HOOFDSTUK 3: KIVO'S DORP
AN: ter herinnering: district 9 is in mijn verhalen een drankenproducent. Ik vermeld het hier nog eens kort omdat het in dit hoofdstuk voorkomt.
De zon hangt nog laag boven de boomkruinen van het Wildbos wanneer ik de voordeur van het huisje van de familie Morrison achter mij dichttrek. Ook al is het nog vroeg in de ochtend, toch voel ik dat het een warme zomerdag zal worden. Onder een strakblauwe hemel wandel ik in mijn eentje naar het pleintje in het midden van het dorp om water te gaan halen. Net op het moment dat ik neerhurk om de lege emmer op de juiste plaats onder de pomp te zetten, valt er een donkere schaduw over me heen. Ik draai me met een ruk om en kijk recht in de gezichten van mijn eigen ouders.
"We hebben je dan toch gevonden, jongedame," zegt mijn vader met een kille stem terwijl hij me ruw aan mijn rechterarm overeind trekt. "Ik had nooit gedacht dat je ons zo zou bedriegen. Eerst met die zwervers, en dan ook nog eens door je eigen land te verraden!"
Hij spreekt het woord 'zwervers' uit alsof het een walgelijke smaak in zijn mond achterlaat. Zijn vlakke hand gaat de hoogte in, alsof hij van plan is om me een klap in mijn gezicht te geven.
"Geef haar nog een kans," hoor ik mijn moeder smeken terwijl ik in een reflex probeer weg te duiken.
Meteen daarna ga ik met een ruk overeind zitten. Het is zo donker dat ik geen steek kan zien. Maar zodra ik het ruwe deken voel en onder mij het geritsel van het stro in de matras hoor, weet ik weer waar ik ben. Ik lig gewoon in het bed op de zolder van Kivo's huis. Dit was alleen maar een nare droom.
Ik haal een paar keer diep adem terwijl ik probeer om het beeld van mijn woedende vader te verdringen. Hij zal me hier in district 10 nooit komen zoeken. In het Capitool is er - buiten de Garage en het Verzet - niemand die het verhaal van mij en Kivo kent. Maar één ding klopt helaas wel helemaal. Ook al kunnen mijn ouders onmogelijk weten waar ik ben, ze zullen nu vast en zeker heel erg teleurgesteld zijn in wat ik allemaal heb gedaan.
"Geef haar gewoon een kans," hoor ik opeens iemand zeggen, amper een paar meter verderop. Heel even stokt mijn adem weer in mijn keel. Maar dan besef ik dat het de stem van Doran was. Ondanks het nachtelijke uur zit hij beneden in de woonkamer met Andrew en Noria te overleggen.
Ik schuif het deken stilletjes van me af en zet mijn voeten heel voorzichtig neer op de houten vloer. Vanuit het bed aan de andere kant van de kamer hoor ik de langzame, zware ademhaling van Enya. Die ligt duidelijk nog diep te slapen. Ik sluip naar de rand van de hooizolder en trek het dikke gordijn een beetje opzij zodat ik het gesprek onder mij wat beter kan verstaan. Er brand geen licht in de woonkamer. Doran en Kivo's ouders zijn gewoon vanuit hun bed met elkaar aan het praten.
"Wij willen het wel proberen," antwoordt Noria. "Maar we zijn een beetje bang voor wat de mensen in het dorp misschien gaan vertellen. We hebben allemaal altijd al een hekel gehad aan het Capitool."
"Je weet toch nog wat Iris en Vale vorige herfst tegen ons gezegd hebben?" vraagt Andrew.
"Ja, dat we het voorstel van Fulvia gewoon moesten aannemen. En dat het niet de gemakkelijkste keuze zou zijn, maar in ieder geval wel de moedigste."
"Daar hebben die twee wel gelijk in, denk ik," mengt Doran zich in de discussie. "Ik ben blij dat jullie Aludra en mij toch onderdak willen geven. Maar ik snap dat het voor jullie zeker niet zo eenvoudig was."
Opeens vraag ik me in stilte af hoe moeilijk het voor Andrew en Noria echt was om een beslissing als deze te nemen. Zij hebben hun zoon aan de Spelen verloren, en iedereen in dit kleine dorpje heeft moeten toekijken hoe Kivo - die ze ongetwijfeld allemaal goed kenden - naar de arena werd gestuurd zonder de minste kans om te winnen. Het verbaast me niets dat ze de regering van president Snow verafschuwen.
"Ik maak me vooral zorgen over Enya," gaat Noria verder. "Ze heeft altijd naar haar oudere broer opgekeken. Volgens mij mist ze hem nog elke dag. Ze wou zelfs niet dat we zijn bed zouden wegdoen, ook al hebben we vorige winter al zijn kleren verkocht. Dat geld hadden we echt wel nodig."
Geen wonder dat Enya problemen heeft om mijn aanwezigheid hier te aanvaarden, denk ik bij mezelf. Ik kom uit de stad die haar broer de dood in heeft gejaagd en mijn vader is in zijn eentje nog veel rijker dan alle inwoners van dit dorp bij elkaar. Ik kreeg thuis altijd genoeg te eten, zij niet. En dan heb ik ook nog eens het bed van haar overleden broer ingepalmd. Natuurlijk heeft Andrew gisteren heel duidelijk gezegd dat die plek voor mij was, en het zou inderdaad nogal absurd zijn geweest om mij op de grond te laten slapen terwijl er twee meter verderop een leeg bed staat. Maar ik kan mij voorstellen dat Enya het helemaal niet leuk vindt. Zeker als ze echt gelooft dat we in het Capitool bijna elke dag vomito drinken. Iets wat we in werkelijkheid enkel bij feestmaaltijden of zakendiners doen.
"Haar vader mag dan wel directeur van een grote winkelketen zijn, een verwend nest is ze zeker niet," hoor ik Doran zeggen. Daarnet heb ik eventjes niet geluisterd, maar blijkbaar zijn ze weer over mij bezig.
"Ze is zelfs helemaal niet verwaand. Ik weet nog hoe we elkaar voor het eerst tegenkwamen. In het Capitool loopt iedereen je gewoon straal voorbij als je op straat zit te bedelen. Maar zij kwam helemaal uit vrije wil naar me toe. Ze was zelfs een beetje verlegen."
In gedachten keer ik terug naar mijn allereerste ontmoetingen met Doran. Na het incident in de Transfer - toen ik als kind per ongeluk van dichtbij meemaakte hoe de vredebewakers een zwerver neerschoten - ben ik zelf naar de daklozen van het Capitool gegaan. Gewoon om hun kant van het verhaal eens te horen. Al moest ik daar wel mee wachten tot ik vijftien was en van mijn ouders alleen de stad in mocht. Het was niet zo eenvoudig om een zwerver te vinden die bereid was om mijn vragen te beantwoorden. Maar gelukkig ben ik toen Doran tegengekomen.
"Ik wist meteen dat ze bijzonder was," hoor ik hem tegen Andrew en Noria zeggen. "Ik had nog nooit een rijk tienermeisje gezien dat zelf met daklozen wou praten. De meeste mensen in het Capitool hebben gewoon een hekel aan ons en vinden dat we niets waard zijn. Maar zij wou eerst luisteren en dan pas oordelen."
"Hoe lang kennen jullie elkaar nu al?" wil Andrew weten.
"Eens denken … bijna twee jaar," antwoordt Doran. Enkele seconden lang blijft het stil in de woonkamer. Maar dan voegt Doran nog iets toe aan zijn laatste paar woorden. Iets dat hij zelf nog nooit tegen mij gezegd heeft, en dat ik ook helemaal niet verwachtte.
"Ik ben nooit getrouwd en heb dus geen kinderen gekregen. Maar voor mij is Aludra na al die tijd eigenlijk de dochter geworden die ik zelf nooit heb gehad."
"Ben je daarom samen met haar gevlucht?" wil Andrew weten.
"Misschien wel," geeft Doran toe. "Ik wou niet dat ze helemaal alleen zou zijn op een plek waar ze verder niemand kent. Het is ook voor een groot deel mijn schuld dat ze spionne is geworden. Ik leek te veel op jullie zoon, en ze heeft per ongeluk een gesprek tussen mij en een andere rebel gehoord. Dus mag ik haar nu niet in de steek laten, vind ik."
