(BTK3) H10 Stoom en gepruttel.

Met nog anderhalve dag te gaan zat Harry in de zijkamer, hij zat voor over gebogen over een groot stuk perkament heen. Hoe wel hij erg blij was dat Sirius nu bij hem was, had hij nog een hele hoop andere dingen te doen. Een ervan was een plan maken voor Zweinstein. Hij moest Arabella het kasteel in laten komen zonder dat Perkamentus daar vanaf wist.

Natuurlijk kon hij alles laten verschijnselen in het kasteel met de hulp van zijn huiselfen maar dat zou Perkamentus meteen door hebben. Dus dat plannetje ging niet echt op.
Nu had James wel een manier via het krijsende krot en Sirius had er een via Zonko. Dat bleken ook de enige twee opties te zijn. Hoe of het dan ook zou gaan het moest die nacht gebeuren. En dat kort dag was, was zeker. Het was ook een tijd die Harry eigenlijk niet had.

Terwijl Harry over het perkament heen gebogen zat, zaten Bella en Daphne hem te bewonderen van een afstand. Wat hun met ze tweeën aan het doen waren ontging Harry helemaal. Harry had zelfs niet door dat Amalia en Isabella ook bij de dames waren geen zitten.

"Is er iets dat jullie niet bevalt aan jullie toekomstige man of valt het mee" vroeg Amalia zacht. Bella en Daphne schrokken een beetje, maar lieten het niet echt merken. Daphne keek schuin naar Amalia en schudden van nee. Ze bleef echter wel met een oog naar Harry kijken.

"Mogen wij ook weten wat jullie denken of is het geheim" vroeg Amalia vervolgens. Geen van de beide dames reageerde meteen maar bleven wel kijken naar Harry. Het was Bella die de stilte doorbrak en als eerst wat zei.

"We hebben net met zijn tweeën besproken dat we heel veel geluk hebben gehad door Harry als onze man te hebben. Het idee alleen al met wat hij allemaal heeft mee gemaakt en doorstaan. en dan kan hij nog zo lief voor ons zijn. Hoe hij het voor ons opneemt en zich dan ook nog eens bij ons verontschuldigt. We hebben het al zo vaak gezien. Hij voelt zich niet beter dan wie dan ook, eerder minder. Hij is een echte vriend van ieder ras of soort en neemt alles op zijn schouders". Na die woorden hield Bella stil en ging Daphne verder.

"De laatste keer dat hij ons heeft gered was in het restaurant. Ik heb nog nooit een tovenaar zo kwaad gezien. Zelfs mijn vader zou het van hem hebben verloren die dag. En opnieuw voelde hij zich schuldig om wat Lucius bij Narcissa had gedaan. Hij kon daar niets aandoen en toch voelde hij zich schuldig. En wat Lucius hem zelf ook had aan gedaan dat maakte hen niet uit. Maar wat hij ons aan deed wel". En zonder veel worden nam Bella het weer van Daphne over.

"Het is altijd al zo geweest met iedereen. Zelf toen we samen op de lagere school zaten. Hij nam het voor mij op en voor iedereen die het zelf op dat bewuste moment niet kon. En hij eindigt altijd met de klappen en de pijn. Zo heeft hij ook ons allemaal bij elkaar gebracht. Hermelien die het pispaaltje zou worden vanaf dag een. Dat heeft hij eigenhandig ver kommen. Maar ook hoe hij mij altijd red van Voldermort". Nu was het weer Daphne die het overnam.

"Dan is er Marcel en Suzanne. Suzanne die geen vrienden had omdat haar tante het hoofd van de schouwers is" Daphne had niet door dat het gezicht van Amalia iets wat vertrok bij die woorden. "En Marcel die bij zijn oma woont. En om eerlijk te zijn ze is aardig maar ook eng". Hier door moesten Amalia en Isabella hun lach onderdrukken. Daphne echter ging weer gewoon verder alsof er niets was gebeurd.

"En ik zelf durfde niet echt veel vrienden te maken omdat ik me waardig moest gedragen, en daar was Harry. Hij haalde ons er allemaal bij en gaf ieder van ons het geen wat we het meeste wilden. En dan nog wil hij er niets voor terug. Hij geeft en geeft maar vraagt niets. Het zelfde doet hij nu ook voor dame Zweinstein. Uren zit hij te zoeken hoe hij haar kan helpen, en vergeet zich zelf. Dan zijn er nog zoveel mensen die hem wat aan willen doen. En toch blijft hij lief en zorgzaam. Kijk maar hoe hij met mijn zusje is. Je kunt niets anders doe dan van hem houden". Weer was het Bella die over nam van Daphne.

