Tussenhoofdstuk 2: Over Lijken
Hoofdspelmaakster Terah Sardar (36) POV – Avond op Dag 4 van de Spelen: Vergaderruimte Raad van Dertien.
Mijn nagels drongen zich dieper in de armleuning van mijn stoel terwijl ik naar het beeldscherm keek. Ik had de opnames al tientallen keren gezien. Ik kon het inmiddels dromen, maar dat weerhield President Snow er niet van om het nogmaals af te spelen. Om het nogmaals in mijn gezicht te wrijven dat ik een gigantische fout had gemaakt.
Het geluid van de gillende Capitoolburgers zwol aan terwijl de vlammen de vlag verslonden. Het gouden Capitoolembleem smolt weg onder de hitte totdat het beeld compleet zwart ging en de opname was afgelopen. Meer als dat hadden de mensen thuis voor hun Tv's niet kunnen zien. Maar dat was genoeg geweest om er een probleem van te maken.
Iedereen in de zaal was doodstil. Coriolanus Snow stond nog steeds met zijn rug naar ons toe. Zijn donkere park glom in het licht van de kroonluchter en voor even was dat het enige waar ik mijn ogen op gericht kon houden. De andere mensen die rondom mij zaten hielden hun ogen echter geanticipeerd op het scherm gericht alsof ze hoopten dat er iets nieuws op zou verschijnen.
'Wat is uw verklaring hiervoor juffrouw Sardar?' Zijn stem was zacht en ik dacht er zelfs een spoor van vermaak achter te bespeuren. Ik lachte echter niet met hem mee, maar bleef stoïcijns naar zijn pak staren.
'Ik heb geen verklaring voor de gebeurtenis die plaats heeft gevonden op de avond van de interviews. Het was noch mijn schuld of verantwoordelijkheid voor wat er is gebeurd. Daarvoor moet u bij de Spelmakers zijn die de leiding hebben over de interviews en Ceasar Flickerman.'
Hij leek mijn antwoord te verwachten en draaide zich nu volledig naar ons om. Er speelde een zachte glimlach om zijn mondhoeken, eentje die ik maar al te goed herkende en wist te vrezen. Het voorspelde nooit veel goeds als de President je zachtaardig aankeek terwijl het gespreksonderwerp zeer duister was.
'Geloof me als ik u vertel dat we dat hebben gedaan.' Mompelde hij en keek me even kort aan. De mannen naast mij lachten even zachtjes en ik kon wat gefluister horen. Iedereen wist dat met praten hier iets heel anders werd bedoelt, ook al wist ik zeker dat Snow Ceasar nooit zou vermoorden. Daar was hij te belangrijk voor.
'Goed, sinds u me geen verklaring kan geven wil ik u en de heren naast u graag de andere beelden van vanavond laten zien.' De glimlach was verdwenen van zijn gezicht en zijn stem was plots veel luider en harder. De gehele zaal viel onmiddellijk weer stil terwijl hij zich opnieuw omdraaide naar het beeldscherm en naar de Avox wuifde die bij het bedieningspaneel stond om de volgende opname te starten.
Ik richtte mijn ogen nogmaals op het scherm, nieuwsgierig voor wat zou komen. Het beeld bestond eerst enkel uit wit ruis dat luid door de zaal heen klonk. Ik wilde mijn oren bedekken, maar het echte beeld onderbrak het helse kabaal en het geluid van geweerschoten vulde de zaal. Ik kon horen hoe sommige mensen van schrik hun handen voor hun monden sloegen, maar geweld had geen effect op mij. Dat had drie jaar als Hoofdspelmaker wel met je gedaan. Ik was gevoelloos geworden voor alles.
Bebloede kinderen renden door het beeld heen terwijl hysterische ouders ze aan hun handen meetrokken. Ik herkende onmiddellijk de witte uniformen van de Vredesbewakers op de achtergrond en hun geweren waren degene die de kogels afvuurden. Voor even dacht ik dat Snow ons een nieuwe remake liet zien van de propaganda film over de Donker Dagen, maar dit veranderde al snel toen ik zag hoe er jongemannen gekleed in zwart naar voren renden. In hun handen hadden ze stokken, scherpe messen, geweren, maar ook zwarte doeken en aanstekers. Ze kwamen zo dichtbij de Vredesbewakers als ze maar konden en begonnen terug te vechten. Ik besefte echter niet waar het precies over ging totdat één van de jongemannen een zwarte doek uitrolde en ik het gouden embleem van het Capitool in me opnam.
Zijn aansteker hing er sneller onder dan Kevin bij de interviews had gedaan en met een enorme glimlach hield de jongeman de vlammende vlag in zijn handen totdat hij het niet meer vast kon houden. De gehele zaal viel stiel. Iedereen keek met verbazing, woede en afgrijzen toe hoe de vlag werd meegenomen door de wind en pas enkel meters verderop weer neer kwam. Verkoolt en onherkenbaar.
Het beeld veranderde. Ik kon nu hoge olietorens zien waaronder rook oprees. Touwen waren om de kleinere torens en palen gebonden waarbij arbeiders eraan trokken. Eén voor één kwamen ze naar beneden zetten met luid kabaal en oplaaiend stof. Mensen gilden en geweerschoten vulden opnieuw de zaal met geluid. Opnieuw ontstond er een gevecht tussen de Vredesbewakers en de mannen in beeld.
'Maak eens een gok Spelmaakster Sardar, waar denkt u dat dit zich afspeelt?' Snow zijn lichte stem stond sterk in contrast met de beelden die achter hem afspeelden. Toch trok ik me er vrij weinig van aan. Bloed en dood vulde mij juist met plezier en geluk. Dat was hetgeen waar ik voor leefde en waar ik mijn werk van had gemaakt. Ik hoefde dan ook niet lang na te denken over zijn vraag, omdat de beelden van eerder over Kevin waren gegaan. Een rebel uit District 5. Het District wat zich specialiseerde in energie en vol stond met boortorens voor olie en gas.
'District 5.' Zei ik luid.
Snow glimlachte. Het beeld veranderde nogmaals. Nu was het hoofdplein van District 5 in beeld wat ik herkende van de Boetes. Het zag er echter nu niet net zo feestelijk uit als toen, maar was het toneel van terechtstelling geworden. Ik kon twee galgen zien staan, een strafpaal en een aantal schandpalen. De schandpalen waren vol met mannen die om hun enkels ook nog boeien hadden zitten. Naast de twee galgen lag een kleine stapel met een tiental schoenen van de mensen die al waren opgehangen. De lijken waren nergens te bekennen.
Een geschreeuw ontstond en het beeld verschoof. De strafpaal kwam inzicht waarbij een jongen met donker bruin haar te zien was. Zijn witte hemd was opengescheur en zijn handen waren geboeid aan de paal. Een Vredesbewaker stond een paar meter achter hem met een geselkat in zijn hand, klaar om toe te slaan. Het eerste bloed vloeide rijkelijk uit zijn rug, maar na een twintigtal klappen was er enkel nog open vlees over waar de Vredesbewaker met zijn zweep op insloeg. De jongen was bezweken en gestorven. Zijn laarzen werden aan de stapel toegevoegd en zijn lichaam werd achteloos meegesleept totdat het uit beeld was verdwenen. De film stopte.
'De afgelopen dagen is er een opstand ontstaan in District 5 en elke minuut dat wij hier zitten te praten verslechterd de situatie daar. Ik wil een oplossing en wel nu.' Zijn snauwende stem maakte geen indruk op mij, maar de mannen naast me huiverde.