Ik voel hoe de tenen van mijn linkervoet beginnen te tintelen omdat ik al een paar minuten roerloos neergehurkt zit. Heel voorzichtig verander ik een beetje van houding, zonder lawaai te maken. Om één of andere reden weet ik dat ze nog niet zijn uitgepraat. Dan hoor ik vanuit het donker de stem van Noria komen.
"Hoe ben jij eigenlijk dakloos geworden?" vraagt ze aarzelend. Alsof ze goed genoeg beseft dat het voor Doran moeilijk kan zijn om dit te vertellen aan twee mensen die hij nog geen vierentwintig uur geleden voor het eerst ontmoet heeft.
"Door mijn manke voet," antwoordt Doran eerlijk. Daarna legt hij in het kort uit hoe hij acht jaar geleden zijn baan als bouwvakker verloor nadat hij bij een werfongeval kreupel werd, en hoe hij een paar maanden later op straat belandde omdat hij niet snel genoeg ander werk had gevonden. Ik luister aandachtig mee. Het verhaal van Doran kende ik natuurlijk al, maar ik ben benieuwd hoe Andrew en Noria erop zullen reageren. Volgens Finnick wil de regering de districtinwoners doen geloven dat het Capitool een almachtige stad is waar nooit problemen zijn. Zodat iedereen zal denken dat een opstand toch geen kans op slagen heeft.
"Het Capitool geeft werklozen toch een uitkering?" vraagt Andrew nadat Doran uitgesproken is.
"Dat wel, maar die loopt maximaal zes weken. Als je tegen dan nog geen andere job hebt, val je hoe dan ook zonder inkomen. In zo'n dingen is het Capitool eigenlijk niet echt veel beter georganiseerd dan de districten. Dat is trouwens één van de redenen waarom Aludra en ik tegen de regering van Snow zijn."
"Ik wist niet dat zoiets kon in het Capitool," mompelt Noria. "Wij dachten altijd dat jullie allemaal schatrijk waren."
"We hadden eerlijk gezegd zelfs moeite om mevrouw Cardew te geloven toen ze over zwervers in het Capitool begon," geeft Andrew toe. "Maar Aludra heeft in dat toelatingsinterview zelf een paar dingen over jullie Garage verteld."
"De regering wil niet dat jullie erachter komen," legt Doran uit. "Voor hen is het beter dat alle districtsinwoners het Capitool als een soort van perfecte stad zien."
"Dat heeft Fulvia ons toen ook verteld," antwoordt Andrew. "Ze heeft ons zelfs nadrukkelijk gevraagd om niet overal in het dorp te gaan rondvertellen dat er dakloze capitoolmensen bestaan. Te gevaarlijk, beweerde ze."
"We hebben er tot nu toe alleen met Vale en Iris over gesproken," vult Noria aan.
"Dat zou ik voorlopig zo houden," zegt Doran. "Snow heeft hier in district 10 nog te veel vredebewakers rondlopen."
Heel even voel ik me teleurgesteld. Als je het mij vraagt, hebben de districtsinwoners gewoon recht op de waarheid. Maar dan besef ik dat Doran gelijk heeft. Plutarch's opstand is nog maar net begonnen, dus het is eigenlijk nog veel te vroeg om geheimen als deze te verraden zonder dat we er zelf door in moeilijkheden geraken. Toch blijf ik hopen dat we ooit vrijuit over de zwervers zullen kunnen praten. En om één of andere reden weet ik nu al dat we gewoon het juiste moment moeten afwachten.
De stemmen in de woonkamer zwijgen een paar minuten en ik weet dat het gesprek afgelopen is. Misschien is het verstandiger om zelf ook weer te gaan slapen. Ik heb er geen idee van hoe lang het nog duurt voordat de zon opkomt, en morgen hebben we waarschijnlijk meer dan genoeg te doen. Dus schuifel ik op de tast terug naar mijn bed - het bed van Kivo - en kruip ik weer onder het deken. Niemand heeft iets gemerkt. Zelfs Enya niet, ook al ligt ze op nog geen drie meter bij mij vandaan. Waarschijnlijk slaapt ze zo diep dat ze nu helemaal niets hoort.
Vlak voordat ik mijn ogen sluit, denk ik weer aan wat Doran daarnet zei. In die twee jaar dat we elkaar kennen, zijn we inderdaad hele goede vrienden geworden. Anders zou Kivo voor mij gewoon een tribuut zoals alle andere geweest zijn. En aan Doran kan ik dingen vertellen die ik voor mijn echte vader altijd moest verzwijgen. Maar ik had nooit verwacht dat hij me als een soort van dochter zou willen zien. Al vind ik dat ergens wel een fijne gedachte. Zeker nu we samen in een district zitten waar inwoners uit onze stad hoe dan ook niet echt welkom zijn.
Wanneer ik opnieuw wakker word, is het buiten al volop dag. Jammer dat er op deze hooizolder geen klok aan de muur hangt. Ik zou niet weten hoe laat het is, al lijkt het wel alsof ik behoorlijk lang heb geslapen. Dan ga ik overeind zitten en zie ik het lege bed aan de andere kant van de kamer. Enya is dus al opgestaan.
Snel trek ik mijn nachtjapon uit. Het heeft weinig zin om nu nog langer te blijven liggen. Thuis zou ik zeker vijf minuten bezig zijn met het samenstellen van een gepaste outfit, maar hier heb ik natuurlijk weinig keuze. Gelukkig zijn mijn T-shirt en rok van gisteren nog helemaal schoon. Ik haal mijn vingers door mijn haren om alle klitten te ontwarren - dom van mij om geen borstel in mijn rugzak te steken - en ga dan via de ladder naar beneden.
"Goedemorgen," zeg ik tegen Noria, die in haar eentje aan de tafel zit. Vlak voor haar staan twee volle bekers melk, waar twee eieren naast liggen. Doran en Andrew zijn nergens te zien.
"Heb je goed geslapen?" vraagt Noria aan mij nadat ik tegenover haar op de andere houten bank ben gaan zitten. Gelukkig lijkt ze het niet zo erg te vinden dat ik nu pas wakker ben.
"Ja hoor. Waar is iedereen eigenlijk?"
"De anderen hebben al ontbeten," antwoordt Noria terwijl ze naar de drie lege bekers wijst die omgekeerd bovenop de vensterbank staan te drogen. Vlak naast een plastieken potje waar een klein plantje in groeit. Ik denk dat ik weet wat het is, al kan ik het vanaf hier niet goed genoeg zien om het echt met zekerheid te zeggen.
"Dit is voor jou," gaat Noria verder, terwijl ze me een volle beker geeft en één van de eieren naar me toe schuift. "Je kan het gewoon pellen, het is hard gekookt."
Ik zet de beker eventjes opzij en tik met de twee bolle uiteinden van het ei op de tafel om ze te kneuzen. Daarna rol ik het ei een paar keer heen en weer over het houten tafelblad terwijl ik er met mijn vlakke hand wat kracht op zet. Nu de schaal vol barstjes zit, kan ik hem heel gemakkelijk van het eiwit afpellen. Een trucje dat ik ooit eens in de Garage heb geleerd. Erg handig, al ben ik wel één keer bijna in de problemen geraakt toen ik het thuis uit gewoonte ook deed. Mijn moeder wou natuurlijk weten waar ik dat idee vandaan had gehaald. Gelukkig geloofde ze het smoesje dat ik het op tv in één of ander kookprogramma had gezien. Die worden bij ons in het Capitool vaak genoeg uitgezonden.
"Waar moet ik dit laten?" vraag ik terwijl ik alle stukjes eierschaal in de palm van mijn linkerhand bijeen veeg.
"Gooi hier maar in," zegt Noria terwijl ze me een kommetje aanreikt waar nog meer gepelde schalen in liggen. "We geven het altijd terug aan de kippen."
"Zodat je geen windeieren krijgt," snap ik. Ik ken niet zo heel veel van pluimvee, maar weet wel dat de grote kwekers in district 10 regelmatig wat kalk in het kippenvoer mengen om er voor te zorgen dat hun dieren eieren met een harde schaal blijven leggen. Al geloof ik best dat het op deze manier ook wel lukt.
"Ik had niet gedacht dat iemand uit het Capitool zou weten wat windeieren zijn," antwoordt Noria met een verbaasde ondertoon in haar stem.