"En na alles wat hij heeft mee gemaakt. Neen nu alleen al de laatste twee jaar op school. Gaat er toch niets anders dan liefde van hem uit. En nog wil hij niets terug. En dat maakt ons gelukkig en blij". Bij die laatste woorden begrepen Amalia en Isabella precies wat of ze bedoelde. Ook Harry had hun harten geraakt met alles wat hij had gedaan. En de manier waarop hij was. Vooral voor Ginny. Iedere jongen die een slaaf zou hebben zou iets kunnen doen en willen. Maar niet Harry, hij wilde niets. En dacht er zeker niet aan om er misbruik van te gaan maken.

*#*

Terwijl later die avond het plan in werking zou worden gebracht. Moest Harry eerst nog naar Goudgrijp. Het was een van de dingen die hij aan dame Zweinstein had beloofd en die wilde hij gedaan hebben voor hij haar een lichaam zou geven. Van zijn oma had hij toestemming gekregen om samen met Bella en Sirius naar Goudgrijp te gaan. En hoe wel Harry meteen herkend werd bij de deur had niemand door dat de hond die tussen Harry en Bella in liep. Niemand anders dan Sirius zwart was.

Echter in het kantoor van Bogrod werd Sirius wel herkend.
"Dag Sirius" riep Bogrod meteen. Harry keek verbaasd op en wilde wat gaan zeggen maar de hand van Sirius die nu weer zichzelf was bracht hem tot rust.
"Harry Bogrod is net als jou vader en ik ook een faunaat. En hij kent mijn vorm". Bogrod lachte naar Sirius en bood iedereen een stoel aan. En ging vervolgens verder tot de orde van de dag.

"Harry, vriend van de kobolden. Wat kan ik vandaag voor jou doen". Vroeg Bogrod vriendelijk. Harry keek naar Bella en lachte breed.
"Bogrod ik wil opnieuw mijn afkomst bekijken. Ik heb namelijk te horen gekregen dat mijn familie erfenis groter is dan wie dan ook. Er zijn zelfs dingen, die zelfs de kobolden nog niet van mijn weten. En ik weet het ook pas zins kort".

Bogrod deed zijn wenkbrauwen omhoog en keek Harry doordringend aan. Deze draaide zijn blik niet weg maar keek terug. Het was genoeg voor Bogrod om Harry serieus te nemen. Van uit zijn laatje pakte hij opnieuw het stuk perkament en het grote mes. Het mes was echter anders dan het eerste mes die Bogrod had gebruikt. Hij vertelde dan ook dat dit mes verder zou kunnen kijken dan de standaard test die ze de eerste keer hadden uitgevoerd. Harry die het aannam prikte ermee in zijn vinger en liet zijn bloed op het velletje perkament vallen. Voor hun ogen begon er opnieuw een tekst te verschijnen.

Harry James Potter.

Heer van het aloude en nobele huis Potter.
Heer van het aloude en nobele huis Griffoendor
Heer van het aloude en nobele huis Prosper

Erfgenaam van

Het aloude en nobele huis Anderling
Het aloude en nobele huis Zwadderich
Het aloude en nobele huis Huffelpuf
Het aloude en nobele huis Ravenklauw
Het aloude en nobele huis Zweinstein

De woorden waren nog niet op het papier verschenen of er verschenen weer drie ringen om de vinger van Harry. Deze verschenen om de vinger waar ook de ring van Goderic Griffoendor zat. Voor de ogen van hem en Bella gleden ze door over de ring van Griffoendor heen. De vier ringen versmolten zich met elkaar en werden een grote ring. Op die ring verscheen het wapen van Zweinstein en verdween. Ervoor in de plaats kwam en kleinere ring en Harry wist dat het gelukt was. Hij was nu heer Zweinstein. Bogrod keek met wijde ogen naar Harry. Het was iets dat zelfs hij nog nooit had gezien. Huis ringen met een eigen wil.

Op nieuw keek iedereen naar het perkament en zagen dat ook die nu veranderd was.

Koning Harry James Potter van Zweinstein.

