HOOFDSTUK 2: DE FAMILIE MORRISON
Mijn slaap wordt onderbroken door iemand die me voorzichtig aan mijn schouders heen en weer schudt. Met moeite onderdruk ik een geeuw en dan draai ik me op mijn rug.
"Wakker worden," hoor ik Doran zeggen. "Het duurt niet zo heel erg lang meer voordat we er zijn. En we hebben nog één en ander te regelen."
Ik open mijn ogen maar knijp ze meteen weer dicht tegen het felle licht van de lampen aan het plafond. Dat is waar ook, denk ik ontmoedigd. We zitten in een hovercraft die onderweg is naar district 10. En in mijn geboortestad staat er nu een prijs op mijn hoofd. Maar dan verman ik mezelf. Wat gebeurd is, is gebeurd. Ik kan er nu toch niets meer aan veranderen. Gelukkig is Doran nog hier om mij te helpen, en ben ik mijn rugzak voor noodgevallen niet kwijtgeraakt. Het had allemaal veel slechter kunnen aflopen. Dat besef ik maar al te goed. Dus neem ik me voor om er vanaf nu gewoon het beste van te maken. Ik ga overeind zitten en begin mijn deken op te vouwen.
"Je moet je nog omkleden," gaat Doran verder. Pas nu zie ik dat hij zelf ook een andere broek en trui aanheeft dan daarstraks. Hij draait zich om en reikt me een bundeltje aan dat achter hem op de vloer lag.
"Dit is voor jou, uit district 10. Je kan je eigen kleren daar niet dragen. Ik heb de mijne ook moeten inruilen."
Dom van mij dat ik daar zelf niet eerder aan heb gedacht. Op tv heb ik al vaak genoeg gezien dat onze outfits veel kleurrijker en meer versierd zijn dan die van de districtsinwoners. Zoals bijvoorbeeld de roze jurk die in mijn rugzak zit. Een cadeau van Merope en Sirrah voor mijn zestiende verjaardag. Maar met zo'n jurk zou ik inderdaad veel te veel opvallen. En ook al zijn de kleren van Doran versleten, je kan nog altijd zien dat ze uit het Capitool komen.
"Je hoeft niet echt vermomd rond te lopen," gaat Doran verder. "Er is toch niemand die weet waar je bent. En het dorp van Kivo ligt zo afgelegen dat er vrijwel nooit cameraploegen passeren. Maar je zal wel je haren en je nagels moeten ontkleuren. Anders zal iedereen je zeker weten aanstaren."
Hij haalt twee doorzichtige plastieken flesjes tevoorschijn en legt ze bovenop het stapeltje kleren dat ik in mijn handen heb. Zelfs zonder het te vragen weet ik al wat erin zit. Shampoo waarmee je verf uit je haar kan wassen en een vloeistof die nagellak verwijdert.
"In die kamer is er een douche die je kan gebruiken," gaat Doran verder terwijl hij naar een deur wat verderop wijst. "De drie hulpstylisten van Katniss liggen daar ook, maar daar hoef je niet echt op te letten. De dokter zegt dat die voorlopig zeker nog niet wakker worden."
Ik prop mijn opgevouwen dekentje weer in de oranje rugzak - moe ben ik nu helemaal niet meer - en loop dan met de bundel kleren in mijn armen geklemd naar de deur. Die zit gelukkig niet op slot. Een klein duwtje van mijn rechterschouder is al genoeg om hem open te krijgen. Het volgende moment sta ik in een kleine, schemerig verlichte ruimte die nog het meest op een heel eenvoudige badkamer lijkt. Ik leg mijn nieuwe kleren op de wastafel en wil net mijn nachtjapon over mijn hoofd trekken wanneer ik het voorbereidingsteam van Katniss zie. Ze liggen alle drie naast elkaar in een hoek van de kamer, op een stevig stuk stof dat als matras is uitgerold. Aan hun ademhaling te horen zijn ze inderdaad nog diep in slaap. Had Doran daarstraks niet gezegd dat zij een veel grotere dosis serum gekregen hebben dan ik? Toch voelt het een beetje onwennig om me zo dicht in de buurt van vreemden uit te kleden. Zodra ik naakt onder de douche sta, trek ik snel het plastieken gordijn helemaal dicht.
Niemand heeft me uitgelegd hoe deze douche precies werkt, al blijkt dat ook niet echt nodig te zijn. Er is nergens een bedieningspaneel met verschillende keuzemogelijkheden te zien. Het enige wat ik kan regelen, is de temperatuur van het water en de kracht van de straal. Maar volgens Messalla en Doran leven de mensen in district 13 een stuk eenvoudiger dan wij. Dat was in ieder geval wat ze me verteld hebben toen we samen in die ondergrondse vluchtnis naast de treinsporen zaten. Ik zeep mijn haren grondig in met de ontkleuringsshapoo en wrijf het spul dat in het andere flesje zit uit over mijn vinger- en teennagels. Daarna draai ik de kraan open en kijk ik toe hoe alle paarse haarverf samen met het water door het afvoerputje wegstroomt.
Zodra ik me afgedroogd heb, begin ik mijn nieuwe kleren uit te kiezen. Dit is de eerste keer dat ik de spullen in het stapeltje echt grondig bekijk. Een lange broek, een rok die tot net over mijn knieën valt, twee T-shirts en een trui met lange mouwen. Allemaal gemaakt van dezelfde effen donkerbruine stof. Daarnaast nog een paar platte, leren schoenen - zo te zien in de juiste maat - een leren riem en een jasje dat ook al van leer is. Ik kan me nog goed herinneren dat zo'n jasjes een jaar of zes geleden heel erg in de mode waren. Maar bij de exemplaren die toen overal in het Capitool verkocht werden, waren er altijd een heleboel kralen en andere dingen op geborduurd. Terwijl dit jasje geen enkele versiering heeft.
Snel begin ik me aan te kleden. Broeken draag ik eigenlijk alleen als het vriest, dus kies ik deze keer voor de rok. Ze hebben er zelfs aan gedacht om me ook sokken en ondergoed te geven. De schoenen spannen eerst nog een beetje. Maar na een paar keer heen en weer wandelen zitten ze prima. Gelukkig is de binnenkant van een zachter materiaal gemaakt, zodat ik nauwelijks last heb van mijn geschaafde hielen. Eigenlijk verbaast het me niet dat er zo veel leer in deze outfit zit. Leer wordt gemaakt van koeienvellen en dit zijn kleren zoals de mensen in het veehoudersdistrict ze dragen. Ik kijk een laatste keer in de spiegel om te controleren of alles past. Daarna keer ik terug naar de grote transportruimte.
Doran is druk in gesprek met twee bemanningsleden van de hovercraft wanneer ik weer uit de badkamer tevoorschijn kom. Hij ziet me pas als ik op mijn knieën naast mijn propvolle rugzak zit om mijn nachtjapon rond één van de draagriemen te wikkelen. Meteen krijgt hij een vreemde uitdrukking in zijn ogen. Alsof hij moeite moet doen om zijn lach in te houden.
"Wat is er?" wil ik weten. "Doe ik iets verkeerd?"
