(BTK 3) H9 Woef, woef grom.

De rechtszaak was formidabel verlopen. Harry liep met een blijde Daphne en zijn oma aan zijn armen naar buiten. Hij werd op de voet gevolgd door Marcel die Suzanne en Amalia aan de armen vast hield. Nog voor ze bij de anderen konden komen stond ineens Lucius voor hun neus.

"Wel, Wel Potter" beet hij hem toe. "Ik zie dat je weer eens geluk hebt gehad, en jij Daphne. Waarom laatje je in met zulke mensen, je weet toch dat Draco jou alles zou geven. Hij is rijk en hij heeft veel meer invloed dan Potter. Hij zou de beste kandidaat voor jou zijn. Daar komt bij hij laat zich niet in met Modderbloedjes". Daphne hoorde het allemaal aan en klampte zich nog meer vast aan de arm van Harry. Ze kon het niet helpen maar de gedachte aan het restaurant kwamen meteen weer bovendrijven.

Harry die het door had duwde Daphne een beetje achter zich. Hij keek in de ogen van Lucius en ging voor hem staan.
"Meneer Malfidus was het niet". Sneerde Harry hem toe. "De hele reden waarom u nu nog vrij rond loopt is te danken aan de manier waarop u uw vrouw heeft behandeld. Zoals u weet heb ik haar door Amalia naar st Holisto laten brengen. En ik ben blij dat ze weer aan de beterende hand is". Lucius wilde erop in gaan maar Harry liet dat niet toe. Hij ging verder met zijn standpunt als of Lucius er niet eens was geweest.

"Kijk ik zou net als Bella en Daphne mijn herinneringen van die avond aan Amalia kunnen geven. Daar zal duidelijk op te zien zijn dat u uw vrouw heeft mishandeld. En ook wat u ons heeft aangedaan. Maar het mooiste is wel hoe u van ons weg vluchten. Dat zou ook een mooi verhaal zijn voor de ochtend profeet is het niet".

Harry wachtte niet op een antwoord en draaide zich weg bij Lucius. Toen hij een stap of wat van hem verwijderd was keek hij even om.
"O ja meneer Malfidus. Mocht u nog een maal een van mijn toekomstige vrouwen zo behandelen dan zal ik u de volgende keer niet laten vluchten. Daphne goedleers hoort bij mij". Opnieuw liep Harry gewoon weg en kreeg een kus van Daphne op zijn wang.

"Dat zullen we nog wel eens zien Potter. Ik zal haar voor mijn Draco krijgen of geen van jullie krijgen haar". De stem van Lucius galmde door de hallen van het ministerie. Iedereen die in bereik was hoorde de dreigement die hij had gemaakt naar heer Potter. En de meeste wisten ook dat dit niet veel goed was. Harry liet zijn oma en Daphne los en liep vol woedde terug naar Lucius. Terwijl hij voor hem stond hield hij zijn stem laag maar doordringend.

"Ik zeg jou dit een keer. Ik heb jou vrouw naar st Holisto gestuurd onder bescherming van Amalia en huis Potter. Daarmee heb ik haar leven gered omdat ze dat zelf niet kon. Volgens de oude wetten van ons bloed kan ik haar tot mijn slaaf maken. En uw huwelijk met haar tot de mijne maken. Dus ik geef u hierbij een waarschuwing. Bedreig mij of mijn familie nog een keer en Narcissa zal zich aan mijn voeten moeten werpen. En ze zal de naam Malfidus onder mijn leiding schaamte en vernedering bezorgen. En de enige uit weg is uw huis koppelen aan dat van mij". Even keek Harry dreigend naar Narcissa die angstig weg trok en zich achter Lucius verborg.
"Oja nog een ding meneer Malfidus. Als ze dood is zal de straf op het hoofd van uw zoon komen te liggen. En iedereen weet hoe graag ik hem als slaaf zou willen hebben. Dag meneer Malfidus".

Lucius stond verbouwereerd te kijken hoe Harry weg liep. Hij draaide zich om naar zijn vrouw en zag de angstige blik in haar ogen.
"Wat, wil je me vertellen dat hij gelijk heeft. Kan hij jou zomaar van mij afnemen als slaaf. Of Draco als jij er niet meer bent". Vroeg hij aan Narcissa. Narcissa knikte angstig en draaide haar hoofd weg.

