(BTK 3) H14 Droebel en de dementors.

Stuk voor stuk moesten ze hun hand op de lijst leggen en mochten ze naar binnen. Het was zo gedaan zodat niemand anders er zomaar in zou kunnen komen tenzij Dame Zweinstein hen toestemming had gegeven. Het was wel jammer dat geen van de stichters in de lijst kon spreken, het enige wat ze deden was ja knikken en nee schudden. Maar de verwondering op hun gezichten toen ze dame Zweinstein hadden gezien sprak boekdelen voor iedereen.

In de leerlingen kamer ging iedereen bij de openhaard zitten. Daar vertelde Harry het verhaal van Dame Zweinstein. Het ritueel vertelde hij niet. Wel vertelde hij dat hij nu heer Zweinstein was. En dat dame Zweinstein de magie van het kasteel beheerste. En dat zij het ook was geweest die de tafel en de vlaggen van Zweinstein had getoverd. Ook vertelde Harry dat hij op papier de meester was van Ginny. Maar ook dat hij het nooit had willen zijn. Toen hij het contract door de kamer liet gaan begreep ook iedereen wat of hij bedoelde. Er was nog wel iets dat aan hem knaagde. Hij was iets vergeten alleen kon hij zich niet meer herinneren wat dat was.

Omdat er zo weinig mensen waren werden er ook maar een paar slaapzalen ingericht. Een was voor de meisjes en een voor de jongens. En er was er ook een die uit twee gedeeltes bestond en die was voor de groep vrienden. In die kamer werden ook de jongens van de meisjes gescheiden. Maar de hoofdreden dat ze toch vlak bij elkaar mochten zijn kwam door de dromen van Bella. Hoewel ze, ze niet meer zo vaak had waren ze er nog wel. En het was nog steeds zo dat Harry haar altijd moest helpen.

Die avond werd het nog laat in de kamer. Dame Zweinstein vertelde over de dingen die de ouders allemaal hadden uit gehaald. Maar ook wat de leraren van nu hadden gedaan. Ze vertelde ook dat Minerva net zoveel geintjes uit haalde als de vader van Harry, en de tweeling toen zij nog een leerling was.

*#*

Bij het ontbijt kwamen ze met zijn allen als een huis naar binnen gelopen. Het was iets dat ze hadden afgesproken om te gaan doen. Iedereen in Huis Zweinstein was in hun eigen huis niet gewenst. En nu wilden ze dan ook laten zien hoe het wel kon. Het huis Zweinstein moest en zou het beste huis worden dat er was.

Terwijl de grote zaal vol liep keken Minerva en Zanita hoe of het met het vijfde huis ging. Zanita zat vol bewondering naar haar meester te kijken.
"Minerva, waarom is Harry zo geworden zo als hij nu is". Minerva keek haar even aan en toen weer naar haar Welp. Het was een vraag die niet zo vaak aan haar werd gesteld. En toch was het een vraag waar ze zelf ook graag een antwoord op wilde hebben.

"Ik weet het niet Zanita. Hij lijkt heel veel op James. Maar zijn karakter is dat van Lilly. In de jaren hier op school heb ik gezien hoe Lilly het ook voor iedereen op nam. Severus die door iedereen werd gepest werd altijd door haar verdedigd. Net als die peter Pippeling. En toch zijn dat ook weer de twee die haar veel ellende hebben aangedaan. Ik zal ook nooit vergeten hoe ze omging met Remus Lupin. Zijn probleem was als was in haar handen. Nooit was hij bang als hij bij haar was. En dat zelfde zie ik ook in haar zoon. Ik kan niets anders zeggen dan dat mijn welp een fantastische jongen is. En als ik iemand er voor moet bedanken dan is het Bella".

Zanita keek nu naar Bella en sloot haar ogen.

*#*

Op de gang liep een klein meisje met Zwarte krullen. Ze huilde en zocht naar een special plekje. Dat plekje vond ze in een leeg klaslokaal. Met haar knieën opgetrokken ging ze in een hoekje van het lokaal zitten en huilde rustig door.
"Wat is er meisje" klonk er een stem van af de andere kant.

