HOOFDSTUK 10: HET GEVAAR TEGENMOET
Het blijft een paar seconden stil aan de tafel terwijl ik in gedachten Fulvia's vraag herhaal. Wil ik echt meedoen aan die treinroof? Sinds ik lid werd van het Capitoolverzet, heb ik hooguit twee of drie keer een opdracht geweigerd. En dan alleen omdat ik op dat moment te veel schoolwerk had of gewoon geen kans zag om achter de rug van mijn ouders naar de afgesproken plek te komen. Maar wat Fulvia nu van me vraagt, is van een heel andere orde. Hier moet ik toch eens goed over nadenken.
"Mag ik eerst met Doran overleggen?" zeg ik aarzelend.
"Geen probleem," knikt Fulvia. Ze snapt zelf ook wel dat dit een redelijk verzoek is. "Ik zal even naar buiten gaan."
Zodra Fulvia de voordeur achter zich dichtgetrokken heeft, draai ik me om naar Doran. Aan de blik in zijn ogen zie ik dat ook hij dit eerst grondig wil doorpraten voordat we definitief beslissen.
"Ik denk niet dat Fulvia ons echt met een geweer tegen gewapende vredebewakers wil laten vechten," probeert Doran me gerust te stellen. "Dat kunnen we geen van beiden en dat weet ze."
"Daar gaat het ook niet over," onderbreek ik hem. "Maar als we zo'n trein leegroven, dan stelen we een heleboel medicijnen die eigenlijk voor andere mensen bedoeld zijn. Ik wil maar zeggen-"
"-dat je thuis niemand in moeilijkheden wil brengen?" maakt Doran mijn zin af. Hij kent me al lang genoeg om onmiddellijk te raden wat mij dwars zit. Zelfs zonder dat ik het luidop uitspreek.
De rebellen hebben inderdaad heel dingend nieuwe medicijnen nodig. Hier in 10 zitten we nu echt bijna door onze voorraden heen. Maar als het verzetsleger dat goederentransport overvalt, dan zullen de ziekenhuizen van het Capitool vroeg of laat misschien ook in de problemen geraken. En hoe je het ook draait of keert, dat is nog altijd de stad waar mijn ouders en vrienden wonen. Merope en Sirrah hebben toch ook het recht om verzorgd te worden als ze ziek zijn? Het is niet hun schuld dat de regering 75 jaar geleden de Hongerspelen heeft bedacht. En het is evenmin hun fout dat president Snow de traditie van zijn voorganger heeft verder gezet.
"Ik vind dat we toch moeten meedoen aan die overval," onderbreekt Doran mijn gedachten. "Ook al zijn we capitoolinwoners."
Hij gaat vlak naast mij zitten en neemt mijn handen in de zijne.
"Ik snap dat je ongerust bent," zegt hij terwijl hij me recht aankijkt, "En daar is niets mis mee. Want ik zit nu zelf ook aan Leandro en de andere mensen in de Garage te denken. Maar je weet toch dat de ziekenhuizen in het Capitool nog altijd grotere voorraden hebben dan hier? Volgens mij zullen we met die treinroof veel meer levens redden dan dat we problemen veroorzaken."
Dorans woorden brengen me ertoe om de zaken te zien zoals ze zijn. Timothy heeft ooit verteld dat elk capitoolhospitaal verplicht een reserve voor zes volledige maanden moet aanleggen om eventuele leveringsproblemen op te vangen. En als ieder mens recht heeft op medische hulp, dan geldt dat ook voor de oorlogsslachtoffers in de districten. Wij moeten zelfs onze oude injectienaalden hergebruiken omdat we gewoon niet genoeg spuiten hebben. Dus kan ik als rebellenverpleegster eigenlijk onmogelijk weigeren om aan deze overval mee te werken.
"Je hebt gelijk," geef ik eerlijk toe. "Zelfs als we die trein helemaal leegroven, dan zal het nog lang genoeg duren voordat ze in het Capitool echt met een tekort zitten."
"Dus we kunnen Fulvia zeggen dat we haar voorstel aannemen?"
"Ja," antwoord ik vastbesloten. Ik weet dat we dringend nieuwe voorraden nodig hebben. En na 75 jaar Hongerspelen heb ik misschien ook niet echt het recht om me veel zorgen te maken over de situatie in het Capitool. De districten zijn lang genoeg onderdrukt geweest. Ik kan de rebellen nu onmogelijk in de steek laten.
Doran duwt de klink van de voordeur omlaag en ik volg hem naar buiten. Een eindje verderop staat Fulvia druk te praten met Andrew en Lucas. Zodra ze ons zien, gebaren ze dat we erbij moeten komen.
