig aan.
'Waarom help je me niet Avon?' Smeekte de eerste en paniekerig stapte ik achteruit het water in.
'Waarom red je me niet?'
'Waarom heb je mij dood laten gaan?'
Hun ogen bleven strak op me gericht terwijl ze hun handen naar me toe reken. Ik kon niet verder achteruit. De poel met water hield me als een val vast en in mijn doodsangst zag ik geen uitwegen.
'Je hebt me vermoord.'
Schreeuwend sprong ik op toen ik voelde hoe een hand onderwater mijn enkel vast greep. De drie Katy's voor mij verdwenen toen ik door hen heen rende en de wereld leek om mij heen te draaien. Hijgend sloeg ik met mijn machete elke kant op. Ik kon het niet meer aan. Ik wilde het niet meer zien!
Struikelend viel ik neer en probeerde ik gillend achteruit te kruipen toen ik in de verte weer een Katy zag staan. Ik werd gek. Compleet gek. Al mijn gedachtes leken mijn hoofd over te nemen en mijn hallucinaties werkelijkheid te maken. Ik had haar vermoord. Ik had Katy vermoord door haar niet te helpen. Ik had Mayline vermoord door haar niet te helpen. Dat leek het enige te zijn waar ik goed in was tijdens deze Spelen. Mensen in de steek laten.
Mijn rug knalde tegen een boom aan en ik voelde hoe er een hand op mijn schouder rustte. Zonder erbij na te denken keek ik op in de hoop iemand te zien die me zou kunnen helpen. Maar ik zag geen andere Tribuut. Ik zag Mayline. Met haar opengereten gezicht stond ze naast me. Haar bloed droop over mijn kleding heen terwijl ze met haar misvormde mond naar me probeerde te glimlachen. Haar nagels drukten zich verder in mijn schouder en ik kon horen hoe ze iets probeerde te zeggen. Er kwam echter alleen maar meer bloed uit haar wonden zetten. Schreeuwend in horror duwde ik haar van me af en begon opnieuw weg te rennen. Ik moest weg van deze plek. Ik moest wegkomen van deze mensen.
Mijn benen brachten me ergens heen, maar de gehele wereld was een waas. Zwaar hijgend probeerde ik me te oriënteren. Niks hielp. Alsof al mijn spieren het begaven zakte ik in elkaar toen ik merkte dat er geen ontkomen aan was. De hallucinaties waren overal.
In foetushouding ging ik op de grond liggen en vulde mijn gedachten met herinnering aan thuis. Mijn lichaam trilde en ik kon de tranen van mijn wangen voelen rollen. Handen streken over mijn lichaam heen, maar ik wist dat ze niet echt waren. Ik keek enkel naar de duisternis van mijn eigen ogen. Ik beeldde mijn zusjes voor me, werkend in de keuken van ons huis. Mijn moeder met haar zachte handen als fruitplukker in de bomen. Ik had mezelf al die tijd verboden om eraan te denken. Maar mijn thuis was nu juist hetgene wat me redde.
Die herinneringen hielden mij levend in de arena. Niet de nachtmerries die ik zelf tot een werkelijkheid maakte.
Met dat besef verdween het gevoel van de handen. Verdween het gevoel van benauwdheid dat ik langzaam werd omsingeld. Ik kon mijn hoofd opheffen en niets anders om mij heen zien dan de bomen van de arena. Zonder nare herinneringen aan de personen die ik in de steek had gelaten. Zonder waanbeelden.
Zonder nachtmerries.
District 7 – Riley Yohan (13) POV. Dag 4: Twaalf uur 's middags
Mijn ogen waren compleet gefocust op het voorwerp in zijn handen. Het zweet liep in kleine straaltjes van mijn voorhoofd af en mijn kleding was doorweekt. Het was bloedheet, zelfs in de schaduw, maar dat weerhield ons er niet van om dicht naast elkaar gehurkt op de grond te zitten. Het voorwerp was belangrijker.
Op het moment dat we het vonden wisten we niet wat het was. Ik heb het nog steeds niet mogen aanraken van Alex, maar ik wist dat dat niet aan mij lag. Hij wilde het kristal gewoon liever bij zich houden. Hij hield het in zijn handen als hij sliep, hield het in zijn broekzak als hij liep en zelfs nu was hij diegene die het vast hield. Niet ik.
'Wat denk je dat het betekend?' Mompelde ik, maar meteen werd ik door hem tot stilte gemaand.
We keken beiden weer naar het kristal. De hexagoonachtige vorm ervan straalde een licht uit zonder dat de zon erop scheen. Het deed het vanuit zichzelf en flikkerde zachtjes als we het bewogen in de lucht. Al een halfuur lang keken we ernaar. Alex nadenkend, ik mij afvragend wat voor zin dit had. Maar als Alex het deed moest het wel belangrijk zijn, hij was notabene degene hier die het slimst was.