Het meisje keek verschrikt op. "Wie bent u en wat wild u van me" vroeg ze angstig.

Het schijnsel die zich aan de andere kant van het lokaal bevond veranderde in een dame. De dame zweefde naar haar toe en lachte vriendelijk. "Ik ben Dame Zweinstein. En ik dacht dat jij best wel een vriend kon gebruiken.

Het meisje knikte van ja en keek op naar de dame.

"Nou vertel eens wie ben jij en waarom huil je zo".

Op nieuw vulde de ogen van het meisje zich met tranen. Ze wilde het zo graag aan iemand vertellen maar van haar opa moest ze het geheim houden. Hoewel ze geen eed had afgelegd durfde ze het niet echt.

"Ik zal het niemand vertellen dat beloof ik jou" zei de dame.

Op nieuw keek het meisje haar dankbaar aan en knikte. "Ik ben Bellatrix Zwart. ik heb vandaag van mijn opa gehoord dat ik moet gaan trouwen. Net als mijn Zuster. Alleen is mijn man al dertig jaar. En ik ben pas twaalf. Over twee jaar moeten we al getrouwd zijn en ik durf niet. Ik wil niet". Bellatrix huilde opnieuw.

Dame Zweinstein die door haar knieën gebogen voor haar zweefde. Wilde het meisje knuffelen. Ze had het zo met het kind te doen. Het was toen ook dat ze een besluit nam. "Ik weet niet of het zal lukken Bellatrix maar ik zal proberen om je te helpen".

Laat in de avond Zweefde dame Zweinstein het kantoor van Perkamentus binnen.
"Hoofd meester ik ben Dame Zweinstein en u moet iets voor me doen". Flapte ze er meteen uit.

Albus Perkamentus die achter zijn bureau zat keek even op. Voor hem zweefde een dame. Het was geen geest maar een lichtschijnsel van magie. Volgens de portretten op de muur was het niemand minder dan Dame Zweinstein. De beschermer van het kasteel die door de vier stichters was geschapen. Zij en alleen Zij zou de magie van het kasteel kunnen beheersen. Op een vriendelijke en toch doordringende toon vroeg Perkamentus. Wat hij voor de dame kon doen.

De dame die nu al even voor hem Zweefde keek hem wantrouwend aan. Zijn toon was iets dat haar niet beviel. Ze vertelde hem vervolgens het verhaal van Bellatrix. De hoop die ze had dat hij haar zou redden werd meteen door Perkamentus ten gronde gericht.

"Het spijt mij dame Zweinstein, maar het wel en wee van een aloude en nobel huis daar kan ik me niet mee bemoeien.
En dat is ook iets wat ik totaal niet wil doen. Verder wil ik uw vragen om mij niet meer lastig te vallen met kleine zaken, als dat van een meisje van twaalf". De portretten aan de muur schreeuwde met afschuw naar Albus maar die negeerde het.

"Perkamentus dit is een belediging naar de school. Let wel ooit zal ik hier rond lopen en dan zijn jouw dagen geteld. Dame Zweinstein werk alleen nog voor haar erfgenamen en nooit meer voor u". Met die woorden had de dame voor het eerst een stam punt tegen de hoofd meester in genomen. Nu was er alleen nog maar de volgelingen van de stichters. Daar waren er nog twee van. En dat waren James Potter en Marten Velijn.

Langzaam Zweefde dame weer terug door de gangen heen. Vlak bij de leerlingen kamer van Zwadderich hoorde ze opnieuw het gehuil. In het lege lokaal dat naast de leerlingen kamer was vond ze opnieuw de kleine Bellatrix. Een beetje terneer geslagen zweefde ze weer naar haar toe.

Tussen het gesnik door keek Bellatrix even omhoog. "Hebt u wat voor mij kunnen doen Dame Zweinstein".

De blik van hoop deed het magische hard van de dame pijn. Ze moest haar het slechte nieuws gaan vertellen maar wist niet hoe. Langzaam en met haar blik naar de grond schudde de dame van nee.