Ze waren met z'n dertienen. Elk zat op een rode zetel waarvan de fluwelen bekleding werd omlijst door een gouden rand. De tafels waar we achter zaten vormden één geheel die in een halve cirkel rond een spreekstoel stond opgesteld waar Snow achter stond. De vergaderruimte voor de Raad van Dertien was zo luxueus aangekleed als maar kon. De kroonluchter, het rode tapijt en de vele schilderijen die aan de muren hingen gaven blijk van grote rijkdommen. Vroeger was dat anders geweest. De Raad was voor de Donker Dagen opgezet om de Districten te vertegenwoordigen in het Capitool. Ze mochten een afgevaardigde naar het Capitool sturen die hen zou vertegenwoordigen en voor hun belangen zou vechten. Ze hadden de macht gehad om Presidenten te verkiezen en ook weer af te zetten, maar hoe langer de afgevaardigden in hun posities bleven, hoe corrupter ze werden. Niet lang daarna vochten ze enkel nog voor hun eigen interesses of voor die van anderen als diegene maar genoeg betaalde. Al snel was er van het zeggenschap van de Districten niks meer over. Precies zoals het hoorde. Wat daarop volgde waren de Donkere Dagen en de Honger Spelen. Twee geweldige uitkomsten van een systeem dat er nu enkel nog was als tegengewicht tegen de President. Ook al had geen enkele heer die naast mij zat ook maar één greintje macht als het erop aankwam. Snow had de touwtjes in handen en dat wist iedereen.
'We hebben een explicieter beeld nodig als we met een oplossing willen komen, mene-' Begon een kleine man die drie stoelen verderop zat pompeus, maar Snow snoerde hem de mond.
'Ik heb je net een beeld gegeven Rousselle, levendiger kan ik het niet voor je schetsen tenzij je graag wilt dat ik je daarheen stuur.' Snauwde Snow en begon achter zijn spreekstoel heen en weer te lopen met zijn handen wringend achter zijn rug.
'Ik denk wat de heer Rousselle bedoelt is dat we graag wat meer praktische informatie willen. Hoe lang is dit al bezig en is er sprake van overwinning voor ons, of voor de kant van de rebellen in District 5?' De toon waarop de woorden werden gesproken was vlijend. De man die ze had uitgesproken zat naast me terwijl hij met een strakke glimlach op zijn gezicht naar Snow keek.
'De activiteiten begonnen niet lang na het interview maar zijn in de afgelopen twee dagen zeer snel verslechterd.' Begon Snow brommend, bijna met tegenzin. 'We hebben de overhand, maar de rebellen hebben de wegen die naar District 5 leiden geblokkeerd en de stations bezet waardoor we niet meer Vredesbewakers naar het gebied kunnen krijgen, laat staan benodigdheden.'
'Maar dat is ook goed nieuws! Dat betekend dat de rebellen ook snel zonder voedsel komen te zitten.'
'Zie ik eruit als iemand die de tijd heeft om te wachten tot het moment dat die rebellen bezwijken onder hongersnood?'
Niemand antwoordde. Ik bekeek de mannen naast mij met milde afgunst. Ze waren een hopeloos stelletje oude kerels die niets anders deden dan drinken en naar feestjes gaan. Snow dacht precies hetzelfde want hij keek ze met vurige ogen één voor één aan waarna hij zijn blik weer op mij focuste. Voor even zei geen van ons beide iets totdat er weer een gevaarlijke glimlach op zijn gezicht verscheen en hij dezelfde vraag nu op mij richtte.
'Wat zou u doen juffrouw Sardar?'
Ik dacht even na ook al had ik het antwoord eigenlijk al lang in mijn hoofd geformuleerd. Ik wilde echter niet laten blijken dat ik plezier had in deze vergadering. De mannen naast me moesten denken dat ik hier tegen mij zin zat en niet wist waar ik over praatte. Al was het tegenovergestelde waar. Hoe meer tijd ik met de mensen van de regering doorbracht, hoe meer informatie ik kreeg.
'De hele boel platbombarderen.' Zei ik luid en duidelijk. De grijns die met mijn woorden meekwam kon ik niet onderdrukken. Ik kon ieders ogen op me voelen en de ongelovige blikken van de mannen naast me. Snow begon echter zacht te lachen hief zijn hand naar mij op in een saluerende groet.
'U spreekt mijn gedachte juffrouw Sardar.'
'M-maar, maar de mannen die u daar heeft President Snow! De bewakers, die kunnen we daar niet weghalen vanwege de blokkades. Ze zullen sterven, omda-' Snow snoerde Rousselle opnieuw de mond met één enkele geïrriteerde blik.
'Wat is mijn motto, Rousselle?'
'U-uw wat?'
'Mijn motto! Denk eens na!'
'O-oh, eh. H-het doel zuivert de middelen, meneer?'
'Precies, het doel zuivert de middelen. Daarnaast zullen die Vredesbewakers eervol sterven, dat is hun levensdoel.'
Snow glimlachte, maar ik zag dat Rousselle opnieuw zijn mond open wilde trekken om een volgende idiote opmerking te plaatsen. De man naast me onderbrak hem echter voordat hij ook maar iets kon zeggen.
'En hoe zit het dan met onze energie? De olie en gas die we van District 5 krijgen zorgt ervoor dat Capitoolburgers hun leven draaiend kunnen houden. Zonder olie is er geen plastic, sommige machines draaien er nog op en zonder gas kunnen mensen niet koken of hun huis verwarmen. District 5 is essentieel in de overleving van het Capitool!'
Het bleef stil. Niemand durfde wat te zeggen na de uitspraak van de man. Voor enkele seconden bleef hij nog ietwat uitdagend naar Snow kijken, maar naarmate de stilte vorderde trok hij zich ook terug en liet zijn hoofd hangen.
'We brengen de specialisatie van District 5 over naar een ander District waarvan we zeker zijn dat er geen rebellen zullen zijn.'
'En welk District dan wel niet?' Snoof dezelfde man naast mij weer.
'District 2.'
Opnieuw viel de zaal stil. Ik hield wijselijk mijn mond dicht, de schijn ophouden dat ik niet in politiek geïnteresseerd was en niet wist waar ze het over hadden. Toch borrelde de irritatie op bij elke uitspraak die de man naast me deed.
'District 2 heeft geen faciliteiten om die specialisatie te waarborgen.'
'District 2 heeft genoeg steengroeves waar al eens eerder olie of gas is gevonden waar ze niks mee hebben kunnen doen. Als wij ze dus verschaffen met de benodigdheden om die te verwerken dan hebben we geen District 5 meer nodig.' Snow zijn stem was lijzig en leek geen tegenspraak meer toe te staan. De man leek het echter nog steeds niet met hem eens te zijn.
'Ik zie een andere, veel betere, oplossing die ons minder geld en moeite zal kosten en mensen levens zal sparen. We geven District 5 hun winnaar, de rebel Kevin. Daardoor zullen ze ophouden met de opstanden en weer terug gaan naar hoe het er voorheen aan toe ging. We moeten ze geven wat ze terug willen.'
Bij deze woorden rees ik dodelijk kalm op uit mijn zetel en keek de man ijskoud aan. Niemand zou iets aan mijn Spelen veranderen zonder dat ik daar toestemming voor zou geven. Ik zou niet de Spelmaakster zijn die een rebel zou laten winnen. Ik had al genoeg plannen voor Kevin om zijn leven zo miserabel mogelijk te maken en daar kon een miezerige minister niks aan veranderen.
