(BTK 3) H13 Het vijfde huis

Iedereen keek naar de oppertafel die vooraan in de grote zaal stond. De oma van Harry stond met de Sorteerhoed in haar handen. Ze keek wat Angstig naar haar welp, en gaf hem een klein lachje. Ze wist ongeveer wat Albus Perkamentus ging zeggen. Het was iets wat heel duidelijk was wanneer je naar de opper tafel keek. En ze wist ook dat haar lachje niets betekende voor Harry hij keek recht door haar glimlach heen.

"Verder zullen we ook dit jaar weer een nieuwe Verweer tegen de zwarten kunsten professor hebben. Jullie kennen haar vast wel, maar toch zal ik haar voor stellen, Professor Wemel" Zei Professor Perkamentus in zijn vaderlijke toon. Heel de zaal begon te klappen. Iedereen wist precies wat Harry met haar dochter het gedaan. Overal was het, het gesprek van de dag geweest. En alleen al daarom vonden ze het geweldig. Tuurlijk waren het Ronald Wemel en Draco Malfidus de genen die het hardste klapten.

Ginerva Molly Wemel was de slaaf van Harry potter. Een slaaf die hij via een Imperiusvloek had verkregen, dat was immers wat de ochtend profeet aan iedereen had verteld. En wat er in een krant stond was altijd de waarheid. Harry die nog wel had geprobeerd om een rechtszaak te beginnen, een week nadat het artikel in de krant was verschenen, (Dit enkel en alleen met als rede om Ginny nog meer te gaan beschermen), was mislukt. De rede daarvoor was niemand minder dan minister Cornelius Droebel, iets wat die weer had gedaan, op aanraden van Perkamentus.

Cornelius Droebel had er alles aan gedaan om die zaak zoveel mogelijk te vertragen. En nu dat ze zagen dat Molly Wemel hun nieuwe professor verweer tegen de Zwarte kunsten was. Wisten ze ook meteen waarom Harry zo was tegen gewerkt.

Ginny die vlak bij Harry zat keek hem schuldig aan. Hoewel het haar moeder was geweest die het verhaal aan de krant had verteld. En zij zelf daar hellemeel niets tegen heeft kunnen doen. Vond ze het toch erg voor Harry. Ze wilde iets voor hem terug doen maar wist niet wat. Het was namelijk Harry die al heel veel voor haar had gedaan.

Suzanne die naast haar zat keek haar schattend aan. Even hing ze naar haar toe en fluisterde wat bij Ginny in het oor.

Ginny keek haar met grote ogen aan en toen naar haar moeder. Er verscheen een grijns op het gezicht van Ginny die je kon omschrijven als die van de duivel. Suzanne die de lach zag vormen slikte even maar genoot er ook van.

Molly Wemel die was opgestaan om de zaal toe te gaan spreken. Keek raar op toen Ginny ook op stond. De zaal was stil toen Ginny met grote passen rechtop haar moeder af liep. De gedachten in de zaal was dat Ginny meteen in de armen van haar moeder zou springen. Maar niemand had echt door, wat zich nu werkelijk afspeelde tussen Molly Wemel en Ginny.

De blik naar haar moeder was gevoelloos en dreigend haar ogen waren gevuld met vuur en haat, terwijl Ginny richting haar moeder liep. Minerva die haar kans zag komen richten stiekem haar toverstok op de keel van Ginny. Zonder dat die het door had was haar stem behekst zodat ze harder dan ooit zou praten. En ook hard genoeg zodat de hele zaal haar kon horen. "Meester mag ik u hier bij mijn zijde verzoeken" riep ze plechtig richting Harry, terwijl ze haar blik niet afwende van haar moeder..