In een paar zinnen zeg ik dat we het vroeger op de lagere school al geleerd hebben. Iets wat Noria zo te zien niet onmiddellijk had verwacht. Net zoals veel andere arme mensen in district 10 was zij er heel lang van overtuigd dat wij alleen maar geïnteresseerd zouden zijn in feestmaaltijden, mode en de Hongerspelen, geeft ze nu eerlijk aan mij toe. Eigenlijk is ze pas echt definitief van mening veranderd toen Fulvia tijdens haar bezoek vorig jaar wat meer vertelde over het leven in het Capitool.
"Vandaag zijn we die eieren speciaal gaan halen omdat jij en Doran er nu zijn," zegt Noria nog. "Meestal drinken we als ontbijt alleen maar melk."
"Dus moeten we nu weer een hele week wachten voordat wij nog eens aan de beurt zijn," hoor ik iemand vlak achter mijn rug opmerken. Hoewel het eigenlijk meer klinkt als een verwijt. Ik kijk achterom en zie dat Enya door de voordeur naar binnen gekomen is. Ze legt haar schoudertas voorzichtig bovenop de kachel. Die heeft toch de hele nacht staan afkoelen. De tas is duidelijk goed gevuld, al kan ik niet zien waarmee.
Ik til mijn beker op en neem een flinke slok. Het is niet de eerste keer in mijn leven dat ik geitenmelk drink en toch smaakt deze anders dan ik me herinner. Niet vies, maar anders. Blijkbaar staat dat op mijn gezicht te lezen, want Enya vraagt meteen droogjes of het misschien niet goed genoeg is voor mij. Dan draait ze zich om en verdwijnt ze weer naar buiten zonder dat Noria en ik de kans krijgen om te reageren.
"Er is echt niets mis met jullie melk," mompel ik een beetje verontschuldigend tegen Noria. "Hij smaakt alleen niet helemaal zoals ik gewend ben."
"Dat komt omdat jij altijd melk gedronken hebt die langs district 9 gepasseerd is," legt ze me uit. "Daar doen ze er altijd nog wat zoetstoffen en bewaarmiddelen bij. Deze komt rechtstreeks van de geit. We hebben hem alleen maar gekookt om het hygiënisch te houden."
"Wat bedoelde Enya daarnet eigenlijk met een hele week wachten?" vraag ik zodra ik mijn beker helemaal heb leeggedronken.
"De eieren komen van de kippen in het dorp, en die zijn van ons allemaal samen," vertelt Noria. "Vandaar dat we ze ook altijd eerlijk verdelen. Nu moeten wij de andere gezinnen die hier wonen eerst aan de beurt laten voordat we nog eens zelf eieren mogen rapen. Dat hebben we lang geleden zo afgesproken."
Ik knik en denk heel even terug aan de grote kippenren waar Doran en ik gisteren langs zijn gelopen. Misschien is het niet eens zo vreemd dat arme mensen sneller geneigd zijn om op deze manier dingen met elkaar te delen. Wel jammer dat Enya daarnet weer zo hatelijk deed. Al kan ik het haar niet echt kwalijk nemen na wat ik vannacht heb gehoord.
"Blijven de anderen nog lang weg?" vraag ik aan Noria terwijl ik mijn lege beker schoonspoel en op de vensterbank zet.
"We zijn vanochtend vroeg al bij Vale en Iris langs geweest, toen jij nog sliep. Doran is nu samen met die twee naar de Winnaarswijk vertrokken. Ze hadden daar blijkbaar nog iets te regelen. Ik denk dat ze pas deze avond terug zullen zijn, want de Winnaarswijk ligt hier een heel eind vandaan. Andrew is gaan werken en Enya is naar school om haar rapport te gaan halen. Morgen begint hier de zomervakantie."
Dat betekent dus dat Noria en ik het grootste deel van de dag alleen thuis zullen zijn. Ik begin me net af te vragen wat ik vandaag zou kunnen doen om me toch nog nuttig te maken wanneer ik zie hoe Noria een goedkeurende blik in de tas van Enya werpt. Nieuwsgierig kijk ik mee over haar schouder. De tas zit vol met gele pruimen. Al zijn deze lang niet zo groot als degene die in de supermarkten van het Capitool verkocht worden.
"Enya heeft ze vanochtend vroeg samen met Nuvie geplukt, voordat ze naar school gingen," legt Noria aan mij uit. "Ik denk dat ik ze ga inmaken voor deze winter."
"In weckpotten, bedoel je?" vraag ik.
"Juist," zegt Noria verrast. "Van waar ken jij dat woord?"
"Ik heb het ooit eens gehoord in een tv-programma over oude kooktechnieken die we nu niet meer gebruiken," antwoord ik. "Of die we in het Capitool niet meer gebruiken," verbeter ik mezelf snel.
In de film die ik tijdens het Documentairefestival van twee jaar geleden gezien heb, werd er verteld dat wecken nog dateert uit de tijd dat heel wat mensen thuis geen eigen diepvriezer hadden. Maar toch kan ik me goed voorstellen dat het in district 10 nog regelmatig gedaan wordt. Zelfs in de huizen met elektriciteit valt de stroom regelmatig een paar uur uit, heeft Doran me tijdens de reis hierheen al verteld. En als alle verhalen over hongersnood waar zijn, dan is het eigenlijk heel logisch dat arme mensen zoals Kivo's ouders eten willen bewaren voor in de winter.
"Mag ik meehelpen?" vraag ik aan Noria. Alles is beter dan de hele dag stilzitten en over thuis piekeren. Nieuwe dingen uitproberen in de keuken is trouwens iets wat ik altijd graag heb gedaan.
Noria antwoordt dat ze zeker wat hulp kan gebruiken en stuurt me meteen naar buiten om brandhout te halen. Dat kan ik vinden in het kleine hokje dat tegen de linkerbuitenmuur van dit huis is aangebouwd. Even later zit ik in mijn eentje gehurkt voor de kachel terwijl ik probeer om een vuurtje aan de gang te krijgen. Gelukkig kan ik me de instructies van die ene tributentrainer nog vrij goed herinneren. Zijn er echt nog maar een zestal dagen voorbijgegaan sinds mijn ouders en ik onze rondleiding doorheen het Trainingscentrum gekregen hebben? Er is intussen zo vreselijk veel gebeurd dat het veel langer geleden lijkt. Net wanneer de eerste houtblokken beginnen te branden, hoor ik achter mijn rug hoe Noria weer naar binnen komt.
"We hebben maar één weckketel voor het hele dorp," legt ze uit. "Normaal gezien bewaren we die altijd bij Vale en Iris thuis. Maar de buren hebben hem gisteren ook gebruikt, dus ik dacht wel dat hij daar nog zou staan."
Ze gebaart dat ik even opzij moet gaan en zet dan de grote, metalen ketel op de hoek van de tafel. Binnenin zit een soort houder waar je zo te zien acht glazen potten in kwijt kan. Het stevig geïsoleerde handvat in het midden dient natuurlijk om de houder met bokalen en al uit de ketel te kunnen halen zonder je handen te verbranden. Noria zet een klein emmertje water op de brandende kachel. Daarin zullen we straks alle weckpotten schoonspoelen voordat we ze vullen.
We wassen allebei onze handen en beginnen dan samen alle pruimen in tweeën te snijden om de pitten eruit te halen. Ze zijn niet eetbaar en zouden toch alleen maar plaats innemen. Dan vraagt Noria mij om een paar van de meest rijpe vruchten opzij te leggen. Die wil ze uitpersen, zodat we het sap bij het water in de weckpotten kunnen gieten.
"Eigenlijk is half juli nog een beetje vroeg voor pruimen," vertelt ze. "Maar Enya en Nuvie hebben een paar jaar geleden een groepje bomen gevonden dat toevallig op een heel zonnige plek staat. Vlak aan de rand van het Wildbos."
"Gaan jullie daar vaak plukken?"
"Ja, elke zomer. We verzamelen ook andere planten."
"Vlees ook?" wil ik weten.
"O nee, stropen in het Wildbos is streng verboden. Er staan hele zware straffen op," antwoordt Noria met een stem waaraan je kan horen dat ze het meent. "Al het wild is voor het Capitool. Maar de vredebewakers maken er niet echt een probleem van als iemand planten of bessen wil rapen. Zolang we maar van de dieren afblijven."
"Wat doen we hiermee?" vraag ik zodra we genoeg sap hebben en ik de uitgeperste pruimen wil opruimen.