"Zijn jullie er al uit?" vraag Fulvia meteen.
"Aludra en ik willen allebei meedoen," antwoordt Doran.
"Mooi zo," zegt Fulvia met een tevreden ondertoon in haar stem. "Ik heb net aan Lucas en Andrew verteld dat we overmorgen vertrekken en minstens twee volledige dagen weg zullen blijven. Eén van de verplegers uit de stad zal jullie werk hier voorlopig overnemen."
"Ik was er zeker van dat jullie uiteindelijk toch ja zouden zeggen," voegt ze er nog aan toe wanneer Doran en ik blijven zwijgen. Heel eventjes voel ik me beledigd. Denkt Fulvia echt dat ze deze beslissing in onze plaats kan nemen? Maar ze is altijd al een vrij kordate verzetsleider geweest, en het heeft nu hoe dan ook weinig zin meer om hier nog een discussie over te beginnen. Per slot van rekening heeft ze het juist geraden.
"Wat moeten we doen bij die overval?" vraag ik om de stilte te doorbreken.
"Dat krijgen jullie pas later tot in detail te horen," antwoordt Fulvia. "Maar ik zal het nu al in het kort uitleggen."
Fulvia neemt ons een eind mee het Wildbos in zodat Andrew en Lucas niet kunnen meeluisteren en begint dan aan haar verhaal. Blijkbaar is het de bedoeling dat Doran en ik opnieuw voor wachtpost spelen. Een eenvoudige taak waarbij je op de uitkijk moet gaan staan terwijl de andere verzetsleden de echte missie uitvoeren. Het enige wat je zelf hoeft te doen, is tijdig alarm slaan wanneer er gevaar dreigt.
"Ik heb dit samen besproken met de rebellen die de overval zullen leiden," zegt Fulvia. "Jullie hebben nog nooit een geweer vast gehad, maar ik weet dat jullie allebei ervaren wachtposten zijn."
"In het Capitool ging ik vaak mee met de andere zwervers om 's nachts de vuilbakken te doorzoeken," bevestigt Doran. "Meestal vroegen ze mij om me ergens op een veilige plaats te verstoppen en van daaruit de straat in het oog te houden. Ik kan niet zo snel wegrennen als er vredebewakers aankomen."
"Daarom hebben we jou voor deze taak uitgekozen," zegt Fulvia. "En Aludra heeft als wachtpost drie levens gered."
Mijn gedachten gaan terug naar de mislukte missie die het Capitoolverzet tijdens de derde trainingsdag voor de Kwartskwelling wou uitvoeren. Het was de bedoeling om nog een paar extra tributen te verwittigen over ons rebellenplan. Maar toen het onweer losbrak, moesten we zo snel mogelijk weg uit de riolen.
"Dat kan best zijn," antwoord ik protesterend, "maar ik ben wel zo dom geweest om me te laten filmen in de Transfer. Dus eigenlijk ben ik helemaal geen goede wachtpost."
"Je mag zeker niet denken dat je die opdracht toen verknald hebt," werpt Fulvia resoluut tegen. "Want je hebt precies datgene gedaan wat Plutarch en ik van je verwachtten. Volgens Pollux zouden Castor, Amalthea en hijzelf waarschijnlijk verdronken zijn als jij er niet was geweest. En de regering had zeker een onderzoek gestart moesten ze daar beneden drie lichamen vinden die niet van rioolarbeiders zijn. Dat je in de Tranfser voorbij een bewakingscamera gelopen bent, was gewoon pech. Er zijn veel dommere manieren om als spion betrapt te worden."
"Goed dan," geef ik toe. "Dus Doran en ik moeten gewoon op wacht staan terwijl de anderen de trein leegroven?"
"Juist," knikt Fulvia. "De echte details van het plan vertellen we jullie pas kort voor de overval, zodat er zeker niets uitlekt. Maar we kunnen nu best weer naar het dorp gaan. Het wordt al laat en ik moet straks nog helemaal terug naar district 13."
Met zijn drieën wandelen we weer richting bosrand terwijl Fulvia ons nog wat praktische informatie geeft.
"Zorg ervoor dat jullie overmorgen om acht uur 's ochtends klaarstaan om te vertrekken. De hovercraft komt jullie halen op dezelfde plek waar jullie de dag na de Kwelling zijn afgezet."