Dat waren de eerste woorden die Ginny sprak. Harry keek op maar wilde niet gaan staan. Suzanne knikte dat hij het wel moest doen. En Daphne porde hem in zijn zij. Met wat moeite en hulp van Bella stond hij dan ook op. Angstig liep hij naar de oppertafel toe. Iedereen die zich in de zaal bevond keek hem verwijtend aan en mummelde verwensingen naar hem toe.

Harry wist niet wat hij mee ging maken en ook niet wat of Ginny van plan was. Wel wist hij dat het kwam door Suzanne en die vertrouwde hij. Ze zou niet iets doen om hem te vernederen dat wist hij zeker. Met nog maar een paar stappen stond hij voor Ginny, en keek haar vragend aan. Ginny keek hem op haar beurt met een glimlach aan en zakte op haar knieën. Ze boog diep en kuste zijn voet. Het was een gebruik die een slaaf bij haar meester hoorde te doen. Ze wist ook dat Harry het niet leuk vond maar deze keer moest ze het doen.

"Ginerva Molly Wemel, laat dat je bent niet zijn slaaf, je bent niets van hem en je hoor bij jou moeder" gilde Molly die achter Harry stond.

Opnieuw verscheen die hatelijke blik in de ogen van Ginny terwijl ze nog steeds voor over gebogen zat. Ze keek haar moeder fel aan en riep "NEE". En kuste meteen weer de voet van Harry en zei "Sorry meester voor mijn uitbarsting, en voor wat ik nu ga zeggen".

De zaal was stil naar die schreeuw maar daar trok Ginny zich niets van aan en ging door. "Nee moeder. Ik ben een bezit van Harry. Hij is mijn meester. Ik heb mijn leven aan hem te danken. Als slaaf zal ik dienen voor mijn heer. Ik durf te zeggen dat ik het bij hem beter zal hebben dan bij jou". Haar woorden waren hard en gericht. Ze kon haar haat niet meer onderdrukken.

Molly keek haar geschrokken aan. "Ginerva Liefje dat meen je niet. Hij heeft je gebruikt" piepte Molly.

"Nee moeder, u hebt mij gebruikt. U hebt hem willen doen misleiden. Mijn meester is eerlijk tegen mij geweest. Eerlijker dan mijn moeder. U hebt het recht niet om de oude gebruiken zo tegen te werken" Schreeuwde Ginny bijna met tranen in haar ogen. Door meteen weer een kus te geven aan de voet van Harry.

Molly wilde weer wat gaan zeggen maar kon haar stem niet vinden. Het enige wat ze kon doen was kijken naar haar dochter. Haar dochter die nog steeds op haar knieën voor Harry zat. Haar dochter die zich nog steeds onderwierp aan die jongen. Die jongen die al haar plannen op een rijke toekomst had vergooid. Ze zou hem eerst aan haar dochter koppelen, en zorgen voor een nageslacht. Als dat gebeurd was dan zou ze hem vermoorden. Op die manier zou ze al zijn geld bemachtigen. Haar dochter zou haar dankbaar zijn geweest en als dat niet zo was dan zou ze dat ook verhelpen, en de beste oma zijn dat ze kon zijn. Maar die Potter had dat allemaal verhinderd.

Ginny zat nog steeds onderdanig voorovergebogen voor Harry. Hoe lang ze nog zo moest zitten hing van haar moeder af. Zo lang haar moeder bleef staan moest zij blijven zitten, en zijn voet zo nu en dan kussen. Het was vernederend voor haar maar ook voor Harry. Ze wist zeker dat hij dit helemaal niet wilde op deze manier. Harry mocht niets doen, dat was iets wat hem door Marcel en Daphne geleerd was. Hij wist dat hij op het station haar weg moest duwen, een bewijs van zijn macht over Ginny. Maar dat mocht hij nu niet doen. Hij moest haar respect tonen op het moment dat haar moeder weg liep.