'Ik begrijp het niet.' Mompelde Alex geïrriteerd en ik trok mijn mond al open om te vragen wat hij niet snapte toen hij zijn hand ophield, gebarend dat ik niets mocht zeggen. Hij stond op uit zijn gehurkte positie, keek met een frons tussen zijn wenkbrauwen rond en begon toen plots te lopen. Ik hees onze rugzak onmiddellijk op mijn rug en rende achter hem aan, zo snel als mijn korte benen konden. Alex was erg lang en zijn passen waren groot en snel. Het was moeilijk voor mij om hem bij te houden in deze hitte, maar het was belangrijk, blijkbaar.
'Het licht wordt zwakker als we oostelijk lopen.' Mompelde hij weer tegen zichzelf. Onmiddellijk draaide hij zich 180 graden om en begon de tegenovergestelde richting in te lopen.
'Hoe weet je dat dat het oosten is?' Vroeg ik hijgend en hij keek geïrriteerd over zijn schouder heen.
'Heb jij dan echt niks geleerd op school? Het oosten is waar de zon opkomt.'
Ik durfde niks meer te zeggen. Ergens wilde ik hem graag vertellen over dat ik thuis maar twee jaar school heb gehad en van die twee jaar er maar een maand daadwerkelijk ben geweest. Ik wilde hem vertellen over de pestkoppen bij mij thuis. Over Ryder, mijn enige vriendin die altijd voor me opkwam. Maar ik wist dat hij het niet wilde horen. Alex wilde niks horen. Ik zou zijn medeleven nooit krijgen.
Het was niet zo dat ik het wilde. Het was niet eens zo dat ik het verdiende! Maar dit Bondgenootschap kwam nu slechts van één kant af, en die ene kant was ik. Als het aan Alex lag zouden we na één domme vraag van mijn kant al opsplitsen en elkaar pas weer zien verschijnen aan de hemel, als de ander dood was. En dat zou ik snel zijn zonder Alex.
'Het licht wordt feller, kom op loop door!' Het enthousiasme in zijn stem was onmiskenbaar. Hij liep met een glimlach rond zijn mond alsof hij een hoofdprijs had gewonnen. Ik zei maar niks en pufte hard terwijl ik achter hem aanliep. In mijn gedachten verzonken keek ik naar mijn modderige laarzen, en had het niet door dat Alex was gestopt met lopen. Met een harde bonk knalde ik dan ook tegen hem aan en viel bijna omver toen hij zich boos omdraaide.
'Kijk uit waar je loo-' Hij staakte zijn woorden plots, midden in zijn zin, en staarde met een vreemde blik de verte in. Een glimlach kroop opnieuw zijn gezicht op en ik schrok toen hij opeens schreeuwde. 'Natuurlijk! Een bron van buitenaf!'
Ik wilde opnieuw vragen wat een bron van buitenaf was toen hij het kristal opeens in mijn handen duwde. In mijn handen.
'W-wat doe je?!' Stotterde ik enorm verbaasd en bang. Bang voor het feit dat ik het kristal misschien zou laten vallen en dat het dan kapot zou gaan. Bang voor het feit dat ik daarmee mijzelf, maar vooral Alex zou teleurstellen.
'Blijf staan waar je staat. Hou je ogen gericht op het kristal en vertel me wat je hebt gezien als ik terug ben.'
Ik kon zijn haastige woorden maar net verstaan. Opnieuw wilde ik vragen stellen toen hij plots begon met rennen. Weg van mij en weg van het kristal. Ik wilde hem naroepen, vragen wat hij ging doen, maar zijn instructies waren helder geweest. Hou je ogen gericht op het kristal. Dus ik deed precies dat. Ik keek, maar er gebeurde niets.
Alex was nog geen twintig meter bij mij vandaan en ik had al de neiging om achter hem aan te gaan. Maar mijn voeten bleven steevast in de aarde staan. Mijn ogen waren echter niet langer op het kristal gericht, maar op de bomen waar mijn Bondgenoot achter was verdwenen. Ik zuchtte en wreef wat zweetdruppels van mijn voorhoofd af ook al wist ik dat het geen nut had. De hitte zou er niet door verdwijnen, de zware rugzak zou er niet door verdwijnen, niets zou er doo-
Mijn gedachten stopten. Het kristal in mijn handen zond opeens een enorm fel licht uit en met een gil liet ik het in de modder bij mijn voeten vallen. Angstig zette ik een paar stappen terug en keek naar het vreemde voorwerp. Zelfs met de moddervlekken erop was het bijna pijnlijk voor mijn ogen om er naar te kijken. Zo fel was het licht. Langzaam zette ik er weer een stap naartoe toen het licht plots weer verdween. Het zond het doffe flikkerende licht weer uit zoals het eerst deed.