Bellatrix keek haar aan en zag het verdriet. "Het geeft niet, u hebt het geprobeerd. Ik hoop alleen dat hij goed voor mij zal zijn. Mijn oudere zus moet ook gaan trouwen. En haar man volgt die Voldermort. U weet wel die vreselijke man die nu ruzie maakt met het ministerie".

Dame knikte dat ze het begreep en had het enorm met het meisje te doen. Achter haar hoorde ze een deur open gaan. In die opening stond een jonge vrouw. Ze had lang rood haar en groene ogen. Ze zag er lief uit en de dame Zweefde meteen opzij. Zachtjes knielde de jonge vrouw bij Bellatrix neer. "Dag meisje ik ben Lilly Evens. Jij kent mij niet maar jij bent toch Bellatrix zwart".

Bellatrix knikte en keek Lilly verdrietig aan.

"Ik weet dat jij moet trouwen Bellatrix. En het zal niet leuk zijn. Maar ik weet ook dat jij een tweede kans gaat krijgen. Het zal met een jonge zijn die Zwart haar heeft en groene ogen. Maar die kans is nog lang weg. Je zult jezelf eerst moeten bewijzen. Er zullen veel dingen gebeuren die jij niet leuk zult vinden. Maar vertrouw op je eigen ik. En die jonge met groene ogen zal voor jou zijn".

Met die woorden stond Lilly weer op en liep het lokaal uit. Bij de deur hiel ze nog even stil.
"O dame Zweinstein. Die jongen zal ook jou heer zijn. Kijk naar hem uit hij zal u uw diepste wens vervullen".

*#*

"Zanita, Zanita ben je daar". De dame schudden even met haar hoofd en keek opzij. Minerva die aan haar arm zat te treken keek haar bezorgd aan. Gauw keek Zanita naar de tafel van Zweinstein en toen weer terug naar Minerva.

"Zeg Minerva, Lilly de moeder van Harry had toch rood haar. En haar ogen waren ook groen, toch".

Een beetje vreemd vond Minerva het wel maar vertelde dat ze gelijk had.

"Maar haar naam was toch Lilly Anderling" vroeg ze aan Minerva.

"Nee Zanita. Haar naam was Lilly Evens. Maar ze was geboren als Lilly Anderling" mijn dochter vertelde Minerva met een glimlach

"Dan denk ik dat Harry de jongen is waar Lilly het over heeft gehad". Dame Zweinstein begon over de herinnering te vertellen die ze net had gezien. Daarin vertelde ze dat ze dacht dat Lilly en ziener was. Maar ook dat ze toen voor het eerst de ware kant van Albus Perkamentus had gezien.

"Het kan me niet schelen of jij verweer tegen de zwarte kunsten wild hebben. Ik wil die hele groep van jou niet in mijn klas hebben". Klonk er van uit het midden van de zaal.

Zanita en Minerva keken geschrokken om. Midden in de grote zaal stond Molly Wemel tegen Harry te schreeuwen. Het was duidelijk dat ze geen les wilde gaan geven aan zijn groep vrienden. Of ook maar aan het huis Zweinstein in het algemeen. Nog voor dat Minerva iets kon doen stond Zanita al op.
"Ik moet mijn meester helpen" riep ze nog gauw over haar schouder heen.

"Mevrouw Wemel ik kan u zeggen dat u geen van ons mag weigeren. Wij hebben allemaal de hoogste punten gehaald en we kunnen gewoon aan uw les deel nemen" riep Harry op een rustige toon terug.

"Ik zeg het jullie nog eenmaal ik ben hoofd van jullie huis. En daarom maak ik uit wat wel en wat niet kan. Ik duld geen tegen spraak. Dus Harry jij houd je mond of je kunt vier weken na blijven". Die uitspraak zorgde er voor dat iedereen van huis Zweinstein tegen Molly tekeer ging. Even deed ze een stap terug maar meer was het ook niet. Harry had van Fred en George gehoord dat een kwade Molly heel erg kon zijn. Maar dat was iets waar hij zich niets van aan zou trekken.