Molly die de oude gebruiken niet begreep bleef gewoon staan. En Ginny moest dus blijven zitten. Gelukkig voor Harry en Ginny zorgde Minerva ervoor dat Molly weer ging zitten. Harry boog zich voorover en hielp Ginny weer op haar bennen. Harry verhoogde ook zijn eigen stem en sprak tot Ginny. Wat hij nu ging doen wilde hij eigenlijk in de rechtszaal gaan doen. Maar het kon ook hier gedaan worden.

"Ginerva Molly Wemel. Als mijn slaaf heb ik het recht om jou het volgende aan te bieden. Volgens de oude gebruiken heb ik het recht om jou tot mij te nemen als het contract tussen ons niet is naar gekomen. Het contract wat jouw moeder vandaag op dit moment heeft verzuimd na te komen.

Ginerva Molly Wemel. Wil jij toe treden tot mijn Familie als mijn dochter met Minerva Anderling/ Potter tot jouw voogd en beschermer".

Ginny keek recht in de ogen van Harry. Alles wat ze dacht was niets vergeleken met het geen wat hij haar nu aanbood. Ze kon zijn dochter worden. Maar wat zou dat allemaal in gaan houden. En Hoe zou het nu met haar eigen vader gaan. Kon ze hem nog wel blijven zien. Mocht dat dan nog of moest ze die ook gedag zeggen. Haar moeder maakte haar niet zoveel uit, haar vader wel.

Ginny zakte opnieuw door haar knieën heen. "Meester mag ik hier over denken" vroeg ze terwijl ze opnieuw zijn voet kuste. Harry wierp een blik op Suzanne. Iets in hem vertelde dat zij het antwoord zou weten. Zonder geluid zag hij haar lippen iets zeggen.

"Ginerva ik geef jou een week. En dan wil ik een antwoord van jou hebben". Vertelde Harry aan Ginny. En opnieuw hielp hij haar op de been. Met een arm om haar schouders heen hielp Harry haar weer terug naar haar tafel. En ging toen snel bij Bella en Daphne zitten. Suzanne gaf hem gauw een klein duimpje en keek toen net als de rest naar Minerva. De sortering van de eerstejaars leerlingen zou nu gaan beginnen.

*#*

Albus Perkamentus die niets meer had gezegd over de lege tafel. De tafel die in het midden van de zaal stond. Keek bedrukt naar Harry. Samen met Droebel wilde hij Harry voor schut laten staan voor iedereen in de school. Maar opnieuw was het hem niet gelukt. Een van de overtuigingen die hij had gehad was dat Ginny met tegen zin bij Harry was. Dat was ook de rede geweest dat hij dat gesprek met die Rita Pulpers was aan gegaan. Maar weer was het iets dat niet helemaal volgens plan ging. Hij was er van overtuigd geweest dat Minerva het voor haar kleinzoon zou op nemen. En als dat niet het geval zou zijn geweest dan zou het een van zijn vrienden zijn, daar ging hij tenminste van uit. Dat uitgerekend Ginny het voor haar meester zou opnemen dat had hij niet verwacht. En aan het gezicht van Molly te zien, zij ook niet.

Hij begon nu ook te twijfelen, of de samenwerking die hij met Molly had wel zo een goed idee was geweest. Ze wist helemaal niets van de oude gebruiken. In het begin vond hij dat niet erg want Harry wist daar ook niets van. Maar dat hij uitgerekend de vrienden had die het wel wisten, dat was de grootste tegenslag geweest. Juist die vrienden waren een doren in zijn oog. Het was hem dan nu ook duidelijk dat hij de vrienden van Harry moest aan pakken. Als hij die bij Harry zou weg kunnen krijgen dan had hij Harry zo weer onder zijn eigen duim en kon hij niets meer doen zonder zijn toestemming.

"Aristona Goedleers" klonk de stem van Minerva. Dit was de naam die Albus uit zijn gedachtegang haalde. Even keek hij naar de tafel in het midden van de grote zaal. De hoed had nog niemand in die tafel ingedeeld. Dat was iets dat hij hem duidelijk had gezegd. Jammer alleen dat hij daarvoor in moest breken in de kamer van Minerva. Maar goed er waren nog maar vier leerlingen te gaan. En die konden nooit allemaal bij die lege tafel horen.