Heer van het aloude en nobele huis Potter.
Heer van het aloude en nobele huis Griffoendor
Heer van het aloude en nobele huis Prosper
Heer van het aloude en nobele huis Zwadderich
Heer van het aloude en nobele huis Huffelpuf
Heer van het aloude en nobele huis Ravenklauw

Erfgenaam van

Het aloude en nobele huis Anderling

Toen ze zijn naam zagen staan keken ze allemaal op naar Bogrod. Bogrod had de grootste ogen die ze ooit hadden gezien. Van uit het niets liep hij om zijn tafel heen en wierp zich aan de voeten van Harry. Zijn handen vooruit gestoken boog hij tot aan zijn voeten.

"Koning Zweinstein. Welkom terug in ons midden". Bogrod keek Harry voorzichtig aan. Die keek echter zelf alleen niet begrijpend. Met de hulp van Harry stond Bogrod op en ging weer achter zijn bureau zitten. Harry begreep het nog steeds niet. Hij kon er gewoon niet bij. Van uit het niets was hij een koning geworden. Bogrod zelf wist dat er een legende was. Alleen wist hij niet welke of hoe hij ging. Hij wist Harry alleen maar te vertellen dat hij de hoogste tovenaar na Merlijn was.

Na die woorden en met het perkament op zak verliet hij verbouwereerd het kantoor van zijn vriend. Bella had nog steeds zijn hand vast en begreep het ook niet.

Nu was het de beurt aan Sirius. Die verzocht meteen of Harry en Bella in de hal wilde wachten. Iets dat de beide niet echt vreemd vonden. Want ze wisten dat bank zaken privé waren. Harry zelf vond het niet erg want zijn peetvader mocht overal al bij zijn volgens de wet. En Harry wist dat hij onschuldig was en dat hielp al een hoop.

Bijna een uur later werd de deur opengedaan en liep er een zwarte hond al kwispelend naar buiten. Voor de grote deur bij de uitgang stond Lucius met een man te ruziën. Hij had niet door dat Harry en Bella naar buiten kwamen gelopen. Zelf zagen ze hem wel en liepen snel met een boog om hem heen. Toen ze vlak bij Olivander stonden keken ze om naar Sirius, maar die was nergens te zien. Toen ze naar Lucius keken zagen ze ook Sirius staan. Hij had zijn achter poot omhoog en deed rustig wat een hond goed kon doen.

Het laatste wat ze hoorde was een vloekende Lucius toen die erachter kwam dat zijn gewaad nat was en niet van het water.

*#*

Onder tussen in het kasteel zat Minerva achter haar bureau, voor haar zat Perkamentus. Vandaag was de dag dat ze alles zouden gaan bespreken over het volgende jaar. Maar het was ook de dag dat ze moest proberen om Perkamentus uit de school te zien krijgen. Als die er niet zou zijn dan zou het voor vanavond nog makkelijker worden.

"Minerva ik moet het even met jou hebben over Harry". De vraag van Perkamentus deed de ogen van Minerva meteen vernauwen tot spleetjes. Minerva vertelde niets en wachtte af. Wel kneep ze haar hand met de ringen van het huis Potter/ Griffoendor en Prosper tot een vuist.
"Minerva ik heb van Droebel gehoord dat Sirius Zwart is ontsnapt uit Azkaban. En dat zal morgen ook in de ochtend profeet staan".

Minerva keek niet echt op toen Perkamentus dat zei. Ze wist dat hij dik was met Droebel. En hoe graag ze Perkamentus ook de waarheid wilde zeggen. Was hij ondanks alles nog steeds haar baas.
"We moeten Zweinstein beschermen tegen Sirius Zwart, dit voor de bescherming van Harry" vertelde Perkamentus haar.

Minerva knikte en speelde mee met het geen wat Perkamentus wilde gaan zeggen.
"Wat denk je te gaan doen Perkamentus" vroeg ze zelf.
"Ik heb samen met Droebel besloten om Dementors om de school heen te laten zweven. Deze kunnen ons beschermen tegen Sirius".

Dementors waren het laatste wat ze om de school heen wilde hebben. Maar hoe moest ze het tegen houden. En hoe kreeg ze Perkamentus weg. Ze was hard aan het denken om een goed antwoord te geven toen ze haar vuist warm voelde worden. Aan de hand waar ook de Potter ring aan zat verscheen nu weer een andere ring. Even wierp ze er gauw een blik op en zag het wapen van Zweinstein. Ze wist meteen wat het betekende. Harry was nu heer Zweinstein geworden en had nu het grootste aantal stemmen in het bestuur.