"Het ligt niet aan jou, hoor," zegt Doran snel. "Ik had altijd verwacht dat jij blond zou zijn. Vraag me niet waarom."
"Iedereen in mijn familie heeft bruin haar," antwoord ik terwijl ik de nachtjapon met een stevige knoop vastmaak. Ik laat mijn kapsel al verven sinds ik elf jaar ben. Pas nu sta ik er voor de allereerste keer bij stil dat Doran mij daarom nog nooit met mijn echte, bruine haarkleur gezien heeft.
"Zitten de kleren goed?" vraagt hij. "Ik heb geprobeerd om je maten zo juist mogelijk in te schatten, maar ik ben natuurlijk geen stylist."
"Ze passen prima," bevestig ik terwijl ik overeind kom zodat Doran mij van hoofd tot voeten kan zien. Hij bekijkt me even en trekt dan opeens een bedenkelijk gezicht.
"We zijn je tatoeage vergeten. Stom dat ik daar niet aan gedacht heb, want in district 10 kan je daar niet meer rondlopen. De mensen daar vinden dat een idiote modegril uit het Capitool, dus eigenlijk zouden we hem moeten weglaseren. Maar ik denk niet dat we hier aan boord het juiste materiaal hebben om dat te doen."
Ik kijk naar beneden, naar de band met zwarte tribal-symbolen die ik vorig jaar rondom mijn linkerkuit heb laten tatoeëren. Wil Doran nu echt dat ik die laat verwijderen? Dat zou ik eerlijk gezegd toch wel erg jammer vinden. Mijn vriendinnen en ik hebben het altijd heel mooi gevonden.
"Je zou je lange broek kunnen dragen in plaat van die rok," stelt Doran voor.
"Wacht even," onderbreek ik hem. "Ik denk dat ik er al iets op weet."
Ik maak mijn rugzak weer open en begin erin te graven totdat ik vind wat ik zoek. De leren enkelband die Doran ooit op straat zag liggen en later aan mij heeft gegeven, omdat hij hem zelf toch niet kon gebruiken.
"Is het ook goed als ik deze erover doe?" vraag ik terwijl ik de band omhoog hou.
"Ik denk het wel," zegt Doran. "Fulvia heeft me verteld dat sommige mensen in district 10 leren armbanden dragen. Echte juwelen kunnen ze daar natuurlijk niet betalen."
Heel even zie ik Kivo voor me, met een effen leren band rondom één van zijn bovenarmen. Dat was zijn districtaandenken. Het enige voorwerp van thuis dat tributen mogen bewaren wanneer ze de arena in gaan. Ik duw het beeld weer weg en buig voorover om de enkelband van Doran over mijn tatoeage heen te schuiven. Gelukkig is hij breed genoeg om de zwarte tekeningen volledig te bedekken. Wanneer ik de band stevig rondom mijn been heb vastgemaakt, zie je er zelfs helemaal niets meer van. De lange broek en het tweede T-shirt dat ik gekregen heb, leg ik netjes opgevouwen bovenop mijn rugzak.
"Probeer een beetje zorg te dragen voor die kleren," waarschuwt Doran me nog. "Het zijn voorlopig de enige die je krijgt. Vergeet niet dat de meeste mensen in district 10 maar een paar kleren hebben."
Daar zou wel eens heel goed kunnen. District 10 is één van de armere districten in Panem. Vergeleken met mijn bomvolle kleerkast thuis stelt dit stapeltje natuurlijk niet veel voor. Maar ik weet dat ik het voorlopig hiermee zal moeten doen, en dat ik me best zo snel mogelijk kan aanpassen.
Doran en ik gaan naast elkaar op een lage zitbank zitten die tegen de muur van de transportruimte staat. We hebben allebei sinds gisterenavond niets meer gegeten en mijn maag begint nu toch wel te rommelen. Gelukkig brengt één van de bemanningsleden ons al snel een paar sandwiches met kaas. Tijdens het eten zet ik nog eens alle gebeurtenissen van vannacht op een rijtje. Eigenlijk mag ik blij zijn dat Doran nog net op tijd in onze flat is geraakt. Stom van mij om me in de Transfer te laten filmen. Hopelijk heb ik niemand anders van onze groep in gevaar gebracht. Per slot van rekening hielden de vredebewakers mij in de paar dagen daarna blijkbaar continu in de gaten.
"Zouden ze bij mijn ouders thuis de telefoon afgetapt hebben?" vraag ik Doran na een tijdje. Die mogelijkheid was nog niet eerder bij me opgekomen, maar nu wil ik het absoluut weten.
"Misschien wel," antwoordt hij. "Het zou niet eens zo moeilijk geweest zijn, want jullie telefoon was daar natuurlijk niet tegen beveiligd. Niet zoals degene waarmee Plutarch en Fulvia contact hielden met de winnaars in de districten. Heb je na de derde trainingsdag nog veel getelefoneerd?"
Ik denk een paar minuten na, om zeker te zijn dat ik me alles juist herinner. Volgens mij heb ik sindsdien maar twee keer met iemand gebeld. Eerst naar Dennis, om hem te zeggen dat ik na de dubbele moord op de dochters van Denebola Crawford binnen moest blijven. Gelukkig besefte ik toen nog net op tijd dat het verstandiger was om de namen van Doran en Leandro niet luidop te noemen. Over de Garage hebben we het natuurlijk wel gehad. Maar die was toch al ontdekt voordat ik mijn huisarrest kreeg. Dus eigenlijk maakt dat geen verschil. Al ben ik nu wel opgelucht dat Dennis en ik in ons gesprek nergens de indruk gewekt hebben dat we naast Talitha's box nog twee andere garages gebruiken. En dan was er nog het paniektelefoontje van Merope. Ik weet niet meer wat ik toen allemaal gezegd heb, al ben ik er wel honderd procent zeker van dat er geen woord over Kivo en het Capitoolverzet over mijn lippen is gekomen. Fulvia's spreekverbod was dus toch nog ergens goed voor, denk ik een beetje sarcastisch. Het enige wat de vredebewakers eruit zouden kunnen opmaken, is dat ik zelf ook verdrietig was om Evi's dood. Wat voor een tegenstander van de Hongerspelen niet eens zo abnormaal zou zijn. Gelukkig is Doran het met me eens dat een telefoontje naar één van mijn vriendinnen geen gevaarlijke informatie kan bevatten. Dus hoef ik hem niet te vertellen waarom Merope me toen nodig had.
Nadat we de laatste sandwiches opgegeten hebben, blijven we een tijdje zwijgend naast elkaar zitten. Nu kunnen we alleen nog maar wachten totdat we district 10 bereiken. Ik voel me helemaal niet moe meer - het serum is duidelijk uitgewerkt - maar we zijn geen van beiden erg spraakzaam. Ik zit nog altijd te piekeren over de vraag wanneer ik mijn ouders en vrienden zal terugzien. Doran heeft al lang geen contact meer met zijn familie, al weet ik hoe sterk zijn band met Leandro is. Zouden we nog vóór het einde van de oorlog iets van hem horen?