"ZWEINSTEIN" klonk de stem van de hoed. Albus keek hem kwaad aan. Hij had toch duidelijk gezegd dat er geen eerstejaars aan de nieuwe tafel mochten gaan zitten. Aristona stond op en ging alleen aan de lege tafel in het midden van de grote zitten. Boven de tafel verschenen ineens allemaal vlaggen met het wapen van Zweinstein erop. Ook verscheen er het servies voor een persoon.

Toen de sortering klaar was hield Minerva de hoed stevig vast. Albus most nu gaan uit leggen wat die ene tafel betekende. Langzaam stond hij op en vertelde zacht tegen de hoed dat hij hem later wel zou spreken.

"Nee Albus, als er iets is, dan zeg je het nu anders zeg ik het. Ik spreek namens de stichters en hun erfgenaam. En heb de toestemming om jou op jouw woorden te beoordelen" beet de hoed hem toe.

Albus trok een beetje wit weg meer herhaalde zijn zin. "Ik had met jou de afspraak dat er geen eerstejaars in het nieuwe huis mochten gaan zitten" snauwde Albus richting de sorteerhoed.

De sorteerhoed lachte luid en zei "Dat klopt Albus en dat vonden de stichters ook goed. Was het niet dat juffrouw Goedleers dit jaar in het tweede jaar zal gaan starten. Dus hoewel ze nieuw is, is ze geen eerstejaars".

Dit was iets dat Albus had moeten weten. Maar net als zoveel dingen had hij de aanvragen van nieuwe leerlingen aan een ander over gelaten. Het was een taak die de hoofd meester moest doen en een taak die hij niet wilde doen. Dus ook dit had hij bij Minerva op het bureau gelegd.

Met een vermoeide blik knikte hij en draaide zich naar de zaal. Wat hij nu ging zeggen was iets wat hij absoluut niet wilde doen, maar het moest.
"Zoals jullie zien hebben wij hier zins dit jaar een vijfde huis. Een leerling mag een keer vragen of hij of zij mag worden over geplaatst naar een ander huis. Bij deze vraag zal de sorteerhoed opnieuw kijken of en waar die persoon het beste tot haar recht kan en zal komen. Dus voor iedereen die naar een ander huis wild gaan is vandaag de mogelijkheid. Weet wel je kan het maar een keer in de zeven jaar doen. Dus iedereen die van huis wild veranderen mag nu op staan".

Het verbaasde Albus niet dat iedereen van het groepje van Harry op stond. Wel verbaasde het hem dat Harry bleef zitten. Stuk voor stuk werden ze allemaal bij het huis van Zweinstein ingedeeld. Bella en Daphne gingen tegen over Aristona zitten en hielden een plaats tussen hen beide vrij.

Overal in de zaal was er een geroezemoes en een zacht gefluister. Harry die om zich heen keek, keek als eerste naar Ginny. Haar gaf hij aan dat ze ook daar heen moest gaan. Toen keek hij naar de tafel van Zwadderich. Tracy Davids keek hem vragend aan. En ook die gaf hij het teken. Tot zijn verbazing zag ze hoe ze een donkere jongen aan haar hand mee nam. Hier en daar stonden nu meer mensen op. Harry zag hoe Ginny naar een meisje met een dromerige blik liep en haar ook mee trok. En ook hoe steeds meer jongens de poging waagde.

Het was niet zo dat iedereen in het nieuwe huis terecht kwam. Nee veel kwamen weer bij hun oude huis terecht. En sommige werden in een ander huis geplaatst. Het was ook niet duidelijk aan welke ijzen je moest voldoen om in dat huis te komen. Dus veel durfde de stap niet te wagen. Toen er niemand meer opstond. Pakte Minerva de hoed en het krukje weer op. Harry was nu ook opgestaan en ging tussen Daphne en Bella in zitten.