Ik pakte het bibberend op en veegde met mijn mouw de modder ervan af. Het veranderde niets. Het bleef het doffe licht uitstralen en ik begon langzaam te denken dat dat mijn schuld was. Als ik het niet had laten vallen dan was er niets aan de hand geweest, ik heb het kapot gemaakt. Zacht piepend in paniek begon ik er nog harder overheen te wrijven, hopend dat het zou helpen. Maar het hielp niets.
'En, is er wat gebeurd?'
Ik schrok op van Alex' plotselinge stem. Hijgend stond hij naast me, zijn shirt doorweekt van het zweet en zijn hoofd rood van inspanning. Ik keek hem kort aan, mompelde wat onverstaanbaars in de hoop dat hij zelf al een conclusie had getrokken, maar besloot uiteindelijk toch de waarheid te vertellen.
'V-van het ene op het andere moment scheen het opeens heel fel licht uit. Maar toen stopte het plots weer.' Mompelde ik en hij pakte het kristal weer van me over. Ik besloot hem maar niet te vertellen over het feit dat ik ons dierbaarste bezit had laten vallen dus hoopte ik maar dat hij met deze uitleg genoegen kon nemen.
'Geweldig. Precies zoals ik dacht.' Zei hij en ik keek hem vreemd aan.
'Precies zoals je dacht?'
'Ja! Het kristal wordt gevoed door een bron van buiten af en die bron zijn de Tributen zelf!'
'Hoe bedoel je de Tribute-'
'Snap je het dan nog steeds niet? Het kristal geeft licht als er een Tribuut in een straal van ongeveer dertig meter of meer in de buurt is! Hij gaf al die tijd jou of mij niet aan, omdat we er te dicht bij waren, en zijn.'
Ongelovig keek ik hem aan. Hoe kon een Tribuut er nou voor zorgen dat het kristal licht gaf? Daar had het energie voor nodig en dat was iets wat elke Tribuut zowat tekort kwam. Duizenden vragen kwamen in mij op, maar ik besloot er maar één te stellen in de angst dat ik weer afgesnauwd zou worden.
'Hoe wordt het kristal gevoed dan?'
'Waarschijnlijk door iets elektrisch wat we bij ons dragen. Ik denk dat onze volgchip een soort van radiogolven uitzendt die het kristal oppikt. Het moet dus betekenen dat er een Tribuut bij ons in de buurt is.'
'Moeten we die persoon dan niet vermijden?' Vroeg ik zachtjes, maar Alex liep alweer verder. Sjokkend begon ik achter hem aan te lopen. Ik hoopte dat hij wist wat hij deed, want als we nu plots de Beroepsgroep tegen zouden komen zouden we voor dood opgeschreven zijn. En dat was dan te danken aan het kristal, en aan hem.
Na meer dan een uur gelopen te hebben was het enige verschil in omstandigheden dat het kristal nu net zo fel aan het gloeien was als eerst en dat mijn benen nog meer uitgeput waren dan eerst. Ik keek nog steeds tegen Alex zijn bezwete rug aan. Insecten hadden mij als hun prooi gevonden en om de zoveel seconden voelde ik er ergens eentje op mijn armen zitten. Ik was al te moe geworden om ze nog weg te wapperen, alles kostte teveel energie.
'Stil!' Snauwde Alex opeens. 'Blijf staan waar je staat.'
Ik keek hem verbaasd aan, maar was nu eigenlijk wel gewend geraakt aan zijn snauwende toon. Ik kon een stukje van het kristal in zijn handen zien en zag dat het licht compleet gedoofd was. Dat moest of betekenen dat de Tribuut dood was gegaan, maar er was geen kanonschot afgegaan, of dat de Tribuut plots op een ander eiland was. Of het was zo dat de Tribuut zo dichtbij ons was dat het geen effect meer had op het kristal, zoals ik ook geen effect heb op het kristal omdat ik te dichtbij ben.
Ik vreesde het laatste.
Alex ging op onderzoek uit. Hij liep een groot rondje om mij heen, maar toen hij achter mij kwam begon het licht weer te schijnen. De Tribuut was dus voor ons.
'Loop jij voorruit en kijk ook goed in bomen en struiken.' Zei hij, maar ik wilde alles behalve voorruit lopen. Ik had geen wapen, geen spierkracht, helemaal niets om mezelf te verdedigen tegen het mogelijke gevaar dat voor mij loerde.