Lucius wist dat er niemand anders was dan Narcissa die zoveel over de oude gebruiken wist dan zij. En omdat hij zelf geen heer was maar wel hoofd van de familie was hij minder dan Harry. En om dan het idee te hebben dat hij zijn vrouw door zijn eigen toedoen kon verliezen aan een jongen van 12 bijna 13. Was dat iets wat hij nou niet echt wilde hebben. Het beste was om dan gewoon je excuses aan te gaan bieden en even door het stof heen te gaan. Maar dat was geen optie voor Lucius. Nee, die wilde meteen wraak. Hoe durft hij Lucius zo in het openbaar te behandelen.

Narcissa die haar hoofd had weggedraaid durfde niet naar haar man te kijken. Ze wist dat Harry haar door middel van de levens schuld weg kon halen. De dreiging die hij daarbij deed om vervolgens Draco ook bij hem weg te nemen, had misschien haar leven wel gered. En ze nam zich dan ook voor om Harry een brief te gaan schrijven. Met het verzoek omdat te gaan doen. Alleen kon ze dat niet laten blijken aan Lucius. Hij was immers haar man en die dacht echt dat zijn vrouw van hem hield. Maar in het hart van Narcissa was ze liever een slaaf van Harry dan getrouwd zijn met Lucius.

*#*

In het potter kasteel was het een feest geworden na hun overwinning. Ze wisten dat er later die dag nog een extra editie van de profeet zou komen. Daar zouden dan de excuses van Droebel en Perkamentus in staan. En dat was iets waar iedereen naar uit keek.

Daphne had echter alleen maar Lucius in haar gedachten. Ze wilde echt niet bij Draco horen en was dus ook bang dat die wat zou gaan proberen. Maar ze wist niet hoe ze het moest stoppen. Toen haar moeder bij haar kwam zitten begroef ze haar hoofd in diens schouder.
Isabella wist waar Daphne mee zat en vertelde haar dat het wel goed zou komen.

"Goed komen, hoe kan dat nou ma. Harry heeft mij eindelijk en openlijk als tweede vrouw gekozen. En nu komt Lucius meteen op de proppen. En zolang dat pa dat contract nog niet heeft ondertekend, kan ik niet met Harry trouwen".

Isabella zwaaide met haar toverstaf en liet het contract naar haar toe komen. Ze liet aan Daphne zien dat Bogrod en Harry het al hadden ondertekend. En ook de datum wanneer zij het met Harry had gemaakt. Het enige wat haar vader hoefde te doen was ondertekenen. En dan was ze van Harry en er was niets dat Lucius er aan kon doen. En mocht Bogrod wel een aanzoek van Lucius krijgen zou hij deze als geldig verklaren ook al was hij nog niet ondertekend.

Dit was iets wat Daphne zienderogen goed deed. En met een beter gevoel ging ze dan ook weer naar Harry en Bella. Ze wist nu dat ze bij elkaar zouden zijn en blijven.

Isabella die haar dochter naar Harry zag lopen zuchtte. Ze was blij met de vooruit ziende blik die Harry had gehad. En ook dat hij zo een goede vriend in Bogrod had. Anders was het huwelijks contract niets waard geweest.

Die dag echter zou er geen extra editie komen van de ochtend profeet. Er kam ook geen openlijke excuus van Droebel of Perkamentus. Nee, ze hadden voor de zoveelste keer opnieuw hun eigen wetten aan hun laars gelapt.

*#*

Twee dagen later zat Bella in de keuken van het Potter kasteel naar buiten te kijken. Met een fascinatie die ze niet vaak had keek ze hoe een hond door de tuin van het kasteel liep. Harry die over de ochtend profeet zat gebogen had niets in de gaten. Pas toen Bella hem een por gaf keek hij op. Toen hij de vinger van Bella volgde zag hij waar heen ze wees.

Het was een grote Zwarte hond die hij buiten zag lopen. Hij zag er ondervoed en uitgemergeld uit.
"Zou hij vals zijn" vroeg Bella aan Harry. Harry haalde zijn schouders op en pakte het brood dat hij voor zijn neus had liggen. Met Bella, naast hem ging hij richting de hond. Zijn hand uitgestrekt gaf hij zijn brood aan de hond. Die pakte hem dankbaar aan en likte zijn hand. Het kwispelen en het speelse van de hond deden Bella en Harry goed. Het duurde dan ook niet lang of ze waren met een bal aan het gooien zodat de hond er achteraan kon.

