(BTK 3) H8 Droebel tegen Zeven

De ogen van Sirius waren bezorgd en een beetje wild. Hij wist niet wat er precies gebeurd was maar wilde het wel weten. Inwendig was hij ook bang voor het antwoord dat hij zou kunnen krijgen. Het was immers niet iedere dag dat er drie mensen naar de gedachten wereld gingen.

Bellatrix die net als Sirius een beetje wild om haar heen keek wist ook niet wat ze moest denken. Wel wist ze dat ze nu veel meer over de band van Bella en Harry wist, dan dat ze eigenlijk wilde weten. Het kleine beetje jaloezie dat ze had was nu totaal weg geëbd. Ze begreep nu hoe belangrijk haar kleinere ik was voor Harry. Maar vooral ook, hoe belangrijk zij was voor hem.

"W-was dat echt V-voldermort die ik in jouw ge-gedachten heb behekst" Vroeg Bellatrix een beetje stotterend. Bella en Harry knikte allebei meteen van ja.
En rilde nog wat na van de vloek waaraan ze waren blootgesteld. En dit overkomt jou zo'n een tot twee keer per maand" vroeg ze vervolgens aan Bella.

Bella stond op en ging bij zichzelf zitten.
"Ja en iedere keer is het Harry die mij en jou komt helpen. Hij zal er altijd voor ons zijn. Voor mij en voor jou. Dat is een ding wat ik zeker weet". Nu keek Bella in de ogen van Bellatrix en legde haar hoofd op diens schouder.
"Ik weet alleen niet wanneer jij terug word gesteurd. Maar wat ik wel weet is dat jij de beste man vind die heel magisch Engeland je kan bieden".

Nu was het Bellatrix die een haar blik op Harry liet rusten en hem diep aan keek. Ze wist dat de kleine Bella gelijk had. Hij was een van de grootste tovenaars die ze ooit had gezien. Helaas voor hem had hij alleen die kracht als hij boos was. Buiten die angst was hij gewoon te bang om zijn krachten te gebruiken.

Wat haar wel verheugde was dat Ze zag dat zij zelf ook een stuk sterker was geworden door Harry. Sterker dan dat ze zelf was geweest toen ze die leeftijd van Bella nu had. En het gaf haar ook hoop dat Harry Voldermort kon verslaan. Er was nog wel een ding dat Bellatrix een beetje dwars zat. Toen ze zelf klein was viel ze meer op vrouwen dan mannen. En ze wist nu niet of dat nog zo zou zijn. Wat ze wel wist was dat ze Harry geen pijn wilde doen. De tijd die erop volgde in de kamer spraken ze een hoop af.

Bellatrix wilde alles weten over hoe Harry zich aan het voor berijden was op het gevecht met Voldermort. Dat was er immers een die er zo wie zo ging komen. Ook gaf ze Bella de mogelijkheid om in hun kluis te komen. Het geld wat er in lag was immers ook van haar. Alleen Sirius was het laatste Halfuur wat terug houdend geweest. En toen Harry daarnaar vroeg gaf hij alleen maar het antwoord dat hij veel had om over na te denken.

Na het afscheid en een innige kus van Bellatrix met Harry, verlieten ze de kamer en gingen op weg naar huis.

*#*

Isabella zat in het potter kasteel met ongeduld te wachten. Ieder uur dat het langer duurden voor dat Harry terug was, was een kwelling voor haar. Steeds weer wierp ze een blik op de klok en zag dat er dan maar een minuut voorbij was gegaan.
"Ik zie dat mijn zoon de juiste keuze heeft gemaakt in een surrogaatmoeder". Riep Lilly van uit het schilderij aan de muur. Isabella kon niets anders dan flauwtjes lachen naar Lilly. Ze stond bol van de zenuwen. Ze wist dat Harry en Bella iets van plan waren om te gaan doen met Bellatrix. Ze wist ook dat Tops ervan af wist. Maar wat ze gingen doen dat was iets dat ze nu niet wist. En het was ook net het gene wat ze nu juist wel wilde weten. Natuurlijk ze vertrouwde Bella, en Harry volledig. Maar ze wist niet hoe Bellatrix zou gaan reageren.