Een zetje in mijn rug van Alex zette me echter aan de gang. Mijn stappen waren klein, mijn ogen flitsen van her naar der; aan de ene kant hopend iets te vinden, aan de andere kant hopend helemaal niets te vinden. Mijn handen trilden en ik kon ze moeilijk onder controle houden. Ik schrok op van elk gekraak dat er plots om mij heen te horen was. De Honger Spelen waren niet voor mij weggelegd. Ik kon de spanning niet aan, niet wetend wanneer mijn einde zou komen en hoe gruwelijk die wel niet zou zijn. Zelfs Alex kon me daarbij moeilijk dwingen op onderzoek uit te gaan terwijl ik dat het aller engste vond.
Een plotseling gepiep van boven liet me schreeuwen. Als een opgejaagd dier rende ik terug naar Alex en ik wilde me aan hem vastklampen als hij me niet geïrriteerd wegduwde. Het gepiep bleef doorgaan. Schuw liep ik achter Alex aan. Ik stelde me voor dat hij Ryder was. Zij beschermde me altijd, zij zou me altijd komen helpen in een tijd van nood. Alex zou hetzelfde doen.
Ik wist dat dat een leugen was.
Het geluid werd steeds sterker totdat het plots werd gevolgd door een zachte plof. Ik kon niet over Alex' schouder heen kijken, omdat hij zo lang was. Dus stapte ik achter zijn rug vandaan. Op de grond voor ons lag een ijzeren blik met een witte parachute eraan. Modder besmeurde de buitenkant en het gepiep stierf langzaam weg. Maar dat was niet hetgeen wat ik zag. Hetgeen waar ik enkel naar kon kijken was het gezicht achter het ijzeren blik. Het enige waar ik naar kon kijken was het meisje dat bewusteloos onder de struiken lag, met een grote wond in haar wang waar het pus uit droop.
'Alex?' Mompelde ik angstig en ik trok zachtjes aan zijn mouw, maar hij trok zijn arm geïrriteerd terug. Hij had duidelijk niets door en kon enkel naar het ijzeren blik kijken waar hij zijn handen al op had gelegd.
'Alex, er ligt daar een meisje!' Zei ik uiteindelijk hard in zijn oor, hopend dat hij mij eindelijk niet meer zou negeren. Hij schoot meteen overeind en zette haastig een paar stappen achteruit waardoor ik omviel en in de modder belandde.
'Snel pak het sponsorgift en ren weg!' Riep hij naar mij, maar ik verroerde me niet. Ik kon alleen maar naar het meisje staren. Haar gezicht was vertrokken van de pijn en ik had gedacht dat ze dood was als ik haar niet om de zoveel seconden zag bewegen. Haar ademhaling was zo zacht dat het nauwelijks merkbaar was en ik wist dat ze op het randje van de dood was.
'Ren weg en pak het sponsorgift!' Riep Alex nogmaals, maar ik deed niet wat hij zei. Ik draaide me enkel naar hem om, om te zien dat zijn ogen mij verwilderd en boos aankeken.
'Dat Sponsorgift is van haar, er staat een elf op. Dat is niet ons District, maar die van haar.'
'Wat maakt dat nou weer uit? Wij vonden het en zij kan het overduidelijk niet zelf openen. Ze is toch bijna dood, het is dus beter dat wij gebruik maken van het Sponsorgift dan zij.'
Ik keek hem aan. Voor het eerst sinds de Spelen waren begonnen waren de woorden opgedroogd in mijn keel. Al die tijd had ik Alex aangezien als een ijverige jongen, iemand die me gewoon afsnauwde omdat hij in de Spelen was. Ik had mezelf er altijd van overtuigd dat hij buiten de Spelen aardig zou zijn. Dat hij buiten de Spelen mijn vriend kon zijn, maar ik had al die tijd fout gehad. Alex was hier alleen maar voor zichzelf. Om zichzelf te redden en om zichzelf te helpen. Hij gaf niks om anderen.
Hij gaf niks om mij.
'I-ik blijf hier.' Zei ik, proberen vastberaden te klinken, maar ik stotterde nog steeds.
'Hoezo?' Vroeg hij ongelovig
'Ik wil haar helpen, ze gaat bijna dood.'
'Dat is het idee achter dit spel, idioot!' Spuwde Alex uit. 'Mensen horen te sterven zodat ik uit deze verdomde Spelen kan komen!'
'Jij ja, niet ik.'
Ik draaide me van hem af en greep het ijzeren blik vast. Ik wreef de modder ervan af en merkte dat er een vingerscan op de buitenkant zat. Ik twijfelde, maar uiteindelijk greep ik de hand van het meisje trillend vast en legde haar vinger op de scan neer. Het blik ging met een zachte klik open.