Noria zegt dat ik het aan de kippen moet geven, dus wandel ik snel naar de plaats waar de omheinde ren staat. Ik gooi de stukjes vruchtvlees over de draad en zie dat er nog meer restjes van keukenafval in het hok liggen. Nog maar eens een bewijs dat er bij arme mensen letterlijk niets verloren gaat. Thuis zouden we dit gewoon rechtstreeks in de vuilbak hebben gekieperd. De kippen komen onmiddellijk op het vruchtvlees af, alsof ze uitgehongerd zijn. Waarschijnlijk krijgen ze zelden of nooit het industriële vogelvoer dat in de grote pluimveekwekerijen gebruikt wordt, bedenk ik me opeens. Omdat de inwoners van dit dorp dat nauwelijks kunnen betalen.
"Waar is iedereen eigenlijk naartoe?" vraag ik zodra ik de woonkamer weer binnen kom. Ik ben het halve dorp doorgelopen om bij de kippenren te geraken, maar heb onderweg helemaal niemand gezien.
"De kinderen zijn naar school om hun eindrapport te halen en de meeste andere mensen zijn nu aan het werk," zegt Noria.
Daarna vertelt ze me in het kort dat vrijwel alle inwoners van dit dorpje bij dezelfde schapenkweker werken. De echt grote boerderijen in district 10 houden zich vooral bezig met het fokken van runderen, varkens en gevogelte. Schapen zijn een veel minder belangrijk deel van de veestapel. Hun vlees is niet zo populair in het Capitool en kleren van wol zijn al heel lang uit de mode. Daarom worden ze nu alleen nog gekweekt door kleinere boeren. Die hebben geen industriële stallen, maar laten hun kudde buiten hoeden door herders. Jammer genoeg heeft de regering van Snow een jaar of tien geleden besloten dat eigenaars van veebedrijven slechts één arbeidsplaats per gezin mogen aanbieden. Kivo's ouders konden dus niet allebei tegelijk een baan krijgen. Zo kwamen ze op het idee om elkaar elke dag af te wisselen. Gisteren ging Noria mee op de kudde letten, vandaag is Andrew aan de beurt.
"Mijn man en ik zagen het geen van tweeën zitten om altijd thuis te zijn en naar dezelfde vier muren te staren," zegt Noria daarover.
"En Kivo dan?" vraag ik voordat ik het zelf goed en wel besef. "In zijn interview vlak voor de Spelen vertelde hij dat hij soms ging helpen met het scheren van de schapen."
"Dat was ook zo," geeft Noria toe na me een paar seconden lang zwijgend aangekeken te hebben. "Officieel mocht het eigenlijk niet. Maar iedereen vond hem een beetje zielig met dat manke been, ook al hoorde hij dat zelf niet graag. Vandaar dat de boer hem toch af en toe een uurtje of drie liet komen. Al kon hij Kivo natuurlijk nooit meer geven dan een paar centen. Het was niet helemaal legaal, maar we hebben er gelukkig nooit echt problemen mee gekregen. De vredebewakers leken het min of meer door de vingers te zien. Die hadden wel belangrijker dingen aan hun hoofd, denk ik. En zolang de Hongerspelen niet op tv zijn, sturen ze hoe dan ook bijna nooit patrouilles naar hier. Dat is trouwens één van de redenen waarom Fulvia dacht dat jij hier veilig zou zijn."
Ze staat opeens nogal bruusk op van de tafel en werpt een blik in het emmertje dat we daarstraks op de kachel hebben gezet. Dan besluit ze dat het water nu warm genoeg is om de weckpotten in schoon te wassen. Het lijkt wel alsof Noria nog altijd niet zo graag met mij over haar zoon praat. Geen wonder, want we hebben elkaar gisteren pas voor het eerst ontmoet. Ze vindt het vast ook raar dat ik me Kivo's interview nog zo goed kan herinneren. Terwijl vrijwel alle andere inwoners van het Capitool dat inderdaad allang vergeten zijn. Eigenlijk ben ik blij dat Noria tot nu toe altijd vriendelijk tegen mij is gebleven. Ook al weet ze waarschijnlijk wel dat ik vroeger gewoon fan van de Hongerspelen was. Maar zij en Andrew hebben ongetwijfeld een heel lang gesprek met Fulvia achter de rug. Eén dat lang genoeg was om te snappen dat niet alle capitoolinwoners slecht zijn, en dat hun zoon voor mij echt meer was dan zomaar een tribuut.
Noria vraagt mij om mijn haren in een staart te binden. Daarna wassen we samen nog eens heel grondig onze handen en onderarmen. Bij wecken moet je altijd zo hygiënisch mogelijk werken, legt ze uit. Anders loop je het risico dat je de inhoud van de potten niet helemaal steriel krijgt. Noria mengt zelfs een goedje doorheen het warme spoelwater dat ik herken als het ontsmettende keukenpoeder dat een jaar of drie geleden in district 6 is uitgevonden. Hier is dat ongetwijfeld veel moeilijker te krijgen dan bij ons thuis in het Capitool. Gelukkig hebben we er vandaag maar één koffielepeltje van nodig.
"Waar staan de weckpotten?" vraag ik.
"Op de plank boven de voordeur," antwoordt Noria. Daar zie ik inderdaad zeven glazen bokalen met rubberen ring staan. Ze zijn allemaal leeg.
"De ketel moesten we samen met het hele dorp kopen omdat die te duur was. Maar we hebben wel allemaal onze eigen potten," vertelt Noria. "Ik gebruik deze al jaren. Ze zijn nog van mijn eigen moeder geweest."
Ik haal de potten één voor één voorzichtig naar beneden terwijl Noria een schone keukenhanddoek over de tafel uitspreidt. Daarna spoelen we elke bokaal zorgvuldig om in het warme water, samen met de ringen en de deksels. Noria herinnert mij eraan dat we bij elke ring zorgvuldig moeten controleren of er geen scheurtjes in het rubber zitten. Ik ga bij het raam staan om een betere lichtinval te hebben en kijk nog eens goed naar het kleine plantje op de vensterbank. Om helemaal zeker te zijn, ruik ik er zelfs even aan. Het is bieslook. Net wat ik daarstraks al dacht. Toch snap ik niet goed waarom iemand een potje kort gesneden bieslook zou willen bewaren. Wanneer ik het aan Noria vraag, krijg ik als antwoord dat bieslook na het afknippen opnieuw kan groeien. Alweer iets dat ik zelf nog niet wist. Omdat we thuis onze kruidenplantjes na één keer gebruiken gewoon weggooien. Maar we zijn hier nu eenmaal niet in het Capitool.
Noria en ik vullen zes bokalen met halve pruimen. De zevende hebben we uiteindelijk niet nodig, dus zet ik die weer op de plank boven de voordeur. Daarna gieten we koud water in de weckpotten zodat de vruchten volledig ondergedompeld zijn en mengen we er nog wat sap bij van de pruimen die we uitgeperst hebben. Noria herhaalt een paar keer dat ik bij het gieten zeker niet op de rand van de bokalen mag morsen. Anders loop je het risico dat je de pot bij het wecken niet helemaal luchtdicht krijgt. Zodra de zes bokalen vol zijn, leggen we de rubberen ringen voorzichtig op de juiste plaats en sluiten we de potten zorgvuldig af met de glazen deksels en een stel metalen klemmetjes.
"Moet er geen suiker bij?" vraag ik onzeker. "Dat herinner ik me toch van die ene keer dat ik het op tv gezien heb."
"Inmaken kan ook zonder suiker," beweert Noria. "Al moet je er dan wel extra goed op letten dat je proper werkt. Ik zou zelf ook liever suiker gebruiken, maar bij ons in district 10 is dat heel duur en erg moeilijk te vinden."
Dat weet ik dan ook alweer. Hoe hard ik ook mijn best doe om me zo snel mogelijk aan het leven in dit dorp aan te passen, toch blijft het voor mij heel erg wennen. Thuis heb ik nooit tekorten gekend. Zelfs niet tijdens de vorige paar maanden, toen alle onrust in de districten voor leveringsproblemen in het Capitool zorgde. Mijn vader is CEO van Minerva, dus onze voorraadkasten waren nooit leeg.
Eén voor één zetten we alle bokalen voorzichtig in de grote weckketel. Noria vindt het handig dat ze deze keer dat zware ding niet in haar eentje bovenop de kachel moet tillen, maar houdt me wel tegen wanneer ik voorstel om er warm water bij te gieten.
"Dan zal het toch sneller koken?" vraag ik een beetje verbaasd.