Toen er in de hal het geluid klonk dat er iemand verschijnselde ging ze er meteen heen.
"En hoe is het afgelopen Harry" riep ze al voor dat ze in de hal was. Tot haar verbazing stond niet Harry maar Marcel en zijn oma daar. Ze had een brief van het ministerie in haar handen en keek wat angstig. Met een luide stem riep ze naar de bibliotheek Dat Daphne en Hermelien meteen bij haar moesten komen. Terwijl ze met Augusta de zij kamer weer in liep hoorde ze weer wat in de hal. Deze keer was het jammer genoeg weer geen Harry die er stond. Nee, nu waren het Amalia en Suzanne. Ook Amalia had een brief van het ministerie in haar handen. En ook Amalia keek niet echt blij bij die brief.

Toe er voor de derde maal iets in de gang klonk was Isabella niet meer te houden. Met open armen rende ze naar de hal toe en pakte de eerste die ze zag in haar armen. Zonder dat ze echt keek wie het was.
"Nou dat vond ik nog eens leuk, zo wil ik wel vaker verwelkomd worden" Zei Andromeda. Isabella keek haar schuldig en een beetje verlegen aan. Andromeda lachte echter en nam haar mee naar de zij kamer. Bij het vierde geluid bleef Isabella angstvallig zitten. Ze wilde niet nog eens bij de verkeerde in de armen springen. Maar toen ze het gezicht van Harry in de deur opening zag komen, rende ze dan toch meteen met open armen op hem en Bella af.

De knuffel die ze hen gaf was er een van pure opluchting. Met een zucht van verlichting liet ze hen dan ook weer los en keek naar de anderen. Het was Amalia die als eerste sprak.
"Het spijt me dat ik dit moet zeggen maar kleed jullie om in je beste kleren en kom meteen naar het ministerie. Jullie rechtszaak die tegen jullie is aangespannen door Droebel begint over precies een uur. En het was ook op dat moment dat er twee uilen naar binnen kwamen gevlogen. En de brieven van Harry liet zien dat ze nu nog maar drie kwartier hadden.

Het was een wirwar van mensen die zich aan het aan kleden waren. Iedereen had al een stel kleren in het potter kasteel liggen. Inmiddels was Minerva ook van uit het kasteel verschenen met een zelfde brief in haar handen.
Het gene wat Droebel en Perkamentus nu gedaan hadden, dat hadden ze al zo een beetje verwacht. Dus gelukkig hadden ze zich daar ook een beetje op voor berijd. Met nog tien minuten te gaan gebruikten ze het open haard netwerk om in het Ministerie te komen. Vandaar uit hadden ze nog maar een paar minuten om in de rechtszaal te komen. Harry had nog wel even gauw een aantal mensen ingelicht via de open haard door middel van een haard gesprek. Hij hoopte dat die er dan ook op tijd zouden kunnen zijn. Anders zouden zijn plannetjes niet gaan werken.

Toen Amalia als eerste de rechtszaal in kwam zag ze dat Droebel al begonnen was. Met een beetje air verwelkomde hij het gezelschap.

*#*

Tien minuten daarvoor.

"Ik heet jullie allemaal welkom in de rechtszaal" klonk de stem van Perkamentus. Met een tevreden glimlach keek hij de zaal rond. Tot zijn opluchting zag hij dat veel van de stoelen leeg waren. En het waren de stemmen die Harry potter nodig zou hebben, om te kunnen gaan winnen.
En meteen kreeg hij de hoop dat de vrienden die Harry nu had opgebouwd hem allemaal in de steek zouden gaan laten. Vooral als ze zouden zien dat hij zelfs een kleine rechtszaak zo als dit al zou kunnen verliezen. Als hem dit zou lukken dan kon hij weer de beschermer over Harry Potter worden, en was hij heer Potter af. Althans zolang hij niet volwassen was.