Het was Bella opgevallen dat Harry eigenlijk heel rustig bleef. Van af het moment dat Molly tegen hem begon te schreeuwen dacht ze dat ze Harry moest gaan kalmeren. Maar tot haar verbazing en ook die van Daphne zag ze dat het niet hoefde. Het leek zelfs alsof Harry er plezier in had om haar kwaad te maken. Harry had nog niet eens zijn tover stok in zijn hand. Iets wat hij anders al meteen had gedaan.

"Dus als ik het goed begrijp wild u alleen maar de andere leerlingen les geven en niemand van ons huis. Behalve dan Ginny". Molly begon zichzelf op te zwellen als een kikker. Haar rode kleur werd nog rode en je kon zien dat ze op ontploffen stond. En Nu begreep Bella waar Harry mee bezig was. Molly die steeds kwader werd liet aan de hele school zien hoe een professor zich niet moest gedragen. En Harry genoot er enorm van. Bella en Daphne konden dat ook hun lach niet echt meer in houden.

"Nou luister jij eens goed Harry Potter. Ik professor verweer tegen de zwarte kunsten maak zelf uit wie ik les geef. En daar hoort niemand van jouw huis bij. En ja ik geef wel Ginny les want Ginny is mijn dochter hoe vaak jij ook zeg van niet. Ze is het wel en ze blijft het ook". Molly wilde weg lopen maar draaide zich meteen weer om. Met een vinger wees ze recht in het gezicht van Harry.

"En nog even voor alle duidelijkheid. Ik ben Professor Harry en daarmee hoor jij me ook aan te spreken. 50 punten van Zweinstein". Harry keek hoe Molly weg liep. Een kleine glimlach danste om zijn mond hoeken. Bella en Daphne die naast hem stonden keken hem angstig aan. Meestal als er zoiets gebeurde werd Harry kwaad. Dan had hij ook moeite om zichzelf in bedwang te houden.

Zanita en Minerva die inmiddels bij Harry stonden keken hem verdacht aan. Wat wist Harry dat zij zelf nog niet wisten.

Harry zuchtte eenmaal diep blies zijn lucht met kracht uit en draaide zich om naar de tafel. Alle leerlingen van zijn huis keken hem vragend aan.
"Oke als Molly ons geen les wild geven dan ga ik het doen. En we doen het allemaal alleen. Mijn vrienden en ik krijgen al les van een schouwer. Dus we hebben al een voor sprong. Met het echte hoofd van onze afdeling kan ik zorgen voor vervroegde examens". Even keek hij gauw naar Zanita en Minerva.
"Dus met kerst zullen alle tweede en derdejaars examen gaan doen voor het derde jaar. Dat doen we in verweer tegen de Zwarte kunsten. Dan kunnen we aan het eind met iedereen het examen van het vierde jaar gaan doen. Als het mee zit en wij slagen allemaal dan kan zij volgend jaar niet meer terug komen" en met zijn duim over zijn schouder wees hij naar Molly.

Er waren maar vier vierdejaars in hun midden dus die waren al blij dat ze het op die manier gingen doen. Wat ze alleen nog niet wisten was dat Harry iedereen naar het vierde jaar wilde hebben. En wel met alle vakken. Het was iets wat hij de avond ervoor al met zijn vrienden had afgesproken. Maar hij had het ook al in de vakantie gedaan met zijn oma en Dame Zweinstein.

Harry ging weer aan de tafel zitten en ging verder met zijn ontbijt. Bij de Oppertafel zag hij nog dat Perkamentus hoofdschuddend naar Molly keek. Misschien dat Perkamentus wist wat of hij van plan was. En misschien wist hij dat ook wel weer niet.

Aan het begin van de grote zaal gingen de deuren open. Minister Droebel kwam naar binnen gelopen en werd op de voet gevolgd door een Dementor. Het was alsof er een lading ijskoud water door de hal heen werd gegooid.

Nergens in de zaal was nog een lach te zien. Iedereen had een verdrietige blik. Bij het voorbij glijden draaide de Dementor zijn kop naar Harry en Bella. Ze hadden hun toverstok al in hun handen en wilde de spreuk gaan zeggen. Maar opnieuw was daar het gegil van een vrouw. En opnieuw was daar het groene licht. Harry keek maar zag niets meer zijn ogen sloten zich en alles werd donker.