Alex stond nog steeds achter me. Ik kon hem in zichzelf horen praten, boos en geïrriteerd. Ik negeerde het. Eindelijk was ik nuttig in deze Spelen en kon ik iets doen waar ik trots op zou zijn. Ik zou Alex niet meer lastig vallen, zoals hij het altijd noemde. Ik kon het meisje helpen.
'Geef mij de rugzak. Ik had hem gevonden dus hij is van mij.'
Emotieloos kwamen de woorden uit zijn mond en ergens deed de opmerking pijn, veel pijn. Maar ik probeerde het gevoel te opzij te zetten en dacht aan het feit dat Alex mij precies zo zou achterlaten in de modder als ik gewond was. Ik besefte dat ik geen Bondgenootschap meer met hem wilde.
Dof liet ik de rugzak op de grond vallen, maar vrijwel onmiddellijk pakte Alex hem op. Ik vroeg niet naar het kristal. Ik keek niet om toen zijn voetstappen zich van mij verwijderde. Ik focuste me alleen op het meisje en het ehbo-pakket dat naast ons lag.
Zij zou mijn nieuwe Bondgenoot zijn.
District 4 – Favian Aurolus (17) POV. Dag 4: Tien uur 's avonds.
Het zonlicht was een uur geleden al verdwenen achter de horizon en ik waande mij nu volledig in de duisternis. Ik staarde met mijn ogen naar de sterren loze hemel boven mij. Ik kon er niet op vertrouwen dat ik de goede kant op ging. Ik kon nergens op vertrouwen, enkel op mijn intuïtie.
De vallen die ik had gezet in de hoop dieren te vangen waren allen leeg. Dat betekende dat ik geen eten had voor deze avond en dus nog een dag met een lege maag moest vertoeven. Daarbij ging het me niet makkelijker af met het feit dat mijn eigen geconstrueerde waterzak lekte en ik dus geen water meer had om te drinken. Ik had niks meer. Enkel een Bondgenoot die bij onze verzamelplek zat, in paniek omdat ze het Beest weer kon voelen.
Ik zuchtte. Mina was een grotere last op mijn schouders dan ik gedacht had. Eerst had ik gehoopt dat zij mij kon helpen met het afschermen van vijanden. Haar status was bekend en de meeste Tributen vreesden haar, maar ik had de werkelijkheid ontdekt. Ze was niets anders dan een bang, angstig meisje hopend voor iets of iemand die haar zou redden van deze plek. Zoals zovele anderen erop hoopten die in deze arena zaten. Ze zou echter niet gered worden, maar zij dacht daar duidelijk anders over.
Ik was haar redding. Zij was mijn ondergang.
Eerst had ik ook nog gedacht dat ik met haar een Bondgenootschap aanging omdat ik medelijden met haar had. Ze herinnerde me aan thuis. Aan Gabi die precies dezelfde kleur haren had en op dezelfde manier mij bestudeerde als ze zich zorgen over me maakte. Echter Mina maakte zich geen zorgen over mij, maar enkel over zichzelf. En die zorgen verbond ze met mij omdat ik haar Beestelijk aandoening zogenaamd onder controle kon houden. Ik had echter niets anders gedaan dan mezelf beschermen en dat zou ik zo weer doen. Niet voor haar, maar voor mezelf.
Met gepijnigde gedachten bukte ik om wat takken te sprokkelen voor het kampvuur. Mijn handen stopten echter meteen toen ik een voetstap in de modder zag staan. Ik herkende de zoolafdruk, omdat iedereen dezelfde schoenen droeg, maar de voetstap was klein, licht en vers. Er was een Tribuut in de buurt.
Ik wilde opstaan, mijn sprokkelhout op de grond laten vallen en mijn zwaard trekken. Ik voelde echter hoe een koud lemmet tegen mijn keel werd aangedrukt en een andere hand mijn armen vastgreep. Niet in staat om me te bewegen bleef ik zwaar hijgend in de pijnlijk positie staan. Ik kon de ademhaling van mijn aanvaller in mijn oor horen en kon een lok blond haar over mijn schouder zien hangen.
Een korte lach werd geuit in mijn oor en de hand die het gekromde zwaard vast hield trok zich iets terug. Ik kon de hand nu zien en zag dat een kleine zilveren ring om de middelvinger zat. Het blonk niet doordat er geen licht was, maar toch herkende ik de woorden die er op waren gegraveerd. De ring was van mijn Districtsgenoot.
'Dus Favian,' begon ze zacht en ik merkte dat er pijn in haar stem te horen was. 'Toch maar besloten om je bij de Beroeps te voegen?'