Met een inwendig lachje keek Perkamentus even opzij naar Droebel en gaf hem een knipoog. Droebel die het door had knikte terug en wist dat hun plannetje was gelukt. Nu was het alleen hoopte dat het nog lang zou duren voor dat Harry en zijn vrienden de zaal in zouden komen. Perkamentus keek nogmaals de zaal rond en gaf toen het woord aan Droebel.

"Oke ik zie dat Harry Potter er nog niet is, Dus ik zal alvast beginnen. Als Harry potter er nog niet is voor ik mijn pleidooi af heb dan vervalt de rechtszaak en hebben zij per definitie verloren," riep Droebel met een voldane toon tegen iedereen die aanwezig was. Droebel wilde net aan zijn Pleidooi beginnen toen Amalia de deur open gooide.
"Ah, ik zie dat de anderen toch nog de moeite namen om te verschijnen:" Riep Droebel met een kleine air. Amalia vernauwde haar ogen en wierp een koude blik op Droebel. Droebel deed zijn neus de lucht in en gebaarde dat ze gauw moesten gaan zitten.

Perkamentus keek eerst naar Amalia en toen naar haar gevolg. De manier waarop Harry voor de andere liep en hoe de anderen achter hem aan liepen, liet zien dat ze macht en kracht uitstraalde. Nu keek hij weer even naar de stoelen die leeg waren. Alleen waren die nu niet meer zo leeg. Ze waren bijna allemaal gevuld met Kobolden. Toen Perkamentus dat zag liep hij meteen op Droebel af. Met zijn vinger wees hij op de kobolden die nu op de zetels zaten die aan het huis van heer Potter behoren. Droebel zag ze nu ook zitten en liep naar het midden van de zaal.

Met een blik van afgunst keek Droebel naar de kobolden en gruwelde een beetje. Met moeite deed hij zijn mond open.
"Het spijt mij. Maar ik moet jullie verzoeken om die stoelen te verlaten. De zaal voor de bezoekers is daar boven". Nog voor dat Droebel was uitgesproken stond Harry voor hem. Hij keek Droebel doordringend en dreigend aan.

"Mag ik weten waarom u Bogrod, zijn Vrouw Harriet en zijn kinderen van die plaatsen wild verwijderen. Minister Droebel" beet Harry hem toe. Droebel keek even naar Harry en weer terug naar Bogrod.
"Harry, ik moet jou vertellen dat, dat geen plaats is voor Kobolden, die horen in de bezoekers ruimte". Vertelde Droebel hem, door vervolgens meteen lachend naar de andere leden te kijken van de Wikenweegschaar.

Hier en daar op de stoelen klonk er een zacht gegniffel. Een iemand was wat harder aan het lachen. Toen Harry zijn blik daar heen liet gaan zag hij dat het Lucius Malfidus was. Naast hem zat Narcissa. Ze had ook een lach rond haar mond. Gelukkig kon Harry zien dat het een geforceerde lach was. En inwendig deed hem dat goed. En op het oog zag ze er ook weer gezond uit. Langzaam draaide hij zijn ogen weer naar Droebel toe.

Geen van de Kobolden was opgestaan of had ook maar aanstalten gemaakt omdat ook maar te gaan doen. Harry die niet meer van zijn plek was geweken wachtte rustig af. Droebel die eerst bleef wachten totdat de kobolden zouden gaan opstaan wenkte nu voor de schouwers.
"Ik wil dat jullie die Kobolden daar weg halen. En naar buiten begeleiden" vertelde Droebel hen. Op het moment dat de schouwers vlak bij de kobolden waren riep Amalia dat ze moesten stoppen.

Droebel wierp meteen een vijandige blik haar kant op.
"Waar denkt u de durf vandaan te halen om tegen het woord van de minister in te gaan" beet Droebel haar meteen toe.
"Ik denk dat ik u wederom van een afgang heb gered Minister. Zoals u ziet staat Heer Potter nog steeds te wachten. Ik denk dat hij daar niet voor niets staat". Droebel die meteen in de ogen van Harry keek zag dat die langzaam begonnen te gloeien.