'Jij wilt een rebel laten winnen?' Vroeg ik dood serieus, maar de man leek de situatie niet goed in te zien.
'Ja en ik stel voor dat we er een anonieme stemming van maken. Voor of tegen de bombardering van District 5, dat is de keuze.'
Hij stond nu eveneens op van zijn zetel en de andere ministers volgden zijn voorbeeld waarna ze gezamenlijk de ruimte uitliepen. Snow en ik waren niet toegestaan mee te lopen, omdat wij geen stem mochten uitbrengen. Dat was het alleenrecht van de Raad.
De grote deuren die achter hen sloten was het signaal voor mij om mijn aandacht naar Snow te brengen. Zijn neusvleugels waren open gesperd en ik kon zien dat hij moeite had om zijn ergernis te onderdrukken. Hij had zijn lippen stijf op elkaar gedrukt, maar toch kwam er een kalme stem uit toen hij tegen me sprak.
'Juffrouw Sardar, u weet net zo goed als ik dat de Raad tegen ons zal stemmen.' Ik knikte, maar zei niks. 'Ik kan dat niet laten gebeuren. Een rebel mag de Spelen niet winnen, ik wil het niet hebben.' Hij ademde diep in terwijl ik zijn bewegingen volgde met mijn ogen. Zijn vingers friemelden met zijn das, maar ik wist dat hij zich eigenlijk aan het inhouden was. Het liefst wilde hij de nekken van de mannen in de Raad breken. Net zo graag als ik.
'De beelden die ik u zojuist had laten zien waren van vijf dagen geleden, een aantal uur na de interviews.' Snow stond op en liep naar de drankkast waar hij een klein glas uitpakte en vulde met een paars drankje. Hij bood mij hetzelfde aan, maar ik wees het af met een enkel gebaar van mijn hand. Alcohol was niet voor mij weggelegd. Ik moest helder kunnen nadenken.
'Sinds Kevin het Bloedbad heeft overleefd zijn de activiteiten weer verminderd en zou je het zelfs rustig kunnen noemen, in tegenstelling tot wat ik de Raad heb verteld dus.' Vervolgde Snow terwijl hij met zijn drankje in zijn hand naar mij toeliep. 'Ik kan het niet riskeren dat de Raad deze informatie ook te horen krijgt en zo beslist dat het bombarderen van District 5 helemaal niet meer nodig is. '
Hij plaatste zich in de zetel naast mij en liet zijn ogen over mij heen gaan alsof hij me probeerde in te schatten. Ik wist dat onze waarden en normen hetzelfde waren dus daar hoefde hij zich geen zorgen over te maken, maar het leek iets anders te zijn wat hem tegen hield. Toch toen zijn ogen uiteindelijk weer op die van mij waren gericht veranderde ze. Van analyserend naar ijskoud totdat ik enkel nog pure haat erin kon terug lezen. De woorden die hij uitsprak kwamen overeen met het gevoel wat hij aan mij overbracht en ik kon een glimlach niet onderdrukken.
'Ik wil ze weg hebben. Allemaal. Al die rebellen dood en uitgeroeid. Geen sprankje hoop meer om voor te vechten.'
'Dan zorgen we daarvoor.' Ik lachte en streek mijn donker blauwe haar achter mijn oor. Snow kon geen glimlach opwekken voor mijn opmerking, omdat hij nog steeds in zijn koelbloedige stemming leek te verkeren. Hij nam een slok van zijn drank, maar besefte niet dat het alcohol was wat hij naar binnen goot als water.
'Vertel me eens juffrouw Sardar, hoe zorg je ervoor dat rebellen weer gaan rebelleren?'
Ik overwoog zijn vraag. De rebellen waren gestopt, omdat Kevin nog in leven was en daar kon ik zo verandering in brengen. Maar dat zou er niet voor zorgen dat ze door zouden blijven gaan voor weken. Meer iets als een paar dagen totdat hun woedde weer was afgekoeld. Een andere optie zou daardoor zijn om de Vredesbewakers in het gebied te verminderen en ze het gevoel te geven van vrijheid, maar ook dat kon niet gebeuren vanwege de blokkades. Er bleef maar één optie over. Mijn favoriet.
'Genocide.'
Snow grijnsde. Een zieke grijns die van oor tot oor leek te strekken en niet meer weg zou gaan. Hij knikte goedkeurend en dronk de rest van zijn drankje op.
'Genocide zonder directe aanleiding zal zorgen voor een opstand. Een opstand die onderdrukt zal worden door nog meer genocide.' Hij had het laatste woord nog niet uitgesproken of de deuren van de kamer vlogen open en binnen lopen kwamen de dertien ministers van de Raad. De voorste was de man die naast mij had gezeten en naast hem liep een Avox met een kristallen kom in haar handen. Ik zag er dertien witte briefjes in zitten met elk een ander handschrift.
'Laten we de stemmen tellen.' Stelde de man voor en liet de Avox de kom op het spreekgestoelte zetten. Eén voor één pakte hij de witte briefjes en las het woord op wat erop geschreven was; voor of tegen.
Aan het einde van de telling waren er zeven briefjes tegen en zes briefjes voor. Het bombardement was eruit gestemd met één stem. Ik kon Snow zijn woede naast mij voelen groeien zonder hem zelfs ook maar aan te kijken. Hij stond op en liep naar de man toe die nog steeds met één briefje in zijn handen stond.
'Vertel me eens Edric, wie heeft de macht hier in het Capitool?' Snow zijn stem was vlijmscherp. Edric leek even van zijn stuk gebracht te zijn en ik kon zien dat hij zijn antwoord zorgvuldig overwoog.
'De Raad en u, meneer.'
'Juffrouw Sardar, wie heeft de macht hier in het Capitool?' Snow richtte dit keer zijn blik weer op mij zonder ook maar erkenning te geven aan het antwoord wat Edric hem had gegeven.
'U, meneer.'
'Precies, ik. De Raad is er enkel nog, omdat ik jullie gedoog. De macht die jullie vroeger hadden is al lang verdwenen.'
Edric rechtte zijn rug weer en probeerde vastberaden en moedig tegenover Snow te staan, maar het werkte niet. Iedereen kon vanaf hier zien dat Snow de overmacht had en daar zou hij Edric zelf aan herinneren. Hij zette een paar stappen naar voren zodat ze vlak tegenover elkaar stonden en Snow hem lang en ijskoud aan kon kijken.
'Als ik je nou nog eens vraag een stemming te houden Edric, wat zal de uitkomst van die stemming zijn?'
Ik lachte stil zodat niemand het hoorde, maar kon het niet laten opnieuw te grijnzen. Snow bleef Edric aankijken totdat hij zich ongemakkelijk leek te gaan voelen. Hij stapte bij hem vandaan en draaide zich ietwat nonchalant om naar de drankkast. Zijn dunne vingers schonken vakkundig twee glazen in en ik wist onmiddellijk dat één van die glazen speciaal voor Edric bedoelt was.
'Zeven voor en zes tegen.' Mompelde Edric en Snow begon zachtjes te lachen terwijl hij hem het glas overhandigde.
'Dertien voor en nul tegen.' Zei Snow nadrukkelijk en sloeg zijn drankje in één keer achterover waarna Edric ook wat slokken nam.