Een paar minuten later werd Harry al weer bij gebracht. Droebel stond voor aan de tafel bij Perkamentus. Naast hem zaten Bella en Daphne. Beide hadden een dodelijke blik op Droebel gericht. Aristona die huilend naast Daphne zat keek Harry verdrietig aan. Met een blik om zich heen zag hij dat de Dementor weg was. Met moeite stond hij op en liep richting de opper tafel.

Zijn benen waren nog wat wiebelig maar zijn blik was gefocust. Hij zag hoe Perkamentus de minister aan tikte en hem kenbaar maakte dat Harry eraan kwam. Nog voor hij bij de minister was werd hij door een hand tegen gehouden. Molly stond voor hem en keek hem recht in de ogen aan.
"Sorry Harry, maar ik denk dat de minister geen tijd heeft voor een leerling". Vertelde Molly hem slijmerig.

Harry keek om zich heen. Hij keek in de blikken van alle leerlingen in de grote zaal. Veel eerste en tweedejaars leerlingen zag hij huilen. Sommige van de derdejaars waren ook nog aan het huilen. Hij wist dat een Dementor je het ergste van je leven opnieuw liet herbeleven. Hij wilde dus ook echt niet weten wat al die leerlingen hadden gezien. De gezichten van de jaren daar boven waren ook niet echt vrolijk te noemen. Ze huilde niet maar veel leken zich wel op dat punt te bevinden. Nu draaide hij zichzelf langzaam terug naar Molly.

Hoe rustig hij net dan ook was geweest bij Molly. Hoe meer sprak nu de haat in zijn ogen. Het was een blik die Molly niet herkende en een stap terug deed doen.

"Ik denk dat de minister wel degelijk met mij wild praten. En ik zeg het eenmaal het is heer Griffoendor voor u als ik hier op school ben. En heer Potter of Prosper er buiten. Ik neem aan dat u niet net als de minister problemen met mij wild hebben". Molly keek Harry schattend aan. Zijn ogen waren aan het glimmen. Het was iets wat haar niet was ontgaan.

"Ik zal aan de minister vragen of hij tijd voor jou heeft. Zo niet zal ik vragen of dat hij wat tijd kan vrij maken". Harry hield zijn hoofd schuin.

"U zegt maar dat hij tijd voor mij moet maken en zorgen dat hij het heeft. Hij zou niet weer een vliegles willen denk ik zo". Molly fronste haar wenkbrauwen en keek naar de minister. Er was duidelijk een uitdrukking van angst op zijn gezicht te zien. Ze wist niet waarom maar wilde het ook niet weten.

"Nou Harry het is niet netjes om de minister te bedreigen midden in de grote zaal" riep Perkamentus hem fel toe. Harry verblikte of verbloosde niet. Hij duwde Molly met zijn rechter arm op zij. Ze wilde wat gaan zeggen maar zag dat de vrienden van Harry allemaal hun toverstokken hadden getrokken, en op haar hadden gericht. Harry zelf had dat nog steeds niet gedaan.

Met een paar passen stond hij voor Perkamentus.
"Is het niet netjes dat ik de minister bedreig. Is het niet netjes dat ik het in de grote zaal doe. Mag ik u vragen Hoofd meester. Waarom is het netjes dat de minister hier. Wel een Dementor mee mag nemen, en dan nog wel naar binnen bij een school. Waarom is het gepast dat hij kinderen van elf en twaalfjaar hun ergste herinnering laat herbeleven".

Droebel die de ogen van Harry zag stapte een paar stappen opzij. Hij was niet vergeten wat hem een paar maanden daarvoor was over komen. En nu hij weer zag dat Harry recht tegen over Perkamentus bleef staan en niet terug deinsde werd hij opnieuw bang.