"AL goed, al goed Harry wat heb jij hier aan toe te voegen". Vroeg Droebel hem geïrriteerd. Harry draaide zich om en gebaarde naar Suzanne. Suzanne knikte en stond meteen op. Toen ze tussen Harry en Droebel plaats nam keek ze even in de ogen van Harry. Ze zag ze gloeien en wist dat hij zich aan het inhouden was. Met een kus op zijn wang draaide ze zich naar de minister.

"Minister, Zoals u ziet is heer Potter zich aan het in houden. Bogrod is een vriend van hem en die heeft u opnieuw met uw woorden beledigd". Droebel werd rood en wilde wat gaan zeggen maar zag dat de ogen van Harry nog helderde werden. Suzanne lachte gemeen bij de manier waarop Droebel keek. Ze kon het dan ook niet laten om nog wat langer te wachten voor ze verder ging.

"Minister, de stoelen in de Wikenweegschaar mogen door de familie van het huis, of door de leden van een huis die onder dat huis vallen bezet worden. Bogrod is lid van het huis van Potter. En heeft daarom het recht om die stoelen in bezit te nemen als heer Potter daarom vraagt". Minister Droebel wilde opnieuw wat gaan zeggen. Hij deed zijn mond open en zag de hand van Suzanne voor zijn ogen verschijnen. Meteen hield hij zijn mond en keek kwaad naar Suzanne.

"Minister, ik heb u net verteld dat u heer Potter opnieuw heeft beledig. Dit omdat u een lid van zijn huis zo heeft behandelen. Maar ook om dat u Heer Potter meerdere malen bij zijn naam heeft genoemd. U weet zelf dat u daar geen toestemming voor heeft gekregen. Dus als u een zaak tegen ons wild voort zetten zouden wij dat graag met wederzijds respect doen. U heeft al laten zien hoe het niet moet" met die laatste woorden draaide Suzanne zich om en nam een stap richting Harry.

Harry keek haar in haar ogen en bukte zich iets naar voren. Met een kus op haar wang liep ze weer door naar haar eigen plaats. Harry ging recht opstaan gaf een knik naar Droebel en ging ook op zijn plaats zitten. En wierp net als iedereen zijn blik op Droebel.
Droebel keek angstig naar Perkamentus en wist even niet wat hij moest doen. Met een gebaar van Perkamentus ging hij weer zitten. Nu was het Perkamentus die het woord nam.

"Geachte leden van de Wikenweegschaar. Jullie zijn verzocht om vandaag te komen om de rechtszaak van Droebel en Perkamentus bij te wonen. Wij hebben deze zaak aangespannen wegens het in diskrediet brengen van ons in eigen persoon.
In de zaak die ik tegen Harry had aan gespannen wegens de wantrouwen over zijn beschermer in de magische wereld. Zijn wij daarbij onderbroken door Harry en zijn vrienden".

Amalia wilde opgaan staan toen ze Perkamentus voor de tweede maal de naam van Harry hoorde noemen. De hand van Daphne hield haar tegen en zorgde ervoor dat ze weer ging zitten. Een beetje beduusd en boos keek ze naar Daphne. Die schudde enkel van nee en keek weer naar Perkamentus.

"Tijdens dat Proces heeft Harry het zonder pardon onderbroken en op die manier de zaak gesaboteerd. En mede door zijn toedoen heeft hij er ook voor gezorgd dat er nog drie Oude en nobele huizen zijn voorbeeld hebben gevolgd. Daarmee heeft hij het misschien zonder het zelf te beseffen hen ook een slechte naam bezorgd. Dit wat natuurlijk door zijn jeugdige leeftijd komt".

Augusta stond meteen op en keek dreigend naar Perkamentus. Naast haar was Isabella ook gaan staan. Perkamentus draaide zijn hoofd de andere kant op en deed net of hij hen niet had gezien. Maar aan de andere kant waren Bogrod en ook Andromeda gaan staan. En niet veel later stond ook meneer Davids op. Nu kon Perkamentus niet meer doen als of hij ze niet zag. Met gezakte schouders draaide hij terug naar Augusta en gaf haar het woord.

