HOOFDSTUK 7: EEN BOODSCHAP VAN DE REBELLEN
Met het mesje wat steviger in mijn rechterhand geklemd begin ik voorzichtig aan het schillen van de volgende aardappel. Niet te dik snijden, hebben de andere verplegers me al meer dan één keer gezegd. In de Garage hielp ik Dennis en Alcyone soms ook met het klaarmaken van aardappelen, maar zelf gebruikte ik daar toen altijd een dunschiller voor. En thuis wordt een saai karweitje als dit meestal opgeknapt door ons huispersoneel.
Even later leg ik de geschilde aardappel bij de rest in de met water gevulde emmer. Ergens is het eigenlijk wel logisch dat ik zo dun mogelijk moet snijden. Dit is district 10, een plek waar we geen eten verloren laten gaan. Misschien zou het niet echt verspilling zijn als aardappelschillen inderdaad in spinnenbrood verwerkt worden. Maar ik weet nog altijd niet of dat verhaaltje echt waar is.
Ik pauzeer even om de haarlok weg te vegen die uit mijn paardenstaart is losgekomen en nu voor mijn ogen hangt. Tegelijkertijd wis ik ook het zweet van mijn voorhoofd. Hier in de ziekenhuiskeuken is het altijd erg warm omdat de grote open haard de hele dag blijft branden. Ook al is het zomer en schijnt buiten de zon. Helaas kunnen we niet anders als we alle mensen in dit hospitaal iets te eten willen geven. Met alleen de twee kleine fornuisjes die vroeger door het schoolpersoneel gebruikt werden zou dat nooit lukken. Daarom dient de haard nu om water op te warmen en soep te maken. Zelf ben ik het nog steeds niet echt gewend om boven een open vuur te koken. Maar de meeste inwoners van district 10 zijn er natuurlijk veel handiger in dan ik omdat alleen rijke mensen thuis een modern fornuis hebben.
Nadat ik klaar ben met schillen ga ik een natte doek halen om het werkblad van de tafel mee schoon te vegen. Ook in de keuken is hygiëne belangrijk, zeggen de dokters altijd. Ik zet de volle emmer voorzichtig op de pas gepoetste vloer, waarbij ik er op let dat ik geen water knoei. Gelukkig heeft de hoofdarts gisteren nog een nieuwe lading aardappelen laten komen. Gekocht op de zwarte markt, met een deel van het geld dat de lokale rebellenafdeling maandenlang zorgvuldig bijeengespaard heeft toen het voor iedereen duidelijk werd dat een opstand niet te vermijden was. We mogen blij zijn dat de illegale handelaren van dit district aan onze kant staan en daarom hun prijzen laag houden. Stiekem voel ik wel een beetje bewondering voor hen, omdat ze net als ikzelf en de andere spionnen dingen doen die verboden zijn. En dan nog wel zonder dat de vredebewakers het weten. Alles gebeurt immers 's avonds achter de gesloten gordijnen van de huizen waarvan je de adressen in Vrij Panem kan vinden. District 10 heeft zeker niet de strengste vredebewakers, maar een openbare zwarte markt zou hier waarschijnlijk toch een brug te ver zijn.
Ik ben net bezig met het wegschrobben van een paar hardnekkige vlekken wanneer Enya de keuken binnenkomt met een stapel lege borden in haar handen. Ze zet alles voorzichtig neer in de gootsteen en tilt dan de emmer met aardappelen van de grond.
"Lucas heeft me gevraagd om deze klein te snijden voor de soep," zegt ze. "Maar ik denk dat er in de kamer hiernaast nog een tafel vrij is."
Ik blijf Enya even nakijken terwijl ze met haar schouder de deur open duwt en terug naar buiten gaat. Deze keuken is inderdaad vrij klein, dat is waar. Maar heeft Enya echt meer plaats nodig om te werken, of wil ze gewoon liever niet samen met mij in dezelfde ruimte zitten? Ik wou dat de problemen tussen ons eindelijk eens opgelost zouden geraken. Al vrees ik dat ik daar nog lang op kan wachten.
Zodra het tafelblad weer blinkt, leg ik mijn vuile schotelvod bij de andere gebruikte doeken in de wasmand onder de gootsteen. Bovenop het aanrecht staan twee grote kommen gevuld met fijngesneden preigroen dat we straks bij de soep zullen doen. Gelukkig weet ik nu heel goed dat het wel degelijk een ingrediënt is en geen afval. Toen ik voor de eerste keer in deze keuken moest meehelpen, stond ik net op het punt om een hele lading preigroen in de vuilbak te kieperen toen twee van mijn collega's binnenkwamen. Iets wat me meteen een hele hoop commentaar opgeleverd heeft. Wist ik veel dat de groene bladeren van prei gewoon eetbaar zijn. In het Capitool gebruiken we alleen de witte stronk en gooien we de rest gewoon weg. Doran was er deze keer niet bij om me te verdedigen, maar gelukkig zei Morgan - die kwam kijken wat al die herrie in de keuken te betekenen had - dat je in de vuilbakken van de paardenkantine inderdaad bijna elke week preigroen kan vinden. Volgens hem het bewijs dat de rijke mensen van Panem dat spul inderdaad als afval beschouwen, en dat ik dus niet met opzet voedsel wou weggooien.
Later die dag heeft Morgan mij nog verteld dat bijna een kwart van onze ziekenhuismaaltijden eigenlijk uit de vuilnisbakken van de Nationale Manege komt. Dat je daar eetbare dingen kan vinden, wist ik natuurlijk al langer. Maar blijkbaar zijn er elke avond wel een paar mensen die speciaal vanuit de stad naar ginder gaan om het keukenafval van de personeelsrefter - in de volksmond de paardenkantine - te doorzoeken. Ook al is dat niet helemaal zonder risico omdat de eigenaar en zijn vrouw een hekel hebben aan dumpster divers. Voor zo ver ik begrepen heb, komen de grootouders van de man eigenlijk uit het Capitool. Dat zou best weleens kunnen, want Augustinus is geen achternaam die je buiten de muren van mijn geboortestad vaak zal horen. Het zou in ieder geval verklaren waarom ze zo achteloos met voedsel omgaan, en waarom ze als enigen in dit district graag naar de Hongerspelen kijken. Hun oudste zoon heeft op tv ooit eens toegegeven dat hij fan is.
Over de eigenaars van de Nationale Manege doen wel meer wilde verhalen de ronde. Het is de rijkste familie van heel district 10, en sommige mensen beweren dat de regering hen altijd een beetje de hand boven het hoofd gehouden heeft. In ieder geval krijgen ze meer dan genoeg subsidies om een modern bedrijf draaiende te houden. Maar eigenlijk is het logisch dat de familie Augustinus zo'n goede banden heeft met de regering. Zonder hen zouden er immers geen speciaal getrainde paarden zijn om de strijdwagens van de tributen te trekken. Er wordt zelfs gefluisterd dat hun drie kinderen bescherming krijgen tijdens de Boete. Die zijn hier geboren en als districtinwoners moeten ook zij verplicht deelnemen aan de jaarlijkse tributentrekking. Maar hun naam zou altijd slechts één enkele keer in de boetebol zitten. Ook bij de oudste zoon, die volgende lente achttien wordt. Terwijl alle andere districtskinderen hun kansen om in de Hongerspelen te belanden elk jaar zien stijgen.
Een week of twee geleden heb ik zelf eens de berekening voor Kivo gemaakt. Hij was zeventien en had zich al sinds zijn twaalfde ingeschreven om voedselbonnen voor zichzelf, Enya en zijn beide ouders te mogen ontvangen. Dus deed zijn naam bij de vierenzeventigste Boete dertig keer mee. Pas toen ik dat had uitgerekend, besefte ik voor de eerste keer echt volledig dat het bonnensysteem gewoon oneerlijk is. Hoe naïef van mij om het vroeger als een soort armenhulp te beschouwen. Mijn vrienden van de Garage en het Verzet hadden dan toch gelijk. Die voedselbonnen zijn vooral bedacht om de mensen in de districten tegen elkaar op te zetten. Omdat sommigen zonder bonnen kunnen terwijl anderen hun kinderen in gevaar moeten brengen. Geen wonder dat de eigenaars van de Nationale Manege eigenlijk helemaal niet geliefd zijn bij de andere inwoners van district 10.
Ik schrik op uit mijn gedachten wanneer ik achter mijn rug de deur hoor opengaan. Het is Lucas, die de emmer met aardappelen komt terugbrengen. Die zijn nu stuk voor stuk netjes in tweeën gesneden. Enya heeft er dus flink wat vaart achter gezet, of iemand anders was zo vriendelijk om haar even te helpen. Lucas loopt rechtstreeks naar de haard en tilt het deksel op van de grote ketel water die daar al minstens een half uur staat op te warmen.
"Het kookt bijna, dus ik denk dat de groenten er nu wel in mogen," zegt hij.
Samen met Lucas laat ik de aardappelen en het preigroen voorzichtig in de ketel vallen. Daarna snippert Lucas nog snel drie uien fijn die we er bij doen om de soep op smaak te brengen. Jammer dat we geen kruiden of bouillonblokjes kunnen betalen, waardoor het eten hier altijd fletser smaakt dan bij mijn ouders thuis. Maar ik weet dat ik over zo'n dingen beter mijn mond kan houden.
"Komen die uien ook uit de vuilbakken van de paardenkantine?" vraag ik aan Lucas. Daarnet moest hij eerst een paar bruine plekken wegsnijden, dus het zou best weleens kunnen dat de kok van de Manege ze om die reden heeft weggegooid.
"Ik denk het wel," antwoordt hij. "Eigenlijk moet ik er nog altijd een beetje aan wennen dat we hier met keukenafval werken. In district 13 deden we dat nooit."
Daar heeft Lucas vast gelijk in. Zelf ken ik 13 alleen van de verhalen die andere rebellen mij erover vertellen, maar voor mij klinkt het altijd alsof ze daar heel zuinig zijn. Ik denk niet dat er in district 13 veel eetbaar voedsel wordt verspild. Gelukkig hoeven we voor onze patiënten niet echt te verbergen dat we regelmatig de vuilbakken van de Manege en andere grote bedrijven doorzoeken. Per slot van rekening hebben de meesten onder hen dat zelf ook al gedaan. Gisteren - een halfuurtje na mijn stiekeme bezoek aan het kerkhof - heb ik aan Doran voorgesteld om eens mee te gaan met de verplegers die 's avonds laat de afvalemmers van de paardenkantine controleren. Maar volgens hem was dat niet zo'n goed idee. De anderen zouden waarschijnlijk al snel in de gaten krijgen dat hij ondanks zijn capitoolafkomst een heel ervaren dumpster diver is. Terwijl we juist moeten verzwijgen dat er ook bij ons mensen op straat leven. Gelukkig weet niemand dat ik het stiekem toch aan Gerry had verteld. Ik denk dat ik dat voorlopig best zo kan houden.
Nu alle groenten in de ketel zitten en het water kookt, kunnen we alleen nog maar wachten. Lucas wil dat ik die tijd gebruik om twee gewonden in kamer acht te verzorgen en de bloeddruk te controleren van een patiënt die net geopereerd is. Jammer dat we in dit hele ziekenhuis welgeteld één bloeddrukmeter hebben, zo'n ouderwets model dat je zelf nog met de hand moet oppompen. Daarna help ik drie collega's die iemand met een draagberrie van de eerste naar de tweede verdieping willen brengen. Omdat er in dit gebouw geen lift is en we dus enkel via de trappen kunnen gaan, doen we zoiets altijd met minstens vier verplegers. Na een half uurtje keer ik terug naar de keuken. Daar kom ik opnieuw Lucas tegen, die me vertelt dat de soep net klaar is.
"Kan jij de patrouille hun middageten geven?" vraagt hij terwijl hij een handgebaar maakt naar de twee gevulde kommetjes die op tafel staan. "En vergeet niet om voor jezelf iets uit te scheppen."
"Geen probleem," antwoord ik. Gelukkig weet ik intussen wie hij bedoelt met de patrouille. Dat hebben de anderen mij op de eerste werkdag al uitgelegd. Omdat we hier in een oorlogszone zitten, wordt het ziekenhuis permanent bewaakt door een groep van vier gewapende rebellen. Ze moeten ons op tijd waarschuwen bij gevaar en houden ook in de gaten wie er binnenkomt zodat we geen ongewenst bezoek krijgen. Om veiligheidsredenen mogen de patrouilleleden natuurlijk nooit alle vier tegelijkertijd eten. Vandaar dat ik maar twee porties preisoep moet brengen. En dankzij Lucas weet ik dat het nu ook voor mij lunchpauze is.
Ik vul een derde kommetje en ga een dienblad halen zodat ik alles in één keer kan dragen. Lucas zegt me nog snel dat ik ook een brood mag meenemen. Het ruikt nog vers, dus waarschijnlijk is het vanochtend geleverd door de bakker in het stadscentrum die op deze manier de rebellenopstand wil steunen. Ik klem het brood stevig onder mijn linkerarm, loop de gang in en ga door de openstaande toegangsdeur van het ziekenhuis naar buiten.
Zoals gewoonlijk staan twee van onze vier bewakers vlak bij de ingang. De andere twee zijn waarschijnlijk bezig aan één van hun controlerondes in de onmiddellijke omgeving van het schoolgebouw. Voorlopig is het in deze woonwijk al bij al nog vrij rustig. In het zuidelijke deel van de stad wordt er veel meer gevochten. Maar vroeg of laat zal de oorlog zich zeker ook hier laten voelen. Als de rebellen district 10 willen veroveren, moeten ze in de eerste plaats de hoofdstad in handen krijgen. De dorpjes in de velden zijn strategisch gezien veel minder belangrijk. Misschien was dat zelfs één van de redenen waarom het Capitoolverzet mij bij Kivo's ouders heeft laten onderduiken. Opeens vraag ik me af of Fulvia eigenlijk wel weet dat ik nu als rebellenverpleegster in dit ziekenhuis werk. Maar wat haar mening daarover ook is, ik ben niet van plan om op mijn besluit terug te komen.
Zodra Andromeda - de vrouw die ons bewakingsteam leidt - me ziet, komt ze meteen naar me toe. De andere twee leden van de patrouille hebben een uurtje geleden al geluncht. Nu is het de beurt aan haarzelf en haar collega, een man van in de dertig die Darvo heet. Gelukkig vinden ze het helemaal niet erg dat ook ik hier mijn soep opeet. Eigenlijk heb ik altijd al eens met onze bewakers willen praten. De drie mannen in het team zijn gewone districtsinwoners, maar Andromeda is een vredebewaker uit het Capitool. Ook al verblijft ze nu al vijftien jaar permanent in district 10. Maar dat neemt niet weg dat ze tot amper een paar maanden geleden in dienst van de regering werkte. Juist daarom wil ik heel graag weten waarom ze zich nu bij de rebellen heeft aangesloten.
We gaan alle drie in kleermakerszit op de grond zitten en beginnen aan onze preisoep. Andromeda breekt het brood met de hand in vier stukken. Eén voor elk lid van de patrouille. Pas wanneer ze haar eigen brood in de soep doopt, zie ik dat ze voor zichzelf het kleinste stuk heeft uitgekozen. Voorzichtig vraag ik haar waarom ze dat doet, want het was duidelijk geen toeval.
"Een goede aanvoerder denkt altijd in de eerste plaats aan zijn patrouilleleden en dan pas aan zichzelf," legt Andromeda uit. "Ik verwacht natuurlijk van Darvo, Alex en Roy dat ze altijd en overal naar mijn bevelen luisteren. Maar gezag is iets dat je ook moet verdienen. En als leider moet je altijd beseffen dat jij verantwoordelijk bent voor je team."
Dat is een antwoord waar ik wel even stil van word. Gewoon omdat ik het helemaal niet verwachtte. Al sinds mijn twaalfde verjaardag heb ik eerlijk gezegd een heel negatief beeld van vredebewakers. Vooral omdat ik later nog genoeg verhalen gehoord heb over de manier waarop ze zwervers behandelen. En toen ik bij het Capitoolverzet ging, werden ze natuurlijk pas echt mijn vijanden. Het woord vredebewakers doet mij altijd denken aan geweld en onderdrukking. Maar toch heb ik nu het gevoel dat ik Andromeda kan vertrouwen.
Terwijl we onze soep opeten, probeer ik er achter te komen waarom ze de rebellen steunt. Niet door dat rechtstreeks te vragen - iets wat ik om één of andere reden niet echt durf. Wel door haar heel voorzichtig uit te horen op de manier die ik tijdens mijn spionnenopleiding heb geleerd. Als je op de juiste momenten de juiste dingen zegt, kan je verrassend veel informatie loskrijgen. Een tactiek die vredebewakers zelf ook vaak toepassen tijdens hun verhoren. Het zou dus heel goed kunnen dat Andromeda allang in de gaten heeft wat ik wil doen. Maar als dat zo is, dan lijkt ze zich er in ieder geval niet aan te storen. Per slot van rekening zijn we allebei rebellen.
"Ik vind het eigenlijk wel belangrijk dat er voor iedereen duidelijke regels en wetten zijn," vertelt Andromeda wanneer ik haar vraag waarom ze voor een carrière bij het vredebewakersleger gekozen heeft. "Anders krijgen criminelen vrij spel. En stel je voor hoe chaotisch het zou worden als we allemaal zomaar doen wat we willen."
"Dat zegt mijn vader ook altijd. Hij was best wel boos toen de mensen in het Capitool zo'n drukte maakten over de Kwartskwelling," antwoord ik. "Zelfs bij ons vond bijna niemand het echt leuk dat de winnaars weer naar de arena moesten," voeg ik er nog snel aan toe.
"Ik was het er ook helemaal niet mee eens," zegt ze. "Ik ben trouwens al heel lang geen fan meer van de Hongerspelen, omdat ik zelf gezien heb wat die bij de families van de tributen in 10 aanrichten. En in de andere districten is het vast niet veel beter."
Terwijl we langzaam onze hete soep opdrinken, laat ik Andromeda verder praten zonder haar ook maar één keer te onderbreken. Blijkbaar heeft ze besloten dat ook ik te vertrouwen ben en een eerlijk antwoord verdien. Ze vertelt me dat ze zich tijdens al haar jaren legerdienst in district 10 steeds meer vragen begon te stellen over de manier waarop de mensen hier behandeld worden. Regels mogen dan wel belangrijk zijn, het is niet de bedoeling dat je er anderen echt zwaar mee gaat onderdrukken. En hoe langer Andromeda in district 10 werkte, hoe meer ze ging twijfelen aan alles wat ze vroeger had geleerd. Totdat ze zo ontevreden werd over de regering dat ze de kant van de rebellen koos.
"Mijn ouders zeiden altijd dat arme mensen te lui zijn om een baan te zoeken of gewoon niet met geld kunnen omgaan," vertelt ze terwijl ze haar stuk brood gebruikt om de laatste restjes soep uit haar lege kommetje te schrapen. "Maar daar geloof ik eigenlijk niet meer in. Ik heb intussen wel genoeg gezien om te weten dat het echte leven toch net iets anders in elkaar zit."
Ik wil mijn mond opendoen om mijn volgende vraag te stellen, maar slik die nog net op tijd in. Dit zal moeten wachten totdat ik Andromeda eens onder vier ogen kan spreken. Gek genoeg duurt het helemaal niet lang voordat ik daar ook echt de kans toe krijg. We zijn nog geen halve minuut verder wanneer Darvo opstaat met de mededeling dat hij naar het toilet moet.
"Ik ga wel even in de bosjes achter de oude fabriek, dus ik ben zo terug," zegt hij.
Ik volg hem met mijn ogen terwijl hij van ons wegloopt en de straat oversteekt. Als vanzelf verschuift mijn blik een eind naar boven. Daar, op het platte dak van het gebouw pal tegenover de school, staat het luchtafweergeschut dat de rebellenleiders van district 10 hebben geïnstalleerd om het ziekenhuis tegen eventuele aanvallen te beschermen. Ook die post is dag en nacht bemand. Al is er tot nu toe nog geen enkele vijandelijke hovercraft echt dicht in onze buurt gekomen. Toch geeft het zien van de mitrailleurs bovenop het dak me een veiliger gevoel. Maar aan de andere kant doen ze me ook extra goed beseffen dat ik hier wel degelijk midden in een oorlogsgebied zit. Wie weet wat er de volgende paar weken nog allemaal zou kunnen gebeuren. Zodra ik zeker weet dat Darvo te ver weg is om ons nog te kunnen horen, draai ik me om en stel ik Andromeda rechtstreeks mijn vraag.
"Nu we het toch over arme mensen hebben, wat vind jij eigenlijk van de daklozen in het Capitool?"
Een paar seconden lang kijkt Andromeda me zwijgend aan. Diep vanbinnen ben ik toch wel een beetje bang voor het antwoord dat ik nu zal krijgen. Per slot van rekening is ze een ex-vredebewaker. Maar om één of andere reden moet ik het gewoon weten. Misschien omdat ik pas dan kan beslissen of ik haar echt volledig wil vertrouwen.
Gelukkig valt Andromeda's reactie veel beter mee dan ik had gevreesd. Vroeger stond ze zelf ook heel negatief tegenover zwervers, geeft ze eerlijk toe. Maar sinds ze is gaan begrijpen dat arme mensen hun problemen niet altijd zelf gezocht hebben, is ze ook haar vooroordelen over daklozen grotendeels kwijtgeraakt.
"Volgens mij kan je geen mening over iemand vormen zonder naar zijn of haar verhaal te willen luisteren," zegt ze terwijl ze haar lege kommetje opzij zet. "Daar dacht ik tijdens mijn eerste jaren bij het leger wel anders over. Maar in de vredebewakersschool krijg je alleen maar slechte dingen over daklozen te horen. Eigenlijk leer je daar om hen te haten."
Dat antwoord maakt me tegelijkertijd boos en nieuwsgierig. Maar jammer genoeg wil Andromeda er niet verder op ingaan. Ook al zeg ik haar dat ze mij zeker niet alle details hoeft te vertellen. Uiteindelijk vraagt ze mij zelfs rechtstreeks om niet meer aan te blijven dringen. Zou ze vroeger soms dingen gedaan hebben waar ze zich nu over schaamt? schiet het opeens door mijn hoofd. Al betwijfel ik eigenlijk of het wel helemaal eerlijk zou zijn om haar daar nu nog op af te rekenen. Per slot van rekening wil ze vrijwillig tegen de regering van Snow vechten en ben ik zelf ook niet echt trots op mijn vroegere mening over de Hongerspelen. Ik heb vaak genoeg voor de tv zitten juichen wanneer er weer eens een tribuut werd vermoord.
Wanneer ik zie dat Darvo terugkomt van zijn plaspauze, doe ik snel teken dat we nu beter kunnen zwijgen. Als inwoner van district 10 mag hij natuurlijk geen woord van dit gesprek horen. Zodra hij weer bij ons komt zitten, verandert Andromeda zelfs meteen van onderwerp. Blijkbaar beseft ook zij dat we het bestaan van Capitooldaklozen voorlopig best nog even geheim houden.
Even later zijn wel alle drie klaar met eten. Ik breng het dienblad terug naar de keuken en spoel de lege soepkommetjes af onder de kraan. Nadat ik ze afgedroogd heb, neem ik de trap naar boven. De hoofdarts had me vanochtend vroeg gezegd dat mijn shift na de lunchpauze afgelopen zou zijn. Wat betekent dat ik nu vrij heb. Een goede gelegenheid om nog wat slaap in te halen.
Ik duw de deur van de zolder stilletjes open om de verplegers die een nachtdienst achter de rug hebben niet wakker te maken. Voorzichtig zoek ik mijn eigen slaapplaats bij de muur op. Nadat ik ben gaan liggen, wil ik nog snel even kijken hoe laat het is. Maar de digitale klok bij de deur doet het niet. Blijkbaar zitten we weer eens zonder elektriciteit. Dat gebeurt hier wel meer, en daarom hebben de rebellen voor een noodgenerator gezorgd waarmee we onze twee operatiezalen altijd van stroom kunnen voorzien. Maar in de rest van het ziekenhuis moeten we ons tijdens een panne behelpen met kaarsen en zaklampen. Gelukkig zijn de meeste verplegers daar een stuk handiger in dan ik, want het elektriciteitsnetwerk van district 10 is verouderd en slecht onderhouden. Zelfs voordat de oorlog begon, viel de stroom hier regelmatig urenlang uit. Behalve natuurlijk tijdens de uitzendingen van de jaarlijkse Hongerspelen. Maar vanavond en vannacht heb ik toch geen dienst meer, denk ik voordat ik in slaap val.
Wanneer ik een paar uur later vanzelf wakker word, zie ik dat de klok weer werkt. Kwart voor tien 's avonds al. Misschien zou het verstandiger zijn om nu gewoon even naar het toilet te gaan en daarna terug in bed te kruipen. Morgen staat mij ongetwijfeld weer een drukke dag te wachten. Maar omdat ik me op dit moment eigenlijk vrij uitgerust voel, besluit ik om nog even naar de televisiekamer te gaan. Die ligt op de tweede verdieping, helemaal aan het einde van de gang. Ook in het ziekenhuis vinden we het belangrijk om op de hoogte te blijven over de oorlog in de rest van Panem. Dus hebben de dokters een apart klaslokaal ingericht als tv-ruimte, zodat we in groep kunnen kijken zonder dat de patiënten - waarvan sommigen echt ernstig ziek zijn - er last van hebben.
Wanneer ik de kamer binnenkom, zitten er al twaalf mensen voor de tv. Dat is meer dan gewoonlijk. Door die stroomuitval van daarstraks heeft niemand deze namiddag de kans gehad om het nieuws te volgen. Geen wonder dat iedereen nu de laatste berichten wil horen. Maar zo ver zijn we nog niet, want het tv-beeld bestaat voorlopig alleen uit een felblauwe achtergrond met in het midden een bekende mededeling. Even geduld, uw programma zal over enkele ogenblikken beginnen.
Dat had ik wel verwacht. Blijkbaar staat de televisie nog maar net aan, en na een langere elektriciteitspanne duurt het dan altijd een minuut of drie voordat de verbinding met het zendnetwerk helemaal hersteld is. Wanneer het blauwe scherm eindelijk verdwijnt, belanden we midden in het officiële laatavondjournaal.
" … dus dan komen we straks samen met u nog even terug op de gebeurtenissen in district 8," zegt de presentator tegen de persoon die tegenover hem aan de tafel van de nieuwsstudio zit. Zelfs zonder zijn typische witte uniform met aanduiding van rang zou ik het Hoofd van het Vredebewakersleger direct herkend hebben. Militaire topmensen worden alleen in het journaal uitgenodigd als daar een goede reden voor is, want gewoonlijk hebben ze geen tijd om aan allerlei tv-programma's mee te doen. Opeens krijg ik het onbehaaglijke gevoel dat we door die urenlange elektriciteitspanne iets belangrijks hebben gemist.
Maar helaas voor ons zal het nog even duren voordat we meer weten, want de presentator begint aan het volgende onderwerp van het journaal. Een kort nieuwsitem over de winnaars die op het einde van de Kwartskwelling door de regering naar het Capitool werden gebracht. Peeta en Johanna zitten zo te horen nog altijd in de gevangenis, net als Annie Cresta. Maar Enobaria is deze voormiddag vrijgelaten. Men heeft na een grondig onderzoek kunnen bewijzen dat ze niet betrokken was bij het rebellenplan. Dus is er geen echte reden om haar nu nog langer vast te houden.
Het beroep van haar ouders zal er ook wel voor iets tussen zitten, denk ik stilletjes in mezelf. Ook al heeft de nieuwslezer het daarnet niet vermeld, iedereen weet dat Enobaria's vader en moeder allebei heel capitoolsgezind zijn en zelfs een vrij belangrijke positie hebben in het vredebewakersleger van district 2. Hij is ondercommandant - de hoogste functie die je als geboren districtsinwoner kan bereiken - en zij werkt al jarenlang als trainster in één van de opleidingscentra voor nieuwe soldaten. Nu Panem in oorlog is, wil president Snow vast vermijden dat hij die twee mensen tegen zich in het harnast jaagt door hun dochter nog langer in de gevangenis op te sluiten.
Achter mijn rug hoor ik een paar mensen zachtjes tegen elkaar fluisteren. Ik kan niet echt verstaan wat ze zeggen, maar vang wel twee keer het woord 'Peeta' op. Die sprak een paar dagen geleden in een interview met Caesar Flickerman nog over een staakt-het vuren. Iets wat sommige mensen van district 10 behoorlijk in het verkeerde keelgat geschoten is, hoewel anderen volhouden dat hij waarschijnlijk onder druk werd gezet om dat voorstel te doen. Maar Doran en ikzelf hebben niet meegedaan aan die hele discussie. Omdat wij vinden dat we Peeta moeilijk kunnen veroordelen zolang we niet weten wat ze na zijn arrestatie met hem gedaan hebben.
Maar veel langer denk ik daar niet over na, want het volgende journaalitem trekt onmiddellijk mijn aandacht. Panem Zonder Capitool heeft alweer iemand vermoord. Deze keer gaat het om een achttienjarig meisje dat Syralana heet. De enige dochter van een echtpaar dat schatrijk geworden is met de verkoop van luxemeubels en exclusieve binnenhuisdecoratie. Volgens de nieuwslezer werd Syralana - die nog bij haar ouders woonde - gisterenavond ontvoerd terwijl ze alleen thuis was. Daarna namen de terroristen van PZC haar mee naar het tunnelnetwerk onder de stad. Ze kozen één van de drukste lijnen voor goederentransport uit en lieten hun slachtoffer stevig vastgebonden op de sporen achter. Nog geen kwartier later werd Syralana door de eerstvolgende trein overreden.
Rondom mij hoor ik verschillende mensen verontwaardigd tegen elkaar mompelen - ook zij keuren dit dus af - maar deze keer ben ik niet echt in de stemming om ernaar te luisteren. Eigenlijk was dit wel de wreedste moord tot nu toe. Syralana moet de laatste momenten van haar leven bewust meegemaakt hebben, want in een tunnel kan je een trein van heel ver horen aankomen. Als verzetlid ben ik vaak genoeg ondergronds geweest om dat te weten. Die terroristen zijn echt even slecht als de Spelmakers. En dan hebben ze haar ook nog eens te pakken gekregen terwijl ze alleen in het appartement van haar ouders was. Een situatie die griezelig veel op mijn eigen ontvoering lijkt. Misschien is het toch niet zo slecht dat ik nu in district 10 zit. Gelukkig zijn de andere mensen van wie ik hou - mijn ouders, mijn vriendinnen en de klanten van de Garage - te oud of niet rijk genoeg om door Panem Zonder Capitool aangevallen te worden.
De regie toont nog snel een korte reactie van de treinbestuurder. Zo te horen is hij toch wel heel erg geschrokken van wat er gebeurd is. En hoewel ik het erg vind voor hem, ben ik stiekem blij dat ik nu geen interview met Amalthea hoef te bekijken. Die heeft ooit zelf meegemaakt hoe een inwoner van district 7 zelfmoord pleegde door zich voor haar trein te gooien. Omdat zijn beide kinderen als tribuut waren gestorven. Voor Amalthea was dat de reden om bij het Capitoolverzet te gaan, al heeft ze verder nooit veel over het incident willen vertellen. Volgens mij is ze nog altijd niet helemaal over de aanblik van dat verhakkelde lichaam heen. En omdat ze nu nog steeds in het Capitool woont, had dit haar tweede keer kunnen zijn.
De presentator wil net het laatste onderwerp van het journaal aankondigen - het is intussen al tien uur - wanneer er iets raars gebeurt. Eerst begint het beeld van de televisie te flikkeren en horen we via de luidsprekers een gekraak dat de nieuwslezer onverstaanbaar maakt. Na een paar seconden valt de klank volledig weg en wordt het scherm zwart. Ik wissel een paar verbaasde blikken met de andere verplegers. Dit kan geen nieuwe stroompanne zijn, want de TL-buizen aan het plafond branden nog. Waarschijnlijk ligt het aan de tv zelf. Die is al heel wat jaren oud en heeft eigenlijk zijn beste tijd gehad. Morgan - die op de eerste rij zit - komt overeind om met zijn vlakke hand een klap tegen de zijkant van het toestel te geven. Uit ervaring weten we dat zoiets weleens wil helpen. Maar de vrouw naast hem houdt hem tegen.
"Wacht even!" zegt ze met een stem die iedereen doet opkijken.
Dan zie ik het ook. In het midden van het zwarte scherm begint er een klein vuurtje te branden. Met ingehouden adem kijk ik toe hoe de vlammen steeds feller oplaaien en uiteindelijk het hele beeld vullen. Ik kan nu al raden wat er aan de hand is. Vuur staat symbool voor de Spotgaai, en als lid van het Capitoolverzet weet ik dat Plutarch en Fulvia van plan waren om tijdens de oorlog een reeks rebellenboodschappen uit te zenden. Dit moet één van hun allereerste propagandafilmpjes zijn. Mijn vermoeden wordt meteen bevestigd wanneer de spotgaaienspeld - het districtsaandenken van Katniss - in beeld verschijnt en de bekende stem van Claudius Templesmith glashelder doorheen de luidsprekers klinkt.
"Katniss Everdeen, het meisje dat in vuur en vlam stond, brandt nog steeds," zegt hij terwijl alle mensen in de kamer nu aandachtig naar de tv kijken.
Ergens in mijn achterhoofd komt er een herinnering naar boven. Dit citaat van Claudius heb ik eerder al gehoord, toen ik op vakantie was in de vierenzeventigste arena en we 's avonds naar de heruitzending van het incident met de vuurballen keken. Plutarch en Fulvia hebben zijn woorden rechtstreeks uit die tv-opname geknipt. Ik had echt nooit verwacht dat ze zoiets zouden doen. Claudius Templesmith is een enorme fan van de Hongerspelen en hij werkt op geen enkele manier samen met Plutarchs verzetsgroep. Erger nog, hij zou ons zonder aarzelen verraden hebben moest hij iets van ons bestaan afweten. Het is dus een grote verrassing om zijn stem nu te horen. Maar zelfs dat kan mij niet voorbereiden op wat ik vlak daarna te zien krijg.
Het vuur verdwijnt en Katniss komt nu zelf in beeld, gekleed in het spotgaaienpak dat Cinna en Tigris voor haar gemaakt hebben. Ze staat voor een gebouw waar een hevige uitslaande brand woedt. Het dak is al ingestort en een groep reddingswerkers doet een zinloze poging om een weg naar binnen te zoeken. Toch kijk ik daar allemaal niet echt naar. Mijn ogen zijn strak gericht op de grote letter H die boven de deur van het brandende gebouw staat. Haastig geschilderd en half verscholen achter de dikke rook, maar toch duidelijk leesbaar. Ik probeer de gedachte weg te duwen die nu bij me opkomt, ook al besef ik dat het geen enkele zin heeft om het te ontkennen.
"Ik wil tegen de rebellen zeggen dat ik nog leef," zegt Katniss met gespannen stem. "Dat ik hier in district 8 ben, waar het Capitool net een ziekenhuis vol ongewapende mannen, vrouwen en kinderen heeft gebombardeerd. Er zullen geen overlevenden zijn."
Een paar van mijn collega's beginnen luid door elkaar te praten, maar Morgan gebaart onmiddellijk dat ze moeten zwijgen.
"Stil!" zegt hij nogal kortaf. "Ik probeer te volgen."
De tv toont nu hoe het ziekenhuisgebouw van district 8 volledig instort terwijl de reddingsploeg alleen maar machteloos kan toekijken.
"Ik wil tegen iedereen zeggen dat jullie jezelf voor de gek houden als je ook maar één seconde denkt dat het Capitool ons eerlijk zal behandelen als er een staakt-het-vuren komt," gaat Katniss verder. "Want jullie weten hoe ze zijn en wat ze doen."
Mijn oren registreren elk woord, en toch ben ik niet echt aan het luisteren. Ik kan alleen maar aan de patiënten en verplegers in dat ziekenhuis denken. Katniss spreekt ongetwijfeld de waarheid als ze beweert dat het om ongewapende mannen, vrouwen en kinderen gaat. Ook bij ons maken veel gewonden eigenlijk geen deel uit van het leger. En de rebellensoldaten die binnengebracht worden, moeten altijd hun wapens afgeven. Waarom zou dat in district 8 anders zijn dan hier?
"Dit doen ze!" schreeuwt Katniss nu terwijl ze haar beide handen in de lucht heft. "En wij moeten terugvechten!"
Daarna krijgen we inderdaad fragmenten van een vuurgevecht te zien. Hovercrafts van de regering bombarderen de straten en het ziekenhuis terwijl een groep rebellen in de tegenaanval gaat. Blijkbaar staan er ook in district 8 mitrailleursnesten op de daken. Het verbaast me een beetje om te zien dat Katniss en haar neef Gale Hawthorne zelf meedoen aan dit gevecht, want Fulvia heeft tijdens onze vergaderingen altijd verteld dat ze de spotjes in een tv-studio wou filmen. Toch slaagt Katniss erin om in haar eentje minstens drie bommenwerpers uit de lucht te schieten. Maar tegen dan is het natuurlijk al te laat. De eerste hovercrafts hadden hun doelwit immers vol geraakt. Het beeld verschuift weer naar Katniss die voor het brandende ziekenhuis staat. Ook al had ik tot een paar weken geleden zelf nauwelijks verstand van verpleegkunde, toch weet ik zeker dat niemand in het gebouw een ramp als deze kan overleven.
"Zegt president Snow dat hij ons een waarschuwing wil geven?" gaat Katniss verder terwijl ze woedend op de camera afloopt en recht in de lens kijkt. "Nou, ik heb een waarschuwing voor hem. U kunt ons martelen en bombarderen en onze districten platbranden, maar ziet u dat?"
Eén van de neergestorte hovercrafts komt in beeld en we zien een close-up van het capitoolembleem op de vleugels. Het onweerlegbare bewijs dat de regering van Snow achter deze aanval zit.
"Het vuur grijpt om zich heen!" schreeuwt Katniss. "En als wij branden, brandt u mee!"
Meteen daarna wordt het tv-scherm weer verteerd door een zee van vlammen. De laatste paar woorden van Katniss verschijnen in dikke zwarte letters, zodat iedereen het nog eens extra goed kan lezen. Nog geen vijf seconden later valt het beeld weg en klinkt er doorheen de luisprekers enkel ruis. Het propagandaspotje is afgelopen. Niemand protesteert wanneer Morgan overeind komt en de televisie uit zet.
Minstens een volle minuut lang blijft het doodstil in de kamer. Alsof iedereen om me heen - en ikzelf ook - gewoon te erg geschrokken is om iets te kunnen zeggen. Dat bedoelde de presentator van het capitooljournaal dus toen hij over 'de gebeurtenissen in district 8' sprak. Het nieuwsbericht dat we dankzij de stroompanne van deze middag gemist hebben. Maar wat ik daarstraks ook verwachtte, het zou voor mij nooit schokkender geweest kunnen zijn dan dit.
De regering heeft een rebellenziekenhuis vol ongewapende dokters en patiënten gebombardeerd. Een laffe daad die me zeker ook boos gemaakt zou hebben moest ik nu nog thuis bij mijn ouders wonen. Maar als rebellenverpleegster vind ik het nog een stuk erger. Niet alleen omdat die mensen - tientallen, misschien wel meer dan honderd - een vreselijke dood gestorven zijn zonder dat ze zich konden verdedigen. Met een beetje pech krijg ik straks weer verwijten te horen omdat ik zelf uit het Capitool kom. Al besef ik heel goed dat ik na een voorval als dit eigenlijk niet het recht heb om over zoiets onbelangrijks te piekeren. Want ik weet dat we nu een veel groter probleem hebben.
Morgan zegt dat hij de hoofdarts en een paar andere dokters gaat halen. Daarna loopt hij zo haastig de televisiekamer uit dat hij vergeet om de deur achter zich te sluiten. We horen zijn snelle voetstappen wegsterven in de gang. De anderen en ikzelf blijven onbeweeglijk zitten. Niemand zegt een woord, maar dat is ook niet nodig. Iedereen denkt hetzelfde.
Als president Snow besluit om ook ons ziekenhuis te bombarderen, dan zijn we over een paar dagen allemaal dood.
Tot zover hoofdstuk 7, hopelijk was het interessant om te lezen. Zelf ben ik deze keer eigenlijk wel tevreden over de cliffhanger. In deze AN zijn er nog een paar details die ik verder wil verduidelijken.
Eerst iets over Aludra's vergissing met het preigroen. De meeste mensen weten denk ik wel dat je preigroen gewoon kunt eten - het is zelfs een heel goed ingrediënt voor soep - maar het valt mij op dat veel kookboeken enkel recepten geven waarin alleen het witte deel van de prei gebruikt wordt. En als kind heb ik inderdaad een hele tijd gedacht dat preiloof niet eetbaar was. Mij lijkt het dus zeker realistisch dat iemand uit het Capitool het gewoon als keukenafval zal zien.
Daarnaast wil ik ook graag een korte toelichting geven bij het personage van Andromeda. Zoals eerder gezegd kunnen volgens mij niet alle vredebewakers alleen maar slecht zijn. Per slot van rekening had je in de originele boeken ook mensen zoals Darius en Purnia. In 'De Keuze' en 'Spionne' werden vredebewakers altijd negatief neergezet. Dit vond ik eerlijk gezegd één van de zwakke punten uit mijn vorige twee verhalen omdat het nogal zwart-wit overkomt. Daarom vond ik het belangrijk om hier toch minstens één goede (ex)-vredebewaker toe te voegen die een naam krijgt en een volwaardig personage is. Waarmee ik eigenlijk ook al een beetje verklapt heb dat Andromeda in de volgende hoofdstukken nog zal voorkomen, hoewel ze geen echt grote hoofdrol krijgt.
Maar de belangrijkste gebeurtenis uit dit hoofdstuk is natuurlijk het bombardement op district 8! In de boeken staat dat dit propagandaspotje in alle districten werd uitgezonden, dus moeten ze het in 10 ook gezien hebben. Ik kon deze gebeurtenis moeilijk weglaten nu Aludra zelf in een rebellenhospitaal werkt. Het zijn hoe dan ook harde beelden, maar voor haar en de andere verplegers is het daarnaast ook nog eens een rechtstreekse doodsbedreiging. Wat zullen de rebellen in het ziekenhuis van district 10 nu doen, denken jullie? Ik ben alvast benieuwd naar de lezersreacties (ook voor de andere gebeurtenissen in dit hoofdstuk).
Tot over een maand,
Azmidiske