Het was ook opdat moment dat er opnieuw een rilling door het kasteel heen ging. Van uit het niets verscheen Dame Zweinstein voor de tafel van Minerva en achter Perkamentus. De verschijning van de dame ontging Perkamentus helemaal. Maar Minerva had haar gezien en ook de blik van Voldoening die ze had.

Perkamentus die zich nu even omdraaide zag niets, en begreep dus ook niet waarom Minerva lachte. Het was ook nu dat Minerva begreep dat dame Zweinstein onzichtbaar was voor Perkamentus en niet voor haar.
"Ik denk dat jij het dan maar met Droebel moet gaan regelen Perkamentus. Maar ik verteld je wel dat ik iedereen die het kan leren. Zal ik hoogstpersoonlijk zelf de patronus bezwering leren. En daarmee bedoel ik mijn welp en zijn vrienden".

Minerva dacht diep na en wist meteen een antwoord op de vraag die haar al vanaf die morgen dwarszat.
"Dus ik zal ze vanavond hier laten komen allemaal en hen hier die bezwering leren. Zoals ook jij weet mogen ze buiten dit kasteel geen magie gebruiken, dus zullen wij daarvoor hier een dag of tien verblijven. Hier op school kunnen ze daarvoor een vrij stelling krijgen".

Perkamentus wist even niet wat hij moest doen. Hij wilde weer bij Harry in een goed blaadje komen maar hem ook bij Minerva weg halen. Haar invloed op de jongen was groter dan dat hij ooit gewild had. En dit kon wel eens de kans zijn die hij wilde. En als hij alleen Minerva had met al haar werk dat ze hier moest doen, dan was die jongen een makkelijke prooi voor hem. Dus kon hij wel heel gemakkelijk zijn school open stellen voor die paar leerlingen. En zonder hun ouders erbij kon hij zijn gang gaan.

"Oke het is goed Minerva. Ik zal vanavond alles met Droebel gaan regelen en vertellen dat jij het ermee eens bent. En ook dat Harry hier voor een aantal nachten zal verblijven om die bezwering te leren".
Minerva keek hem aan en rolde met haar ogen. De blik die ze even op de dame wierp vertelde de dame genoeg. Maar de dame keek ook meteen zorgelijk. Het was ook niet lang daarna dat Minerva nog alleen was met de dame.

"Minerva, denkt u echt dat u die bezwering aan mijn meester kunt leren en ook aan zijn vrienden". Vroeg de dame haar bezorgd. Minerva keek haar niet aan en hield haar hoofd naar beneden gericht.

"Dame Zweinstein. Als u uw lichaam heeft zal u alles over uw heer en uw meester via de sorteerhoed kunnen zien. Tot die tijd hoeft u zichzelf geen zorgen te maken. Ik kan u wel beloven dat Harry en zijn vrienden die spreuk aan het einde van de avond foutloos kunnen doen. En dat is geen vertrouwen dat ik in ze heb. Nee, dat is gewoon hoe goed ze zijn".

Dame Zweinstein hoorde aan de toon die Minerva gebruikte dat ze het er helemaal niet over wilde hebben. En liet Minerva dan ook vervolgens met rust. Wel bleef er een opmerking door haar hoofd heen gaan. Als u uw lichaam heeft zal u alles over uw heer en uw meester via de sorteerhoed kunnen zien. Zou haar meester een lichaam voor haar kunnen maken. Zal hij de eerste zijn die haar niet zal gebruiken maar helpen. Was hij echt zo goed, was hij echt die jongen waar ze alles over had gehoord. Maar was hij ook die zelfde jongen waar de hoofd meester en die toverdrank professor zo geobsedeerd op zijn.

Er was veel dat ze zich afvroeg toen ze zo door het kasteel heen zweefde. Ze had niet eens door dat de vier huis geesten met haar mee zweefde. Met een blik opzij zag ze de klein dochter van Helena Huffelpuf.
"Is het waar Dame is heer Zweinstein eindelijk in ons midden". De dame knikte langzaam.
"Bent u niet blij dame, of is het niet de heer die wij willen" vroeg haast onthoofde Henk haar. De dame liet haar hoofd zakken en keek naar de grond.