"Albus Perkamentus". Riep ze. Perkamentus wachtte niet tot ze verder ging en riep.
"Ik ben het hooft van de Wikenweegschaar en wil ook met die titel benoemd worden". Augusta keek hem aan een snoof.
"Iedereen hier weet dat Harry Potter, heer Potter is maar hij is ook heer Griffoendor en heer Prosper. Dus als u bij uw Titel genoemd wild worden. Zal u toch eerst zelf dat respect moeten tonen. En aangezien Heer Griffoendor hoger staat dan de Wikenweegschaar dus daarom hoeft Heer Griffoendor dat respect niet te tonen.
Maar de rede dat ik opsta is dat mijn huis zelf goed genoeg weet achter wie het wild gaan staan.

En als dat een fout mocht zijn dan is dat mijn keuze. En daarover is uw persoonlijke mening niet nodig. En de slechte naam, als we die al hebben, dan is dat door uw toedoen. En niet door die van heer Potter".

Met die laatste woorden ging Augusta Lubbermans weer zitten. De andere die ook waren gaan staan gingen ook meteen weer zitten. Ze wisten dat Augusta zou in grijpen als het nodig was. En het enige wat ze hoefde te doen was haar voorbeeld volgen.

Perkamentus keek naar het Papier dat voor hem lag en keek toen de zaal weer rond. Hij had gehoopt dat er niemand zou reageren als hij iets over de andere huizen vertelde. Hij hoopte daarmee dat hij hen aan het twijfelen zou kunnen krijgen. Maar Augusta had dat meteen de kop weer in gedrukt. En nu had hij al zijn zo gezegde azen in een keer verspeeld.

"Geachte leden van de Wikenweegschaar ik Wil jullie vragen om even terug te denken aan de dag dat het Proces in kwestie was geweest. Die dag heeft heer Potter de zaak met regelmaat onderbroken en daarom ons in diskrediet gebracht. Ik wil dat jullie terug denken aan die dag en ons in het gelijk stellen. Het kan namelijk niet zo wezen dat Kinderen de zaak van volwassenen zo kunnen benadelen".

Even keek Perkamentus naar Droebel en vroeg of die ook nog wat wilde vertellen. Droebel schudde hevig van nee en liet zijn hoofd hangen. Droebel wist dat hij het opnieuw had verpest. Daarna vroeg Perkamentus of er nog vragen waren en die waren er niet dus gaf hij het woord aan Amalia.

"Dank u, Geachte aanwezigen. Ik heet u allen welkom. Ik zal het woord houden voor de volgende personen en huizen.
Jonkvrouwen en erfgenamen Goedleers. Van het aloude en nobele huis Goedleers.
Jonkvrouwen en erfgenamen Bonkel. Van het aloude en nobele huis Bonkel.
Jonkvrouw Anderling. Van het aloude en nobele huis Anderling.
Heer Lubbermans. Van het aloude en nobele huis Lubbermans.
Heer Potter Van het aloude en nobele huis Potter.
Heer Griffoendor. Van het aloude en nobele huis Griffoendor.
Heer Prosper. Van het aloude en nobele huis Prosper".

Hoewel iedereen wist om welke huizen het ging bracht het altijd een bepaalde gewichtigheid mee als je alle huizen bij naam noemde. En door de stilte die zich nu in de zaal manifesteerde. Wist Amalia dat ze de volledige aandacht had.

"Ter verdediging van de huizen zal ik slechts twee huizen noemen. Het zelfde geld ook voor de andere huizen. Maar ik zal u niet lastig vallen om ieder huis apart te gaan behandelen. Tenzij u dat wel graag wild hebben". Terwijl Amalia de zaal door keek zag ze veel mensen nee schudden. Het idee dat ze naar de verdediging van zeven huizen apart moesten gaan luisteren zag niemand zitten. Met haar ogen gericht op Perkamentus en Droebel zag ze dat hun het ook niet wilden.