"Dat wel, maar toch moeten we koud water gebruiken," legt Noria uit. "Denk eraan dat het eten in onze weckpotten ook op kamertemperatuur is. Als je nu met warm water begint, zou het kunnen dat het water al kookt voordat de inhoud van de potten warm genoeg is."
"En dan krijg je niet alle bacteriën dood," snap ik. Pas nu Noria het me nog eens vertelt, herinner ik me weer dat ze hier in die ene documentaire ook iets over gezegd hebben. Al is twee jaar natuurlijk te lang geleden om alle details te kunnen onthouden.
Zodra de ketel op zijn plaats staat, gaat Noria nog wat extra brandhout bijhalen. Dat zullen we straks zeker nodig hebben om er voor te zorgen dat het water lang genoeg blijft koken. Intussen ruim ik snel de tafel af. Noria laat me zien in welke kast ik alles mag leggen en veegt dan nog eens met een natte doek over de tafel. Nu kunnen we alleen maar wachten.
"Het zal wel even duren voordat het water begint te koken," zegt ze tegen mij. "Het is een grote ketel en onze houtkachel warmt natuurlijk een stuk trager op dan het fornuis dat jij bij je ouders thuis had."
Dat is ongetwijfeld waar. Maar toch merk ik dat ik het niet zo prettig vind om alweer aan de verschillen tussen district 10 en het Capitool herinnerd te worden. Misschien is het beter om snel van onderwerp te veranderen. Dus stel ik Noria de vraag waar ik al sinds gisteren mee rondloop.
"Wie zijn Vale en Iris eigenlijk? Je zei gisteren dat ze hun huis met een weddenschap gewonnen hadden."
"Dat is ook zo," bevestigt Noria. "Ik zal je meteen het hele verhaal vertellen, want jij en Doran zullen die twee nog vaak genoeg tegenkomen. Maar misschien kan ik best beginnen bij het begin. Heb je al eens gehoord over het Feest van de Achttienjarigen?"
Ik schud ontkennend het hoofd, dus Noria vertelt me in het kort waarover het gaat. In Panem ben je wettelijk gezien meerderjarig vanaf je achttiende verjaardag. Een belangrijk moment, dat ze in district 10 altijd vieren met een groot feest op het einde van de zomer. Meestal ergens halfweg september, wanneer het buiten nog warm is en de Hongerspelen al minstens een week of zes achter de rug zijn.
"Tijdens de Spelen zijn we toch nooit in de juiste stemming," zegt Noria daarover. "Eigenlijk vieren we met dat feest niet alleen dat we volwassen zijn, maar ook dat we niet meer aan de Boete moeten meedoen. Behalve misschien bij een Kwartskwelling."
Ik hoor hoe ze moeite heeft om de bittere ondertoon in haar stem te verbergen. Geen wonder, want haar oudste zoon zou deze lente achttien geworden zijn. Maar voor Kivo zal er nooit een Feest van de Achttienjarigen komen. Gelukkig gaat ze al snel verder met de rest van haar uitleg.
Wanneer je een eind het Wildbos in gaat, kom je bij een grote grasvlakte die ze hier de Feestweide noemen. Elke zomer komen degenen die in de afgelopen twaalf maanden achttien jaar geworden zijn daar samen om het te vieren. Ze maken een paar grote vuren, houden een banket dat naar districtsnormen heel uitgebreid is en daarna wordt er de hele nacht gedanst. Niet op het soort muziek waar we in het Capitool naar luisteren, maar onder begeleiding van houten trommels waar een bewerkte dierenhuid over gespannen is. Volgens Noria maken die meer lawaai dan je zou denken. Als de wind goed zit, kunnen ze het zelfs tot hier in het dorp nog horen. Hoe dan ook, in district 10 voelen de mensen zich pas echt volwassen nadat ze hun Feest van de Achttienjarigen achter de rug hebben. Wie door omstandigheden toch moet afzeggen, doet gewoon het jaar nadien mee.
"Dat wist ik nog niet," geef ik eerlijk toe. "Is er in de andere districten ook zo'n feest?"
"Volgens mij bestaat het alleen in 10," antwoordt Noria. "Bijna alle districten hebben wel een paar eigen tradities die je in de rest van Panem nergens ziet. De andere tributen en winnaars zeggen op tv nooit iets over een Feest van de Achttienjarigen, dus ik denk dat wij inderdaad de enigen zijn die het op deze manier vieren."
Dat zou me niet eens heel erg verbazen. Ik herinner me nog hoe Peeta tijdens zijn interview op de avond voor de Kwelling één en ander zei over een trouwritueel waarbij bruid en bruidegom samen een stuk brood roosteren. Een gebruik dat alleen in district 12 voorkomt en waar ik tot een paar dagen geleden zelf nog nooit van had gehoord. Het feest waar Noria nu over vertelt, is vast ook zoiets.
"De meeste mensen eten er trouwens ook voor de allereerste keer in hun leven een stukje vis," voegt Noria er nog aan toe.
"Hoezo?" vraag ik. Ik zie niet in wat er zo bijzonder is aan vis eten.
"Vis en zeevruchten zijn in dit district heel duur en moeilijk te krijgen," legt Noria uit. "Denk eraan dat de zee een heel eind van hier ligt. Jij zal het in het Capitool vast wel vaak genoeg hebben gegeten. Maar voor ons is vis een luxeproduct dat we zo goed als nooit kunnen betalen."
Daar weet ik niet direct een antwoord op te verzinnen, dus zwijg ik maar. Gelukkig besluit Noria om gewoon door te gaan met het verhaal dat ze me wilde vertellen. Exact twintig jaar geleden - in de zomer van de vijfenvijftigste Hongerspelen - hebben Andrew en Noria allebei hun eigen Feest van de Achttienjarigen gevierd. Samen met Vale en Iris, want dat zijn leeftijdsgenoten van hen. Op school zaten ze zelfs met zijn vieren in dezelfde klas. Het werd een avond die ze nooit meer zullen vergeten. Allemaal vanwege de weddenschap die Iris en haar vriend Vale een paar maanden eerder aangegaan waren.
"Als kind had ik al stiekem bewondering voor die twee," zegt Noria. "Omdat ze dingen durfden waar alle anderen te bang voor waren. Maar toen ze voor het eerst over hun weddenschap begonnen, kon zelfs ik mijn oren niet geloven."
Daarna legt Noria me uit hoe Vale en Iris als tieners goed bevriend waren met iemand die Dalton heet. Hij is een paar jaar geleden weggevlucht uit het district omdat de vredebewakers hem betrapt hadden op stropen in het Wildbos en andere illegale handelsactiviteiten. Maar toen, in de zomer van de vijfenvijftigste Spelen, had hij nog een goedbetaalde baan als geneticus op de grootste vleesboerderij van district 10. Hij was zelfs één van de zeer weinige mensen in dit district die twee huizen bezat. Eentje in het stadscentrum - waar hij zelf in woonde - en het stenen huis dat hier in het midden van Kivo's dorp staat.
"Zelfs Dalton wist niet goed wie het gebouwd heeft. Al dacht hij wel dat het waarschijnlijk het oudste huis van ons dorp is. Maar hij had het zelf dus niet echt nodig. En de boerderij waar hij werkte, lag in ieder geval veel te ver van hier. Vandaar dat hij het huis kon verloten," legt Noria uit.
Daarna vertelt ze me over de weddenschap. Hoe Vale en Iris precies op het idee gekomen zijn, weet Noria niet. Maar ze kochten al een paar jaar wild bij Dalton, en in de lente voor de vijfenvijftigste Spelen sloten ze een overeenkomst met hem. Als Iris en Vale erin zouden slagen om samen dwars door de wildernis van Panem naar district 9 te trekken en daar een fles van de duurste champagne te stelen, dan zouden zij het huis krijgen. Iets wat eigenlijk een levensgevaarlijke onderneming was. Want in sommige districten worden betrapte dieven ter dood veroordeeld. Maar toch namen Vale en Iris de uitdaging aan. Ze kwamen allebei uit arme families en hun ouders waren er niet meer om voor hen te zorgen. Deze kans op een stenen huis met elektriciteitsaansluiting konden ze niet laten liggen. En ze wisten ook dat het op alle andere tieners uit het district een heleboel indruk zou maken als het lukte. Daarmee was de zaak geregeld. In het begin van de zomer - twee dagen na de allerlaatste Boete waaraan ze zelf moesten meedoen - zijn Iris en Vale stiekem vertrokken. De afspraak met Dalton was dat ze ten laatste op het Feest van de Achttienjarigen terug moesten zijn.