Zodra we weer bij het huisje van de familie Morrison zijn, nemen Doran en ik snel afscheid van Fulvia. Daarna zeg ik dat ik meteen wil gaan slapen. Het is een lange dag geweest en het filmen van Kivo's propo was een stuk vermoeiender dan ik dacht. Misschien omdat ik mijn eigen herinneringen aan de gebeurtenissen van vorige zomer weer moest bovenhalen. Ik beklim de ladder naar de hooizolder en zie dat Enya's bed leeg is. Dat is waar ook, ze heeft nu nachtdienst in de ziekenhuistent. Snel trek ik mijn kleren uit en kruip ik onder mijn deken.
Natuurlijk moeten Doran en ik meedoen aan die treinroof, mompel ik in mezelf terwijl ik naar de zoldering lig te staren. Hoeveel van onze patiënten hebben we al verloren omdat ze niet de juiste medicijnen kregen? Best wel veel, denk ik. Zou Gerry nu nog leven als ik hem koortsremmers had kunnen geven? Misschien wel. En die twee jongens die een paar dagen geleden kort na elkaar stierven, zijn volgens Lucas bezweken aan een infectie die mogelijk door een besmette naald werd veroorzaakt. Ook al zijn we wat dat betreft altijd heel voorzichtig geweest. Maar als we betere voorraden hebben, dan kunnen we onze injectiespuiten na één keer gebruiken gewoon weggooien. En dan zouden de gewonden ook niet drie dagen op een vers verband moeten wachten, zoals nu soms al gebeurt. Met die gedachten in het achterhoofd weet ik dat ik de juiste keuze gemaakt heb door Fulvia's voorstel aan te nemen. Die treinroof moet lukken, want anders redden we het niet.
De volgende ochtend gaan Doran en ik na ons ontbijt van geitenmelk rechtstreeks naar de ziekenhuistent in het Wildbos. Omdat we vanaf morgen twee dagen weg zullen zijn, heeft Lucas ons deze voormiddag nog een laatste keer ingeroosterd. Het is erg warm buiten en we rollen het zeil voor de ingang van de tent omhoog zodat er wat frisse lucht naar binnen kan. Daarna geeft Lucas me meteen een speciale opdracht. Ik moet zo gedetailleerd mogelijk opschrijven welke medicijnen en ander medisch materiaal we nu nog in voorraad hebben. Ondertussen maakt hij zelf een lijst met de namen van onze twintig patiënten, hun verwondingen en de medicatie die ze moeten krijgen. Iets wat Doran en ik niet in zijn plaats kunnen doen omdat wij na onze korte opleiding geen diagnoses mogen stellen. Ik ben veel sneller klaar met mijn werk dan ik zelf zou willen - een teken dat die treinroof echt wel nodig is - en geef mijn netjes ingevulde blad af aan Lucas.
"Kan je me even helpen met water dragen?" vraagt hij. Ik knik en volg hem naar buiten. We hebben één grote emmer om water te halen en die weegt behoorlijk veel als hij vol is. Zeker omdat we helemaal naar de pomp in het dorp moeten en de weg daarheen over de hobbelige bosgrond loopt.
"Doe mij er aan denken dat ik die papieren morgen aan jullie meegeef," zegt Lucas terwijl we samen een tot de rand toe gevulde emmer terug naar de ziekenhuistent zeulen. "De leiders van de overval willen ze gebruiken om te beslissen hoe ze de buit achteraf zo eerlijk mogelijk kunnen verdelen."
"Dus onze collega's zijn nu ook zo'n lijsten aan het maken?" vraag ik.
"Juist," antwoordt Lucas. "Niet alleen hier, maar ook in de andere districten."
Opnieuw besef ik hoe belangrijk onze opdracht is. Zou het echt lukken om genoeg medicijnen te stelen voor alle rebellenhospitalen in Panem? Eerlijk gezegd twijfel ik daar een beetje aan. Maar door helemaal niets te doen zal de situatie ook nooit verbeteren.
Zodra ik terug in de tent ben, help ik Doran met het verzorgen van de gewonden. Patiënt nummer negentien - het meisje bij wie ik gisteren het infuus heb verwijderd - vraagt wat te drinken dus ga ik een glas water voor haar halen. Ik besluit om te zwijgen over de trein die we willen beroven, want dat soort dingen hou je best zo veel mogelijk geheim. Maar toch kan ik het niet laten om haar moed in te spreken.
"Misschien hebben we over een paar dagen nieuwe medicijnen," zeg ik terwijl ik haar rug ondersteun zodat ze beter kan drinken. "Probeer nu nog maar wat te slapen."
"Bedankt," antwoordt het meisje schor wanneer ze het lege glas aan mij teruggeeft. Waarschijnlijk heeft ze al aan mijn accent gehoord dat ik eigenlijk uit het Capitool kom, maar toch lijkt ze mijn hulp wel te waarderen. Heel anders dat Enya. Die heeft nog altijd een hekel aan mij.