Ik lachte en onmiddellijk duwde Rhine haar zwaard weer tegen mijn keel aan. Haar knokkels zagen wit van de druk die ze uitoefende op het handvat en ik kon haar handen zien trillen. Ik zei echter niets, maar liet mijn lichaam wat verslappen zodat ze nu mijn volledige gewicht moest ondersteunen. Haar stem kwam als pijnlijk gekreun eruit en met een grijns op mijn gezicht besefte ik me dat ze me niet langer krachtig vast hield.
Voordat ze het doorhad worstelde ik mijn armen vrij en greep ik haar polsen vast zodat haar zwaarden nutteloos waren. Met een agressie waarvan ik me niet bewust was duwde ik haar tegen de boom achter ons en stond ik plots oog in oog met het meisje wat ik had achtergelaten in het Bloedbad. Onze neuzen nog geen centimeter van elkaar vandaan.
'De Beroeps lijken langzaam uit te sterven, dus die uitnodiging sla ik liever af.'
Rhine gromde en probeerde uit mijn greep te komen, maar ik duwde haar hard weer terug. Haar gezicht verschoot van de pijn en mijn oog viel op haar schouder. Haar shirt was rood van het bloed, maar het was oud. Een enorme scheur zat in het shirt en liet een onbedekt rood verband om haar schouder heen zien dat langzaam dezelfde kleur kreeg als de rest van haar shirt. Donker rood. Rood van het bloed.
'Je bent gewond.' Mompelde ik verbaasd en verlichtte mijn grip iets op haar zodat ze haar armen langs haar zij kon brengen. Onmiddellijk duwde ze me van haar af en zuchtte ze geïrriteerd.
'Wat knap van je dat het je opvalt. Bespaar me je medelijden, ik hoef het niet.' Haar snauwende stem stond sterk in contrast met haar lijkbleke gezicht. De handelingen kostte haar moeite, dat kon ik vanaf hier al zien en ik wist dat ik haar pijn had gedaan.
'Wie zei dat je mijn medelijden had?'
Ze gaf geen antwoord, maar greep haar zwaarden beter vast en zette een stap mijn kant op. Voor even staarden we elkaar weer kort aan, metend of de ander vijandige bedoelingen had. Ze wist echter dat ze geen kans tegenover mij maakte in haar eentje, gewond en uitgeput.
'Waarom was je weg gegaan?'
Stilte volgde. Voor een buitenstaander zou deze vraag vreemd hebben geleken, maar ik wist precies waar ze het over had. In het Capitool hadden we nooit expliciet afgesproken samen te werken, maar iets had ons verbonden. Misschien was dat District 4, misschien was dat het feit dat we beiden niet hadden vrijwilligd. Misschien was het ook iets heel anders wat ik toen der tijd heel graag wilde ontkennen, maar nu niet meer.
Ik voelde me tot haar aangetrokken.
Toen kwam echter het Bloedbad en de dreiging die de Beroeps met zich meebracht. Ik wilde geen deel zijn van een groep mensen die moorden voor hun plezier en Rhine wilde dat wel. Daarom had ik haar achtergelaten. Daarom was ik zelf weg gegaan. Ik wilde geen moordenaar zijn en wilde haar er niet in zien veranderen.
Dat alles kon ik echter niet tegen haar zeggen. Mijn lippen bleven stijf op elkaar gedrukt en mijn keel was droog. Ze bleef me aanstaren. Haar blauwe ogen gefixeerd op mijn amberkleurige. We verschilden zoveel, maar tegelijkertijd waren we elkaars gelijken.
'Ik ben geen Beroeps, nooit geweest.' Mompelde ik uiteindelijk, maar ze nam geen genoegen met dat antwoord en zette weer wat stappen naar voren.
'Je had het me kunnen vertellen. Ik had het je gevraagd Favian, maar jij koos ervoor om te zwijgen. Je zei niets. '
Pijn was weer in haar stem te horen, maar ik wist dat het niet afkwam van haar wond. Het was haar gevoel dat dit keer werd geuit en ik wist niet goed hoe erop te reageren. Moest ik mijn excuses aanbieden of onverschillig blijven? Moest ik de waarheid spreken of liegen?
'Ik wilde je niet bij mijn keuze betrekken-'
'Maar dat had je al gedaan! Dat had je al gedaan vanaf het moment dat we met elkaar spraken! Vanaf het moment dat we elkaars handen vasthielden bij de Strijdwagens! Ik zag je als mijn Bondgenoot Favian, maar jij zag mij duidelijk als niets!'
Haar stem was verslagen, maar ze keek me niet langer aan. Ze draaide zich om en ik kon haar boze voetstappen in de modder horen weerkaatsen. Zonder mijn eigen handelingen te overwegen ging ik haar achterna en greep ik haar pols vast.