"Ze hadden dus ongeveer twee maanden," zegt Noria. "Maar in die tijd moesten ze de hele reis naar district 9 maken, hun champagne stelen en ongezien weer naar hier komen. En omdat niemand van ons ooit in 9 geweest is, zat er niets anders op dan het hele plan voor de diefstal volledig ter plekke te verzinnen."
Daarmee weet ik meteen hoe gevaarlijk die weddenschap wel was. De volgende paar minuten luister ik heel geïnteresseerd naar Noria's verhaal. Ook al heb ik normaal gezien niet zo veel respect voor dieven, toch merk ik dat ik voor Vale en Iris eigenlijk alleen maar bewondering voel. Misschien omdat ik zelf al bijna een jaar lang lid ben van een ondergrondse beweging. En daarvoor ging ik ook al regelmatig naar de Garage zonder dat mijn ouders het wisten. Ze zouden mijn bezoekjes aan een groep daklozen beslist streng verboden hebben.
"Zelf kan ik je niet zo heel veel details geven over wat ze in district 9 precies gedaan hebben," geeft Noria toe terwijl ze een nieuwe lading hout in de kachel gooit. "Vale en Iris hebben dat grotendeels voor zichzelf gehouden, uit schrik dat de vredebewakers van ons eigen district het misschien ooit te horen zouden krijgen."
Daar heb ik geen verdere uitleg bij nodig. Wie stiekem de grensafrastering oversteekt, zonder officiële toelating naar een ander district reist en daar een diefstal pleegt, overtreedt meerdere wetten. Zoiets moet inderdaad geheim blijven. Toch weet Noria me nog een paar leuke anekdotes te vertellen. Vale en Iris hebben aan de rand van district 9 drie volledige dagen gewacht voordat ze eindelijk de kans zagen om aan boord van een goederentrein voorbij het hek te geraken. Daarna hebben ze zo snel mogelijk een goede schuilplaats gezocht. Het werd uiteindelijk een moerassig gebied vol riet en andere waterplanten dat volgens Iris een soort van biologisch zuiveringsstation was. Afvalwater reinigen behoort immers ook tot de taken van district 9.
"Dat dacht ze omdat al die vijvertjes zo systematisch aangelegd waren," zegt Noria. "Maar het was een geweldige plek om je te verstoppen. Ze hebben er elke nacht geslapen zonder dat iemand hen vond. Het enige nadeel, zo zegt Vale tenminste, was dat het er stikte van de muggen."
Ik schiet meteen in de lach. Zelf heb ik een hekel aan muggen. Als ik er thuis in mijn slaapkamer eentje zag, dan sloeg ik het rotbeest altijd zonder aarzelen plat tegen de muur. Maar dat lukt natuurlijk nooit als ze met tientallen om je heen zoemen. Ik wil liever niet weten hoeveel beten Iris en Vale eraan overgehouden hebben.
"Hoe zag district 9 er eigenlijk uit?" vraag ik snel, om serieus te blijven. Ik ken alleen wat men op tv toont en wat we op school leren.
"Iris heeft me ooit verteld dat er lang niet zo veel groen was als hier, op de koffie- en theeplantages na dan," antwoordt Noria. "Ze hebben vooral veel fabrieken gezien. En als de wind verkeerd zat, roken ze vanuit hun moeras soms de moutgeur van de bierbrouwerijen. Maar om verder te gaan met het verhaal, ze hebben uiteindelijk toch de plaats gevonden waar al die dure soorten champagne gemaakt worden."
"En is het gelukt om een fles te stelen?" Nog voor ik uitgesproken ben, besef ik dat het een domme vraag is. Want eigenlijk ken ik het antwoord al.
"Ja," bevestigt Noria. "Al hebben ze er wel meer dan twee weken over gedaan. Ze moesten eerst heel grondig uitzoeken hoe de vredebewakers patrouilleerden en waar de zwakke plekken in de beveiliging zaten."
"Dus die dingen waren in 9 anders georganiseerd dan hier?" wil ik weten.
"Vale beweert van wel. Elke districtscommandant krijgt zijn of haar bevelen natuurlijk vanuit het Capitool. Maar de vredebewakers kunnen voor een deel zelf beslissen hoe ze de zaken in hun eigen district aanpakken. Vandaar dat er toch altijd wat verschillen zijn."
Dat zou weleens heel goed kunnen kloppen. Fulvia heeft me tijdens één van de vergaderingen van het Capitoolverzet ooit verteld dat de wetten in district 11 bijvoorbeeld een stuk strenger opgelegd worden dan in 12 het geval is. Hoe zou het nu eigenlijk met het district van Katniss en Peeta gaan? vraag ik me opeens in stilte af. Sinds het einde van de Kwartskwelling heb ik geen enkel nieuwsbericht meer gezien. Maar ik kan me moeilijk voorstellen dat president Snow de redding van de Spotgaai zomaar ongestraft zal laten.
" … en ze zijn uiteindelijk toch weggeraakt met hun buit, zonder betrapt te worden," onderbreekt Noria mijn gedachten. "Daarna moesten Vale en Iris nog helemaal te voet door de wildernis naar district 10 komen. Na die diefstal vonden ze het te riskant om stiekem in een trein te kruipen. We werden allemaal steeds ongeruster toen ze begin september nog steeds niet terug waren. Maar één dag voor het Feest van de Achttienjarigen stonden ze hier opeens weer. Met een volle rugzak waarvan iedereen al snapte wat erin zat."
Volgens Noria was het Feest van de Achttienjarigen dat jaar een groot succes. De vredebewakers bemoeien zich daar nooit mee, want met zo'n dansfeest diep in het bos kan je eigenlijk toch niets verkeerds doen. Ze sturen er dus zelfs geen enkele patrouille naartoe. De legerleiding van district 10 vindt dat overbodig en gunt de mensen gewoon het feest waar ze al heel hun leven naar uitgekeken hebben. Maar Andrew en Noria waren er die avond natuurlijk wel bij. Omdat ook zij eerder dat jaar allebei achttien geworden waren.
"Je kan wel raden dat Iris en Vale de hele tijd in het middelpunt van de belangstelling stonden," vertelt Noria verder. "Vooral toen ze hun rugzak openmaakten en er niet één, maar drie flessen champagne uit haalden. Van het merk Premium nog wel. Ze hadden hun weddenschap dus overtuigend gewonnen."
Ik kan het niet laten om eventjes bewonderend te fluiten. Premium is met veel voorsprong het duurste champagnemerk van Panem. Zelfs mijn eigen vader kan dat niet zomaar betalen. Ik heb in heel mijn leven nog maar één keertje Premium gedronken, op het Galadiner van de vierenzeventigste Zegetoer. En dat was dan nog maar een heel klein glaasje. De rest van die avond heb ik het bij een goedkopere soort champagne gehouden. Drie volle flessen stelen is dus een hele prestatie.
"Gelukkig was Dalton een goede verliezer," zegt Noria. "Een paar weken later woonden Vale en Iris al in hun nieuwe huis, bij ons in het dorp. Ze hebben hier nu zelfs min of meer de leiding. We gaan meestal naar hen als we met een probleem zitten. En omdat hun huis het grootst is, bewaren zij ook alle voorwerpen die we gemeenschappelijk gekocht hebben. Zoals de weckketel bijvoorbeeld," voegt ze er nog aan toe, waarbij ze een gebaar maakt naar de grote pot die nog steeds op de kachel staat te koken. Nu kan het vast niet lang meer duren voordat de pruimen klaar zijn.
"En hun weddenschap is natuurlijk niet de enige reden waarom ik die avond nooit zal vergeten," zegt Noria meer tegen zichzelf dan tegen mij terwijl ze een beetje dromerig voor zich uit kijkt.
"Hoe bedoel je?" vraag ik spontaan. Misschien moet ik toch eens leren om mijn nieuwsgierigheid wat beter te bedwingen.
Gelukkig lijkt Noria mijn vraag niet heel erg te vinden. Ze vertelt me in het kort dat zij en Andrew al een hele tijd stiekem verliefd op elkaar waren, maar dat ze pas op het Feest van de Achttienjarigen echt een koppel geworden zijn. Iedereen wou natuurlijk van die champagne proeven terwijl er maar drie flessen waren. Andrew heeft toen alles op alles gezet om een vol glas te bemachtigen. Niet voor hemzelf, maar om het zo snel mogelijk aan Noria te kunnen geven.
