(BTK 3) H3 Familie voor alles.
Harry had een slapende Aristona op zijn schoot. Links van hem zat Bella en rechts van hem zat Daphne. Ze zaten beide met hun benen opzij tegen Harry aan geleund. Onbedoeld was Suzanne voor hem gaan zitten en had een slapende hand van Aristona in haar handen. Zelf lag Suzanne ook bijna te slapen tegen de knie van Harry aan. In de hoek van de zijkamer lag Hermelien met haar hoofd op de schoot van Marcel. Het was laat geworden op het feest en dat kon je zien aan de vermoeide gezichten. Met een kleine beweging gaf Harry aan dat het tijd werd om Aristona naar bed te brengen.
Isabella stond gelijk op maar Harry hield haar tegen.
"Laat maar mam, dat doen wij wel even. Ik denk dat Suzanne en Hermelien ook wel willen slapen. En er zijn hier kamers genoeg". Isabella knikte en keek met bewondering naar de jonge man die ze als haar zoon beschouwde. Even keek ze naar Lilly toen ze de kamer waren uitgelopen.
"Onze jonge word al groot he Isabella" vertelde Lilly haar. Met een kleine glimlach knikte Isabella en ging weer in haar stoel zitten. Zowel Lilly als Isabella hadden de zelfde gedachten. Harry zou later een goede vader worden dat was zeker.
Toen de vier vrienden die nog wakker waren weer terug kwamen werd de stemming meteen wat serieuzer.
"Jonge Heer potter, het is duidelijk waar u staat als ik het zeggen mag". Riep mr. Davids Hem toe. Harry keek hem niet begrijpend aan en haalde zijn schouders wat op.
"Als eerste zijn wij hier allemaal vrienden. Dus ook u en de rest in deze kamer mogen gewoon Harry zeggen". Het was een klein gebaar voor Harry. Maar voor zijn gasten was het een eer als je een heer van zijn status bij zijn naam mocht noemen. En vooral wanneer iedereen gehoord had dat hij door de minister en door Perkamentus Heer Potter genoemd wilde worden.
(A/N: ik noem de familie Davids en de familie Patil gewoon meneer en mevrouw. Ze zullen niet zo vaak voor komen dus ga ik ze ook geen namen geven).
"Oke dan word het Harry" vertelde meneer Davids hem. Harry echter wist nog steeds niet wat meneer Davids bedoelde met weten waar hij stond. Het was ook een van de vragen dat hij aan de andere gasten vroeg. Marcel die tegen over hem zat net als Tracy en de Patil tweeling. Wisten ook niet wat hij bedoelde. Bella dacht diep na en enkel Daphne scheen het te begrijpen. Voordat meneer Davids wat kon zeggen kwam David Goedleers even tussen beide.
"Daphne waarom leg jij het niet even uit aan Harry en de anderen". Daphne knikte en ging een beetje rechtop zitten.
"Harry toen jij met Harriet had gedanst en Droebel zijn vliegles had gegeven. Heb jij laten zien dat jij sterker bent dan Albus Perkamentus. Iets wat Tracy en de Patil tweeling al wisten natuurlijk. Nu weet iedereen ook dat jij een heer bent over drie huizen. Dus erg machtig. Met alle vrienden die jij om je heen hebt, ben je al machtiger dan Droebel. Kijk alleen maar als voorbeeld hier in deze kamer. Hier alleen al heb je bijna 60% van de Wikenweegschaar in je handen. Dat is bijna altijd een winst voor jou.
Jij hebt ook meteen laten zien dat er geen tovenaar boven de ander staat en ook niet boven een kobold. Toen jij als eerste Harriet aan iedereen voorstelde. Volgde Bogrod jou. Zo liet hij zien dat hij onder jou stond. Maar omdat jij hem op de dansvloer waardig heb begroet, liet je zien dat jij onder hem stond. Dus jullie waren gelijk. Dat werd nog eens duidelijk gemaakt toen jullie elkaar knuffelende, dat was een wederzijds teken van gelijkheid. Daarna waren de gasten verdeeld tussen hen die zich beter voelen dan de rest. En zei die zich gelijk voelen aan iedereen, ongeacht welke afkomst die persoon of wezen heeft.