Nog maar een paar stappen en hij was vrij om het op een lopen te zetten. Nog een stap en hij kon ervandoor. Iets prikte in zijn rug. Hij wist niet wat het was maar draaide zich langzaam om. De ogen van Minerva stonden vol haat. Ze keek hem recht aan en Droebel kroop ineen.
"Terug naar mijn welp en wel nu" siste ze hem venijnig toe.

Droebel knikte en liep gauw terug. Harry had niet omgekeken. Maar hij wist precies wat zijn oma had gedaan. De stokken van zijn vrienden waren dreigend op Droebel en Molly gericht.

"Ik zal het u een maal zeggen hoofd meester. De dementors mogen buiten het kasteel en het terrein blijven. Geen een van de leerlingen mag mee maken wat die wezens kunnen doen. Dat was de afspraak die het bestuur met u heeft gemaakt. Nu kan ik mij indenken dat Droebel dat niet wist. En daarom zal ik het deze keer door de vingers zien. Wel zou ik willen weten waarom Droebel zo een wezen bij zich heeft".

Harry voelde de hand van Bella op zijn schouder. Ze had door dat hij zijn geduld begon te verliezen. En met deze kleine aanraking kon ze de spanning in zijn spieren meteen doen afnemen. Harry draaide zich van Perkamentus af en keek nu naar de minister.

"Minister u heeft net gehoord wat wij met de hoofd meester hebben afgesproken. Ik neem aan dat u het begrijpt en dat u de volgende keer niet weer zo een wezen mee de school in neemt. Zoals u kunt zien heeft u veel leerlingen bang gemaakt. En ik waarschuw u nu alvast. Als u het wel doet dan Zal ik zorgen dat u niet lang meer minister zult zijn".

Harry draaide zich om en wilde weg lopen. Naast hem hoorde hij de minister nog wat mompelen. Hij wist niet wat de minister had gezegd maar het kan niet veel goeds wezen als hij het zo zachtjes deed. Met een ruk draaide Harry zich om en had zijn toverstok onder de neus van de minister gedrukt.

"Mag ik weten wat u net zei Minister" vroeg Harry hem fel. Droebel keek naar de grond en verzamelde alle moet die hij kon vinden. Hij keek omhoog en keek Harry woedend aan. Harry echter vertrok geen spier en gaf de minister een grimas.

"Ik ben minister van toverkunst en ik maak uit waar ik ga en welk wezen ik mee neem. En als dat een Dementor is dan is dat een Dementor. En geen snotneus die mij iets doet".

Harry gniffelde een beetje en draaide zich weer om. Terwijl hij wegliep van de minister riep hij luid.
"Dan is dit de laatste keer dat u Zweinstein binnen hebt mogen komen. U mag pas weer naar binnen als u excuses heeft gemaakt aan de leerlingen van deze school".

Droebel die nu echt kwaad werd hief zijn toverstok boven zijn hoofd. Zonder ook maar een waarschuwing te geven vuurde hij een spreuk op Harry af.

Zanita sprong tussen Harry en de minister in. Met haar hand boog ze de spreuk af en vuurde hem terug naar de minister. Deze werd vol geraakt en zakte in elkaar. Met nog een beweging van haar hand zag iedereen dat de minister was verdwenen.

Perkamentus die achter de minister stond keek met open mond naar Zanita. Haar ogen danste met vuur. Haar blik was fel en gericht. Perkamentus keek naar Minerva en zag dat die lachte. De leerlingen die aan de tafel van Zweinstein zaten hadden een verzadigde blik. Toen viel het kwartje.

Het gevoel van onmacht die zich binnenin Perkamentus bevond werd groter. Hij begon door te hebben wie Zanita was. Het was iets wat hij nooit voormogelijk had gehouden maar het kon niet anders. Zij was het en dat kon niet dat mocht niet. Dame Zweinstein mocht nooit een lichaam hebben. En toch stond zij voor hem.

Hoe Harry het had gedaan wist hij niet maar ze stond daar. En hij kon er niets aan doen. Dame Zweinstein was de gene die alles kon maken of breken. En haar moest hij voor zich winnen. Zij was nu de macht in Zweinstein. En ze had de magie van 1000 jaar tot haar beschikking.