"Eigenlijk vond ik dat spul niet eens zo lekker," grinnikt Noria. "Maar omdat ik het van Andrew gekregen had, smaakte het natuurlijk geweldig. De rest van de avond hebben we alleen nog maar met elkaar gepraat. En in december van dat jaar zijn we officieel getrouwd, net als Vale en Iris."
"Hoe is het met Dalton afgelopen?" vraag ik uiteindelijk nog.
"Die is in de stad blijven wonen totdat hij beschuldigd werd van stropen en verboden handel," antwoordt Noria. "Toen moest hij vluchten en hebben we helaas nooit meer iets van hem gehoord. Hij is nu toch al een paar jaar weg uit het district, maar niemand kan zeggen waar hij heen is gegaan. Volgens mij heeft hij een plek gevonden waar hij veilig is voor de vredebewakers. Dalton kende soms geheimen waar de meeste andere mensen geen weet van hadden."
Daarmee is het verhaal dat Noria me wilde vertellen ten einde. Ik had niet verwacht dat twee jonge mensen uit een arm district zo'n gevaarlijke weddenschap zouden aandurven. Dat Iris en Vale hem uiteindelijk gewonnen hebben, kan alleen maar betekenen dat ze hun tocht naar district 9 en hun diefstal erg slim hebben aangepakt. Geen wonder dat ze nu de leiding van Fagetri hebben. Ze zullen ongetwijfeld ook wel samenwerken met de echte rebellenbeweging van dit district.
"Ik denk dat die pruimen nu wel klaar zijn," zegt Noria.
Ze gaat bij de kachel staan en haalt het deksel van de weckketel. We tillen voorzichtig de houder met de glazen bokalen uit de ketel en gieten samen het kookwater weg in een grote emmer. Zo kunnen we het vanavond nog gebruiken om ons te wassen. Dan zetten we de weckpotten eventjes opzij om ze te laten afkoelen. Terwijl we daarop wachten, help ik Noria met het uitschudden van alle dekens en beddenlakens. Een werkje dat je best met zijn tweeën doet.
"We hebben hier in het dorp geen wasmachine," legt Noria uit terwijl we buiten op straat staan met Enya's deken in onze handen. "Maar ik hou het beddengoed toch graag proper."
Nadat we alle lakens weer op de bedden gelegd hebben, gaat Noria even naar de weckpotten kijken. Die zijn intussen voldoende afgekoeld. We nemen de ijzeren klemmetjes weg waarmee we de deksels vastgemaakt hadden, want die zijn nu niet meer nodig. Normaal gezien zouden de bokalen nu luchtdicht afgesloten moeten zijn. Noria vraagt me om mijn adem in te houden als ik de klemmetjes losmaak. Zo kunnen we allebei goed horen of er echt geen lucht in de potten komt. Gelukkig is dat niet zo, want anders hadden we helemaal opnieuw moeten beginnen.
"Ik denk dat ik een stuk of twee van deze potten ga ruilen met de buren," zegt Noria terwijl we de gevulde bokalen weer op de plank boven de voordeur zetten. "Die hebben gisteren bosbessen ingemaakt."
"Ook geplukt in het Wildbos?" vraag ik.
"Ja, natuurlijk," antwoordt Noria. "Af en toe is er in de stad ook fruit te koop. Maar voor ons is dat veel te duur. Op school zeiden ze altijd tegen ons dat bessen misschien niet echt helpen tegen de honger, maar dat je ze toch moet eten. Voor de vitamines die erin zitten."
Alweer een verschil tussen thuis en district 10, denk ik bij mezelf. Als ik over eten praat, stel ik mij alleen maar de vraag of het lekker is of niet. Maar hier proberen de mensen eerst en vooral te bedenken hoe ze hun lichaam de nodige voedingsstoffen kunnen geven.
Noria zegt dat ze nog wat ander huishoudelijk werk wil doen - de vloer vegen, bijvoorbeeld - en dat ik haar daarbij eigenlijk niet meer kan helpen zonder in de weg te lopen. Dus besluit ik om nog eventjes in het dorp rond te wandelen. Wanneer ik de straat op ga, zie ik dat de zon al ver voorbij haar hoogste punt is. Het inmaken van die pruimen heeft veel langer geduurd dan ik dacht. Ik slenter langzaam tot aan de waterpomp. Hoewel er nergens afval of rommel ligt, kan je toch merken dat de inwoners van dit dorp arm zijn. Bij één van de huisjes zie ik een kapot raam dat met een houten plank is dichtgespijkerd. Misschien heeft de eigenaar gewoon niet genoeg geld om nieuw glas te laten zetten. En het gaas van de kippenren is eigenlijk ook dringend aan vervanging toe.
Deze keer kom ik wel twee mensen tegen, een wat ouder koppel dat vlak naast Vale en Iris woont. Blijkbaar weten ze al dat ik een gevluchte spionne ben. Hoewel ze tijdens ons korte gesprek geen kwaad woord zeggen, kan ik toch duidelijk voelen dat ze me eigenlijk niet helemaal vertrouwen. Waarschijnlijk omdat ik uit het Capitool kom. De stad waar volgens hen iedereen zonder uitzondering even rijk is. Gelukkig doen deze twee mensen lang niet zo vervelend als Enya. Stiekem vraag ik me af of Andrew en Noria nog iets zullen zeggen over de verwijtende opmerking die ze bij het ontbijt heeft gemaakt. Maar tegelijkertijd weet ik dat het weinig zin heeft als Enya door haar ouders wordt terechtgewezen. Ze zou mij er zeker niet minder om haten. Misschien maken we het zo zelfs juist erger. Dus besluit ik om er straks bij Noria niet meer achter te vragen.
Vlak bij de waterpomp houd ik mijn pas in. Dat ding herinnert me aan mijn droom van vannacht. Mam en pap hebben nooit geweten dat ik bij het Verzet en de Garage werkte. Maar nu ik ontmaskerd ben, is dat natuurlijk veranderd. Wat zullen mijn vriendinnen Merope en Sirrah daar over denken als ze de nieuwsberichten horen? Om één of andere reden weet ik niet goed hoe zij zullen reageren. Maar de mening van mijn ouders kan ik zo al raden. Ik keer de waterpomp de rug toe en besluit om weer naar het huisje van de familie Morrison te gaan. Er is geen enkele reden om hier nog langer te blijven staan.
Op de terugweg passeer ik langs een waslijn waar een paar kleren hangen te drogen. Bij één van de broeken is er een vierkante lap stof op de linkerknie genaaid. In het Capitool laten we dure of exclusieve kledingstukken soms nog herstellen, zoals Tigris een paar dagen geleden met één van mijn jurken gedaan heeft. Maar als er echt een groot gat in je broek zit, dan kopen we er gewoon een nieuwe. Alweer een teken dat ze het hier echt niet breed hebben, mompel ik tegen mezelf terwijl ik tot bij het huisje van Kivo's ouders wandel. Wanneer ik op de voordeur klop om Noria te laten weten dat ik terug ben, zie ik in de verte Doran aankomen. Vijf minuten later zitten we met zijn drieën rond de tafel in de woonkamer.
"Waar ben je nu eigenlijk de hele dag geweest?" is het eerste wat ik aan Doran vraag.
"In de Winnaarswijk, samen met Vale en Iris. Heeft Noria je dat niet verteld?"
Daarna legt Doran me uit wat ze op die plek te zoeken hadden. Nu de opstand zal beginnen, wil Plutarch rechtstreeks naar alle districten kunnen bellen. Hij en Fulvia hebben deze lente overal aan de plaatselijke rebellenleiders gevraagd om in één van de leegstaande huizen van elke Winnaarswijk de telefoon opnieuw te installeren. Dat moest na het einde van de Kwartskwelling zo snel mogelijk geregeld worden. De regering zal immers niet zo snel op het idee komen om een telefoontoestel af te tappen in een huis dat officieel onbewoond is. Omdat Plutarch in de nacht van Katniss' redding problemen had om met de rebellen in 10 te kunnen communiceren, was dit district als één van de eerste aan de beurt. Natuurlijk is het ook de bedoeling dat de telefoongesprekken zo goed mogelijk beveiligd worden. Maar dat is iets waar de technici van 13 voor moeten zorgen.