'Als ik jou op de avond voor het Bloedbad had verteld over mijn plannen, wat had je dan gedaan? Wat had je dan willen doen Rhine, me tegenhouden?' Agressief sprak ik de woorden uit en mijn grip versterkte onbewust. Ze trok haar hand echter niet terug maar keek me lang en scherp aan.
'Dan had ik gedaan wat we hadden moeten doen vanaf het begin: samenwerken.'
'Je bent een Beroeps, die werken niet samen. Die gaan enkel voor hun eigen winst.'
Nu trok ze wel haar hand uit mijn greep en zette venijnig een stap achteruit. Haar houding sprak boekdelen, maar ik kon zien dat ze moeite had om niet te wankelen op haar benen. Ze was uitgeput.
'Alsof jij jezelf zou opofferen voor iemands leven. Jij gaat in het einde net zo goed voor je eigen winst en dat hoor je ook te doen.'
Meteen kwam het beeld van Mina in me op. Alleen, angstig en in paniek bij ons dovende kampvuur. Wetend dat ik allang terug had moeten zijn zou ze me misschien gaan zoeken. Ze zou dood kunnen gaan, maar dat was niet hetgene wat me zorgen baadde. Ik maakte me zorgen om het feit dat ze me misschien zou vinden, want Rhine had inderdaad gelijk. Ik zou niet voor Mina kiezen. Ik zou voor mijn eigen leven gaan en daarbij Mina mijn rug toekeren. Mijn eigen overleving was belangrijker dan die van haar en dat zou het altijd zijn.
'Hoe ben je gewond geraakt?' Vroeg ik, het vorige onderwerp ontwijkend. Rhine snoof, want ze wist wat ik aan het doen was en achtte me zwak om die reden. Ik wilde de confrontatie met haar niet aangaan, maar ontweek deze liever.
'Het meisje uit vijf.'
Ik kon me haar niet voor de geest halen en wist haar naam ook niet meer, maar dat betekende niet dat ze niet gevaarlijk was. Wat me echter wel verbijsterde was dat ik haar foto niet aan de hemel had gezien en dat ze dus het gevecht met de Beroeps en Rhine moest hebben overleefd. Iets wat niet veel Tributen konden zeggen.
'Wie heeft je verzorgt?' Vroeg ik quasi ongeïnteresseerd. Ik wist dat het niet Lerola of Tellas zouden zijn. Die zouden zoiets nooit doen en Rhine was niet in staat om haar eigen wond te verbinden. Caldwell en Zara waren beiden dood wat betekende dat een buitenstaander het moest hebben gedaan.
'Mijn Bondgenoot.' De woorden leken haar moeite te kosten en ik wist onmiddellijk dat ze de persoon niet echt als haar Bondgenoot zag.
'En wie is dat?'
'Hoezo wil je dat weten Favian? Je domme, nuttelozen vragen houden mij niet van het feit af dat je over enkele minuten net zo hard weer wegrent als je bij het Bloedbad deed. Je weet dat ik je niet kan verwonden, laat staan vermoorden.' Zei ze en ik zag haar ogen verharden. 'Waarom vertrek je niet gewoon.'
Het was geen vraag, maar eerder iets wat ze van me verwachtte. Voor haar was er geen vraag over of ik het wel of niet zou doen. Voor haar was ik nog steeds de persoon die haar in de steek had gelaten. Maar dat wilde ik niet meer zijn.
'Laten we samenwerken.' Mompelde ik, maar mijn stem was sterk.
'Wat?' Vroeg ze ongelovig en ik wist dat het ook achterlijk klonk.
'Een Bondgenootschap, jij en ik. Zo kunnen we Tellas en Lerola verslaan, en daarna kunnen we onze eigen wegen weer gaan.'
'Ik heb al een Bondgenoot.' Zei ze, maar het was met twijfeling. Ik lachte en stapte naar haar toe, hopend haar te overtuigen als ze kon zien dat de eerlijkheid ook in mijn ogen weerspiegeld was.
'Ik ook, maar jij en ik weten allebei dat we met die personen niet echt samen willen werken. Laat staan kunnen winnen.'
Stilte heerste weer. Rhine bestudeerde me argwanend, maar ik zag een fonkeling in haar ogen die werd weerkaatst door die van mij. Ze had al ja gezegd zonder het verbaal ook echt te noemen. Net zoals in het Capitool was ons Bondgenootschap in stilte afgesproken. Niet in woorden, maar in gevoel.
'Ik ontmoet je morgen hier, rond middennacht als het volkslied speelt.' Zei ik ietwat enthousiast, maar Rhine zei nog steeds niets. Ze keek me enkel kort aan en knikte daarna. Hierna draaide ze zich om en begon de bult op te ploeteren waar ze vandaan was gekomen, terug naar haar Bondgenoot.