Ik schik pas op uit mijn gedachten wanneer ik hoor hoe het geluid van de hovercraft abrupt verandert. De motoren hebben de hele tijd op volle kracht gedraaid, maar nu klinken ze opeens een stuk stiller. Wat ongetwijfeld betekent dat we vanaf nu weer over bewoond gebied zullen vliegen.
"Ik denk dat we er bijna zijn," zegt Doran net op het moment dat ik tot diezelfde conclusie kom. We gaan samen bij één van de ramen aan de rechterkant van het toestel staan om naar beneden te kijken. Een paar minuten lang zien we alleen maar bos. Dan passeren we iets dat verdacht veel op een hoogspanningsomheining lijkt en vliegen we over de open velden. Gelukkig hebben Plutarch en Fulvia de moeite genomen om via de beveiligde boordradio van hun eigen hovercraft meer informatie door te sturen dan enkel het adres van Kivo's ouders. Ik luister aandachtig naar Dorans uitleg en probeer zo veel mogelijk boven te halen van wat ons op school over het veehoudersdistrict werd verteld. Wie weet hoe lang ik hier zal moeten blijven.
District 10 is in oppervlakte één van de grotere districten. In mijn handboek aardrijkskunde staat het aangeduid als een lange, relatief smalle strook land die ergens tussen districten 9 en 11 ligt. Volgens Doran woont de familie Morrison bijna helemaal in het oosten, wat betekent dat we nu in de lengterichting over het district heen zullen vliegen. Een mooie gelegenheid om alles eens vanuit de lucht te kunnen bekijken.
Eerst zien we vooral weilanden en veeboerderijen. De grote gebouwen met hun typische metalen daken herken ik vanuit mijn studieboeken. In die stallen kweken ze de runderen, varkens en kippen die bij ons thuis in de winkelrekken belanden. Als klein meisje dacht ik altijd dat de koeien hele dagen lang buiten op de weiden grazen terwijl herders de dieren bij elkaar houden. Maar later heb ik op school geleerd dat je op die manier nooit genoeg vlees kan kweken om heel Panem te voeden. Daarom werken veel boerderijen met stallen waar een heleboel dieren bij elkaar zitten. Intensieve veeteelt noemen onze leraren dat. Het hoeden van een kleinere kudde in een weide komt nog wel voor, maar het wordt alleen door de armere inwoners van 10 gedaan.
Doran legt uit dat de vlees- en zuivelproductie hier vooral gecontroleerd wordt door een tiental belangrijke kweekbedrijven. De meeste gewone mensen werken in dienst van zo'n grote boerderij. De eigenaars ervan wonen in de villa's die we hier en daar tussen de weilanden zien liggen.
"Dat zijn dus de rijke families van district 10?" vraag ik.
"Over het algemeen klopt dat, ja," antwoordt Doran. "Volgens Fulvia hebben sommige van die mensen zelfs meer geld dat de burgemeester."
Wanneer we over een gebied vliegen waar de huizen dicht opeen gepakt staan, weet ik dat we ongeveer halfweg zijn. Op school hebben we geleerd dat er hier maar één echte stad is. Die ligt ergens in het midden van het district. Vanuit de lucht herken ik het Gerechtsgebouw, en ook de plek waar elk jaar de Boeteceremonie wordt gehouden. Maar Doran en ik hoeven voorlopig niet in de stad te zijn. De ouders en zus van Kivo wonen in een klein dorpje dicht bij de oostgrens van district 10. Hopelijk zal niemand me daar komen zoeken.
We laten de stad achter ons en vliegen weer over de open velden. Na een paar minuten stoot Doran me zachtjes aan met zijn elleboog.
"Mensen met veel geld zijn hier meestal eigenaar zijn van een groot veeteeltbedrijf. Maar de allerrijkste familie van het hele district woont daar," zegt hij terwijl hij naar beneden wijst.
Ik druk snel mijn gezicht tegen het vensterglas en zie onder mij de Nationale Manege liggen. Die heb ik al zo vaak op tv gezien dat ik hem zelfs vanuit de lucht onmiddellijk herken. Op dit uitgestrekte domein fokken en dresseren ze alle paarden die tijdens de openingsceremonie van de Spelen de strijdwagens trekken. Zo'n training kan gemakkelijk drie of vier jaar duren. De paarden moeten het volledige parcours doorheen de straten van het Capitool kunnen afleggen zonder dat iemand de teugels vasthoudt, en ze mogen natuurlijk ook niet in paniek geraken door al het lawaai uit het publiek. Geen wonder dat de eigenaar van deze manege tijdens zijn vele tv-interviews altijd zegt dat hij zijn dieren met de grootste zorg kweekt. En het verbaast me ook niet echt dat hij er naar districtsnormen schatrijk mee geworden is. Zijn boerderij zou zelfs een aparte kantine met keuken hebben, waar het personeel 's middags kan gaan eten. In een arm district als dit is zoiets vast heel bijzonder.
"Ik heb horen vertellen dat die man en zijn gezin eigenlijk niet zo heel geliefd zijn bij de andere inwoners van 10," fluistert Doran me toe. "Omdat ze zo'n goede banden hebben met de regering in het Capitool. Hun kinderen zijn nog nooit gekozen voor de Spelen. Al kan dat natuurlijk ook gewoon toeval zijn."
"En ze moeten zich vast niet inschrijven voor bonnen," vul ik aan. Ik kan me ergens wel voorstellen dat sommige arme families daar wat moeite mee hebben, want zelf hebben ze waarschijnlijk geen andere keuze.
Vroeger dacht ik dat het systeem van voedselbonnen uitgevonden was om de arme mensen in de districten te helpen. Dat is in ieder geval de manier waarop men het in de krant vaak uitlegt. Maar sinds ik bij het Verzet zit, weet ik wel beter. In de praktijk is het vooral een manier om de districtsinwoners tegen elkaar op te zetten. Zodat ze zich minder snel tegen de regering van president Snow zullen verenigen. Kivo's ouders zijn herders, wat betekent dat ze uit de onderklasse van district 10 komen. Zijn naam zat dus ongetwijfeld een heel aantal keren in de pot. Eigenlijk is het niet eens zo vreemd dat hij vorig jaar getrokken werd.
We vliegen nog een tijdje door, over velden, stallen en boerderijen. Eén keer zie we zelfs een groot gebouwencomplex dat volgens mij een veevoederfabriek is. Er loopt zelfs een aparte spoorwegaftakking naast. In mijn studieboeken staat inderdaad dat een deel van de in district 11 gekweekte gewassen rechtreeks met de trein naar hier gebracht worden. Af en toe stel ik nog wat extra vragen aan Doran, want ik wil een zo goed mogelijk beeld hebben van de plek waar ik naartoe ga.
"Waar ligt het dorpje van Kivo eigenlijk?" wil ik weten.
"Volgens Fulvia ergens vlak aan de rand van het Wildbos," antwoordt Doran.
Dat is een naam waar ik geen verdere uitleg bij hoef te krijgen. Iedereen in het Capitool weet wat het Wildbos is. Een groot bebost gebied in het uiterste oosten van district 10 waar jagers met een officiële vergunning wild mogen schieten zoals herten, vogels en nog een paar andere dieren. Hun vlees wordt bij ons in dure restaurants geserveerd als delicatesse. De laatste keer dat ik zelf wildschotel gegeten heb, was toen ik samen met mijn ouders naar Cinema Regina ben gegaan.