Toen Minerva die avond thuis kwam vond ze Bella en Harry slapend op de grond met een hond in hun midden. Ze wilde eerst de hond weg halen maar deed het toch maar niet. Ze moest ze toch over een uur wakker gaan maken voor het eten. Dus even slapen dat kon geen kwaad.

Rond een uur of acht kwam Dodo bij Bella en Harry staan.
"Meester en meesteres. Meneer doedel staat voor de poort en vraagt naar u". Harry keek hem even niet begrijpend aan.
"Wie is meneer Doedel" vroeg hij dan ook aan de huiself
"Minister Doedel staat voor de poort". Toen Harry en Bella dat hoorde rolde ze meteen over de grond van het lachen. Het was de beste naam die ze voor Droebel konden verzinnen. Het was dan ook Minerva die de huiself verzocht om hem binnen te laten.

Toen Droebel in de hal stond was hij zenuwachtig met zijn groene bolhoed aan het draaien. Harry die inmiddels tot zich zelf was gekomen liep de hal in waar Droebel was.
"Ah, minister Doedel. Van waar de eer van uw bezoek" riep Harry hem toe. Bella die naast hem stond begroef haar mond in het gewaad van Harry. Ze moest moeite doen om haar lach in te houden. Vooral toen ze Harry de nieuwe naam van Droebel hoorde gebruiken.

"Ja, Heer potter het gaat over Sirius Zwart". Droebel had de naam nog niet uitgesproken of de zwarte hond stond naast Harry en gromde zijn tanden bloot. Droebel keek naar de hond en deed meteen een stap terug.
"Ik denk niet dat de hond u mag minister Doedel". Opnieuw kon Bella met moeite haar lach bedwingen. Minerva die er ook bij was komen staan moest ook moeite doen om niet te lachen.

Droebel die niet echt door had waarom ze aan het lachen waren keek alleen maar angstig naar de hond.
"Ik ben hier om u te vertellen dat Sirius Zwart is ontsnapt uit Azkaban". Nu zette de hond al grommend zijn haren recht overeind.
"Heer Potter het is ons bekend dat Sirius een volger was van hij die niet genoemd mag worden. En dat hij na alle waarschijnlijkheid nu alles op alles zou zetten om u te vermoorden". Harry keek opzij naar Bella en onderdrukte een lach.

"Heer Potter ik heb overleg gepleegd met Perkamentus over" toen Droebel de ogen van Harry zag hield hij meteen zijn mond dicht. Op het feest had hij de ogen van Harry ook al zien gloeien. Maar dit was nieuw voor hem. Ze lichte nu echt op. Minerva die het ook had gezien legde een hand op de schouder van haar kleinzoon.

"Minister Droebel, voor u het volgende gaat zeggen, raad ik u aan om eerst goed na te denken voor u het zegt" en gaf daarbij meteen een blik richting haar kleinzoon. Droebel knikte en werd nu echt nerveus.
"Heer Potter, we hebben besloten om u te laten beschermen door dementors". Nog voordat Harry wat kon zeggen riep zijn oma al wat tegen Droebel.
"Als u dan maar uit uw hoofd laat. Ik verbied u om die schepsel ook maar een meter in de buurt van mijn kleinzoon te laten". Het was ook voor het eerst dat de hond niet gromde maar eerder piepte.

Nu keek Bella naar Harry en vroeg of ze wat mocht zeggen. Ze had namelijk van Daphne en Marcel geleerd dat als je een gast was in het huis van een heer, dat je altijd eerst toestemming moest vragen. Vooral als er een andere gast was. Harry gaf aan dat het mocht.

"Meneer Droebel hoe weet u zo zeker dat Sirius Zwart achter Harry aan zou gaan. En als ik vragen mag, waarom zat Sirius Zwart in Azkaban". Droebel keek naar Bella met een air van hoe durf je. Ik ben minister van toverkunst, ik hoef geen uitleg te gaan geven aan een kind. En dat was dan ook het genen wat hij deed. Hij wilde geen antwoord gaan geven aan Bella.

"Heer Potter ik verzeker u". "Meneer Droebel, Bella heeft u wat gevraagd. En het negeren van mijn gast en huisgenoot. Is wederom een belediging naar mij. Ik zou dan ook graag willen dat u haar antwoord gaf". Droebel keek nu van Harry naar Bella. Opnieuw wilde hij geen antwoord geven. Dit gaf hij aan door zijn mond stijf dicht te houden.