"De huizen die ik in ogenschouw neem zijn Huis Goedleers en huis Prosper. Dit zelfde geld ook voor de ander huizen.
Dit brengt mij op het punt waarom we vandaag hier zijn. Toen ik uitgeroepen werd als beschermer van Hermelien Griffel en Heer potter. Wist ik al dat Harry potter, niemand minder dan Heer potter was geworden. Van af die dag wist ik ook dat jonkvrouwe Anderling zijn oma was. Dit bracht weer het punt dat Heer potter geen Beschermer meer nodig had. Deze gegevens waren ook meteen bekend bij het ministerie. Iets waar we onze vrienden de Kobolden voor kunnen bedanken".

Met een uitdrukking van dankbaarheid knikte ze even gauw naar Bogrod. Die Amalia weer een knikje terug gaf.

"Van af dat het bekent was hoort het ministerie Huis potter te informeren voor het gebeuren in de Wikenweegschaar. En omdat het om een zaak tegen hem ging had heer potter dus het recht om de zaak te onderbreken. Mocht heer Droebel toen de regels hebben gevolgd en hebben gewacht tot dat heer potter klaar was.

Of had gevraagd of heer potter klaar was dan was deze zaak niet eens nodig geweest. Het verzoek tot verwijdering is gerechtvaardigd naar slechts een waarschuwing. Was het niet zo dat Heer Potter, minister Droebel drie waarschuwingen heeft gegeven. Dus het diskrediet heeft hij aan zijn eigen onwetendheid te bedanken".

Droebel zat helemaal onderuitgezakt in zijn stoel. En durfde de zaal niet in te kijken. Perkamentus deed alsof hij erg geïnteresseerd was. Maar het liefst wilde hij Amalia de mond snoeren. Deze zaak moest hij winnen om de andere zaak te doen vervallen. Hij wist dat Droebel die zonder twijfel zou gaan verliezen.

"Geachte aanwezigen, Nu ben ik aan beland op de rede van de twee huizen. Huize goedleers en drie anderen hoeven bij verlies een schade vergoeding te betalen van 1.000,00 galjoen, Per huis.
Heer Prosper echter moet een bedrag van 100.000,00 galjoen per huis betalen.
Dit geeft mij het idee dat het hoofd zakelijk is gericht op het huis van heer Potter. Ik zelf geef u hier de regels zoals ze in ons wetboek staan. Daaraan kunt u zien dat Heer Potter in zijn recht stond. En dat Minister Droebel ongelijk had".

Wederom hadden Droebel en Perkamentus het zwaar. Droebel zat wanhopig uit te kijken naar een uitgang om weg te komen. En Perkamentus keek alleen nog maar naar zijn schoenen.

"De huizen hebben gezamenlijk een straf uit gezocht van 1,000.00 galjoen voor ieder huis of een openlijke verontschuldiging in de ochtend profeet".

Met die woorden hield Amalia stil en ging weer op haar plaats zitten. Ze was verbaasd dat ze niet een keer in de rede was gevallen en keek dan ook met een angstige blik naar de zaal. Ze hoopte dat ze de zaak zou winnen anders konden ze Droebel niet opnieuw aanpakken.

Perkamentus nam weer het woord en gaf aan dat de zaak werd geschorst tot dat er een uitspraak was. Nu was het weer Augusta die ging staan. Perkamentus wilde deze keer niet de zelfde fout maken als dat hij eerder had gedaan. Dus zonder enige aarzeling gaf hij Augusta het woord.

"Ik denk dat we niet hoeven te vergaderen ik geef mijn stem aan Heer potter en de anderen huizen. En vraag ook om een openlijke verontschuldiging van de beide heren. Dus ik vraag wie stemt er voor onschuldig".

Tot de verbazing van Droebel en Perkamentus stonden bijna alle leden van de Wikenweegschaar op. Harry en zijn vrienden hadden de zaak met overtuiging gewonnen. Ze liepen dan ook feliciterend de zal weer uit en lieten een beduusde Perkamentus en Droebel alleen achter. Buiten stond in eens Lucius Malfidus voor de neus van Daphne.