"Is het Wildbos echt het laatste stuk van district 10?" vraag ik aan Doran.
"Het begint vlak achter Kivo's dorp en loopt dan een kilometer of dertig door tot aan de grenshekken," antwoordt hij.
Net op dat moment tikt één van de bemanningsleden op mijn schouder.
"Kan je die rugzak weer omdoen?" vraagt hij. " Zo meteen gaan we jullie afzetten."
Ik til mijn oranje zak op van de vloer en steek snel mijn armen door de draagriemen, maar ik weet niet goed waar ik het tweede T-shirt en de lange broek moet laten. Die kan ik er echt niet meer bij in proppen.
"Leg ze gewoon even over je arm," stelt Doran voor.
Ik voel hoe de hovercraft geleidelijk aan vertraagt en uiteindelijk stil blijft hangen. Dan gaat het toegangsluik open en kunnen Doran en ik samen de ladder vasthouden die ons een twintigtal meter lager op de begane grond neerlaat. Nog geen minuut later kijken we samen toe hoe de hovercraft over de boomtoppen heen vliegt en uit het zich verdwijnt.
We staan op een open plek midden in het bos. Alles is stil, op het geruis van de wind door de bladeren na. Ik wil net aan Doran vragen waar het dorp ligt wanneer hij gebaart dat ik hem moet volgen.
"Fulvia heeft aan de piloot gezegd dat hij ons net buiten het dorp moest afzetten," legt hij uit. "Ze heeft onze komst niet kunnen aankondigen, dus niemand verwacht ons daar. De mensen zouden misschien schrikken wanneer er ineens een hovercraft boven hun hoofd hangt."
We wandelen samen een meter of honderd tot aan de rand van het bos. Daarachter begint een verlaten weiland dat langzaam omhoog loopt. Ik zie nergens dieren, hoewel de kleine bergjes aarde aan mijn voeten bewijzen dat er hier mollen onder de grond zitten.
"Het dorp van Kivo's ouders ligt aan de andere kant van deze heuvel," legt Doran uit. "Het heeft geen echte naam, de meeste mensen spreken gewoon over 'het dorpje in het oosten'. Omdat het ook echt de meest oostelijke bewoning van heel district 10 is."
"Is het al zo laat?" vraag ik verbaasd. Pas nu we op open terrein staan, valt het mij op dat de zon bijna helemaal in het westen staat. Over een uur of twee wordt het waarschijnlijk al donker.
"We zijn niet in een rechte lijn van het Capitool naar hier gevlogen," zegt Doran. "Plutarch vond het beter om ons een omtrekkende beweging te laten maken. Ik denk dat zijn eigen hovercraft dat ook wel zal doen. Maar nu is het echt niet ver meer."
Zonder verder nog woorden te verspillen, gaan we op weg. Het pad tussen de velden is niet verhard, maar met deze stevige stapschoenen heb ik daar gelukkig helemaal geen last van. Op de top van de heuvel blijven we even staan om naar het kleine dorpje te kijken dat nog geen tweehonderd meter verderop ligt. De bosrand waar we net vandaan komen, loop met een flauwe bocht terug tot vlak bij de huizen. Het zijn er maar een stuk of tien. Nog minder dan ik vooraf had gedacht.
Wanneer we een paar minuten later het dorp binnen wandelen, is er nog steeds geen mens te zien. Misschien zijn de meeste bewoners nog niet teruggekeerd van hun werk. Het enige geluid komt van een groepje magere kippen die luid beginnen te kakelen als we hun ren voorbijlopen. Die is ongeveer acht bij acht meter groot en volledig afgespannen met gaasdraad. In de hoek rechts achteraan zie ik een teil water en een houten hok met een opening aan de zijkant. Dat is vast de plek waar ze 's nachts op stok gaan. Nieuwsgierig kijk ik het hele dorpje rond. Alle huisjes zijn van hout, op één na. Dat is gemetst in baksteen en ook duidelijk groter dan de andere. De straat is natuurlijk niet geasfalteerd zoals in het Capitool, maar wel stevig aangehard met kiezelsteen. Zelfs bij regenweer zullen er denk ik niet zo veel plassen zijn.
"Kivo's ouders wonen daar," zegt Doran terwijl hij naar het laatste huis van het dorp wijst. Ik kijk recht voor me uit en zie een eenvoudig houten hutje met een voordeur waar de verf van afbladdert en één klein raampje in de zijgevel. Een stal, schiet er heel eventjes door mijn hoofd. Maar onmiddellijk schaam ik me voor die gedachte. Het zou onredelijk zijn om dit huisje met de luxeflat van mijn ouders te willen vergelijken.
Bij de voordeur blijven we staan. Ik begin naar een bel te zoeken, en besef dan dat die er waarschijnlijk niet eens is. Doran heft zijn vuist en klopt een paar keer op de houten deur. Een paar seconden lang blijft het stil. Dan horen we binnen geschuifel en gaat de deur open.
Ik heb Kivo's familie nog nooit eerder gezien, zelfs niet op foto's. Die worden doorgaans pas in de kranten gepubliceerd als een tribuut bij de laatste acht geraakt is. Toch ben ik er zeker van dat ik nu oog in oog met de vader van Kivo sta. Deze man lijkt zo erg op hem dat ik niet hoef te twijfelen. Eerst kijkt hij ons gewoon verbaasd aan zonder een woord te zeggen. Maar dan zie ik aan de uitdrukking op zijn gezicht dat hij mij toch herkent. Ook al zijn mijn haren nu niet meer geverfd zoals op de dag van mijn toelatingsinterview voor het Verzet.
"Kom binnen," zegt de vader van Kivo uiteindelijk, al klinkt er nog steeds wat verwarring in zijn stem. Hij kon natuurlijk niet weten dat ik vandaag voor zijn deur zou staan. En hij had vast en zeker nooit verwacht dat we met twee zouden zijn.
"Ik ben nu alleen thuis," voegt hij er aan toe, waarna hij een beetje opzij gaat om ons door te laten. "Mijn vrouw en onze dochter Enya komen straks pas terug."
Natuurlijk. Dat is de naam waar ik al zo lang naar aan het zoeken ben. Ik wist heel goed dat Kivo een jongere zus heeft, maar haar voornaam wou me daarstraks tijdens de reis hierheen niet meer te binnen schieten. Dom van mij om te vergeten dat ze Enya heet.
Terwijl Doran en ik achter elkaar over de drempel stappen, vraag ik me af wat ik tegen Kivo's vader moet zeggen. Eigenlijk heb ik er geen flauw idee van. We kennen elkaar niet eens, en de regering van mijn stad heeft zijn zoon de dood ingejaagd. Gelukkig besluit Doran net op dat moment om zelf de ongemakkelijke stilte te doorbreken.
"Het spijt me dat we u zo verrassen, meneer Morrison," zegt hij. "Maar we zijn vannacht heel snel moeten wegvluchten uit het Capitool. Zij was ontmaskerd als spionne en de vredebewakers stonden op het punt om haar te arresteren. Fulvia Cardew heeft ons onmiddellijk naar hier laten brengen."