Ik keek smalend toe hoe hij steeds meer van het drankje achterover sloeg. Snow zei niks meer en iedereen in de ruimte leek zijn mond niet te durven openen. Het gehoest van Edric verbrak de stilte echter al snel en er verscheen een cynische glimlach op mijn gezicht die er niet meer af leek te gaan. Zijn hoofd begon rood aan te lopen en ik kon zien hoe pijn zijn gelaatstrekken begon te vertekenen. Zijn handen grepen naar zijn keel waardoor het glas rinkelend uit zijn handen viel. Edric begon steeds harder te hoesten totdat hij strompelend een paar stappen achteruit zette in de hoop dat iemand hem kon helpen. Hij viel echter alleen van het kleine trappetje naast het spreekgestoelte en kwam met een luid gorgelend geluid op het rode tapijt neer. Dood.
'Dus heren, ik vraag u nogmaals te stemmen en dit keer adviseer ik u verstandig te kiezen.' Glimlachend draaide Snow zich onze kant weer op en adresseerde de geschokte ministers die elk met een doodsbenauwde blik naar het lichaam van Edric keken. 'Of heb ik u zo al overtuigd van mijn gelijk?'
Iedereen bleef doodstil. Alle ogen waren op het lijk van Edric gericht wat dood onderaan de voeten van Snow lag. Met één enkele stap zette hij zich eroverheen en liep al glimlachend de ruimte uit.
Niemand hoefde nog antwoord te geven op zijn vraag.
District 5 - Nenya Lorcán (15) POV. Ochtend op Dag 5 van de Spelen: Hoofdplein van District 5.
De hand van mijn broer voelde klam aan in de mijne. We probeerden ons door de menigte naar voren te wurmen zodat we een zo goed mogelijk zicht hadden op het podium. De geur van verbrande olie hing nog steeds in de lucht en ik wist dat niemand zich nog op de werkplekken bevond. De gebeurtenissen op het plein waren belangrijker.
Het zweet wat van de vele mensen afkwam drong mijn neus binnen terwijl ik me langs hun lichamen wrong. Ik hield de hand van mijn broer stevig vast, niet durvend los te laten. Ik was bang dat ik hem kwijt zou raken in de menigte waar onrust heerste. Fluisterende stemmen klonken overal rondom ons heen en af en toe werd er iets geschreeuwd. Angst was het enige wat ik deze dagen nog leek te voelen en dat bleek hetzelfde te zijn bij andere mensen. In hun ogen kon ik het aflezen, aan hun zweet kon ik het ruiken. Iedereen was erin doordrenkt.
Een luidde stem weerklonk plots over het plein en iedereen viel doodstil. Mijn broer stopte met lopen en trok me voor hem zodat ik kon zien wat er aan de hand was. De gehele menigte staarde naar voren, hun ogen gericht op het podium van de galgen waar een afgevaardigde van het Capitool op stond om ons toe te spreken.
'Geachte bewoners van District 5! Teneinde verdere achteruitgang te voorkomen in dit District en het algemeen belang veilig te stellen wordt de noodtoestand afgekondigd voor dit gebied. Per decreet van Burgemeester Valance van District 5, als vertegenwoordiger van President Snow, worden de volgende wetten aangepast,'
Mensen begonnen ongemakkelijk heen en weer te schuiven bij zijn woorden. De onrust die de afgelopen dagen was afgenomen begon weer op te flikkeren als een vonk die werd toe geblazen om een groot vuur te vormen. Angst begon zichtbaar te worden aan het oppervlak en ik voelde de greep van mijn broer op mij verstevigen.
'Recht op samenkomst, recht op handeldrijven en recht op vonnis van een volksjury is hierbij geschorst!' Zijn stem was luid, maar de onzekerheid was er in te horen. Mensen begonnen te schreeuwen. Scheldwoorden werden zijn kant op geroepen, maar de man ging verder zonder ons aan te kijken.
'Een avondklok van zes uur gaat per deze datum in waarbij elke burger die na dit tijdstip nog op straat wordt gezien ter plekke zal worden geëxecuteerd. Elke burger die een overtreding vergaat zal onmiddellijk worden veroordeeld tot opknoping tot de dood erop volgt.'
Plots viel iedereen weer stil en hoorde ik een onheilspellend gefluister door de menigte heen gaan. Ik probeerde nog meer naar voren te schuifelen en te zien wat er aan de hand was, maar de hand van mijn broer hier me tegen.
'Cesare, kom op. Ik wil zien wat er aan de hand is.' Zei ik luid, maar mensen om mij heen maande me gelijk tot stilte. Toen pas zag ik wat er aan de hand was. Een groepje mensen die ik maar al te goed herkende werd het podium opgeleid in boeien en met hangende hoofden. De volksjury van District 5.
Iedereen in het publiek kende hen. De vijf personen die naar de galgen werden begeleidt waren degenen die ons altijd hadden beschermt voor de gevaren van het Capitool. Zij zorgden ervoor dat de straffen niet zo hardhandig werden uitgedeeld en dat het leven wat beter was in District 5. En nu werden ze terechtgesteld.
Het gefluister nam toe toen de eerste twee personen een strop om hun nek heen kregen en sommige mensen begonnen zelfs te schreeuwen. De afgevaardigde van het Capitool schonk er echter geen aandacht aan, maar bracht zijn microfoon dichterbij de twee mensen van de volksjury die aan de strop hingen en zette hem aan.
Onmiddellijk galmde het onophoudbare gesnik van de twee personen over het plein heen. Als een mes scheurde het door mijn hart heen en voelde ik hoe mijn vingers zich pijnlijk in de hand van mijn broer drukte. Hoe konden ze dit doen? De dood van twee personen presenteren alsof het een tv-show was? Alsof we hier om moesten lachen.
Voor ik het doorhad kwamen de mensen om ons heen in beweging als een vloedgolf. Ik hoorde het geschuur van de dranghekken over de grond en de bevelen die werden uitgedeeld door de Vredesbewakers. Klamme handen werden in mijn rug geplaatst en duwden mij naar voren. Ik gilde en Cesare greep me steviger vast en drukte me beschermend tegen zich aan.
'Dood aan Snow!' Gilde een jongen luidkeels naast Cesare en zijn vrienden die naast hem liepen schreeuwden met hem mee. Hun gezichten werden afgeschermd door sjaals en doeken. In hun handen hielden ze stokken en zelfgemaakte steekwapens. Angst was niet langer in hun ogen af te lezen.
Over het plein galmden opnieuw het geschreeuw en wanhopige gehuil van de twee mensen van de volksjury. Maar dat werd snel onderbroken door het ratelende geluid van een handel en het gekraak van twee nekken die braken. Ze waren dood.
De mensen waren niet meer te stoppen. Geschreeuw en leuzen over revolutie werden geuit, maar ik kon alleen maar toekijken. Uit mijn mond kwamen geen gedurfde kreten. Mijn benen kwamen niet in beweging om te rennen. Mijn handen grepen niet naar wapens om te vechten. Ik keek alleen maar toe, met Cesare beschermend achter me, naar hoe de Vredesbewakers hun pistolen trokken en willekeurig op de menigte begonnen te schieten.
Ik zag bloed verschijnen en ogen die naar achteren in hun kassen rolden. Mensen van alle leeftijden vielen op het plein neer alsof het poppen waren. Ik kon Cesare in mijn oor horen schreeuwen dat we weg moesten gaan, maar ik durfde me niet te vervoeren. Als ik eenmaal zou gaan rennen wist ik van mezelf dat ik de verkeerde kant op zou gaan. Ik zou geen veiligheid op zoeken, maar zou me voegen bij de mensen die streden voor mijn vrijheid. Ik zou me voegen bij de rebellen.