Ik heb net wat water aan de kook gebracht om een paar chirurgische instrumenten te desinfecteren wanneer Vale de tent binnenkomt. Hij wenkt Lucas en vertelt hem dat er enkele ogenblikken geleden vier nieuwe patiënten in het dorp zijn aangekomen. De hoofdarts heeft hen naar hier gestuurd omdat hun verwondingen nog meevallen en de opvangadressen in de stad allemaal volzet zijn. Sinds gisterenavond - enkele uren nadat de laatste patiënten uit de school vertrokken - wordt er opnieuw hevig gevochten. Het lijkt wel alsof de rebellen een versnelling hoger willen schakelen. Hoe langer het duurt om het district te veroveren, des te groter de kans dat Snow extra reservetroepen zal sturen.
"Bij Iris en mij thuis liggen er nog een zeis en wat oude jutezakken. Ik zal aan een stuk of drie mensen vragen of ze die in de velden met droog gras willen vullen, zodat jullie patiënten vannacht niet op de grond moeten slapen, " zegt Vale tegen Lucas terwijl ik een stevige tang neem om de scalpel en de twee scharen voorzichtig in het kokende water te leggen. Al bij al een primitieve methode om ziekenhuismateriaal te ontsmetten, maar we hebben geen alternatief.
"Goed idee," antwoordt Lucas. "Als we proberen om hier bij de ingang wat extra plaats te maken, dan kunnen ze er nog wel bij."
Dus de rebellen zijn nu vol in de aanval gegaan, denk ik een beetje ongerust nadat ik de tang weer op zijn plaats heb gehangen. Hopelijk komt dit noodhospitaal daardoor niet in de problemen. Maar het dorp van Kivo's ouders ligt zo afgelegen dat er hier waarschijnlijk nooit echt zwaar gevochten zal worden.
In de vroege namiddag zijn Doran en ik klaar met onze shift. We keren allebei terug naar het huisje van de familie Morrison en ik ga naar boven om even te kunnen slapen. Gelukkig heeft Noria er vanochtend aan gedacht om ook hier het raam op een kier te zetten. Ik heb zeker geen spijt van mijn keuze om vrijwillig verpleegster te worden, maar het is wel erg vermoeiend werk. We zijn eigenlijk al sinds het begin van de oorlog onderbemand en daarom moeten we vaak lange dagen maken. Mijn hoofdpijn maakt duidelijk dat ik dringend aan wat rust toe ben. Ik leg me neer op bed en na hooguit vijf minuten dommel ik weg.
Wanneer ik weer wakker word, kan ik aan de stand van de zon zien dat het al vroeg in de avond is. Buiten hoor ik de opgewonden stemmen van mensen die druk door elkaar aan het praten zijn. Snel zwaai ik mijn benen over de rand van het bed en ga ik naar beneden. Er is iets aan de hand, dat is wel duidelijk.
In de woonkamer blijf ik staan om heel voorzichtig door het raam naar buiten te gluren. Na meer dan vijf weken is de kans klein dat het regeringsleger mij hier nog zal zoeken. Maar je kan het natuurlijk nooit zeker weten. Gelukkig zie ik nu al dat er inderdaad geen vredebewakers in het dorp zijn. Die zouden vast niet willen dat bijna alle mensen uit hun huizen komen en zomaar een dichte kring rondom hen vormen.
Ik haast me naar buiten en voeg me bij de rest van de groep. Pas nu herken ik het viertal dat volgens mij nog maar net het dorp is binnengewandeld. Andromeda en de drie mannen die samen met haar het oude hospitaal moesten bewaken. Hun kleren zijn vuil en Roy heeft zelfs een bebloede doek rondom zijn rechteronderarm gewikkeld. Nuvie komt aanrennen met Lucas in haar kielzog. Terwijl ik toekijk hoe ze samen met Roy in het Wildbos verdwijnen om naar de ziekenhuistent te gaan, hoor ik meerdere mensen vragen wat er gebeurd is.
Andromeda drinkt gulzig van het glas water dat Iris haar aanreikt en begint dan met haar verhaal. Ze legt opnieuw uit hoe zij en de andere leden van haar rebellenpatrouille de opdracht hadden gekregen om het schoolgebouw in de stad te blijven beschermen, zodat de regering van Snow zou denken dat ons ziekenhuis nog steeds op die plek is.
"We gingen zelfs om beurten op een draagberrie liggen om voor gekwetste te spelen. Dan leek het alsof er nog steeds nieuwe patiënten bij kwamen," zegt Andromeda met gespannen stem. "We hoopten dat de vredebewakers daar ook echt in zouden trappen. En het is ons nog gelukt ook."