Daarna vat Doran zo kort mogelijk samen wat er de afgelopen vierentwintig uur allemaal gebeurd is. Het nieuws dat ik betrapt was en opgepakt zou worden, de haastig georganiseerde ontvoering om mij te redden, en zijn eigen beslissing om samen met mij naar district 10 te komen. Vooral over dat laatste vertelt Doran heel veel. Kivo's vader heeft het recht om te weten waarom hij nu opeens met twee vluchtelingen in huis zit in plaats van één.
Ik luister met een half oor naar het gesprek terwijl ik nieuwsgierig om me heen kijk. Dit huisje heeft geen inkomhal, dus we zijn rechtstreeks de enige ruimte van het hele gelijkvloers binnen gestapt. Een living die blijkbaar ook als keuken en eetplaats wordt gebruikt. In het midden van de kamer staat een houten tafel en twee smalle zitbanken zonder leuning. Rechts - vlak naast het raam - zie ik iets dat volgens mij een metalen kachel is, met een brede en vlakke bovenkant. Tegen de blinde linkermuur is een oude driepersoonszetel geschoven. De achterwand van de kamer wordt helemaal ingenomen door twee grote kasten waar servies, kleren en nog een aantal andere spullen in liggen. Allemaal geordend in keurige stapeltjes.
Groot is dit huisje zeker niet. Hoe kan je hier met een heel gezin in wonen? vraag ik me onwillekeurig af. Waarschijnlijk is er zelfs geen elektriciteit, want ik vind nergens gloeilampen of stopcontacten. Al valt het me wel op dat deze woonkamer zeker even proper is als die van mijn ouders. Het gele laken op de tafel ziet bleek van ouderdom, maar het is verder nog in prima staat. Zonder vlekken of scheuren. En de houten vloer werd duidelijk vanochtend nog grondig schoongeveegd. Vlak bij de deur ligt zelfs nog een rafelig matje waaraan bezoekers hun voeten kunnen vegen als ze binnenkomen. Dit mag naar mijn normen dan wel een heel simpel huis zijn, een echte krotwoning kan je het zeker niet noemen.
Wat ik wel vreemd vind, is de houten ladder in het midden van de kamer. Die staat pal tussen de tafel en de kachel in en leidt naar soort van extra verdieping. Of beter gezegd, een breed platform dat afgesloten is met een groot gordijn. Zoiets heb ik nog nooit gezien. Wat zou daar de bedoeling van zijn? Dat zal ik straks eens aan de vader van Kivo moeten vragen. Gelukkig lijkt het erop dat Doran en hij nu bijna zijn uitgepraat.
" … en toen heeft de hovercraft ons hier vlakbij in het bos afgezet," hoor ik Doran vertellen. "Eerlijk gezegd denk ik dat Aludra en ik heel erg veel geluk gehad hebben."
"Ik snap waarom jullie samen gevlucht zijn," antwoordt de vader van Kivo, "En volgens mij was het ook de juiste keuze. Alleen hebben we maar één bed vrij, geen twee."
"Dat is niet zo erg," zegt Doran meteen. "Ik kan wel op de grond slapen als het moet, dat deed ik in het Capitool ook. Of desnoods zelfs buiten. Het is warm genoeg en ik denk niet dat het vannacht gaat regenen."
"Dan blijft u vannacht hier in de woonkamer," onderbreekt de vader van Kivo hem snel. "Ik ben zeker niet van plan om u zomaar op straat te sturen. En zeg maar gewoon Andrew," voegt hij er nog aan toe. "Iedereen doet dat hier."
"Tegen mij mag je ook gewoon 'jij' en 'jou' zeggen," vult Doran aan. "Het is al jaren geleden dat ze me nog 'meneer' hebben genoemd, en ik ben het eigenlijk ook niet meer gewend."
Misschien is het nog niet eens zo raar dat Kivo's vader liever met zijn voornaam wordt aangesproken. Dit dorp is zo klein dat alle inwoners elkaar ongetwijfeld heel goed kennen. Ergens voel ik me opgelucht omdat we al dat formele gedoe nu al achterwege kunnen laten. Hopelijk is het een teken dat we hier ook echt welkom zijn. Toch vraag ik me eventjes af waarom Andrew niet verbaasd reageerde toen Doran voorstelde om buiten de nacht door te brengen. Maar dan herinner ik me weer dat Fulvia hem en zijn vrouw al kort iets verteld heeft over de daklozen in het Capitool.
"Jij slaapt boven," zegt Andrew tegen mij terwijl hij naar de ladder wijst.
"Zal ik mijn rugzak al wegzetten?" stel ik voor. De riemen beginnen nu toch wel in mijn schouders te snijden, en stiekem ben ik best wel nieuwsgierig naar wat er achter dat grote gordijn ligt. Snel beklim ik de houten ladder. De sporten kraken een beetje onder mijn voeten, maar ik voel dat het gelukkig een stevig ding is. Ik schuif het gordijn een stukje opzij en kom terecht in een lage ruimte die als slaapkamer is ingericht. Het houten platform is even breed als de woonkamer hieronder en loopt door tot helemaal achterin het huisje. Tegen de linkermuur staat een bed waar vorige nacht duidelijk nog iemand in geslapen heeft. Op het houten rekje boven het hoofdeinde zie ik een paar kleren en twee boeken. Maar het bed aan de rechterkant van de kamer is niet eens opgemaakt. Het onderlaken en het deken zijn netjes opgevouwen en liggen naast het kussen bovenop de kale matras.
Zodra ik mijn rugzak op één van de twee lege planken boven het ongebruikte bed heb geschoven, kijk ik nog eens goed om me heen. Deze ruimte zit vlak onder het dak, dus het plafond helt langs twee kanten schuin naar beneden. Alleen in het midden kan ik volledig rechtop staan. In de muur achteraan zie ik een klein raampje dat op een kier staat. Precies tussen de twee opbergrekken boven de bedden in. Eigenlijk is dit geen echte kamer, maar gewoon een houten platform dat aan de open kant met een gordijn afgesloten is om er toch een aparte ruimte van te maken. Ik zou gewoon twee meter naar beneden vallen als ik van de rand zou stappen. Recht in de woonkamer, waar Doran en Andrew nog steeds met elkaar aan het praten zijn. Het is dus letterlijk een soort van 'halve' verdieping. Wat een rare constructie. Maar dan snap ik het ineens. Ik zat er daarstraks met mijn eerste idee van een stal eigenlijk helemaal niet zo ver naast. Dit gebouwtje is bijna zeker een oude stal of schuur waar ze later een woonhuis van hebben gemaakt. Deze slaapkamer moet vroeger de hooizolder zijn geweest.
Ik ga op het lege bed zitten om eens met mijn hand aan de matras te voelen. Die is iets stijver dan ik gewend ben. Opgevuld met hooi of stro, denk ik. Gelukkig ben ik daar niet allergisch voor zoals mijn vriendin Sirrah. In ieder geval is deze kamer nog altijd veel beter dan de cellen van de Centrale Gevangenis in het Capitool. Toch geeft het me ergens een ongemakkelijk gevoel dat ik uitgerekend hier moet slapen. Want dat deze arme familie een bed vrij heeft, is zeker geen toeval.