"En district 2 dan?" werp ik tegen. "Daar hebben ze zo vaak de Spelen gewonnen dat de hele Winnaarswijk volzet is. Vorige winter zei Caesar op tv nog dat er dringend nieuwe huizen bij moeten komen."
"Dat klopt, maar denk eraan dat Brutus gestorven is," antwoordt Doran.
Daarmee weet ik genoeg. Als een winnaar overlijdt, dan moet zijn of haar familie de Winnaarswijk verlaten en weer in hun oude huis gaan wonen. Ook de villa van Brutus zal nu dus leeg staan. En in veel andere districten zijn de meeste huizen van de Winnaarswijk zelfs nooit bewoond geweest.
"Eerst wou de rebellenleider van district 10 het zelf doen," gaat Doran verder. "Maar hij heeft het nu erg druk met het voorbereiden van de opstand hier. Dus moesten Vale en Iris het in zijn plaats regelen. Ze hebben mij meegevraagd omdat ik vroeger zelf nog telefoons heb aangesloten."
Dat verbaast me niet echt. In het Capitool hebben alle mensen thuis een telefoon. Een nieuw appartement wordt pas in gebruik genomen nadat die correct geïnstalleerd is. Doran heeft ongetwijfeld lang genoeg in de bouwsector gewerkt om te weten hoe je zo'n ding aan de praat krijgt. Ik stel nog een paar vragen over de Winnaarswijk van district 10, omdat ik die plek alleen ken door hem af en toe eens op tv te zien. Maar Doran heeft natuurlijk het grootste deel van de dag binnen gezeten. Zelfs de twee winnaars die nu nog in leven zijn - Tim Lewis en Mira Wilson - heeft hij niet ontmoet. Die leiden al jaren een heel teruggetrokken leven. Misschien zijn ze nog steeds te erg getekend door wat ze in hun eigen Spelen hebben meegemaakt.
Wanneer ook Andrew en Enya terug thuis komen, begint Noria aan het avondeten. Deze keer krijgen we elk een kom dunne vleessoep - eigenlijk meer een waterige bouillon - en een snee droog brood. Dat is duidelijk al een paar dagen geleden gebakken. Terwijl ik mijn brood in de soep onderdompel om het wat zachter te maken, luister ik naar wat de anderen te vertellen hebben. Andrew heeft van de andere herders al een paar vragen gekregen over zijn twee logés, en Vale wil graag dat we morgen opnieuw bij hem en Iris langskomen. Enya toont haar eindrapport van dit schooljaar. Ze heeft goede punten en kan dus aan een zomervakantie zonder herexamens beginnen. Andrew en Noria geven haar er terecht een paar complimenten voor. Wel jammer dat Enya alweer alleen met haar ouders praat terwijl ze mij en Doran blijft negeren.
Na het avondeten vraag ik of ik meteen mag gaan slapen. Morgen zal ik voor de eerste keer Vale en Iris ontmoeten, dus dat wordt ongetwijfeld een drukke dag. Deze keer krijg ik gelukkig wel de kans om me te wassen. Noria draagt een zinken teil naar de hooizolder en gaat bij de pomp ook een emmer koud water halen. Intussen brengt Andrew op de kachel een keteltje aan de kook dat ik er onmiddellijk bij moet gieten. Ik klim de ladder op, kijk nog eens of het gordijn goed gesloten is en begin me dan zo snel mogelijk uit te kleden. De leren band rond mijn enkel leg ik zorgvuldig opzij. Die wil ik zeker niet kwijt geraken. Het is vreemd om naakt op een houten vloer te staan met enkel een teil lauw water voor mijn voeten en een stuk zeep dat niet eens geparfumeerd is. Maar als alle arme inwoners van district 10 zich op deze manier wassen, dan zal ik het ook wel kunnen.
Na het afdrogen trek ik mijn kleren weer aan. Ik wil nog even gaan plassen voor ik in bed kruip, en Noria heeft me gisterenavond al uitgelegd dat ik daarvoor in de bosjes achter het huis moet zijn. Ze had eerst verwacht dat ik daar een heleboel misbaar over zou maken. Maar in de Garage gingen we ook altijd op deze manier naar de WC. Ik ben het intussen al wel gewend. Gelukkig duurt het niet lang voordat ik tussen de struiken een plek vind waar geen stekelige planten groeien. Wanneer ik klaar ben en langs de zijmuur van het huisje loop om weer naar binnen te gaan, kom ik Enya tegen. Die wil blijkbaar net hetzelfde doen als ik. Net op het moment dat ik haar passeer, voel ik opeens de onzachte duw van een elleboog in mijn zij.
"Heel wat anders dan jouw luxebadkamer, hè?" grinnikt Enya triomfantelijk.
Ik ben te verrast om te reageren en kijk zwijgend toe hoe ze in de struiken achter het huis verdwijnt. Doran en Kivo's ouders zitten alle drie nog in de woonkamer. Niemand heeft ons dus gehoord. Ik slenter weer naar binnen en klim langs de ladder naar de hooizolder. Mijn dure nachtjapon laat ik deze keer in mijn rugzak zitten. Ik zal wel in mijn ondergoed slapen als dat hier de gewoonte is.
Even later blaas ik de kaars uit die nog steeds op de plank boven mijn hoofd staat en kruip ik in het donker onder het deken. Na een paar minuten hoor ik hoe ook Enya naar boven komt en in bed stapt. Vlak voordat ik in slaap val, denk ik nog even aan de kennismaking met Vale en Iris die me morgen te wachten staat. Vorige nacht hebben Kivo's ouders zelf nog gezegd dat die twee allebei achter het idee stonden om mij hier te laten onderduiken. Misschien kunnen ze mij dan ook helpen met het probleem waar ik eigenlijk al een tijdje over lig te piekeren. De regering heeft nu ontdekt dat ik een spionne ben. Ik kan dus geen geheime informatie meer verzamelen zonder onmiddellijk op te vallen. Maar als Vale en Iris nauw samenwerken met de echte rebellenleiders van dit district, dan weten ze misschien ook hoe ik me tijdens de oorlog toch nog nuttig zou kunnen maken.
Ook al telt dit hoofdstuk ruim 10.000 woorden, zelf zie ik dit eerder als een soort van overgangshoofdstuk omdat er eigenlijk weinig echt belangrijke dingen in gebeuren. Toch ben ik tevreden met wat het nu geworden is. Nu we in district 10 zitten en er op korte tijd een aantal nieuwe personages bijgekomen zijn, vind ik een extra introductiehoofdstuk wel nuttig. En sommige dingen die ik hier voor de eerste keer vermeld heb, zullen later nog terugkomen.
Zelf heb ik nog nooit groenten of fruit ingemaakt, dus voor het schrijven van dit hoofdstuk ben ik op zoek gegaan naar wat extra informatie over wecken. Vooral de website ' ' is hierbij erg handig geweest. Daarnaast heb ik op Youtube ook een interessant filmpje gevonden. De titel hiervan is 'Appelmoes' en de auteur heet 'Rutger Lommerse'. Hopelijk volstaan deze gegevens om het filmpje terug te vinden voor wie het zelf ook eens wil zien! Ik heb ook geprobeerd om de link naar het filmpje op mijn Tumblr-pagina te zetten.
Verder heb ik in dit hoofdstuk nog een paar keukentips beschreven die ik gewoon uit eigen ervaring ken. Het trucje om een hardgekookt ei te pellen, heb ik zelf inderdaad in Poverello geleerd en het werkt echt. Thuis doe ik het nu ook altijd op die manier. Gelukkig hoef ik er tegen mijn ouders niet over te liegen. Over bieslook kan ik jullie verstellen dat zo'n plantje inderdaad terug aangroeit als je lang genoeg wacht (wel regelmatig water blijven geven!) Ook de opmerking over het voorkomen van windeieren heb ik niet zelf verzonnen. Mijn grootouders hebben altijd kippen gehouden, en zij verzamelen de schilfers van gepelde eieren om ze terug in het kippenhok te gooien.
Tot slot nog dit: Dalton is het enige canonpersonage uit district 10 dat van Suzanne Collins een naam heeft gekregen, dus ik wou hem graag in mijn verhaal verwerken omdat mijn verhaal ook in canon is met de boeken. Ik kan hem natuurlijk geen grote rol geven omdat hij tijdens de oorlog al in district 13 zit. Maar via Noria's verhaal is hij toch ook eventjes aan bod gekomen. Vinden jullie dat een goede keuze?