Harry keek even over de tafel heen en zag dat er ongeveer twintig leerlingen aan de tafel zaten. Er waren ongeveer acht jongens en zes dames bij gekomen. Allemaal keken ze op toen Harry gewoon bij hun ging zitten. Achter in de zaal verscheen er een nieuwe Zantloper met het wapen van Zweinstein erboven.

Aan de opper tafel kreeg Albus Perkamentus een steeds diepere frons op zijn voorhoofd. Hij kon maar niet begrijpen hoe er ineens een vijfde tafel bij was komen staan. En al helemaal niet hoe de vlaggen met het wapen van Zweinstein tevoorschijn kwamen. Laat staan de vijfde zandloper. Wat hij wel wist was dat Harry Potter zonder zijn toestemming gewoon bij een andere tafel was gaan zitten. En tijdens het openingsfeest of het sluitingsfeest was dat verboden. Het was dus iets waar hij het zeker met hem over ging hebben. Bij die gedachte daaraan had hij al wat voor pret.

En dan was er nog die andere lerares. Het school bestuur had haar in een keer voor gedragen. Hij kon daar niets aan doen. Iets in hem vertelde dat het, het werk van Harry Potter en zijn vrienden was geweest, maar wist dat niet zeker. Hij had nog geprobeerd om Lucius bij zijn kant te krijgen. Die had hem immers beloofd dat hij altijd voor hem zou stemmen. Toch toen Narcissa in een keer binnen kwam en voor de kant van Potter stemde begreep hij het niet. Vlak na die vergadering had hij Lucius nog gesproken. Dus toen hij dit ter gehore bracht werd Lucius meteen bloedlink. En vertelde hem dat potter hem het zwijgen op had gelegd. En vervolgens wilde hij hem daar geen uitleg meer over geven.

En dan die nieuwe lerares zelf, professor Zeneria leek het heel goed te kunnen vinden met professor Anderling. Maar wat hij ook had gedaan hij kon niets over haar vinden. Er was nergens een verwijzing van waar ze vandaan kwam. Laat staan wanneer ze geboren was. Hij had nog wel geopperd om haar niet aan te nemen op het gebrek van kennis. Helaas bracht Harry toen meteen Gladianus Smalhart ter gehore. Het bleek later dat Gladianus Smalhart alles van zijn leven had gelogen. Dus ook alles wat hij had mee gemaakt, en dat wist Albus toen nog niet. Met die wetenschap kon Albus die nieuwe lerares ook niet weigeren. Net als iedereen moest ze zich bewijzen. En als meer dan 85 % van haar klassen zou slagen voor het volgende jaar dan was ze goed genoeg. En met de test die hij haar had gegeven was ze met meer dan 100 % geslaagd. De toevoegingen die ze aan zijn test had gegeven daar had hij zelf niet eens bij stil gestaan.

Nee Perkamentus kon bijna niets beginnen om haar maar te kunnen weigeren. Op nieuw keek hij naar de vijfde tafel. Daar zat Harry tussen zijn vrienden in. Hij lachte en had het erg gezellig. Inwendig wist hij al wat hij naar het feest ging doen. Zonder dat Harry het zelf wist had hij zich zelf van zijn vrienden afzijdig gemaakt en daar ging Perkamentus hem dadelijk over in lichten. En hem dan voor de keuze stellen, terug naar Griffoendor of weg van de school.

*#*

Aan de vijfde tafel keek iedereen naar Harry. Ze hadden allemaal maar een vraag voor hem en durfde hem eigenlijk niet te stellen. Het was Bella die de vraag voor iedereen stelde. Hoewel zij en Daphne allang het antwoord wisten. Wilde ze het voor de andere niet verborgen houden.