'Ben je verdomme doof?!' schreeuwde Cesare nogmaals en schudde me doorelkaar bij mijn schouders. Hij was nu voor me komen staan, zijn groene ogen gevuld met paniek, maar ik zag geen angst.
'We moeten meevechten!' schreeuwde ik terug en hij keek me vol onbegrip aan. Hij kreeg de kans niet om mij te antwoorden. Een molotovcocktail ging voor ons af en het gegil van drie mensen die in brand stonden sneed door mij heen.
Ik voelde hoe mijn handen zich tot vuisten bolden en ik wilde in beweging komen om te rennen. Niet naar huis, niet naar een veilig plek, maar naar de actie. Cesare hield me echter tegen en trok me hardhandig achter hem aan. Ik kon het geschreeuw van de mensen nog steeds horen en rook de stinkende geur van hun verbrandde lichamen in de lucht.
'Waarom steun je het Capitool?' Gilde ik naar hem, maar Cesare bleef me meetrekken.
'Ik steun helemaal niemand! Ik probeer jou te beschermen!'
Opnieuw ontplofte er een molotovcocktail bij ons in de buurt. De warmte ervan schroeide mijn huid en ik kon voelen hoe er smerigheid van de straat in de lucht werd geworpen door de ontploffing. Ik keek geschokt op en zag een jonge vrouw iets van mij afliggen. Haar gejank was luid en ze greep in pijn naar haar linkerbeen, maar deze lag een paar meter naast haar lichaam.
Onmiddellijk wrikte ik me met al mijn macht vrij van Cesares greep en rende ik naar de vrouw toe. Ze kon niet ouder zijn dan twintig en paniek en pijn vertekende haar mooie gezicht. Toen ik bij haar neer bukte greep ze mijn handen vast en voelde ik haar bloed door mijn vingers heen stromen. Ze kon echter geen woord uitbrengen, maar bleef me al schreeuwend aankijken.
'Rustig! Rustig!' Riep ik naar haar, maar ik had geen idee wat ik moest doen. Mijn gevoel had me naar haar toe geleidt, maar nu ik naast haar zat wist ik niet wat te doen om haar pijn te verlichten. Het enige wat ik kon doen was haar handen vast houden terwijl ze me met een doodsangst aanstaarde en haar bloed rijkelijk uit haar geamputeerde been vloeide.
Plots verscheen Cesare weer aan mijn zijde, maar niet om me af te snauwen. Hij had een riem in zijn handen en bond deze om de bovenbeen van de vrouw en trok deze zo strak mogelijk aan. Hierna deed hij zijn blouse uit en bond deze zo goed mogelijk om de onderkant heen. De stof kleurde onmiddellijk rood, maar ik had geen kans om iets te zeggen want Cesare pakte de vrouw al vast en hees haar op in zijn armen.
'Waar gaan we heen?' Vroeg ik in de paniek die me over had genomen, maar mijn broer gaf geen antwoord. Hij had al zijn kracht nodig om de vrouw in zijn armen te houden terwijl hij rende. Ze was opgehouden met schreeuwen, maar keek me nu met glazige ogen aan over de schouder van Cesare terwijl ik achter hen aanrenden.
De starten van District 5 waren nauw. Als kleine grauwe gebouwen schermden de huizen alles af. Ze waren hoog en smal waardoor soms het zonlicht nooit op de tegels van de straat scheen. De regen van de vorige dag lag er nog en hier en daar lagen nog plasjes olie van de vrachtwagens die hier doorheen moesten rijden om hun goederen naar de trein te brengen. Er waren vaak ongelukken. De wegen waren te smal voor mensen om aan de kant te gaan als er een auto aankwam, regelmatig werd er iemand overreden. Maar niets was zo erg wat ik nu zag.
Ik knalde bijna tegen Cesare aan toen hij tot een plotselinge halt kwam. Meteen wilde hij me weg duwen, mij omdraaien zodat ik niet zou zien wat er gebeurde. Maar ik zag het wel. Niets had me kunnen stoppen om het niet te zien. De rij met mensen; vrouwen met jonge kinderen nog op hun heupen, oude mannen met wandelstokken om overeind te blijven staan en hard werkende mannen met olie smeren op hun gezicht, elk met hun rug tegen de muur. De Vredesbewakers stonden er voor, pistolen getrokken. Ik hoorde de knallen, zag de lichamen in elkaar vallen, maar bleef niet staan om ernaar te kijken.
Er lag niet langer olie in District 5, maar bloed. Het kleurde de straten rood.
Bij elke voetstap die op de grond neerkwam dacht ik nieuwe knal te horen. Toen mijn hand eindelijk tegen onze krakende deur aanduwde merkte ik pas hoe erg ik had gezweet. Ik was doodsbang, maar ook compleet uitgeput. Er was echter geen moment om te rusten. De vrouw in Cesare zijn armen had onze hulp nodig en ook al wist geen van ons iets over genezen, we moesten doen wat we konden.
Ik duwde onze weinige spullen van de krakkemikkelige tafel af die in de woonkamer stond en Cesare legde de vrouw erop. Ik wilde aan de gang gaan, de blouse van de wond afhalen, haar helpen maar de hand van mijn broer hield me tegen.
'Het is al te laat.'
Ik keek niet naar hem op. Mijn ogen staarden alleen maar ongelovig naar het gezicht van de vrouw. Haar ogen die mij eerste nog glazig hadden aangekeken over de schouder van mijn broer staarden nu dof en hol naar het plafond. Ze was dood. Wij konden haar niet langer helpen.
Ook al wist ik haar naam niet, wist ik niet waar ze vandaan kwam of dat ze rebel was of voor het Capitool, ik voelde mijn tranen opkomen. Ik kon ze niet meer stoppen toen ze eenmaal stroomden en de enkele geweerschoten die weer buiten klonken maakten het enkel erger. Cesare sloeg zijn armen om mij heen, maar zijn geruststellende gebaar maakte mij niet kalmer. Het liet me niet beter voelen.
Het Capitool had ons van onze rechten, onze handel en onze vrijheid ontdaan. Maar nu leek de hand van die tirannie verder te rijken dan ooit. Het bevond zich hier recht in mijn huis, in de borst van de vrouw. Het had haar leven genomen en ik wist dat het ook de mijne kon nemen.
Wanneer ze het maar wilden. Wanneer ze mij maar dood wilden hebben.
District 5 begeleider Lucien Zalazar (52) POV – Ochtend op Dag 5 van de Spelen:
Haar ogen keken doodsbenauwd naar de tafel. Het object had tot nu toe haar volle aandacht. Ze durfde mij niet aan te kijken. Ze durfde haar ogen niet door de kamer heen te laten dwalen op zoek naar ontsnappingsmogelijkheden. Ze was te bang om ook maar iets te doen.
'U begrijpt hopelijk dat u uzelf in een behoorlijk benauwde situatie hebt gewerkt?'
Ze reageerde niet op mijn woorden. Ik kon enkel zien dat ze er ietwat nerveuzer van werd. Haar handen begonnen meer te trillen. Het zweet op haar voorhoofd druppelde naar beneden. Ik kon haar angst vanaf hier ruiken en dat was niet iets positiefs.
'Waarom ben ik hier?' Mompelde ze en haar ogen schoten kort omhoog. Voor een seconde keken we elkaar strak aan waarna ze haar blik weer op de tafel richtte. Ik lachte.
'Waarvoor denkt u?'
'Ik heb niets fout gedaan.' Riep ze woest, maar ik vertrok geen spier. Ze probeerde uit haar stoel op te staan, maar de Vredesbewaker die haar hier had gebracht had haar goed vast gebonden. Ze kon nergens heen.