Misschien is het geen slecht idee om nu alvast het bed op te maken. Dan hoef ik dat vanavond niet meer te doen. Ik kom overeind en spreid het onderlaken uit over de matras. Daar leg ik het deken overheen. Pas nu valt het mij op dat de randen ervan hier en daar al rafelig beginnen te worden. Mijn moeder zou waarschijnlijk zeggen dat het tijd wordt voor een nieuw exemplaar. Maar er zitten geen gaten in en het deken is zeker dik genoeg. Ik denk niet dat ik het vannacht koud zal hebben. Jammer dat ik nergens een kussensloop kan vinden. Na even nadenken wikkel ik het dunne dekentje dat in mijn rugzak zat zo strak mogelijk rondom het hoofdkussen.
Net wanneer ik een stap achteruit doe om het resultaat te bekijken, gaat beneden de voordeur open. Ik hoor de verbaasde stem van een volwassen vrouw, die meteen wil weten wat er aan de hand is. Dat zal ongetwijfeld Kivo's moeder zijn. Ik gluur door een kier in het gordijn en zie hoe Doran en een tengere vrouw elkaar aarzelend een hand geven als begroeting. Het zou niet erg beleefd zijn om me nu domweg op de hooizolder te verstoppen. Dus til ik het gordijn een stukje op en ga ik via de ladder naar beneden.
Even later stelt Andrew mij voor aan zijn vrouw Noria. Ze is niet zo groot, maar drukt mij de hand met een greep die steviger is dan ik verwachtte. We gaan met zijn vieren rond de tafel zitten zodat Doran en ik samen nog eens het verhaal over mijn ontmaskering en onze haastige vlucht kunnen vertellen.
Noria neemt de tijd om aandachtig naar ons te luisteren. Ik kan voelen dat het voor haar en haar man nog steeds niet zo vanzelfsprekend is om twee mensen uit het Capitool in huis te nemen. Per slot van rekening is dat de stad waar de gehate regering van Snow zit. Maar ze lijken wel allebei te begrijpen dat Doran en ik oprecht tegen de Hongerspelen zijn. En ik heb de indruk dat ze na het gesprek met Fulvia bereid zijn om ons op zijn minst een eerlijke kans te geven.
Net wanneer Doran voor de tweede keer uitlegt hoe hij en ik hier daarstraks door de hovercraft in het bos zijn afgezet, horen we buiten op straat twee meisjes die druk met elkaar aan het kletsen zijn. Het volgende moment schiet één van beiden in een luide lach. Aan de klank van hun stemmen te oordelen, zijn het waarschijnlijk tieners van mijn leeftijd.
"Enya en haar beste vriendin Nuvie," zegt Noria tegen ons. Ze staat bruusk op van de tafel. "Ik kan haar beter nu al gaan vertellen dat we bezoek hebben," mompelt ze gespannen voordat ze naar buiten gaat en de voordeur achter zich sluit.
"Hebben jullie nog niets tegen haar gezegd?" vraagt Doran.
"Nee, eigenlijk niet," geeft Andrew aarzelend toe. "Mijn vrouw en ik wilden daar mee wachten totdat we zeker waren of Aludra ook echt naar hier zou komen. Al vraag ik me nu af of dat wel zo'n goed idee was," voegt hij er met een frons aan toe.
Het blijft even stil rond de tafel terwijl we vage flarden van het gesprek buiten horen. Jammer genoeg kan ik er geen woord van verstaan.
"WAT?!" hoor ik een meisjesstem plots schreeuwen. "Dat kan niet, mam! Wat zou Kivo hier van vinden, denk je?" Meteen daarna worden de stemmen weer stiller. Alsof ze zelf ook beseffen dat op deze manier het hele dorp kan meeluisteren. Maar opeens krijg ik het vervelende gevoel dat ik nu eigenlijk al genoeg heb gehoord.
Na een minuut of drie gaat de voordeur weer open. Noria komt binnen, samen met een meisje dat dezelfde blonde haren als Kivo heeft. Het enige waaraan je kan zien dat ze zijn zus is. Want verder lijken ze niet echt op elkaar. De woedende uitdrukking op haar gezicht maakt snel plaats voor een geforceerde glimlach wanneer ze Doran en mij een hand geeft. Maar de blik in haar ogen vertelt mij iets totaal anders. En haar handdruk is zo vluchtig dat het lijkt alsof ze mij liever helemaal niet wil aanraken.
"Ik ga boven nog wat in mijn boek lezen," kondigt Enya aan terwijl ze haar leren schoudertas met een klap op de tafel neergooit. Daarna vertrekt ze zonder omkijken richting hooizolder.
Andrew wenkt ons dat we hem moeten volgen. Als we hier praten, zal Enya alles kunnen horen. Zonder geluid te maken sluipen we achter elkaar aan naar buiten. Vlak voor het huisje blijven we staan, terwijl Noria voorzichtig de deur in het slot duwt.
"Hebben jullie nooit aan Enya verteld dat ik bij jullie mocht onderduiken?" vraag ik rechtstreeks, zonder er nog verder doekjes om te winden.
"We wisten niet goed hoe we er tegen haar over moesten beginnen," zucht Noria. "En we hadden eerlijk gezegd ook gehoopt dat het nooit nodig zou zijn."
"Noria en ik hebben er vorige herfst wel mee ingestemd, maar we dachten altijd dat de kans heel klein zou zijn dat jij ooit echt naar hier zou komen," legt Andrew verder uit. "Fulvia Cardew zei toen zelf dat jij normaal gezien gewoon in het Capitool zou blijven."
Daar heeft hij natuurlijk wel gelijk in. Sommige leden van onze verzetsgroep hebben zich vrijwillig opgegeven om bij het begin van de opstand naar één van de dertien districten te gaan. Maar als minderjarige kwam ik daar hoe dan ook niet voor in aanmerking. Had ik me niet op zo'n domme manier laten filmen in de Transfer, dan zou ik nu inderdaad nog altijd in het Capitool zijn.
"Heeft ze Aludra's toelatingsinterview gezien?" vraagt Doran. "Fulvia had toch een paar fragmenten meegebracht om jullie te overtuigen?"
"Enya zat op school toen mevrouw Cardew ons die opnames getoond heeft," antwoordt Noria. "Andrew en ik waren van plan om te wachten totdat we ook echt het bericht kregen dat Aludra naar district 10 zou komen. We dachten dat er dan nog genoeg tijd zou zijn om het rustig aan Enya te vertellen. Maar ineens stonden jullie hier."
"We waren vergeten dat jullie misschien heel snel zouden moeten vluchten," voegt Andrew er nog aan toe. "Al wou ik nu dat we het anders aangepakt hadden."