Harry knikte bij die vraag en ad langzaam zijn mond leeg. Toen hij zijn bestek neer legde keek hij even de tafel rond. En gaf vervolgens zijn antwoord. "Iedereen aan deze tafel heeft een geldige reden waarom hij in het huis Zweinstein hoort. De rede hiervoor is anders dan voor de andere huizen. De huizen waar jullie eerst zaten waren ook goed voor jullie. Dat als je van jullie persoonlijkheid af gingen. Was je dapper dan zat je in Griffoendor. Sluw in Zwadderich en slim in Ravenklauw. Was je loyaal dan mocht je naar Huffelpuf. Maar dat is niet waarom jullie hier zijn".

Allemaal keken ze Harry met open mond aan. Hij noemde net alle eigenschappen op die je moest hebben om in een huis te komen. Maar dat deed er hier niet toe. Wat was er dan wel voor nodig om in dit huis te belande. Ze hadden allemaal bijna honderd leerlingen gezien die ergens anders wilde zitten. Zelfs Korzel en Kwast hadden het geprobeerd. En daarvan dacht iedereen dat die naar de trollen academie moesten.

Harry zag hoe iedereen diep aan het na denken was. Met een gniffel keek hij naar Bella en Daphne.
"Zal ik ze maar uit de droom helpen" vroeg hij. Beide keken nog eens de tafel rond en knikte van ja.
"Oke luister" riep Harry. Iedereen was meteen stil en keek hem strak aan.
"de rede waarom jullie hier zijn geplaatst is de manier hoe jullie in jullie huis werden behandeld. Meeste van jullie hadden daar geen vrienden of werden gepest. Tracy Davids wilde niets liever dan bij haar vriendin zijn. Nu was het probleem dat haar vriendin in Griffoendor zat. Ze kon geen vriendschap met haar hebben want dat mocht niet van haar huis. Juist daarom werd door haar huis gezien als uitschot.

Hoewel ze in Zwadderich hoort te zitten, vonden de Zwadderaars zelf van niet. Daarom mochten ze in huis Zweinstein. Harry wilde nog een voorbeeld gaan geven maar werd onderbroken door een dromerige stem.
"Hallo allemaal. Mijn naam is Loena Leeflang. Ik werd in mijn huis gepest. En er was niemand die er wat tegen wilde doen. Ik wist niet meer wat ik moest doen en eigenlijk wilde ik ook niet meer terug naar school. Het was Ginny die mij naar het krukje heeft getrokken. Dus toen ik deze kans kreeg heb ik hem ook gegrepen en aan de sorteerhoed gevraagd waarom. En hij heeft mij het volgende verteld".

Iedereen aan de tafel was met stomheid geslagen. Daar zat een meisje die niemand aan keek en van uit het niets vertelde dat ze gepest was. En als iedereen eerlijk was konden ze het meisje allemaal als lijpe Loena. Al kon niemand echt zeggen waarom ze lijpe Loena werd genoemd. En net alsof er niets gebeurd was ging ze verder.

"De hoed vertelde mij dat heer Zweinstein mij wilde hebben. Mij omdat niemand anders iets in mijn zag. Hij kon mij vertellen dat heer Zweinstein veel heeft mee gemaakt, en dat alles alleen maar is wat je ervan maakt. Dus een huis met mensen die niemand wil. Is waarschijnlijk het sterkste huis die er ooit zal zijn. Dus ik zou zeggen op ons".

Even was het stil toen Harry zijn glas hief en luid riep "OP ONS, OP ZWEINSTEIN".

Langzaam kwam het feest tot zijn einde. Perkamentus stond weer op en ging voor de oppertafel staan.
"Voor alle nieuwe leerlingen ik heet jullie welkom. Voor alle oudere leerlingen welkom terug. Ik hoop dat het een heerlijk feestmaal is geweest en dat we er morgen weer fris tegen aan kunnen gaan. Ik zou zeggen klassen oudste breng de leerlingen naar hun leerlingen kamer en een goede nacht".