'Wie zei dat u iets fout had gedaan?'
Ze gaf geen antwoord op mijn vraag en dat verwachtte ik ook niet van haar. Ik had haar al verward genoeg gemaakt en haar angst droeg daar alleen maar aan bij. Toen ik in de ochtend luid uit mijn slaap gerukt was door het harde gebons, nam ik me voor het geluid wijselijk te negeren. Maar na de stem te horen van Rowan, mijn persoonlijk Vredesbewaker en spion, wist ik dat het belangrijk was. Toen ik de deur open deed stond hij voor me met een grote grijns op zijn gezicht, de jonge vrouw vasthoudend.
'Hier,' had hij gezegd. 'Ik heb een rebel voor je gevangen.'
En met die woorden had hij de haar de woonkamer ingeduwd en vastgebonden aan een stoel. De enige reden dat hij haar naar mij had gebracht was omdat ik hem met genoeg geld had omgekocht om aan mijn kant te staan. Ergens dacht ik ook graag dat hij mij loyaal was, omdat we voor hetzelfde doel vochten. Maar ik wist dat als ik dood zou gaan, hij gewoon weer terug zou gaan naar zijn eigen baas: het Capitool.
'Waarom ben ik hier?'
Haar snauwende stem haalde me uit mijn gedachte terwijl ze de vraag opnieuw herhaalde. Ik lachte ook weer kort, maar dit keer keek ze me met een ruk aan. Ze wist dat ik een spelletje met haar speelde en ze wist dat ik mijn vraag ook zou herhalen zoals zij had gedaan. Zij was degene hier die in de minderheid was qua kennis. Ik wist wat voor iemand ze was, wat ze had gedaan en waarom ik haar hier vast hield. Het enige wat zij wist was dat ze hierheen was gebracht in plaats van naar het lokale Vredesbewakerstation. Voor ons allebei een positief aspect.
'Ik raad je aan om antwoord te geven op mijn vragen,' beet ze me venijnig toe. 'Of anders-'
'Of anders wat? Stuurt u uw mederebellen op mij af om me te vermoorden? Of denkt u dat u het zelf zou kunnen doen?' Mompelde ik nonchalant en grijnsde breed. 'U valt al flauw bij de eerste druppel bloed.'
'Oh ja? Maak me los en ik zal je laten zien hoe snel je in je eigen plas bloed ligt!' Schreeuwde ze en opnieuw probeerde ze zichzelf vrij te breken van de touwen die haar aan de stoel gebonden hielden. Het hielp niks. Ze maakte de striemen op haar polsen alleen maar erger en de pijn ervan vertekende haar gezicht.
Met mijn hand plukte ik bedenkelijk aan mijn kleine sik die net zo witblond was als mijn haar. Zij zelf had zulk donker bruin haar dat het vrijwel zwart leek. Ze had iets over zich heen wat er niet Capitools uitzag. Ze had geen plastische chirurgie ondergaan van wat ik kon zien en de kleur van haar ogen was niet permanent veranderd, maar enkel door een paar kleurlenzen aangepast. Aan het kaartje wat om haar nek heen hing kon ik echter zien dat ze voor de Honger Spelen werkte. Net zoals ik.
'Vertel me eens juffrouw…?'
'Denk je dat ik zo dom ben om mijn naam aan je te geven? Dat kun je wel vergeten.' Snauwde ze me toe en draaide haar hoofd van me af alsof ze me niet langer aan wilde kijken. Ze leek door die beweging wel op een kind van twaalf en ergens irriteerde me dat heel erg.
'Best, ik heb andere manieren om erachter te komen.' Zei ik en reek al naar voren voordat ze kon reageren. Met een harde ruk knapte het dunne touwtje wat het kaartje om haar nek heen hield en pakte ik het snel van haar af. Ze gromde boos en voor even dacht ik dat ze mij met stoel en al zou gaan aanvallen. Maar ze bleef zitten, met haat in haar ogen.
'Felicia Willis dus.' Ze keek me venijnig aan toen ik haar naam hardop zei, maar dat was niet de enige interessante informatie op het kaartje. 'Stylist in opleiding voor de Honger Spelen ja? Dat is een erg interessante baan voor iemand zoals u.'
'Hoe bedoel je, iemand zoals ik?'
'Denkt u dat ik achterlijk ben? Een rebel natuurlijk, waarom zou u hier anders zijn?'
'Ik heb niets fout gedaan!' Riep ze nogmaals, maar paniek was nu duidelijker in haar stem te horen.
'Intelligent komt u in ieder geval niet over. Kennen we niet meer vocabulaire dan dat, juffrouw Willis?'
Mijn denigrerende stem bracht haar duidelijk uit balans. Ze keek me met een vreemde blik in haar ogen aan, maar ik zuchtte al luid voordat ze haar mond weer opentrok om er iets doms uit te laten komen. Ik draaide het pasje een paar keer in mijn hand om, maar hij leek echt te zijn. Niets wees erop dat het fraude zou kunnen zijn en ze eigenlijk een spion was van het Capitool. Gestuurd om mij te controleren.
'Ik heb een paar vragen voor u juffrouw Willis,' mompelde ik ietwat afwezig. 'Het zal een stuk makkelijker zijn voor ons beide als u meewerkt.'
'Ik denk het niet.' Ze begon te lachen en keek me met afzicht in haar ogen aan. Ik opende mijn mond om te reageren, maar ze onderbrak me door haar gezicht zo dicht mogelijk naar die van mij toe te brengen als haar boeien toe lieten en in mijn gezicht te spugen. 'Ik heb niets te vertellen aan jou.'
Even was het stil waarin haar uitdagend gezicht tekenen van angst begon te vertonen. Ik deed echter niets. Ik bleef haar alleen maar strak aankijken terwijl ik met mijn pochet het speeksel uit mijn gezicht wreef. Hierna rees ik langzaam op uit mijn stoel en greep de wandelstok vast die naast mijn stoel stond. Het zilveren handvat ervan voelde vertrouwd, maar koud aan in mijn greep. De punt maakte een diep geluid toen ik het met een harde knal op de grond plaatste.
'Dit is hoe we het gaan doen,' begon ik zacht mompelend, maar met een sterke ondertoon in mijn stem. 'Ik stel u een vraag en u geeft antwoord op de juiste manier. Doet u dat niet dan kunt u verwachten dat pijn hetgene is wat u zal voelen.'
Ik bevond me nu voor haar stoel en keek op haar neer. Haar ogen spoten vuur, maar toen ik voorover boog en mijn gezicht vlak voor die van haar bracht kon ik zien dat het veranderde. Ze was doodsbang.
'Val dood.' Zei ze nog, maar de bibber in haar stem was duidelijk hoorbaar.
'Goed, de eerste vraag,' lachte ik cynisch en keerde haar mijn rug toe. 'Opereert u in uw eentje of zijn er meerderen?'
Het bleef stil. Ik draaide me weer terug naar haar en zag dat ze naar de muur staarde in plaats van naar mij. Haar lippen stijf op elkaar gedrukt. Ik haalde uit voordat ze het doorhad. De stok maakte contact met haar wang en het geluid ervan weerklonk door de ruimte. Bloed verscheen onmiddellijk in haar mondhoek en ze uitte een schreeuw van pijn, maar ze probeerde het binnen te houden. Ze liet haar hoofd zakken en boze tranen vielen op haar schoot.