Harry hoorde achter zich het geluid van een elf die verschijnselden. Maar hij keek niet om. Zijn ogen boorde zich in die van Droebel. En de hond die naast hem stond was opnieuw aan het grommen richting Droebel.
"Heer Potter". "NEE, laat maar Droebel. Dit is de tweede maal dat u geen antwoord geeft aan Bella Vaals. Dus zal ik een antwoord voor u geven".

De toon van Harry was nu vol met haat en venijn. Zijn woorden kwamen sissend uit zijn mond.
"Minister Droebel. Meneer Zwart zit op dit moment, of zat op dit moment in Azkaban. Hij zat daar slecht enkel op een verdenking. Hij heeft geen proces gehad en is dus zonder pardon in Azkaban gezet. Dus alles wat u me nu zeg is slecht gis werk. En zonder enig of echt bewijs.
Ik persoonlijk denk dat ik meer te vrezen heb van u of van Perkamentus. Sirius die kan ik wel aan als hij hier zou verschijnen".

Droebel keek met grote ogen naar Harry.
"Heer Potter, Sirius Zwart is een aanhanger van je weet wel". "Weet u dat zeker minister. Hebt u het hem gevraagd. Hebt u het duistere teken op zijn arm gezien. Of heeft hij het verklaard onder waarheidsdrank". Droebel schudde van nee.

"Kijk minister dat bedoel ik nou. Ook denk ik dat het zelfde voor meer gevangenen geld. Sommige van hun zitten daar omdat ze er toe gedwongen zijn. En volgens de wet dus onschuldig. Maar dat kunt u niets schelen is het niet. Dag minister Doedel". Nog voor dat Droebel iets kon zeggen, kwam de zwarte hond al dreigend op hem af gelopen. Droebel die eieren voor zijn geld koos zetten het meteen op een lopen richting het hek. Met de zwarte hond al blaffend en grommend achter hem aan.

Harry draaide zich kwaad om en liep naar de zij kamer. Tot zijn opluchting zag hij dat Arabella weer terug was. Met een glimlach zag hij Bella meteen naar haar moeder toe rennen. Zelf nam Harry plaats in de stoel naast het schilderij van zijn ouders. Minerva ging naast hem zitten en gaf hem een kus op zijn wang.

"Je hebt het geweldig gedaan Harry. Je hebt Doedel de waarheid gezegd. Je bent niet uit je vel gesprongen en je hebt Sirius verdedigd. Ik ben trots op jou. En ik denk dat Sirius het ook zal zijn als hij het hoort.
"Waarom vraag je het niet zelf aan Snuffel zoon. Hij staat daar". James keek naar de hond. De hond blafte en veranderde in een mens. Nee, hij veranderde in Sirius.

Harry en Bella stonden met open mond te kijken toen ze Sirius in hun midden zagen verschijnen. Langzaam verscheen er een glimlach rond de mond van Bella. Die zich uitbreiden tot een schater lag. Al rollend van het lachen probeerde ze wat te zeggen.

"Heb, heb je, heb je het gezicht. Van, van Doedel gezien". Nu begreep Harry het ook en begon ook hard te lachen.
"Oooo als Doedel eens wist dat het Sirius was die hem naar het hek joeg". Riep hij uit. Nu begonnen de anderen ook te lachen.

*#*

Later die avond zaten ze met zijn allen in de zij kamer. Arabella liet vol trots zien dat ze alle spullen had gevonden en klaar was om de drank te maken. Nu was er alleen nog het Basilisk gif en een lichaam nodig. En dat was ook al geregeld. Het grootste probleem was het binnen komen van Zweinstein. Hoewel Harry als heer Griffoendor en misschien wel heer Zweinstein, het recht had om altijd binnen te komen wilde hij het geheim houden voor Perkamentus. Die wilde hij zo minmogelijk vertellen over het geen wat ze van plan waren.

Sirius die op een stoel zat keek het allemaal aan en luisterde aandachtig. In de hal waar de openhaard stond die op het netwerk was aan gesloten. Gloeide de vlammen groen op. In die vlammen stond ineens de gedaante van Bogrod. En die kwam dan ook met een snelle pas naar binnen gelopen.