Iedereen die aan de Zweinstein Tafel zat keek naar een van de vrienden die ook aan die tafel zaten. Er waren geen klassen oudste aanwezig, en ze wisten niet eens waar hun leerlingen kamer was. Toch het vrienden groepje rond Harry bleef rustig zitten en praten onderling verder. Langzaam liep de zaal leeg. Een enkeling bleef achter maar niet iedereen. Met een oog op de oppertafel gericht wist Harry dat het nu ging komen.

Van uit zijn ooghoek zag hij hoe Perkamentus naar hem toe kwam. Hij werd op de voet gevolgd door Molly Wemel. Zijn oma en Dame Zweinstein bleven rustig zitten. Geen van die twee wilde op gaan staan. En toch vanaf de oppertafel hielden ze beide een oog op het geen wat er ging gebeuren.

"Harry, Waarom ben jij niet onderweg naar de toren van Griffoendor" vroeg Albus op en vaderlijke toon. Daphne rolde meteen met haar ogen en Bella keek zuchtend naar de grond. Na twee jaar achter elkaar op school te zijn geweest. Hoopte ze dat Albus Perkamentus het wel eens geleerd zou hebben. Maar niets was minder waar.
"Nou Albus, dat is simpel. Ik zit niet meer in Griffoendor". Albus wreef met twee vingers over de brug van zijn neus.
"Harry, het is Hoofd meester of Professor voor jou. En zo ver als ik weet mag alleen het bestuur of de hoofd meester beslissen wie er naar een ander huis gaat".

Er verscheen een klein lachje. Harry keek naar Hermelien maar die schudde hevig van nee. Het gene wat nu gebeurde was iets wat ze verwacht hadden. En Hermelien zou dat duidelijk gaan maken aan Albus. Toch op het laatste moment durfde ze niet. Nu keek Harry even verder over de tafel heen. Niemand wilde echt dus moest hij het zelf doen.
"Albus voor jou is het Heer Potter of heer Prosper. En nee niet alleen de hoofd meester of het bestuur mag iemand in een andere huis zetten. Ook een erfgenaam van een stichter mag dat. En zoals je weet ben ik heer Griffoendor dus ik mag dat. Sterker nog als ik wil mag ik mijn eigen vertrek betreden. Dus Albus ik zit van af vandaag in huis Zweinstein". Met die woorden stond Harry op en liep de grote zaal uit.

Zijn vrienden waren hem meteen gevolgd en de rest twijfelde maar heel even. Albus keek hem na en wist niet wat hij moest doen.

Toen Harry vlak bij de deur was riep Albus hem. "Oja Harry, Jullie hooft van het huis is Molly Wemel". Harry hield meteen stil. Hij keek Perkamentus strak aan. De handen van Bella en Daphne grepen die van hem om hem rustig te houden. Ze wisten allemaal meteen wat Perkamentus wilde. En ook waarom Molly het hoofd van het huis was. Met veel moeite kregen ze Harry weg uit de grote zaal.

Terwijl ze door de gangen liepen werd Harry wat rustiger. Ze moesten voor het eerst naar hun huis. Bij het schilderij van de vier stichters hield Harry stil. Inmiddels waren Zanita en Minerva ook bij de groep gekomen.

"Heer Griffoendor, Heer Zwadderich. Dame Ravenklauw en Dame Huffelpuf. Ik wil u allen voor stellen aan de eerste leerlingen van het gezamenlijke Huis Zweinstein. Maar ook aan het hoofd van ons huis Dame Zweinstein". Bij die laatste woorden stapte Harry op zij en liet Zanita Zeneria voor het schilderij komen. De vier stichters keken haar aan en bogen diep. Ademloos keken ze naar de dame. Het was hun doel om haar levend te maken. Maar het was de stichters nooit gelukt.