'Nogmaals proberen dan?' vroeg ik zo luchtig mogelijk, maar ik kon de vraag niet eens herhalen voordat ze al begon met praten.
'Ik ben alleen! Niemand wist ervan totdat die achterlijke Vredesbewaker van je op me inliep toen ik met mijn plannen bezig was. Niemand in het Capitool is een rebel, anders had ik me wel samengevoegd, denk je niet?!'
Ik lachte en trok te wandelstok weer naar me toe waarna ze een klein stukje durfde op te kijken. Een rood, blauwe streep had zich gevormd op haar wang die al begon op te zwellen. Ik sloeg haar niet nogmaals, want ik wist dat ze de waarheid sprak. Ik kende de enige rebellenorganisatie in het Capitool en daar wist niemand iets van af.
'Zou u zich bij zo'n organisatie voegen als deze bestond?'
Onmiddellijk keek ze op. Verwarring was in elke gelaatstrek te zien en ik lachte kort. Wat een onnozel kind, dacht ik bij mezelf, maar misschien kon ze ook waardevol zijn.
'Hoorde je niet wat ik zei? Er is geen-'
'En hoe bent u daar zo zeker van?'
'Denk je niet dat ik dat zou hebben onderzocht?' vroeg ze spottend, maar aan mijn blik te zien kon ze merken dat ik het meende. Het bloed uit haar mond hoek drupte op het donkere tapijt, maar geen van ons beiden deed er iets aan.
'Een goede onderzoeker bent u dus ook niet. Dat zijn al twee negatieve aspecten aan u juffrouw Willis.'
Ze snoof en begon weer aan haar boeien te trekken alsof ze dacht dat ze losser waren gaan zitten de afgelopen paar minuten. Ik rolde met mijn ogen en bekeek het tafereel voor enkele seconden.
'Moet ik mijn vraag nogmaals herhalen of krijg ik mijn antwoord zonder u te slaan?' Vroeg ik met een snijdende stem en onmiddellijk hield ze op. Haar ogen richtte zich weer op die van mij en met een bijtende stem gaf ze antwoord.
'Ja, natuurlijk.'
'Mooi, dat kunnen we namelijk regelen.'
Ik wachtte haar reactie niet af maar liep onmiddellijk terug naar mijn stoel en plaatste de wandelstok weer naast me. Toen pas kon ik zien dat ze haar mond deels open had hangen en me vol verwarring aankeek. Ik zuchtte weer en wilde haar bijna vertellen dat ze haar lippen op elkaar moest drukken toen ze hem zelf al weer dicht deed.
'R-regelen?' vroeg ze onzeker, de stilte onderbrekend.
'Wel ik neem aan dat als u rebel bent, u ook graag bij een organisatie zou willen. Of niet soms?'
Ik keek op van de papieren die ik had verzameld en schonk haar een niet gemeende glimlach waardoor ze hopelijk zou ophouden met praten. Maar dat deed ze niet. Natuurlijk hield ze niet op, maar begon ze enkel nog meer vragen te stellen. Waarom ik dat vroeg, wie ik eigenlijk wel niet was, of ik gestoord was en of het Capitool hier achter zat. Allemaal dommer dan de vraag ervoor.
'Mijn naam is Lucien Zalazar, ook wel bekend als de Begeleider van District 5. En als dat u niets zegt weet ik niet of ik u nog wel wil rekruteren. ' Mompelde ik terwijl ik vluchtig door de papieren heen bladerde
'Natuurlijk zegt me dat wat.' Snauwde ze venijnig terug. 'Maar Begeleiders staan er niet om bekend om rebellen organisaties te leiden. Vooral niet degene die eerst hun mensen slaan.'
'Dat was om uw eigen bestwil,' antwoordde ik arrogant en stond weer op uit mijn stoel. 'U gaf geen antwoord op mijn vragen dus toen nam ik maatregelen.' In enkele passen bevond ik me achter haar stoel en maakte ik de touwen los die haar al die tijd gevangen hadden gehouden.
Ze rees onmiddellijk op. Haar blik flikkerde kort naar de wandelstok die zich weer in mijn hand bevond, maar zei er niks over. Ik overhandigde haar de twee papieren die ze nodig ging hebben wilde ze bij de organisatie komen, maar ze keek er alleen kort naar voordat ze haar mond weer opentrok.
'Deze papieren zijn onleesbaar, de woorden beteken niks.' mompelde ze waarna ze de papieren vrijwel meteen weer naar mij uitgestrekt hield. 'Wat moet ik hiermee?'
'Juffrouw Willis, denkt u nou werkelijk dat ik u formulieren mee zou geven waarop alles te lezen is over de organisatie? U bent echt zo onintelligent als u zich voor doet, is het niet?' zei ik geïrriteerd en griste het papier weer uit haar handen. 'Het is een cryptografische tekst, ik hoop dat u weet wat dat betekend?'
Ze knikte ietwat onwillig en pakte het papier weer van me aan. De rode striemen op haar polsen waren nu helemaal zichtbaar en ik keek er met een milde glimlach naar.
'Ik heb nog wat vragen.' Zei ze en ik zuchtte ietwat overdreven. Ik had gedacht dat ze nu alles wel begreep. 'Hoe weet ik dat ik je kan vertrouwen? Van vele mensen heb ik gehoord dat je je Tributen niet al te aardig hebt behandelt. Wie zegt dat je dat niet weer zal doen, maar dan bij mij?'
Ik begon te lachen toen ik terug dacht aan Kevin Jones en Emily Harrison. Het was waar dat ik niet de meest liefhebbende Begeleider was geweest, maar dat wilde ik ook niet zijn. Als ik ze in alle rooskleurige details had verteld dat ik niet een moordlustige Capitoolgezinde was, maar een moordlustige Rebellengezinde dan had ik nu dood in het kantoor van Snow gelegen. Hij had overal zijn spionnen, zo ook in elk gebouw wat maar met de Honger Spelen te maken had. Ik had me voor moeten doen als zijn spion en Kevin en Emily waren er gelijk voor gevallen. Nu zaten ze beide in de arena terwijl Mable hun mentor met wazig ogen naar de schermen keek. Ze was niet meer dan een verslaafde die alleen maar terug kon denken aan de Mutilanten van haar eigen Spelen. Ze durfde me nauwelijks aan te kijken, bang dat ik er in één zou veranderen. Doodsbang was ze voor mij, zoals zo vele anderen dat ook waren.
'Ik wilde ze testen,' Zei ik luid waardoor Felicia opkeek. 'Mijn spionnen hadden me verteld dat één van hen een mogelijke rebel zou zijn en als diegene ook zou winnen zou dat een perfecte uitkomst zijn voor de organisatie. Stel je voor, een Winnaar als rebel, de Capitoolinwoners zouden voor ons buigen.'
'Waarom vroeg je het niet gewoon aan ze in plaats van ze te martelen met je woorden en wapens zoals je bij mij hebt gedaan?' Vroeg ze venijnig terwijl we naar de deur begonnen te lopen.
'Vertel me dit eens juffrouw Willis, zou ik het echt te weten zijn gekomen of ze goede rebellen zouden zijn als ik het ze zo zou vragen of als ik zou kijken naar hoe ze zouden reageren op een gemene Capitoolinwoner?'
Stilte volgde waarbij ik mijn hand op de deurklink liet rusten. Ze zei niks meer maar bleef me enkel aanstaren waarbij haar blik overpeinzend was. Ze begon me steeds meer te irriteren.