"Harry, ik moet jou waarschuwen". Riep hij toen hij naar binnen kwam.
"Oooo waarom dan Bogrod". Vroeg Harry verbouwereerd.
"Nou ik heb gehoord dat Sirius zwart uit Azkaban is ontsnapt en jou wild vermoorden. En ik weet niet of het waar is maar je kunt maar beter gewaarschuwd zijn voor als het waar is." Bogrod die niet een keer zijn blik van Harry afwende, schrok dan ook enorm toen Sirius wat tegen hem riep.
"Bogrod vriend, ik zal Harry niets doen hij is mijn peetzoon dat weet jij toch".

Bogrod keek eerst geschrokken om en liet daarna een blik van opluchting zien. Daarna vroeg hij waarom Sirius was ontsnapt uit Azkaban. Het was een vraag die iedereen wilde stellen maar er nog niet aan toe gekomen waren.

"Het spijt me Sirius maar ik ga eerste Amalia erbij halen. Ik denk dat die het ook moet weten". Vertelde Minerva hem. Sirius die bij die woorden meteen opstond greep Minerva bij der arm om haar tegen te houden. Zonder het zelf door te hebben kneep hij in de arm van Minerva. De pijn die ze voelden was niet veel maar toch.

Harry voelde de pijn ook en stond meteen met zijn toverstok gericht op Sirius.
"Laat mijn oma los" riep Harry fel. "Je doet haar pijn, en jij hebt de hulp van Amalia harder nodig dan wij".

Sirius liet de grip op Minerva los en keek naar de stok van Harry. Hij wist niet echt wat hij moest doen en keek dan ook naar James in het schilderij.
"Sorry vriend, je bent zijn peetvader maar Minerva is zijn oma. En haar pijn doen is een doodvonnis voor iedereen. Zelfs voor jou". Vertelde James hem.

Sirius knikte en ging weer in de stoel zitten. Hij wist niet of hij wel blij moest zijn met het fijt dat Amalia zou komen. Ze was immers het hoofd van de schouwers afdeling. En dus de hoogst aangewezen persoon die hem weer moest vangen. Wel was hij onder de indruk hoe of Harry nu voor hem en tussen zijn oma in stond. Er was geen spoor van angst op zijn gezicht geweest. Alleen maar vast beradenheid. Het gaf hem een mengelmoes van respect en angst.

*#*

Amalia kwam tien minuten later samen met Suzanne de haard uitgestapt. Suzanne nam Bella en Harry meteen in een knuffel. Amalia echter liep regelrecht op Sirius af. Ze keek hem recht aan en begon op haar vingers het volgende af te tellen.

"Een, als jij bij ons bent ben jij te allen tijde een hond
"Twee. Jij houd je gedeisd tot dat wij Pippeling hebben.
Drie jij neemt als de wiedde weer het heerschap van huis Zwart op je zelf, of je geeft het aan een ander. Daar kan Bogrod je wel mee helpen.
En vier, Jij trekt zo af en toe het land in en laat je gezicht zien op plekken hier ver vandaan. Op die manier heb ik een rede om mensen ergens naar toe te steuren waar jij niet bent.

En vijf, Sirius waarom ben jij in godsnaam ontsnapt. We zijn al een jaar naar Pippeling voor jou op zoek".

Sirius knikte en keek weer even naar Amalia en toen naar de rest. Uit zijn zak haalde hij een oude ochtend Profeet. Op de voor pagina stond Ginny met haar familie. Ze waren op vakantie in Egypte. Met een vinger wees Sirius naar de foto.

"Kijk die jonge daar heeft de rat vast, dat is Peter Pippeling ik weet het zeker". Nu hield hij de foto voor James en die vertelde ook meteen dat het Peter was. Ze zouden hem beide uit duizenden kunnen herkennen.
Sirius liet de foto ook aan de rest zien en Harry wist genoeg.
"Ik denk dat we die rat op school wel te pakken kunnen krijgen. En als we hem hebben, dan kunnen we hem meteen aan Amalia geven.

Sirius wilde nog gaan Protesteren maar dat liet Harry niet toe. Hij zou dit met zijn vrienden en Ginny gaan regelen. Bogrod daar in tegen had wel een klus voor Sirius. Zo vertelde hij dat hij nog meer aanwijzingen had gevonden. Aanwijzingen dat er nog meer dingen waren waar een stukje van de ziel van Voldermort in zat. Net zoals ze dat bij de graal hadden gezien.

En hij had iemand nodig die deze dingen voor hem ging opzoeken en bij hem kon brengen. Op die manier zou Sirius zich ook hier en daar kunnen laten zien. En dan zou Amalia ook blij kunnen zijn.