"Ik weet het niet. En ik weet ook niet of jullie hem al kennen het is namelijk niet zo gemakkelijk". De vier geesten keken haar aan maar vroegen niets. Zelfs de bloederige baron hield voor een keer zijn mond.
"Onze heer Zweinstein is pas twaalfjaar. Oke over vijf en een halve dag is hij dertien. Maar op die leeftijd al een heer zijn van een school zoals deze. En dan is het nog die jongen zelf. Ik weet hij is mijn meester en er zit niets dan goed in hem. Maar zijn de verhalen echt of niet. Is die jongen echt wat ze over hem fluisteren of moet ik de verhalen geloven die worden geschreeuwd".

Opnieuw wachten de vier geesten alleen maar op een antwoord van de dame. Het was voor het eerst dat ze de dame zo hadden zien twijfelen. En ook dat ze de hoop in een kind legde. Iets dat ze anders alleen bij volwassen tovenaars deed. Een daarvan was Perkamentus geweest en die had laten zien dat hij niet de juiste keuzen was.

"Wie is de jongen waar ze over fluisteren" vroeg de geest van het huis van Rowena Ravenklauw haar. In een zacht brabbel gaf de dame het antwoord.
"Het is meester Harry, meester Harry Griffoendor/ Potter". Ze zweefde nog een stukje verder en keek toen om. De andere geesten waren blijven hangen en keken haar met een open mond aan.

"Wat, Wat is er" vroeg de dame meteen.
"Weet u wie de moeder is van jonge heer Potter" vroeg haast onthoofde Henk haar. De dame zei dat haar naam Lilly Evens was maar meer wist ze niet. Alleen maar dat het een geweldige leerling was geweest. En dat ze de beste was van haar klas en jaar was.

De geest van Rowena Ravenklauw lachte luid en hart. De dame keek haar niet begrijpend aan. Dus zat er niets ander op voor Rowena om het te gaan uit leggen.

*#*

Toen Harry samen met Bella lachend uit de openhaard rolde en Sirius er vlak achter na kwam keek iedereen naar de drie lachende gedaantes op de grond. Bella zag dat iedereen er al was. Zelfs de ouders van Hermelien waren er al. Alleen David was er nog niet. Met een grijns vertelde Bella wat Sirius had gedaan en hield haar ribben vast. Ze had er last van gekregen omdat ze zo hard had gelachen. Toen Augusta riep dat ze het ook wilde zien liepen ze gauw met zijn allen naar de hersenpan. En lagen drie minuten later ook rollend van het lachen op de grond.

Harry was de enige die niet was mee gegaan. Toen iedereen eruit kwam keken ze naar Harry die over drie briefen heen hing. De zorgelijke blik voorspelde niet veel goeds. Bella en Daphne snelde zich meteen naar zijn zijde en pakte hem beet.
"Wat is er aan de hand Harry" vroegen de beide meteen.

Harry zelf vertelde niets en gaf hen alleen de brief. Deze werd meteen door Daphne aan gepakt en ook haar Gezicht veranderde in die van afschuw. Ze keek de andere aan en begon de brief voor te lezen.

Geachte heer Potter.

Het spijt me dat ik u het volgende moet vertellen.
Jongsleden heeft mijn vrouw me uit de ouderlijke macht willen zetten.
Hierdoor heeft ze geprobeerd om Ginny op die manier opnieuw onder haar toezicht te kunnen stellen.
Echter is het nu bekend dat u Ginerva tot uw slaaf hebt gemaakt.

Hoewel ik u beloofd hebt om dit geheim te houden voor de bescherming van mijn dochter.
Is mijn vrouw daar toch mee naar de ochtend profeet gestapt.
Ze heeft daar het verhaal verteld over hoe u haar dochter tot uw slaaf hebt benoemd.
Daarmee ook het toneelstukje op het perron vergroot.
Haar hoop is dat u haar, haar dochter weer terug geeft.

Ik heb hier met mijn dochter over gepraat.
Zoals u weet zal ze nooit voor haar moeder kiezen.
Ze wild mij ook niet kwijt maar vraagt uw het volgende.
Ze zou graag onder uw leiding worden geplaatst.
En is berijd om als uw slaaf te dienen als u dat toe staat.

Het zou beter voor haar zijn dan met haar moeder. Is haar eigen mening.

Zelf moet ook ik toe geven dat ze het als slaaf beter zou hebben dan nu.
Haar moeder is nog steeds uit op uw geld en zal haar dochter daar ook voor gaan gebruiken.
Dus als u mij toestaat zal ik mijn dochter aan u over schrijven en daar mee mijn levens schuld aan u voldoen.
Ik zal ook mijn kant aan de ochtend profeet vertellen hoe Ginerva in gevaar is gebracht.
Dit mede door toedoen van haar moeder.
Ik ben er alleen niet zeker van of dat ook zal helpen.