Met ingehouden adem blijf ik verder luisteren. Zelf heb ik niets verdachts gemerkt - de stad ligt kilometers van hier en ik ben na mijn shift in de tent onmiddellijk in bed gekropen - maar toch kan ik nu al raden waar dit verhaal naartoe gaat. President Snow had zelf gedreigd dat hij de rebellen een waarschuwing wou geven. Iets wat hij vandaag ook hier in district 10 heeft gedaan, zo blijkt nu.
Andromeda had met haar mannen afgesproken dat ze telkens met drie - één zogenaamde gewonde en twee dragers - tot in de keuken zouden gaan om daar nog wat extra hout op het vuur te gooien. Dat was nodig om er voor te zorgen dat er altijd rook uit de schoorsteen bleef komen. Intussen moest de vierde persoon buiten op wacht gaan staan. Het was net Andromeda's beurt om dat laatste te doen toen er plotseling als vanuit het niets drie capitoolhovercrafts verschenen die in formatie naar het schoolgebouw vlogen.
"Ik kon ze pas zien nadat ze hun onzichtbaarheidsschild hadden uitgezet," vertelt Andromeda, "maar ik ben onmiddellijk naar de keuken gerend en heb tegen Roy, Darvo en Alex geschreeuwd dat ze meteen naar buiten moesten."
Gelukkig waren de patrouilleleden zo slim geweest om de dag voordien in de tuin een soort van diepe put te graven waar ze in een noodgeval konden schuilen. Ze lieten alles vallen en hebben het op een lopen gezet. Toch lagen ze nog maar net in dekking toen de eerste bommen naar beneden kwamen.
"We hebben een heleboel stof en puin over ons heen gekregen," vertelt Darvo. "Roy is in zijn arm geraakt door rondvliegend glas, maar verder zijn we er allemaal heelhuids vanaf gekomen. Ik denk dat we eigenlijk nog veel geluk hebben gehad."
"Probeerde de mitrailleur op het dak aan de overkant van de straat dan niet terug te schieten?" vraagt Doran. "Die moest toch ook bemand blijven?"
"Natuurlijk wel," zegt Andromeda. "Ze zijn er zelfs in geslaagd om één van die hovercrafts neer te halen. De andere twee zijn ontsnapt."
"En de school?" wil Vale weten.
"Die bestaat niet meer," antwoordt Andromeda kort.
De mensen om me heen beginnen verontwaardigd te praten over de wreedheid van het Capitool, en hoe laf het is om een ziekenhuis vol gewonden als doelwit te kiezen. Wat dat is uiteraard de reden waarom het regeringsleger de school heeft gebombardeerd. Snow en zijn vredebewakers dachten natuurlijk dat het rebellenhospitaal van district 10 nog steeds in dat gebouw zat. Hopelijk komen ze er nooit achter dat wij hen voor de gek hebben gehouden.
Voor de zoveelste keer krijg ik het gevoel dat ik me voor mijn afkomst moet schamen. Blijkbaar merkt Vale dat, want hij mengt zich in de discussie en herhaalt een paar keer dat er ook Capitoolinwoners zijn die de opstand willen steunen. Zoals bijvoorbeeld Doran en ik, die er nota bene zelf voor gekozen hebben om rebellenverplegers te worden en dat werk te blijven volhouden. Hoewel ook wij na de aanslag in district 8 heel goed wisten dat we er misschien ons eigen leven mee in gevaar brachten.
Toch wil ik niet langer naar dit gesprek blijven luisteren. Ik heb geen behoefte aan verdere details over het bombardement, want de beelden ervan zullen straks ongetwijfeld het journaal halen. En stiekem erger ik me nog altijd aan al dat gescheld van de mensen hier op wat zij 'het Capitool' blijven noemen. Gelukkig weet ik dat Vale, Iris en Kivo's ouders mij intussen wel volledig vertrouwen. Al ben ik blij dat Enya en Nuvie voorlopig nergens te zien zijn. Hun commentaren kan ik best missen.
Terwijl ik naar de rand van het dorp slenter, vraag ik me af waar dat tweetal naartoe is. Nuvie is vast nog bezig met het verzorgen van de snijwonden in Roys arm. Waarschijnlijk wil Lucas die nu al hechten en heeft hij daarbij assistentie nodig. Maar ik heb er geen idee van wat Enya op dit moment aan het doen is. Pas dan herinner ik me dat ze aan Noria beloofd had om deze namiddag geitenmelk te halen voor het ontbijt van morgen. