HOOFDSTUK 8: ONVERWACHT BEZOEK
Wanneer ik samen met Doran en een tiental andere verplegers de televisiekamer binnen kom, zitten Andromeda en de hoofdarts al op ons te wachten. Gisterenavond - vlak na de uitzending van het bombardement in 8 - hebben ze onmiddellijk iemand naar de stad gestuurd om de leiders van onze eigen rebellenbeweging te halen voor een noodvergadering. Ze hebben tot een stuk in de nacht met elkaar gediscussieerd. Toen Morgan een kwartiertje geleden naar de slaapzaal kwam om te zeggen dat alle verplegers met ochtenddienst meteen naar de televisiekamer moesten gaan, vermoedde ik al dat Andromeda en de hoofdarts ons zouden vertellen wat ze nu van plan zijn. Hopelijk hebben ze een echte oplossing gevonden. Zodra de hoofdarts kort in de handen klapt om aan te geven dat hij aan zijn uitleg wil beginnen, wordt iedereen stil.
"Jullie weten allemaal dat we hier niet meer veilig zijn na wat er gisteren in 8 gebeurd is," zegt hij. "Daarom zijn Andromeda, ikzelf en Milo vannacht bijeengekomen, samen met nog een paar andere rebellen."
"Wie is Milo?" vraag ik zachtjes aan Doran.
"De aanvoerder van het verzet in district 10," fluistert hij terug.
Dit is eigenlijk de eerste keer dat ik hoor hoe die man heet. Tot nu toe had niemand dat rechtstreeks aan mij verteld. Zelfs Vale en Iris niet, ook al hebben zij als leiders van de Fagetri-afdeling in 10 al vaker met hem samengewerkt. Ik heb zelf met opzet nooit naar zijn naam gevraagd, want als spionne weet ik hoe belangrijk het is om altijd voorzichtig te zijn met dit soort informatie. Misschien krijgen de vredebewakers van Snow mij vroeg of laat toch nog te pakken. Wat ik niet weet, kan ik ook niet verraden.
"Gelukkig waren we het al vrij snel eens over wat we nu moeten doen," gaat de hoofdarts verder. "De aanval in district 8 heeft aan heel veel mensen het leven gekost omdat iedereen daar samen in één groot gebouw zat. Als we niet willen dat hier hetzelfde gebeurt, is er dus eigenlijk maar één echte oplossing."
"Onze patiënten verspreiden," vult Andromeda aan.
Ik ga geïnteresseerd rechtop zitten. Dit is precies wat ik zelf ook al had bedacht. Na het zien van die propo heb ik nog uren wakker gelegen. Telkens als ik in de verte een hovercraft boven de stad hoorde vliegen, was ik bang dat hij misschien naar ons ziekenhuis zou komen. Ik bleef de hele tijd piekeren over de vraag waar we veilig zouden zijn. En ik snapte al snel dat we inderdaad moeten verhuizen. Al zou ik zelf niet weten waarheen. Maar toch heb ik vannacht een extra idee gekregen dat ik straks aan de rest van de groep wil voorstellen.
Tijdens de volgende paar minuten vertellen Andromeda en de hoofdarts tot in detail hoe ze alles zullen aanpakken. Ze willen al onze patiënten in kleinere groepen verdelen, en hen daarna naar verschillende adressen brengen. Het zal een heel karwei zijn om iedereen op zo'n korte tijd te verhuizen. Maar gelukkig hoeven we dat niet alleen te doen. Blijkbaar heeft Milo vannacht naar 13 gebeld via de telefoon in de Winnaarswijk die Doran destijds opnieuw heeft aangesloten. De onderbevelhebber van dat district - iemand die Boggs heet - beloofde om zo snel mogelijk een team te sturen dat ons komt helpen. Normaal gezien moeten die mensen nog voor deze middag hier zijn. Ze zullen zelfs vier legertenten in camouflagekleur en een lading veldbedden meenemen, zodat we ook in de bossen aan de rand van district 10 kleine hospitalen kunnen oprichten.
"We zouden één van die tenten op wandelafstand van het dorpje in het oosten kunnen zetten," suggereert Doran zodra de hoofdarts uitgesproken is. "Als ikzelf, Aludra, Enya en Nuvie terug daar gaan wonen, dan heb je al vier verplegers in de buurt."
"Dat waren we al van plan," antwoordt Andromeda. "We kennen ook al een paar mensen in de stad waarvan Milo zeker weet dat ze gewonden willen opvangen."
"In de Schapenstraat, de Leerlooierijgang en de Herdersweg," vult de hoofdarts aan. "Die straten liggen een heel eind bij elkaar vandaan."
"Er moet natuurlijk ook een plek zijn waar nieuwe patiënten zich kunnen aanmelden en waar zwaargewonden de eerste dringende verzorging krijgen," gaat Andromeda verder. "Maar gelukkig is dat al geregeld. De grote kalkoenkwekerij net buiten de stad heeft al laten weten dat we één van hun vier voorraadschuren mogen gebruiken."
"Het is natuurlijk de bedoeling dat de patiënten daar niet langer blijven dan strikt nodig is," legt de hoofdarts verder uit. "Zodra het kan, sturen we hen naar hun echte opvangadres."
"Milo zal proberen om de eigenaars van de kwekerij na de oorlog een soort van beloning te geven, want ze bewijzen ons hier echt een grote dienst mee," vult Andromeda aan. "We moeten zo snel mogelijk uit deze school vertrekken. De regering van Snow weet waarschijnlijk al dat dit gebouw nu het rebellenhospitaal van 10 is. Milo hoopt dat we tegen morgenavond iedereen in veiligheid kunnen brengen."
"Zullen de vredebewakers niet in de gaten krijgen dat we aan het verhuizen zijn?" wil de vrouw naast mij graag weten.
"Die vraag hebben wij ons vannacht ook gesteld," geeft Andromeda toe. "Maar Milo zei dat hij al een idee voor een afleidingsmanoeuvre had. Iets dat hij samen met een paar van zijn moedigste rebellen zal doen om de vredebewakers bezig te houden. Meer wou hij er niet over vertellen, want zijn plannetje kan alleen lukken als het voor ons allemaal geheim blijft."
"Zelfs wij weten dus niet precies wat hij gaat doen," zegt de hoofdarts. "Maar ik ben er zeker van dat we Milo kunnen vertrouwen."
"Misschien moeten we ook een paar leegstaande huizen in de Winnaarswijk gebruiken?" stelt iemand anders voor.
Andromeda en de hoofdarts zwijgen een paar tellen. Meteen krijg ik het ongemakkelijke gevoel dat er iets gebeurd is waar wij nog niets vanaf weten. En helaas heb ik gelijk, want het volgende moment krijgen we te horen dat Milo vannacht tijdens de noodvergadering slecht nieuws heeft meegebracht. Gisterenavond laat - ongeveer rond dezelfde tijd dat die propo werd uitgezonden - hebben drie herders die in de buurt van de Winnaarswijk schapen aan het hoeden waren een hovercraft van het regeringsleger zien voorbijvliegen. Dat toestel is midden tussen de villa's van de winnaars geland. Enkele ogenblikken later hoorden de herders hoe er een aantal schoten gelost werden, maar geen van hen durfde te gaan kijken. Per slot van rekening waren ze zelf alle drie ongewapend.
"Hebben ze dan niet geprobeerd om de rebellen te waarschuwen?" vraagt Doran.
"Natuurlijk wel," antwoordt Andromeda. "Maar toen was het al te laat."
Daarna vertelt ze in een paar zinnen hoe Milo zich samen met een groepje van vijf rebellensoldaten tot in de Winnaarswijk gewaagd heeft. De lichamen van Tim Lewis en Mira Wilson lagen allebei in een verwilderde tuin achter één van de leegstaande villa's. Alsof ze zich daar wilden verstoppen. Maar dat heeft dus niets uitgehaald.
"Milo is er zeker van dat president Snow hierachter zit," voegt de hoofdarts er nog aan toe. "Die heeft eergisteren nog op tv gezegd dat de winnaars van de Spelen zelf kunnen kiezen. Het Capitool steunen, of sterven."
"In ieder geval lijkt het mij wel duidelijk dat de Winnaarswijk voorlopig een veel te gevaarlijke plek is om patiënten naartoe te sturen," besluit Andromeda. "Gelukkig hebben we al genoeg andere opvangadressen gevonden. Er waren meer kandidaten dan we hadden gehoopt."
Achter mijn rug beginnen een stuk of vier verplegers op een verontwaardigde toon met elkaar te praten. Over de vraag welke laffe aanslagen het Capitool verder nog zal plegen na het bombardement in 8 en de brutale executie van de laatste twee overlevende winnaars uit district 10. En hoewel ik zelf ook boos ben omdat Tim en Mira op deze manier vermoord zijn, kost het mij toch heel wat moeite om mijn vingers niet in mijn oren te steken. Waarom zeggen de inwoners van district 10 altijd 'het Capitool' als ze eigenlijk 'de vijand' bedoelen? Goed, voor hen komt dat natuurlijk op hetzelfde neer. Maar voor mij niet. Het Capitool is gewoon de stad waar ik ben opgegroeid. De plek waar mijn familie en vriendinnen wonen. Wat mij betreft zijn er maar twee vijanden die we moeten bevechten. De regering van president Snow, en het vredebewakersleger dat in opdracht van die regering alle districten jarenlang onderdrukt heeft.
Al is dat niet de enige reden waarom de discussie van mijn collega's me een onbehaaglijk gevoel bezorgt. Gisteren heb ik twee oudere verplegers tegen Lucas horen zeggen dat ik mijn werk goed doe en altijd vriendelijk ben tegen de patiënten. Maar dan nog weet letterlijk iedereen in dit ziekenhuis waar ik vandaan kom. Uit de stad die zij als hun grootste vijand zien. Zelfs nu nog kan ik regelmatig merken dat sommige mensen - niet alleen Enya en Nuvie - het moeilijk blijven vinden om mijn aanwezigheid hier te aanvaarden. En na de gebeurtenissen van gisteren zal dat er volgens mij niet echt op verbeteren.
"Ik stel voor dat we nu afronden," onderbreekt de hoofdarts mijn gedachten. "Het wordt tijd dat jullie aan je ochtendshift beginnen. Zijn er nog vragen?"
Heel even blijf ik aarzelend zitten. Dan raap ik mijn moed bij elkaar en steek ik mijn hand omhoog.
"Ja?" zegt Andromeda als teken dat ik het woord krijg.
"Ik weet dat we niet meer in dit gebouw kunnen blijven," begin ik voorzichtig. "Maar misschien kunnen we hier een soort van nepziekenhuis maken om de aandacht af te leiden?"
"Hoe bedoel je, een nepziekenhuis?" wil Andromeda weten.
"Wel, we doen alsof het hospitaal nog altijd in deze school zit. Terwijl dat eigenlijk helemaal niet zo is," leg ik uit. "We kunnen bijvoorbeeld 's avonds alle lichten laten branden en de haard in de keuken verder stoken zodat er nog altijd rook uit de schoorsteen komt. Als de verkenningshovercrafts van de regering dat zien, dan hebben ze hopelijk niet zo snel door dat we eigenlijk verhuisd zijn."
"Daar hadden wij vannacht tijdens onze bijeenkomst nog niet aan gedacht," geeft de hoofdarts toe. "Maar volgens mij is het zeker een bruikbaar idee."
"De luchtafweer op het dak hiernaast moet dan wel bemand blijven, zodat het nog echter lijkt," vult Andromeda aan. "Ik zal jouw voorstel straks zelf met Milo en de andere rebellen bespreken. Met een beetje geluk hebben zij nog meer ideeën om dat nepziekenhuis zo geloofwaardig mogelijk te maken."
"Nog andere opmerkingen?" vraagt de hoofdarts zodra Andromeda is uitgesproken. Maar wanneer iedereen aangeeft dat we nu alles begrepen hebben, krijgen we te horen dat deze vergadering erop zit. We mogen aan het werk gaan en de volgende groep verplegers binnenlaten. Door het kleine venstertje in de deur kan ik zien dat ze al minstens vijf minuten op de gang staan te wachten. Dit lokaal is gewoon te klein om iedereen tegelijkertijd bijeen te roepen.
Even later loop ik samen met de anderen naar beneden om bij Lucas de instructies voor mijn shift te gaan halen. Gelukkig is er vannacht niet zo heel hevig gevochten en zijn er dus relatief weinig nieuwe gewonden bij gekomen. Het grootste deel van de voormiddag help ik met het verzorgen van patiënten die over een paar uur naar hun nieuwe adres vertrekken. Het is al na half twaalf wanneer Morgan me naar een vrouw brengt die zwaargewond is aan de rechterarm. Tot nu toe hebben we haar gevraagd om haar arm gewoon naast zich op het bed te leggen en er zo weinig mogelijk mee te bewegen. Maar nu ze samen met een tiental andere patiënten naar een dorp ergens in het westen van district 10 zal verhuizen, moet ik eerst en vooral die arm in een stevige draagdoek binden om te voorkomen dat ze tijdens de reis nog verder gekwetst geraakt.
Ik ben net klaar met het vastknopen van de mitella wanneer we het geluid van een naderende hovercraft horen. De patiënten in de kamer beginnen angstig met elkaar te fluisteren en zelf ben ik er ook helemaal niet gerust op. Dat toestel komt wel erg dichtbij. Wat als het een bommenwerper van de regering is? Ik zou niet weten waar we kunnen schuilen, en nu is het hoe dan ook al veel te laat om nog te vluchten. We zitten als ratten in de val.
Ik ren naar het raam en werp een blik door de kier in de gesloten gordijnen. Zelfs van hieruit kan ik zien dat de hovercraft geen capitoolembleem op de zijkant heeft staan. Wanneer hij ongeveer tweehonderd meter verderop in de velden achter het ziekenhuis landt, haal ik opgelucht adem. Snel draai ik me om naar de anderen.
"Niets aan de hand," zeg ik luid genoeg om boven het geroezemoes uit te komen. "Het is gewoon een groep mensen uit district 13 die ons komt helpen met verhuizen."
"Ben je daar wel zeker van?" vraagt één van de gewonden met overslaande stem. Iedereen in dit ziekenhuis weet intussen wat de regering in district 8 gedaan heeft. Gisterenavond en vannacht bleven de rebellen die propo keer op keer heruitzenden.
"De hoofdarts heeft dat vanochtend zelf gezegd," bevestig ik nog eens. "En volgens hem zouden die mensen rond deze tijd hier moeten aankomen."
Een paar minuten later kijk ik door het raam toe hoe het team uit 13 zich in de tuin van het schoolgebouw verzamelt. Daar staan de dokters van ons ziekenhuis hen al op te wachten. De groep telt minstens dertig personen. Al snap ik eerst niet goed waarom ze allemaal identiek dezelfde kleren dragen. Een lange broek en een T-shirt in een effen, grijze kleur. Terwijl ik Lucas een half uurtje geleden nog heb horen vertellen dat district 13 geen soldaten zou sturen, maar gewone burgers die ongeschikt zijn voor legerdienst. Pas dan herinner ik me weer dat alle inwoners van 13 van hun eigen overheid een standaardpakket met kleding en schoenen krijgen. Toch had ik nooit gedacht dat het zo'n saai uniform zou zijn. Er is in heel deze groep zelfs niemand die sieraden draagt. In district 10 lopen de mensen natuurlijk ook niet rond met dure juwelen van goud of zilver, maar ik heb hier al wel halskettingen met houten kralen gezien. Of leren enkelbanden zoals degene waarmee ik nu al wekenlang de tatoeage op mijn linkerbeen bedek. Zouden zelfs zo'n eenvoudige accessoires in district 13 verboden zijn? Jammer dat Doran in het operatiekwartier aan het meehelpen is, want anders had ik het misschien aan hem kunnen vragen. Maar tegelijkertijd besef ik dat dit eigenlijk niet het juiste moment is voor zulke discussies. District 13 wil ons helpen, dat is het voornaamste.
"Dus iedereen weet wat hij moet doen?" hoor ik de hoofdarts buiten vragen. "Goed, dan stel ik voor dat jullie nu aan het werk gaan."
De volgende paar uren zijn we allemaal druk bezig met de voorbereidingen van de verhuis. Al ons ziekenhuismateriaal wordt in houten kisten geladen, net als de weinige medicijnen die we nog over hebben. Jammer dat district 13 voorlopig geen nieuwe voorraad kan sturen. Zowat elk rebellenhospitaal in Panem heeft nu een groot tekort aan geneesmiddelen, en de regering van 13 kan onmogelijk iedereen tegelijk helpen. Zeker niet nu een paar van hun beste dokters zelf gestorven zijn tijdens het bombardement in district 8.
Terwijl ik er samen met de andere verplegers voor zorg dat de gewonden op tijd klaar zijn om naar hun nieuwe adressen gebracht te worden, haalt het team uit 13 het hele schoolgebouw leeg. En dat gaat verbazend snel. Vanochtend nog dacht ik stiekem dat het nooit zou lukken om ons volledige ziekenhuis op minder dan 48 uur tijd te verplaatsen. Ook al durfde ik dat tijdens de vergadering in de televisiekamer niet luidop te zeggen. Maar aan dit tempo zou het best weleens kunnen dat we tegen morgenavond inderdaad helemaal klaar geraken. Die mensen uit 13 mogen dan wel geen soldaten zijn, ze werken erg efficiënt. Omdat ze allemaal precies doen wat onze dokters van hen vragen.
De zon is al over zijn hoogste punt heen wanneer Morgan me komt vertellen dat ik naar de zolder moet gaan om mijn rugzak met persoonlijke spullen te halen. Blijkbaar zijn Nuvie en ik aangeduid om een eerste groep van twintig patiënten te begeleiden tijdens hun reis naar het dorpje waar Kivo's ouders wonen.
"Vlakbij in het Wildbos zal straks een tent met veertig bedden staan," legt Morgan uit terwijl we samen door de bijna lege gangen van het schoolgebouw lopen. "Jullie vertrekken nu al. Doran en Enya komen morgen met de andere helft van jullie groep gewonden."
Veertig patiënten dus, mompel ik in mezelf wanneer ik de deur naar de slaapzaal open duw. Dat is meer dan ik had verwacht. Maar eigenlijk is het logisch dat district 13 het grootste van onze vier noodhospitalen in de buurt van Kivo's dorp wil zetten. Per slot van rekening zullen we daar met vier zijn om iedereen te verzorgen. En zo veel verplegers telt district 10 nu ook weer niet. Hoe dan ook zullen onze patiënten in een goed gecamoufleerde tent een stuk veiliger zijn dan hier.
Een kwartiertje later klim ik samen met Nuvie in de volle huifkar die voor de ingang van het ziekenhuis staat te wachten. Lucas gaat ook met ons mee. Hij en zijn collega's hebben met opzet voor deze manier van reizen gekozen, omdat vrachtwagens en andere voertuigen met een motor hier vooral door het leger gebruikt worden. Terwijl het juist de bedoeling is dat onze verhuis geheim blijft voor de vredebewakers. Maar omdat dit nog altijd het veehoudersdistrict is, zal niemand verbaasd opkijken als er een houten wagen met twee stevige trekpaarden passeert. En dankzij het kunststof zeil boven de kar kan je ook vanuit een hovercraft niet zien dat we een heleboel gewonden bij ons hebben.
Pas wanneer we de stad verlaten en de open velden in rijden, valt het mij op hoe stil het overal is. We zijn tot nu toe nog geen enkele vredebewakerspatrouille tegengekomen en ik hoor zelfs geen geweerschoten of andere oorlogsgeluiden. Zo rustig is het hier in geen dagen geweest. Maar dat is vast geen toeval, besef ik opeens. Milo had beloofd om vandaag voor een afleidingsmanoeuvre te zorgen. Ik heb nog steeds geen flauw idee hoe zijn plan om het regeringsleger voorlopig bezig te houden in elkaar zit. Zelfs Doran en ik mochten daar ondanks ons spionageverleden helemaal niets over weten. Maar wat Milo en zijn rebellen op dit moment ook aan het doen zijn, het lijkt behoorlijk goed te werken.
De reis naar het dorpje van Kivo's ouders verloopt gelukkig zonder al te grote problemen. We moeten onderweg maar twee keer stoppen. Eerst om de paarden te laten drinken bij een beekje dat door de velden stroomt, en een paar kilometer verder nog eens omdat de schouderwonde van één van onze patiënten opnieuw is gaan bloeden. Nuvie en ik kunnen het verband onmogelijk vervangen terwijl we over een hobbelige zandweg vol kuilen aan het rijden zijn. Toch is de schemering al ingevallen wanneer we eindelijk bij Kivo's dorp aankomen. Die plek ligt helemaal in het oosten van district 10 en erg snel is zo'n huifkar niet.
Wanneer de wagen halt houdt op zo'n twintig meter afstand van de eerste huisjes, zie ik dat Vale en Iris ons staan op te wachten. Blijkbaar wisten ze al dat we vandaag zouden terugkeren. De hovercraft uit 13 heeft hier deze voormiddag het nodige materiaal voor de tent achtergelaten, zegt Iris. Samen met een groepje van vijf mensen om alle doeken en buizen correct in elkaar te steken. Gelukkig is het opzetten van de tent erg vlot gegaan. Onze patiënten kunnen vannacht al in hun nieuwe verblijf slapen. Nu moeten we hen er enkel nog naartoe brengen.
"Iris is eerst het bos in gegaan om een geschikte plek te zoeken," vertelt Vale terwijl hij en ik een draagberrie met een gewond kind optillen. "Daarna hebben we een handje geholpen met het bouwen van de tent. Hij staat nu helemaal verstopt onder een paar grote bomen, dus ik weet zeker dat je hem vanuit de lucht niet zal kunnen zien."
"Blijven de mensen uit 13 hier vannacht slapen?" wil ik weten.
"Ja, in de huifkar," antwoordt Vale. "Die vertrekt morgenochtend vroeg naar de stad om de tweede groep gewonden te gaan halen."
"Misschien kunnen ze hier nog eens voorbijvliegen wanneer ze met hun hovercraft terug naar 13 gaan," voeg ik er nog snel aan toe. "Om te controleren of die tent echt goed verstopt is. Want ik voel me eigenlijk nog altijd niet helemaal op mijn gemak."
"Goed idee," zegt Vale waarderend terwijl we ons voorzichtig en weg door het bos banen. "Ik zal het straks doorgeven."
De tent is zo grondig gecamoufleerd dat Vale hem moet aanwijzen voordat ik hem in de schemering kan zien staan. Hij had gelijk, hier zullen de vredebewakers ons niet zo snel vinden. Zodra we de draagberrie hebben neergelegd op de plaats die Lucas aangeeft, keren we terug om de volgende patiënt te halen. Bij de huifkar passeer ik langs Iris, die net met onze voerman aan het praten is. Ze bedankt hem omdat hij vandaag vrijwillig deze groep gewonden naar hier heeft gebracht. Wat nog maar eens bewijst dat je niet per definitie soldaat moet worden om een rebel te zijn. Er bestaan nog zo veel andere manieren om de revolutie te steunen.
Ik blijf even staan en trek een pluk gras uit de grond om die aan één van de trekpaarden te geven. Als klein meisje ging ik al met mijn ouders naar de jaarlijkse strijdwagenparade in het Capitool kijken - het is zelfs één van mijn vroegste herinneringen - maar dit is de eerste keer dat ik zelf zo dicht in de buurt van een volwassen paard kom. Toen ik hier pas was, hoorde ik één van de kinderen uit Kivo's dorp eens zeggen dat je paarden best met gestrekte hand kan voederen. En inderdaad, het dier neemt de pluk gras zo voorzichtig uit mijn vlakke handpalm dat ik zelfs zijn tanden niet eens voel.
Het is al bijna donker wanneer alle twintig patiënten eindelijk in de tent liggen. Lucas biedt aan om vannacht bij hen te blijven zodat Nuvie en ik weer in het dorp zelf kunnen slapen. Gelukkig hebben Andrew en Noria ook voor mij avondeten klaargemaakt. Veel is het niet - gewoon een kommetje soep en één snee spinnenbrood - maar ik ben allang blij dat er iets op mijn bord ligt. Voor deze arme mensen was het vast niet zo gemakkelijk om op zo'n korte tijd een extra maaltijd te regelen. Noria herhaalt nog een keer dat ze blij is om mij en Nuvie levend terug te zien, na wat er in district 8 is gebeurd.
"De dokters hadden ons uitgekozen om met de eerste groep mee te gaan," leg ik uit. "Enya en Doran komen morgen." Ergens voel ik me een beetje schuldig omdat ze er nu nog niet bij zijn. Per slot van rekening zijn Kivo's ouders hun zoon al verloren. Maar ik denk niet dat de regering van Snow vannacht nog het ziekenhuis in de stad zal bombarderen. Dat doen ze waarschijnlijk liever overdag, omdat er dan ook familieleden van patiënten op bezoek zijn en je zo dus een stuk meer slachtoffers zou kunnen maken. Als Doran en Enya morgen op tijd vertrekken, dan is de kans dat Andrew en Noria ook nog eens hun dochter moeten afgeven al bij al vrij klein.
Ik ga tegenover Noria aan tafel zitten en kijk nog eens het kleine huisje rond. Gek genoeg heb ik nu, op deze avond, voor de eerste keer een beetje het gevoel dat ik hier thuis kom. Misschien omdat ik nu al meer dan een maand in district 10 ben en voorlopig toch niet terug naar het Capitool kan. Of misschien ligt het aan het feit dat dit dorp waarschijnlijk een veel veiligere plaats is dan het rebellenziekenhuis in de school. Sinds mijn vertrek naar de stad is er hier nauwelijks iets veranderd. Het enige nieuwe wat ik zie, is het opgerolde tapijt dat achteraan rechtop in de hoek van de kamer staat. Wanneer ik ernaar vraag, zegt Andrew dat het eigenlijk een slaapmat voor Doran is.
"Twee dagen nadat jullie vertrokken waren, is Vale zelf ook naar de stad gegaan om nog eens met de rebellenleiders van 10 te praten," legt hij uit. "Onderweg kwam hij langs de Nationale Manege en hij zag daar dat tapijt bij het afval liggen. Er zitten een paar vlekken op die er niet meer uit gaan, maar Doran had ooit gezegd dat de zwervers in jullie Garage ook op tapijten sliepen. Dus Vale dacht dat we het wel konden gebruiken."
"Bedankt," antwoord ik. "Ik weet zeker dat Doran er blij mee zal zijn als hij morgen terugkomt."
We hebben net onze soep opgedronken als Iris ons komt halen om naar een nieuwe propo van de rebellen te kijken. Die zijn er alweer in geslaagd om de televisiekanalen in de districten over te nemen. De woonkamer van Vale en Iris zit al behoorlijk vol als we binnenkomen. Gelukkig is er op de vensterbank nog genoeg plaats vrij voor drie personen.
We hebben het begin van het filmpje gemist, maar toch herken ik meteen de ziekenhuisloods in district 8. Blijkbaar zijn Katniss en haar begeleidingsteam daar enkele ogenblikken voor het bombardement nog binnen geweest om met de gewonden te praten. Wanneer Katniss aan de patiënten vertelt dat ze na die elektrische schok in de arena een miskraam heeft gekregen, reageren de inwoners van Kivo's dorp net zo teleurgesteld als de mensen die ik op tv zie. Eigenlijk heb ik tot nu toe nooit helemaal zeker geweten of ze echt zwanger was van Peeta. Maar blijkbaar was dat dan toch het geval. Het verslag van het ziekenhuisbezoek wordt afgesloten met een beeld van Katniss die bovenop een tafel staat terwijl alle gewonden haar naam scanderen. Ik laat me van de vensterbank glijden en glip de woonkamer uit, omdat ik heel goed weet wat er nu zal volgen. En als verpleegster wil ik dat liever geen tweede keer zien.
Ik wandel rechtstreeks naar het huisje van de familie Morrison - de voordeur is niet op slot - en klim via de ladder naar de hooizolder om me uit te kleden. Wanneer Andrew en Noria na meer dan twintig minuten eindelijk terugkomen, steek ik snel mijn hoofd door een kier in het grote gordijn om hen te zeggen dat ik nu al ga slapen. Gelukkig maken ze daar geen probleem van.
Terwijl ik in bed lig, luister ik naar de stemmen van Kivo's ouders op het gelijkvloers. Ze hebben het nog steeds over de tv-uitzending van daarstraks. Zo te horen zijn ook Katniss' neef Gale, Cressida en onderbevelhebber Boggs van district 13 aan het woord geweest om extra uitleg te geven bij de aanval in district 8. Vooral die laatste heeft het bombardement heel scherp veroordeeld.
"Hij mocht dan wel een masker dragen," zegt Noria, "je kon zo aan hem zien dat hij het echt heel erg vond. Dat was zeker niet gespeeld."
Om één of andere reden zet haar opmerking me aan het denken. Tijdens onze korte verplegersopleiding hebben we geleerd dat maskers vooral gebruikt worden bij gewonden met botbreuken in hun gezicht. Die man moet dus behoorlijk ver zijn gegaan om Katniss en de anderen te beschermen. En dat hij de moeite genomen heeft om een hele groep mensen speciaal voor ons naar district 10 te sturen, bewijst in ieder geval dat hij er alles aan wil doen om een tweede drama zoals in 8 te vermijden.
"Wat zou er met Peeta Mellark aan de hand zijn, denk je?" vraagt Andrew opeens. Ik spits mijn oren om wat beter naar het gesprek te kunnen luisteren. Blijkbaar heeft de regering van Snow vlak na het einde van de rebellenpropo opnieuw een interview tussen Peeta en Caesar Flickerman uitgezonden. Korter dan het eerste, dat enkele dagen geleden op tv kwam. Maar net als toen heeft Peeta een paar opmerkelijke uitspraken gedaan. Hij houdt nog steeds vol dat deze oorlog moet eindigen voordat het te laat is. Hij zou zelfs rechtstreeks aan Katniss gevraagd hebben of zij de mensen met wie ze nu samenwerkt - de rebellen in 13 dus - wel echt vertrouwt.
"Ik vind dat die jongen er eigenlijk helemaal niet gezond uitzag," zegt Noria op besliste toon."Volgens mij hebben Vale en Iris gelijk als ze zeggen dat we hem niet zomaar mogen veroordelen."
"Dat denk ik zelf ook," antwoordt Andrew. "Als hij in de gevangenis zit, dan kan het Capitool vanalles met hem gedaan hebben waar wij niets over weten."
"Misschien zetten ze Peeta onder druk om dit soort interviews te geven," voegt Noria er nog aan toe. Vanuit mijn bed kan ik Andrews reactie niet zo goed verstaan. Al heb ik toch de indruk dat hij het helemaal met zijn vrouw eens is.
"Je mag nooit te snel een mening over iemand anders hebben," hoor ik hem nog zeggen. "Vorige herfst had ik ook eerst mijn twijfels toen Fulvia Cardew ons kwam vragen of we iemand uit het Capitool in huis zouden willen nemen. Maar nu denk ik toch dat het de juiste keuze was."
Ik probeer nog eventjes verder te luisteren naar de geluiden van Kivo's ouders die zich nu ook klaar maken om te gaan slapen, maar ik voel hoe mijn oogleden zwaar worden. Het is een lange dag geweest en die verhuis was toch behoorlijk veel werk. Ten laatste tegen morgenavond zal iedereen in ons ziekenhuis weer veilig zijn. Als alles goed gaat, tenminste.
De volgende ochtend maakt Noria me al vroeg wakker. Ik moet me ten laatste om acht uur bij Lucas melden, want vandaag heb ik de eerste werkshift. Straks zal Nuvie de namiddagdienst doen. Na het ontbijt - alweer geitenmelk - doe ik mijn verplegersband om en ga ik rechtsreeks op weg naar de plek waar we gisteren de tent hebben opgezet. Gelukkig kan ik nu eigenlijk niet meer verloren lopen. Vale heeft samen met het team uit 13 een elektriciteitskabel vanuit zijn huis tot aan ons nieuwe veldhospitaal getrokken. Die hoef nu alleen maar te volgen. Ik hou mijn ogen strak op de grond gericht, want de kabel verdwijnt op sommige plekken helemaal onder een dikke laag dorre bladeren.
Zodra ik de tent binnen wandel, staat Lucas al klaar met een aantal eenvoudige opdrachten. Brood snijden voor onze twintig patiënten. Controleren wie er een schoon verband nodig heeft. Een aantal chirurgische instrumenten ontsmetten en daarna in een steriele doek wikkelen om ze te bewaren tot we ze opnieuw nodig hebben. Na ongeveer een half uur komt Lucas me zeggen dat hij naar het dorp wil om nog een paar dingen met Vale en Iris te bespreken. Maar voorlopig kan ik hier wel even alleen verder.
Ik maak nog eens een extra ronde langs alle veldbedden en zie dat de infuuszak van patiënt nummer negentien - een meisje van ongeveer mijn leeftijd - helemaal leeg is. Eigenlijk zou ze nu een nieuwe dosis medicatie moeten krijgen. Iets wat ik haar helaas niet kan geven omdat onze voorraad van dit geneesmiddel nu echt volledig is opgebruikt. Dus ga ik naar het meisje toe om haar infuus te verwijderen, zoals Lucas me daarstraks al vroeg. Het heeft weinig zin om dat ding nu nog langer in haar arm te laten zitten. Terwijl ik voorzichtig alles opruim en de arm van het meisje in een betere positie leg, denk ik heel eventjes terug aan Gerry. Hopelijk eindigt deze patiënt niet zoals hij. Net wanneer ik klaar ben met het weghalen van het infuus, hoor ik achter mijn rug het zeil voor de ingang van de tent bewegen. Het volgende moment komt Lucas samen met Nuvie naar binnen.
"Er is bezoek voor je in het dorp," zegt Lucas. "Je moet nu naar het huis van de familie Morrison gaan. Nuvie neemt het hier wel over."
Bezoek? Voor mij? Dat was wel het laatste wat ik verwachtte. Doran en Enya komen ten vroegste deze namiddag pas terug. Maar toch weet ik nu al dat paniek nergens voor nodig is. Moesten er vredebewakers in het dorp zijn, dan zou Lucas me nooit in mijn eentje naar ginder sturen. Al vraag ik me wel af wie er dan speciaal voor mij hierheen is gekomen. Om één of andere reden maakt het me zelfs een beetje nieuwsgierig, dus blijf ik niet langer treuzelen.
Even later sta ik voor het huisje van Kivo's ouders. Zodra Andrew de deur opendoet, zie ik haar aan tafel zitten. Ik herken haar onmiddellijk, ook al draagt ze die vreselijke grijze kleren uit district 13 waarin iedereen op elkaar lijkt. Maar de ingelegde zilveren bloemen in haar wangen zijn nog altijd even opvallend als vroeger.
"Dag Fulvia," zeg ik verrast. "Wat doe jij hier?"
Een korter hoofdstuk deze keer, en eigenlijk ook vooral een soort van overgangshoofdstuk. Wat vinden jullie van de oplossing om alle ziekenhuispatiënten over zo veel mogelijk adressen te verspreiden? Komt dat min of meer overeen met wat jullie zelf verwachtten, of hadden jullie een heel ander idee?
Daarnaast nog een tweede vraag. In de boeken van Collins werd de uitdrukking 'het Capitool' vaak gebruikt als synoniem voor 'de vijand'. Vanuit het standpunt van Katniss en de meeste andere canonpersonages is dat natuurlijk logisch. Maar in een verhaal als het mijne vind ik het gewoon niet kloppen. Ik kan me onmogelijk voorstellen dat Aludra, Doran of een andere capitoolrebel zomaar die uitdrukking zou gebruiken (tenzij eventueel in een gesprek met districtsinwoners). Daarom laat ik hen altijd spreken over 'de regering van Snow' of iets dergelijks. Vinden jullie dat een goede keuze?
Hoewel dit zeker niet mijn belangrijkste hoofdstuk is, heb ik wel geprobeerd om het af te sluiten met een kleine cliffhanger. Hebben jullie een idee over de reden achter Fulvia's bezoek? In hoofdstuk 9 zal je hier meer over kunnen lezen.