Daar kunnen Doran en ik weinig aan toevoegen. In ieder geval snap ik nu waarom Enya daarnet zo boos was. Zelf zou ik het ook niet echt leuk vinden moesten mijn ouders achter mijn rug zoiets regelen. Maar toch kan ik de redenering van Andrew en Noria ergens wel begrijpen. Misschien zou ik het in hun plaats ook zo hebben gedaan. Hopelijk hoeven we alleen maar te wachten totdat Enya over haar eerste verrassing heen is.
"Ik stel voor dat we terug naar binnen gaan," zegt Doran uiteindelijk. "Anders gaat ze zich afvragen waar we naartoe zijn." Blijkbaar is ook hij niet van plan om hier nog verder over door te discussiëren. Dat zou hoe dan ook geen enkele zin hebben, want we kunnen er toch niets meer aan veranderen. Doran weet natuurlijk zelf ook wel dat Kivo's ouders gedaan hebben wat volgens hen het beste was.
We openen zachtjes de voordeur en stappen weer over de drempel, de woonkamer in. Blijkbaar zit Enya nog steeds boven op de hooizolder. Ze laat zich in ieder geval niet zien. Noria blijft bij de tafel staan en opent de schoudertas die nog steeds ligt waar Enya hem heeft neergegooid. "Hoog tijd om aan het avondeten te beginnen," hoor ik haar tegen zichzelf zeggen. Het volgende moment haalt ze een paar groene stronkjes uit de tas. Ik kijk er eens wat beter naar en zie dan dat het de harde stammetjes van broccoli zijn.
"Kan je dat opeten?" vraag ik nogal verbaasd. Als mijn moeder thuis broccoli klaarmaakt, gebruikt ze altijd alleen de roosjes.
"Je moet het gewoon lang genoeg laten bakken," antwoordt Noria. "De rijke mensen van ons district eten het harde deel van broccoli meestal niet. Maar wij kunnen niet zo kieskeurig zijn."
"In het Capitool gooien we dat ook altijd weg," voegt Doran er nog snel aan toe. "Ik had zelf nooit gedacht dat het eetbaar zou zijn."
Heel even stel ik me in gedachten de vraag waarom Doran zich met ons gesprek bemoeit. Maar dan besef ik dat hij het misschien wel doet om aan Kivo's ouders duidelijk te maken dat mijn opmerking geen gezeur van een verwende capitooltiener is. Dit is echt de allereerste keer dat ik iemand het harde deel van broccoli als maaltijd zie klaarmaken. Volgens mij wist Doran tot daarnet ook niet dat je dat gewoon kan opeten. Zelfs in de Garage kieperen we die stammetjes rechtsreeks in de vuilbak.
Noria begint de broccoli klein te snijden terwijl Andrew naar buiten verdwijnt. Even later komt hij terug met een stapel houtblokken die hij meteen in de kachel legt. Zodra hij een vuurtje gemaakt heeft, haalt Noria een ijzeren pan tevoorschijn. Ze zet hem op de vlakke bovenkant van de kachel en legt alle broccolistukjes erin. Nu snap ik eindelijk waarom ik in dit huisje nergens een fornuis kon vinden.
Terwijl de pan op de kachel staat, beginnen we samen de tafel te dekken. De borden zijn hier niet met kleurige tekeningen versierd zoals bij ons thuis en in één ervan zit zelfs een barst. Maar ik weet dat het ongepast zou zijn om daar nu iets over te zeggen. Zodra het eten klaar is, roept Noria naar Enya dat ze naar beneden moet komen. Het duurt een paar tellen voordat ze het gordijn opzij duwt en behendig de ladder afdaalt.
Pas dan valt het mij op dat Enya eigenlijk nogal klein is voor haar leeftijd. Toen ze daarstraks achter Noria naar binnen kwam, zat ik samen met Andrew en Doran rond de tafel. Maar nu staat ze vlak naast mij en ze reikt nog niet eens tot aan mijn schouders. Als ik mijn arm horizontaal zou strekken, dan kan Enya daar volgens mij gewoon onderdoor stappen zonder te bukken. Ze is twee jaar jonger dan Kivo en hij is op zijn zeventiende gestorven. Dus moet Enya nu zestien zijn. Maar ze ziet er meer uit als iemand van dertien, hooguit veertien jaar.
We gaan aan tafel zitten terwijl Noria de borden vol schept. Gelukkig hebben Doran en ik in de hovercraft nog gegeten, want blijkbaar is deze broccoli alles wat we vanavond zullen krijgen. Mijn moeder zou hier zeker nog aardappelen en vlees bij geserveerd hebben. En de portie groente die nu voor mijn neus ligt, kan je ook niet echt groot noemen.
Natuurlijk weet ik al jaren dat de mensen in de districten het met minder eten moeten doen dan wij. Zo'n groot geheim is dat in het Capitool nu ook weer niet. Maar ik had vroeger altijd de neiging om dat te onderschatten, en ik dacht ook dat de districtsinwoners hun problemen zelf gezocht hadden door de Donkere Dagen te veroorzaken. Pas sinds vorige zomer - na het bezoek van Finnick - weet ik hoe ernstig de situatie op sommige plaatsen echt is. En bij de vergaderingen van het Verzet werden er nog meer verhalen over honger verteld. Dan snap ik opeens waarom Enya zo veel kleiner is dan ik, hoewel we maar één jaar verschillen. Dit is een arme familie in een arm district. Waarschijnlijk is ze als kind systematisch ondervoed geweest.
Tijdens het eten overleggen we over de vraag wat er de volgende paar dagen moet gebeuren. Onze ontsnapping uit het Capitool was zo haastig georganiseerd dat Plutarch en Fulvia geen tijd hadden om een nieuwe rebellenopdracht voor ons te verzinnen. Dus weten Doran en ik eigenlijk niet goed wat ons nu te doen staat. Al vinden we allebei dat stilzitten geen optie is. We willen op één of andere manier ons steentje bijdragen aan de revolutie. De vraag is alleen hoe we ons als vluchteling toch nog nuttig kunnen maken.
"Jullie gaan morgen best zo snel mogelijk langs bij Vale en Iris," stelt Andrew na een paar minuten voor. "Die leiden de Fagetri-afdeling van dit district. En Fagetri werkt nu natuurlijk samen met de echte rebellenbeweging in de stad. Zij hebben vast wel een idee."
"Ik zal met jullie meegaan, want Vale en Iris weten nog niet dat jullie gevlucht zijn," zegt Noria. "Ze wonen hier vlakbij, in het grootste huis van ons dorp."
"In dat stenen huis?" vraag ik.
"Ja," bevestigt Noria. "Dat hebben ze gewonnen met een weddenschap. In het jaar dat Andrew en ik getrouwd zijn."
"Een verhaal dat ze jullie vroeg of laat zeker zullen vertellen. Ik denk dat ze er stiekem nog altijd een beetje trots op zijn," vult Andrew aan. "Maar goed, we gaan morgenochtend dus samen naar Vale en Iris," besluit hij.
Stiekem vind ik het jammer dat Kivo's ouders nu nog niet echt veel over die twee mensen hebben gezegd, behalve dan dat ze in Fagetri zitten. Maar morgen zal ik vast wel meer horen. Dus vraag ik er nu niet verder over door.