'Uw stilte neem ik als een ja,' zei ik en opende de deur. 'Het is allemaal en test juffrouw Willis, precies zoals ik bij u heb gedaan. Had u mij de dingen verteld die ik wilde weten als ik het aardig had gevraagd? Nee, dat had u niet.'
'Misschien als je het heel aardig had gevraagd.' Glimlachte ze echter als antwoord en ik voelde mijn blik verstarren. Mijn hand greep de wandelstok steviger vast en ik wilde haar bijna stoppen toen ze een eerste stap buiten de deur zette. Ze draaide zich echter vanzelf al om en keek me met een frons tussen haar wenkbrauwen aan.
'Ben ik eigenlijk voor de test geslaagd of bespreken we die antwoorden nog onder het genot van een wijntje?'
Ik glimlachte enkel zuur en greep mijn wandelstok nog beter vast. Die opmerking was de druppel. Hoe had ik kunnen denken dat zij geschikt zou zijn voor de doeleinden die ik voor ogen had. Een jonge vrouw die het tot stylist in opleiding had geschopt door zich een weg omhoog te slapen met belangrijke mensen. En nu dacht ze bij mij hetzelfde uit te halen. Maar mijn opstand zou door niets gestopt worden. Zo ook niet door een onintelligente hoer als Felicia Willis.
'Nee dat zal er nooit van komen' Antwoordde ik ijskoud.
Met een klik trok ik het zilveren handvat van de wandelstok eraf en het handvat veranderde in een dun pistool. Haar ogen vergrote zich, maar ik gaf haar de kans niet voor een laatste ademtuig. Ik trok de trekker over en de kogel verdween tussen haar ogen.
AN: Een iets latere update dan ik eigenlijk op had gehoopt, maar we zitten met school hier in Nederland dan ook tegen het einde van het jaar wat de druk nog wat opvoert. Ik kan dan ook niet garanderen dat het volgende hoofdstuk er over drie weken op zal staan, omdat ik vrijwel alleen nog maar bezig ben met verslagen schrijven en leren voor tentamens.
Maar goed, nu over het hoofdstuk zelf! Het tweede tussenhoofdstuk alweer waarbij de hoofdverhaallijn is geïntroduceerd, een nieuwe thuis situatie is beschreven en een al bekend karakter wat duidelijk gemaakt is!
Over Terah: Omdat zij nog niet heel erg veel aanbod was geweest, maar wel de hoofdspelmaakster was vond ik het toch wel belangrijk om iets vanuit haar te schrijven. En deze gelegenheid gaf daar perfect de kans voor. Ik denk dat haar karakter in dit stuk vrijwel duidelijk is geworden en de interactie met Snow vond ik ook zeker leuk om te schrijven. Ik wil wel even opmerken dat 'mijn' President Snow toch iets anders is dan die in de boeken qua persoonlijkheid. Hopelijk vinden jullie dat niet erg.
Dan Nenya: Een karakter die jullie wellicht ooit weer terug zullen zien (wie weet)! Ik heb haar vooral gebruikt, omdat ik het heel interessant vond om de situatie in District 5 even beter uit te leggen. Bij Terahs stuk bleef dat misschien namelijk nog een beetje wazig, maar doordat je het nu door de ogen ziet van een inwoner is veel al snel duidelijker. Ik vond bij haar stuk vooral de beelden heel belangrijk die ik probeerde te scheppen van hoe de genocide van Snow nou eigenlijk in uitvoering eruit zag. Natuurlijk hebben we daar bij de originele boeken ook wat van mee gekregen in District 12, maar ik wilde toch een wat breder beeld scheppen. Ook omdat ik de boeken natuurlijk niet volg.
En als laatste, Lucien: Ik moet eerlijk toegeven dat ik hem een beetje had gemist om over te schrijven als karakter. Ik denk dat velen van jullie in de kleine stukjes waarin hij voorkwam altijd dachten: God, weer zo'n cynische, gemene Capitool Begeleider. Niet dus! Ik hoop dat dit toch wel voor een zekere verassing heeft gezorgd, omdat ik het heel belangrijk vond om dit goed over te brengen. Hopelijk snappen jullie nu ook de redenen waarom hij eerst zo overkwam, maar dat het dus eigenlijk allemaal een act was die hij heel serieus nam en ook zeker goed speelde. Hem zullen jullie ook zeker terug zien!
Ik hoop dus dat jullie van het hoofdstuk genoten hebben! Het volgende hoofdstuk zal zich natuurlijk gewoon weer in de arena afspelen op Dag 5 van de Spelen. Vanaf hier zal alles ook wel wat sneller gaan, waarschijnlijk na het volgende hoofdstuk. Doden zullen dan sneller komen en de verhaallijnen zullen langzaam bij elkaar komen in de arena, maar ook in het Capitool. Er zijn namelijk nog zeker wat oude karakters die weer geherintroduceerd zullen worden en ook zeer belangrijke rollen zullen gaan spelen. Ik kan jullie dan ook alvast verklappen dat er nog wel wat meer doden zullen vallen in het Capitool dan de twee van dit hoofdstuk!
Dan de puntentelling:
MyWeirdWorld - 63 Punten.
SirWalsingham - 66 Punten.
Sharonneke95 - 58 Punten.
Marielene – 51 Punten
MadeByMel - 44 Punten.
FF-Schwarz - 42 Punten.
Leakingpenholder - 33 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfan - 29 Punten.
TeenReadToo - 28 Punten.
Florreke - 25 Punten.
Azmidiske87 - 24 Punten.
Greendiamond123 - 19 Punten.
Serenetie-ishida - 19 Punten.
LeviAntonius - 19 Punten.
Cicillia - 18 Punten.
NoxSelkirk - 16 Punten.
Strawberrychickk – 11 Punten.
The Name is Florine - 11 Punten.
Evalovespeeta - 8 Punten.
xXHungerGamesFanXx – 2 Punten.
Jeffreyhphg – 2 Punten.
Silk Tiger – 2 Punten.
Kevinvalke – 1 Punt.
Ik moet wel zeggen dat ik het natuurlijk jammer vind dat als ik deze lijst zie en merk dat sommige mensen opgehouden zijn met lezen of reviewen. Ik hoop natuurlijk dat dit niet aan mijn verhaal ligt, maar aan iets anders. Toch hoop ik nieuwe lezers altijd te verwelkomen of oude weer terug te zien. En daarbij ben ik de lezers die trouw blijven reviewen altijd enorm dankbaar natuurlijk (:
Dan voor de vragen van dit hoofdstuk die jullie (mogen) beantwoorden in jullie reviews!
- Wat denken jullie van het hele plan van Snow! Denken jullie dat het hem gaat lukken, of District 2 echt de nieuwe District 5 gaat worden, of dat de Ministerraad misschien weer tegen hem in zal gaan?
- Wie van de mentoren of begeleiders denken jullie dat er nog meer een belangrijke rol gaan spelen? (Deze vraag hoef je niet te beantwoorden, want ik begrijp het heel goed als je veel mentoren en begeleiders alweer bent vergeten!)
- En als laatste, denken jullie dat de rebellie van Lucien/District 5 gaat lukken of dat die de grond ingeboord gaat worden?
Dat waren de vragen! Ik hoop dat jullie ze kunnen beantwoorden in de reviews! Ik kijk er in ieder geval naar uit. Dan wil ik LeviAntonius natuurlijk ook nog even bedanken voor al zijn tips en ideeën die me hebben geholpen dit hoofdstuk!
Liefs en succes met de examens/tentamens voor degene onder ons die daar aan moeten geloven!
Jade