'Het was niet mijn bedoeling om je achter te laten. Ik had je meegenomen als je het had gevraagd.' Riep ik haar nog na. Ze draaide zich kort om en keek triest naar me terug.
'Dat weet ik.' Zei ze en liep door totdat ik haar silhouet niet langer van de duisternis kon onderscheiden.
AN:
Pfhew! Na een lange tijd weer een update. Ik blijf mijn excuses maar aanbieden in mijn auteurs notes. Dit hoofdstuk heeft dan ook weer even op zich laten wachten, maar ik beloof jullie dat het volgende sneller online zal staan. Dit kan ik garanderen, omdat het voor de helft al af is.
Maar eerst nog over dit hoofdstuk! Flink wat karakterontwikkelingen, maar ook veranderingen in Bondgenootschappen.
- Avon is qua instelling vooral verandert, omdat hij doorheeft dat hij met zijn 'automatische piloot' manier van doen niet ver zal komen in deze Spelen. Ik denk dat zijn stukje dan ook wel leuk was om te lezen (en te schrijven), omdat we weer een andere kant ook van de arena zien.
- Dan Riley! Een Bondgenootschap wat al een tijdje buiten de spotlights heeft gestaan, maar ook gelijk is opgebroken nu het weer voorkwam. Ik denk ook dat dit nodig was, omdat ik Alex niet als iemand zag die lang bij Riley zou blijven. Ook al had hij Alex zijn leven gered, uiteindelijk was deze stap voor hem dan toch te ver. Ik hoop dan ook te weten te komen wat jullie van deze ontwikkeling vinden. Snappen jullie waarom Alex/Riley zo doet? En wat denken jullie dat er nu met hen gaat gebeuren.
- En dan als laatste, Favian! Ook iemand die laatste tijd niet heel veel aanbod is gekomen. Maar met de ontwikkeling die hij nu heeft doorgemaakt zal het nog wel betekenen dat hij meer aan bod zal komen. Denk jullie dat Rhine zich aan de afspraak houdt, of hem ook achter laat zoals Favian deed bij het Bloedbad? En als ze wel komt, zal ze Leandros meenemen? Jullie gedachtes graag in de review!
Dan wil ik LeviAntonius natuurlijk nog even bedanken voor de altijd ondersteunende hulp en het beetje beta werk wat hij voor mij doet! (: We zijn trouwens bijna over de dertig hoofdstukken heen! Hoe lang denken jullie dat het verhaal eigenlijk zal worden haha?
De puntentelling!
MyWeirdWorld - 63 Punten.
SirWalsingham - 63 Punten.
Sharonneke95 - 58 Punten.
FF-Schwarz - 42 Punten.
MadeByMel - 42 Punten.
Marie999 – 42 Punten
Leakingpenholder - 33 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfan - 29 Punten.
TeenReadToo - 28 Punten.
Florreke - 25 Punten.
Azmidiske87 - 19 Punten.
Greendiamond123 - 19 Punten. (Sponsor van Katy met 30 Punten!)
Serenetie-ishida - 19 Punten.
Cicillia - 18 Punten.
NoxSelkirk - 16 Punten.
LeviAntonius - 16 Punten.
The Name is Florine - 9 Punten.
Evalovespeeta - 8 Punten.
xXHungerGamesFanXx – 2 Punten.
Strawberrychickk – 2 Punten.
Jeffreyhphg – 2 Punten.
Silk Tiger – 2 Punten.
Kevinvalke – 1 Punt.
Omdat ik de afgelopen 3 hoofdstukken Sponsorgiften heb gehad zet ik er even een stop op zodat ik het Sponsoren even niet toelaat. Maak je geen zorgen, als je echt iets heel graag wilt Sponsoren, neem dan even contact met mij op dan kunnen we het overleggen. De stop zal er waarschijnlijk ove hoofdstukken vanaf worden gehaald.
Verder kijk ik erg uit naar jullie reviews en heb ik nog een paar vraagjes die jullie mogen beantwoorden in jullie reviews.
- De vragen met betrekking tot de stukjes (zie hierboven).
- Wie denk je dat de volgende dode zou zijn? Dat is iets wat ik me al erg lang afvraag!
- Daarbij ook gelijk de vraag: Wie is je favoriete Tribuut en wie denk je dat er gaat winnen of grote kans heeft om te winnen?
Laat het me weten in de reviews! Ook vraag ik me wel eens af wat de leeftijd van mijn lezers nou eigenlijk is, dus als jullie willen mogen jullie dat ook noemen (hoeft natuurlijk niet i.v.m. privacy!).
Het volgende hoofdstuk is weer een Tussenhoofdstuk waarin de hoofdverhaallijn in het Capitool zal worden geïntroduceerd, dus kijk maar uit naar die update!
Liefs,
Jade