En dan is er nog een ding. Wij hebben vandaag gasten gehad die gezien worden als donker of licht. Marcel en Augusta Lubbermans zijn als het waren licht. Malfidus en Andromeda worden gezien als donker. Wij de goedleers en de Davids worden gezien als grijs. Het geen wat er tussen licht en donker zit. En ook open staan voor beide kanten. En jij hebt vandaag de middenweg gekozen dus jij bent nu grijs. En met jou iedereen die onder huis Potter/ Prosper en Griffoendor valt. Maar omdat huis Goedleers, huis Lubbermans en huis Bonkel bij jou staan. En wij ons bij de Wikenweegschaar hebben verenigd. Zijn wij hier nu allemaal grijs".
Met een vragende blik hoopte ze dat Harry alles had begrepen.
"Dus precies waar deze avond voor bedoeld was" vertelde Harry haar.
Juist en door het samen vertegenwoordigen van deze avond. Zijn een hoop kanten tot een gekomen. Met als resultaat een overwicht van grijs.
Die nacht werd het nog laat voordat iedereen eindelijk weg of naar bed ging.
*#*
Drie dagen later verscheen Andromeda voor de poorten van Azkaban. Met heel veel moeite had ze een gesprek kunnen regelen met alle leden van huize Zwart. Hoewel ze misschien de naam niet droeg bleef ze wel altijd een lid van de familie. Je had geen rechten maar je bloed bleef dat van een zwart. En het hoofd van de familie was Sirius zwart.
De naam Zwart zelf droeg nog een bepaald gewicht in de toverwereld, en dat kon niemand ontkennen. En dat was ook de rede dat Andromeda de ontmoeting voor elkaar had gekregen. Het feit dat ze nu een Potter was had daar ook bij geholpen.
Met veel moeite en de hulp van Amalia had ze kunnen regelen dat het in een aparte kamer zou gebeuren. En daarom liep ze dan ook met haar hoofd omhoog de gevangenis binnen. Toen ze zich had aangemeld werd ze een bepaalde kamer binnen geleid. Deze kamer was voorzien van een spreuk bezwering. Binnen kon je wel toveren maar er was een gedeelte eromheen waar dat niet kon. Dit was voor de bescherming van het bezoek en de gevangenen. Maar vooral voor het personeel van de gevangenis.
Andromeda zat alleen in de kamer en keek een beetje om zich heen. Het was een simpele vierkante kamer met geen ramen. Er stond een simpele tafel met vier stoelen. Inwendig hoopte ze dat ze hier goed aan deed. Bella had haar gevraagd om alles aan Bellatrix te gaan vertellen. Ze wilde haar waarschuwen voor wie ze was. Ook wilde ze hebben dat Narcissa wist van haar bestaan. Het was haar namelijk opgevallen dat Narcissa onbewust Harry aan het beschermen was. En zich tegen de wil van haar man keerde. En dat kon alleen maar tot iets goeds lijden.
Andromeda zat nog maar net toen de deur openging en Narcissa naar binnen kwam gelopen.
"Andromeda, jij bent geen zwart meer hoe kan jij een familie bijeenkomst bijeen roepen". Was de eerste vraag van Narcissa. Het kleine glimlachje dat zich rond de mond van Andromeda bevond voorspelde niet veel goeds. En toch was het zeer rustgevend voor Narcissa.
"Mijn heer heeft vele connecties en is pas twaalf jaar. En als ik mij niet vergis heb jij ook een zwak voor hem net als ik, En hoewel mijn naam niet Zwart is, is mijn bloed dat wel".
Narcissa keek haar zuster door dringend aan. Ze wist dat ze het over Harry Potter had. En het was ook waar dat ze een zwak voor hem had. Maar kon ze dat zo openlijk toegeven. Harry Potter was de heer van Andromeda, maar niet die van haar. Drie dagen geleden was ze nog op het feest in kasteel potter geweest. Die avond had ze haar ogen uitgekeken.