Arthur Wemel.

Ps: als heer van mijn huis.
Vraag ik u ook of ik mag toe treden tot
het aloude en nobele huis Potter.

Daphne keek naar Harry en had tranen in haar ogen. Het plannetje dat ze hadden bekokstoofd om Ginny veilig te houden was bij dezen mislukt. Harry had nu een keuze die hij nooit wilde hebben. Hij moest of Ginny terug geven aan haar moeder. Met alle gevolgen van dien.
Of haar in het openbaar als slaaf tot zich nemen.

Harry die met een hangend hoofd opstond keek naar Amalia.
"Amalia, mam willen jullie even mee komen naar de zij kamer. Ik heb jullie hulp nodig en ook die van mijn moeder en mijn vrouwen". Het was op momenten als deze dat hij de heer moest zijn van zijn huis. En zich dan ook zo moest gedragen. Het was ook op deze momenten dat Isabella het er het moeilijks mee had. Dit waren dingen waar een jongen van twaalf bijna dertien nooit mee te maken moest hebben. Ze kon dan altijd meteen de gevoelens van machteloosheid die hij voelde bij hem voelen. Het hielp ook niet dat Sirius gilde dat hij het niet normaal vond dat Harry een slaaf van iemand had gemaakt.

Maar de manier waarop Daphne meteen tegen hem te keer ging, deed haar hart goed. En vooral hoe ze Bella ook meteen mee trok. Die stond op het punt op Sirius meteen te beheksen na die opmerking.

Toen ze klaar waren kwam Harry nog steeds aangeslagen naar buiten. Er lagen nu nog twee briefen op Harry te wachten maar die wilde hij niet open maken. Echter de brief van zijn oma werd wel meteen door Bella open gemaakt. En vol trots liet ze ook zien dat ze gewoon bij Zweinstein naar binnen konden gaan. Vooral omdat Perkamentus ook weg zou zijn die avond.

Harry was naar zijn werkkamer gegaan en had zijn gewaad opgehangen aan de kapstok. Terwijl hij de naam van Ginny toe voegde aan het boek. Was hij helemaal vergeten dat er nog een stuk perkament in de zak van zijn gewaad zat.

*#*

Zo gezegd zo gedaan. Drie uur later stonden ze voor het hek van Zweinstein. Toen Minerva hen kwam op halen vertelde ze meteen dat Perkamentus weg was. En dat ze alles meteen naar binnen konden brengen. Harry ging met Arabella en Hermelien naar de geheime kamer en de rest bracht hun spullen naar de toren van Griffoendor. Dat was ook de plek waar Sirius zich zou verbergen als het nodig was.

Toen de rest ook de geheime kamer binnen werden gebracht zagen ze dat Arabella de gouden ketel al aan het pruttelen had. En dat ze om twaalf uur kon gaan beginnen met de speciale drank. Iets wat nog geheim was voor Dame Zweinstein. Het was voor bijna iedereen de eerste keer dat ze in de geheime kamer waren. Alleen Amalia en Isabella waren daar geweest. Dus toen ze de dode Basilisk zagen, konden ze zich pas echt een voor stelling maken over hoe het was geweest.

"Kijk Sirius, door het doden van dat slangetje is Ginny zijn slaaf geworden. En dat omdat dat beest door het toedoen van haar moeder en Perkamentus door de school heen sloop. En dan nog vind jij het niet normaal dat Harry dit heeft gedaan" riep Daphne hem boos toe. Sirius keek met grote ogen naar de dode Basilisk.

Minerva die bij Sirius en Daphne was gaan staan wreef met twee vingers over de brug van haar neus.
"Ik neem aan dat ik niet wil weten waarom Daphne zo tegen jou tekeer gaat, Sirius" vroeg ze meteen.
"Nee dat wild u zeker niet" antwoordde Daphne fel voordat Sirius antwoord kon geven. Sirius die bij die woorden schuldig omlaag keek, wist niet wat hij moest doen. Toen Bella er ook nog eens een schepje boven opdeed werd zijn blik angstig.

"Laat maar Daphne. Ik weet een ding als Sirius nog een keer zo een opmerking maakt tegen Harry, zonder er eerst naar te vragen. Dan verteld ik het tegen mijn oudere ik. Peetvader of niet".