Na het eten ruimen we met zijn vijven de tafel af. De borden spoelen we schoon in een emmer koud water, zonder afwasmiddel. Enya wrijft ze droog met een propere keukenhanddoek en zet alles weer netjes in de kast. Daarna gaat Andrew nog eens met een vochtige doek over het tafellaken.
"Waar vullen jullie die emmer?" vraag ik uit nieuwsgierigheid. Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat een eenvoudig huisje als dit stromend water heeft.
"Bij de pomp in het midden van het dorp," legt Noria mij uit. Dan herinner ik me weer hoe Doran en ik daarstraks inderdaad langs een oude pomp zijn gelopen. Blijkbaar wordt die dus nog steeds gebruikt.
Buiten is de schemering al ingevallen en het wordt nu snel donkerder in de kamer. Voor Doran en mij is dit een zware dag geweest. Niemand is dan ook verbaasd als ik zeg dat ik eigenlijk graag zo snel mogelijk wil gaan slapen. Mezelf wassen hoeft deze keer niet. Tijdens de reis in de hovercraft heb ik al een douche genomen. Hoe ze dat hier doen zonder badkamer, is een vraag voor later.
Andrew klapt de rugleuning van de grote zetel tegen de muur naar beneden en gaat een deken halen. Pas nu zie ik dat het meubel op die manier een smal tweepersoonsbed wordt. Doran herhaalt nog eens dat hij vannacht wel op de grond zal slapen omdat hij dat toch al gewend is. Noria werpt hem een vreemde blik toe, maar die verdwijnt weer wanneer Andrew kort iets in haar oor fluistert. Ik kan al raden wat hij gezegd heeft.
Even later geeft Noria me een schoteltje met een kaars mee zodat ik boven genoeg licht heb om me uit te kunnen kleden. Ze herhaalt minstens twee keer dat ik straks goed moet controleren of hij echt helemaal gedoofd is. In een houten huis moet je altijd voorzichtig zijn met vuur.
Ik klim de ladder op en zet het schoteltje op één van de planken boven het bed dat ik daarstraks heb opgemaakt. Terwijl ik al mijn kleren uittrek en ze netjes opvouw, zijn Doran en Kivo's ouders beneden nog steeds druk aan het praten over de plannen voor morgen. Enya hoor ik niet. Maar die heeft daarstraks ook al geen woord gezegd. Ze zat gewoon zwijgend haar broccoli te eten, alsof ons gesprek haar totaal niet interesseerde.
Slaapkledij heb ik tijdens de reis in de hovercraft niet gekregen. Niemand heeft daar aan gedacht, en ik ben zelf ook vergeten om het te vragen. Gelukkig heb ik mijn eigen nachtjapon nog. Ik maak de knoop los waarmee ik hem rondom de draagriem van mijn rugzak had vastgemaakt, schud het kledingstuk open en houd het omhoog. Maar de zorgvuldig geborduurde bloemen op de voorkant doen me op dit moment zo veel aan thuis denken dat ik er niet langer naar wil kijken. Wat gebeurd is, is gebeurd, mompel ik tegen mezelf terwijl ik de japon in één beweging over mijn hoofd trek. Ik zal er hier in district 10 voorlopig het beste van moeten maken. Hopelijk komt alles vroeg of laat weer in orde. Zodat ik terug bij mijn eigen ouders kan wonen en mijn vriendinnen niet langer hoef te missen.
Net wanneer ik het deken terugsla om in bed te stappen, hoor ik achter mijn rug gekraak van hout. Ik draai mij om en zie dat Enya naar boven gekomen is. Ook met een brandende kaars in de hand. Ze trekt het gordijn weer dicht en werpt mij meteen een venijnige blik toe.
"Het is de bedoeling dat je gaat slapen," zegt ze minachtend, maar zacht genoeg zodat niemand op de benedenverdieping haar kan horen. "Je ziet eruit alsof je naar zo'n capitooldiner gaat. Waar jullie elke avond acht gangen eten en alles daarna weer uitkotsen." Ze zet het schoteltje met haar kaars opzij en begint zich ter plekke uit te kleden. Alsof ik niet eens besta.
Ik kijk nog eens naar mijn dure, zijden nachtjapon. Misschien wat het toch niet zo'n goed idee om die nu aan te trekken. Maar het is de enige die ik bij me heb, en ik slaap liever niet in mijn gewone kleren. Doran heeft me zelf gevraagd om een beetje zuinig te zijn op die nieuwe spullen. Zwijgend kijk ik toe hoe Enya haar broek en T-shirt opzij legt en in bed gaat liggen. Een beetje verward vraag ik me af of ze haar ondergoed 's nachts altijd aanhoudt. Dat heb ik thuis nog nooit gezien. Of zouden Kivo's ouders misschien te arm zijn om een echte pyjama voor haar te kopen?
"Ik ga jou echt niet vragen of ik me in mijn eigen kamer mag omkleden," fluistert Enya boos. "Want aan mij heeft niemand iets gevraagd." Ze trekt haar deken over zich heen, draait demonstratief haar rug naar me toe en blaast de kaars uit.
Dat doet me er aan denken dat ik die van mij ook nog moet doven. Noria heeft duidelijk gezegd hoe belangrijk dat was. Dus let ik er heel goed op dat hij na het blazen ook echt niet meer nasmeult. Daarna kruip ook ik op de tast in bed. Ik sluit mijn ogen en probeer om me zo goed mogelijk te ontspannen. Al duurt het even voordat de slaap wil komen.
Tot vandaag had ik nooit kunnen denken dat ik de familie van Kivo ooit zelf zou ontmoeten. En toen Doran me in de hovercraft waarschuwde dat de meeste mensen in district 10 nogal negatief staan tegenover het Capitool, begon ik al te betwijfelen of ik hier echt welkom zou zijn. Gelukkig lijken Kivo's ouders tot nu toe heel goed mee te vallen. Maar tegelijkertijd weet ik ook dat ik nu al minstens één vijand heb. Onder hetzelfde dak dan nog wel.
Zo, tweede hoofdstuk online. Eigenlijk keek ik er al heel lang naar uit om dit te kunnen posten. Veel van de ideeën over district 10, het dorp waar Kivo woonde en het huis van zijn ouders heb ik immers lang geleden al bedacht. Ik ben dan ook heel benieuwd naar jullie mening hierover!
Verder wil ik graag vermelden dat er in hoofdstuk 15 van 'Spionne' al een concrete verwijzing naar district 10 zit: in de restaurantscène aan het begin van dat hoofdstuk komt het Wildbos heel even ter spraken, hoewel ik het daar nog niet bij naam genoemd had. Maar het gaat dus wel degelijk om een detail dat ik er destijds bewust in heb gestoken. Ik wist toen al dat Aludra uiteindelijk naar district 10 zou gaan.
Daarnaast heb ik op mijn tumblr-pagina twee nieuwe foto's gezet. De link naar deze pagina staat op mijn profiel.
Tot slot nog één ding: de harde stammetjes van broccoli zijn inderdaad ook eetbaar. Speciaal voor dit verhaal heb ik het zelf uitgeprobeerd, en daarom weet ik ook hoe ze smaken (namelijk bijna precies hetzelfde als de roosjes).