Heer Potter had een stempel gedrukt op de hele avond. Hij had duidelijk laten zien dat hij voor een verschuiving in de Wikenweegschaar zou zorgen. Huizen Bonkel had zich visueel bij hem aangesloten door hem door de zaal te lijden. Het zelfde had Minerva gedaan met Marcel Lubbermans. David Goedleers en Augusta Lubbermans hadden dat ook gedaan. En het was allemaal weer terecht gekomen bij heer Potter. Maar het mooiste was het stam punt dat hij nam tegen over minister Droebel, en dat alleen maar voor de eer van de vrouw van Bogrod. Haar man Lucius had hem daarvoor nog twee dagen vervloekt.
Even dacht ze nog terug aan het moment dat ze binnen kwam. Lucius wilde alleen maar gaan omdat hij wist dat iedereen daar zou zijn. Het was namelijk niet iedere dag dat je het Potter kasteel binnen mocht. Hij hoopte dat hij het hele feest had kunnen ontregelen. Maar alles was vanaf het begin mislukt. Toen Lucius en Draco hem met de nek hadden aangekeken en zo naar binnen liepen moest ze inwendig lachen. Ze wist dat haar zuster met Harry Potter moest gaan trouwen en dat zou hem tot Familie maken. En ook moest ze even terug denken aan de kus die ze hem had gegeven. Die kus die ze van haar zuster Bellatrix moest geven. Zelf dacht ze nog dat het niet veel zou betekenen maar niets was minderwaar. Heer potter had zachte lippen en daar had haar zuster haar voor gewaarschuwd. En daar moest ze nog vaak aan terug denken. Vooral omdat Lucius daar niets van af wist. Dat maakte het toch ook weer spannender voor haar. Ook was het de eerste echte kus die ze had gehad in de laatste 13 jaar.
"Ja Andromeda ik heb een zwak voor heer potter. Ik zal het niet ontkennen maar het is zo". Even moest Narcissa nadenken voor ze verder ging.
"Hij heeft mij vaker dan ooit laten zien waartoe hij instaat is. En ook hoe hij het hart van Bellatrix heeft veroverd dat doet mij meer dan goed". Andromeda knikte en wees haar een stoel. Voor de tweede maal ging de deur open en nu verscheen Sirius in de kamer. Hij omhelsde Andromeda en keek wantrouwend naar Narcissa.
"Sirius, Narcissa heeft de goedkeuring van Bella en ze is hier voor een goed doel". Vertelde Andromeda hem vlug toen ze zijn blik had gezien.
"Bella, de Bella van Harry" vroeg Sirius aan Andromeda. Andromeda knikte naar Sirius. Narcissa die het niet begreep keek opnieuw naar Andromeda.
"Bella, dat is toch Bellatrix vaals. Wat heeft die hiermee te maken". Vroeg Narcissa aan Andromeda. De blaffende lach van Sirius deed haar een beetje vreemd opkijken. De blik van Sirius naar Andromeda ontging haar niet.
"Ze weet het nog niet" vroeg Sirius aan Andromeda. Die schudde enkel van nee. Opnieuw klonk de blaffende lach van Sirius door de kamer heen.
Toen de deur voor de derde maal open ging keek iedereen op. Daar stond een hopeloze heks. Bellatrix keek de kamer rond en liet haar blik op Narcissa vallen.
"Hoe is het met mijn man" riep ze meteen uit toen ze Narcissa zag staan. Narcissa keek haar aan en wist niet echt goed wat of ze haar moest zeggen. De laatste keer dat ze Bellatrix bij haar toekomstige man had gezien was het in st Holisto. Toen stond ze nog versteld van de gevoelens die ze voor heer Potter had.
"Alles is goed Bellatrix. Ik heb begrepen dat hij hier over een week ook bij jouw wild zijn. Ze kon het niet helpen om een beetje ontroerd te worden toen Bellatrix, Harry meteen tot haar man benoemde.
Dit was het punt dat Andromeda ingreep.
"Dat is nou precies het punt waarom wij hier zijn. Het gaat om jouw Bellatrix, maar vooral om Harry Potter, jouw man". Iedereen in de kamer keek haar vragend aan. Andromeda begon met het vertellen van het verhaal van Harry Potter. Narcissa en Bellatrix die al het meeste hadden gehoor van Tops keken niet verbaasd op. Sirius daarin tegen had het veel zwaarder. Het was zijn fout dat hij in Azkaban zat, en ook dat hij niet voor Harry had gezorgd.
Vlak daarna begon Andromeda te vertellen over de kleine Bella. Het was best wel schrikken toen ze hoorde dat Bella eigenlijk Bellatrix was. Bellatrix zelf begon zich erg ongemakkelijk te voelen. Maar dat was iets waar Andromeda zich niets van aan trok. Ze vertelde dat Bellatrix op de een of andere manier was teruggestuurd door Voldermort. Wanneer en waarom, dat was iets dat ze niet wisten. Wel kon Andromeda hen vertellen dat het enige wat de kleine Bella moest doen was de grote Harry Potter doden. En ook dit deed de maag van de volwassen Bellatrix opnieuw omdraaien.
Voor de ogen van haar familie zakte de volwassen Bellatrix in elkaar. Sirius was de eerste die haar op ving. Met trillende handen en knieƫn werd Bellatrix op een stoel gezet. Andromeda ging bij haar zuster staan en vroeg of het ging. Bellatrix keek met tranen in haar ogen naar haar zuster op.
"Zeg me dat ze hem niet gevonden heeft. Zeg me dat mijn man veilig is". De toon die Bellatrix gebruikte was verdrietig maar vooral smekend.
"Het spijt me Bellatrix. Maar dat kan ik jou niet zeggen. Ze heeft hem namelijk al vijf jaar geleden leren kennen". Het was een antwoord dat Bellatrix niet wilde horen. En ze keek dan ook met tranen in haar ogen naar Andromeda.
"Hoe... Hoe heeft hij haar tegen gehouden al die jaren. Hoe komt het dat hij nog leeft dan". De vraag van Bellatrix, deed niets anders dan een lach rond de mond van Andromeda toveren.
Bellatrix wist zich even geen houding te geven en keek haar zuster recht in de ogen aan.
"Waarom sta jij nou te lachen, het gaat wel over de jongen van mijn dromen ja". Bellatrix werd met de seconde kwader en ging bijna tekeer tegen haar zuster.
"Ik ben nog niet uit Azkaban of hij word alweer met de dood bedreigd. En jij lacht daar alleen maar om. Maar hem helpen ho maar. Nee, jij komt mij hier doodleuk vertellen dat hij ieder moment vermoord kan worden." Bellatrix stond op en begon door de kamer heen te lopen.
"En jij bent nu hier, moet jij hem niet gaan beschermen als jij dit allemaal weet, hij is nog niet eens dertien. EN HOU OP MET LACHEN". Riep ze Andromeda fel toe.
Nu kon Andromeda het helemaal niet meer houden. Ze lag rollend van het lachen op de grond. Toen ze na tien minuten bij kwam nam ze haar zusje in haar armen. In de eerste instantie duwde Bellatrix haar nog weg, maar gaf wat later toch toe. En liet haar hoofd rusten op de schouder van haar oudere zuster.
"Bellatrix schat, Ik hoef niets aan Bella te doen. Jij bent Bella en Bella is jou weet je nog wel. En net als bij jou heeft hij ook haar hart al veroverd. En het was ook Bella die ervoor gezorgd heeft, dat jij bij jou man ik het ziekenhuis kon zijn. Ze vertrouwde niemand anders dan zichzelf daarvoor". Bellatrix keek haar opnieuw met grote ogen aan. Ze kon het niet geloven, was ze echt door zichzelf bij Harry gebracht.
Sirius keek het allemaal aan en stond perplex bij het geen wat voor zijn ogen was gebeurd. Hij wist inmiddels dat Bellatrix hier ook in een verkleinde versie was. En ook dat zijn nichtje met zijn peetzoon moest trouwen. Maar dat ze zoveel gevoel voor hem had dat wist hij nog niet. En dat was ook het geen wat hem het meeste deed verbazen. Sirius keek van Bellatrix naar Andromeda.
"Oke wat wil je dat we doen Andromeda" vroeg hij dan ook meteen.
Even keek Andromeda hem recht aan, Langzaam schoof ze haar blik op Bellatrix en daarna op Narcissa.
"Oke het is eigenlijk heel simpel Ik wil dat jullie een belofte afleggen op jullie magie dat jullie er alles aan zullen doen om Bella en Harry te beschermen. Ik zelf zal die belofte ook doen".
Narcissa was de enige die een beetje terughoudend was. In haar hart wilde ze alles doen voor haar kleine zusje. Maar ze wist ook dat ze thuis nog een dooddoener had zitten. Het was iets wat Sirius ook was opgevallen. Met een paar passen liep hij op Narcissa af. Hij legde zijn handen op haar schouders en zijn voorhoofd tegen dat van haar. Het was iets dat hij vroeger ook al deed. Altijd als er dan iets was wat Narcissa dwars zat, was dit de manier om het uit haar te krijgen.
"Narcissa, Wat is er met jou. Ik ken jou lang genoeg en weet dat er wat is". Narcissa keek Sirius aan en wilde haar blik weg draaien. Sirius nam haar wangen in zijn handen en hield haar tegen.
"Narcissa, Doe het nou eens niet. Ik ben jou neef en ik ken jou. Dus kijk me aan en zeg wat er is". Narcissa keek naar beneden en deed er alles aan om maar niet in de ogen van Sirius te kijken. Sirius echter hield zijn voorhoofd tegen dat van haar en wachtte rustig af. Met een diepe zucht rukte Narcissa haar hoofd naar achteren.
"Okee, Okee" riep ze gefrustreerd uit.
"Het is Lucius, wat moet ik thuis gaan zeggen.
O Lucius ik heb een belofte op mijn magie gemaakt, en ik moet Bellatrix beschermen. Kijk dat zal hij goed vinden. Maar als ik hem zeg, ik moet Harry potter beschermen. God ik heb hem al een maand geleden moeten tegen houden. Hij had Harry bijna in de gang van Zweinstein gedood. Alleen omdat die jonge Dobby uit zijn klauwen had gered". Narcissa begon een tirade over alles wat Lucius van Harry Potter vond en iedereen in de kamer keek haar met open mond aan. Ze ging bijna een kwartier door toen ze langzaam weer rustig begon te worden.
"Nee, hij kan hem niet uitstaan. En dan hebben we nog Harry Potter. Een jonge van 12 die een Basilisk heeft vermoord. En als ik de verhalen van Draco moet geloven dan was dat beest meer dat twintig meter lang. En hij heeft hem met een zwaard gedood. Niet eens met magie ".
Bellatrix keek haar zuster met grote ogen aan en toen na Andromeda.
"Jij wist het he ANDROMEDA, jij wist het allemaal he" vroeg Bellatrix haar met een klein beetje venijn in haar stem. Andromeda knikte langzaam.
"En jij dacht ook even niet om mij dat ook even te vertellen. Wie laat die jongen toch steeds in die situaties belanden". Vroeg ze meteen.
Andromeda keek naar de grond en mummelde wat. Bellatrix, Narcissa en ook Sirius keken haar nu aan. Alleen Narcissa wist wat er allemaal ongeveer gebeurd was op school. Alleen had zij een andere versie gehoord. Zij hoorde dat Harry het zelf had gedaan, dat enkel en alleen maar om aandacht te krijgen, maar ook om de held te kunnen spelen.
Natuurlijk wist Narcissa dat de verhalen van Draco erg overdreven waren. Maar dat wist ze in het begin ook niet. Nee, daar was ze in de ziekenzaal achter gekomen. Dus ook Narcissa keek met aandacht op naar Andromeda.
Andromeda slikte even en keek ook nu weer naar de grond.
"Het was en is Albus Perkamentus die het allemaal heeft toe gelaten. De littekens en de gebeurtenissen op en voor zijn schooltijd. Hij wist ervan en heeft er niets aan gedaan.
In het eerste jaar heeft Harry samen met Bella Voldermort verjaagd en een leraar gedood. En in het tweede jaar heeft hij het opnieuw gedaan. Alleen was Voldermort een herinnering en jij Bellatrix, lag Verstijfd van angst op de ziekenzaal. Hij heeft toen Ginny Wemel gered en de slang gedood omdat die jou had verstijfd".
Bellatrix zakte op de stoel en keek weer wezenloos voor zich uit. Waarom overkwam haar kleine Harry dit allemaal.
Sirius keek alleen maar verbaasd. Dit was allemaal nieuw voor hem en hij wist ook niet echt goed wat of hij moest doen. Hij wist wel wat hij aan het probleem van Narcissa kon doen.
"Oke we zweren de eed van bescherming en een eed van geheimhouding voor alles en iedereen. Op die manier zal onze magie ook Narcissa gaan redden.
Narcissa was opgelucht toen Sirius het voorstelde. Het was ook de redding die ze wilde. Zeker nadat ze haar zusje samen met Harry in de ziekenzaal had zien zitten. Pas nu ook drong het tot haar door dat de kleine Bella Vaals eigenlijk haar zusje was. Het meisje dat zoveel op haar leek, bleek haar dus ook echt te zijn. Het gekken was dat ze alleen maar meer respect kreeg voor Harry potter. Die Jonge had iets speciaals en ook iets angstigs om hem heen. Al drie keer had hij heer Voldermort tegen gehouden. De drie keer waar zij van wist. En dat had nog geen volwassen tovenaar gedaan. En Harry was pas twaalf. En hij was nog zo gewoon. Nee, Harry zou iemand worden om rekening mee te houden. En als zijn Bella het zelfde als de Bellatrix was die nu voor haar stond dan zouden ze samen een stel zijn, die niet zomaar gestopt konden worden. Zelfs niet door die heer Voldermort van haar man.
Gezamenlijk legde ze de eed af en ook die van geheimhouding. Alleen Andromeda vertelde in die eed dat ze het aan Bella zou vertellen. Omdat die haar gevraagd had wat met de Bellatrix van nu te regelen. En in eens van uit het niets sloeg Andromeda drie keer op het achterhoofd van Sirius.
"Auuww, waar was dat voor" schreeuwde hij.
"Dat is omdat je Nymphadora over dat plekje achter mijn linker oor hebt verteld. Ze laat me nu geen ochtend meer met rust. Jij rotzak. Zelfs in de bak maak je mijn leven nog tot een hel".
Mompelende liep Andromeda na een knuffel met Bellatrix en Sirius weer weg. Het was het einde van het bezoek. Sirius en Bella werden terug gebracht en Narcissa liep achter haar oudste zuster aan.
Zonder ook maar een woord te zeggen liepen ze gezamenlijk naar de boot. Op de boot draaide Narcissa zich naar Andromeda.
"Je weet dat ik niet zoveel kan doen he voor hen beide" vertelde ze haar.
"Dat weet ik Narcissa. Maar alles wat je kunt doen is mooi. En om eerlijk te zijn ik denk niet dat Harry het nodig heeft. Ik maak me meer zorgen om Bella. En vooral om de genen die Bella wat aan doet". Het laatste deed Narcissa opkijken.
"Hoe bedoel je dat nou weer Andromeda" vroeg ze dan ook meteen. Met haar ogen keek ze naar de lucht en toen naar Narcissa.
"Harry traint nu met mijn dochter. En het gebeurd vaak dat wij dan bij hem staan te kijken. Samen met zijn vrienden leren ze van alles. Dat ze dat willen, dat komt hoofdzakelijk door de eerste twee school jaren". Narcissa keek haar aan en begreep wat ze bedoelde. En als ze terug dacht aan Harry snapte ze ook waarom die het zou willen.
"Jij hebt gezien hoeveel kracht hij had om Droebel naar buiten te blazen. En ik kan jou zeggen dat hij een hoop heeft achter gehouden. Als een van de spreuken van sneep of Perkamentus Bella had geraakt. Dan hadden die het vandaag niet meer na kunnen vertellen. Dat is nou een ding dat ik zeker weet ".
Narcissa kon het bijna niet geloven. Ze wist dat Harry sterk was maar dat hij inhield dat wist ze nog niet.
"Laat ik het jou anders zeggen Narcissa. Als hij duelleert met tops geeft ze hem alles wat ze heeft. David goedleers doet het zelfde. Zij doen het omdat ze alles nodig hebben in een gevecht met hem. En nog kunnen ze maar amper van hem winnen Ze winnen het van hem door ervaring en de hoeveelheid spreuken die ze kennen. Als het om magie zou gaan dan zijn ze baby's vergeleken bij hem. En het ergste is nog dat hij zelf niet eens weet hoe sterk hij werkelijk is".
Andromeda nam afscheid van Narcissa en Verdwijnselde. Met die laatste woorden liet ze een verbouwereerde Narcissa achter.
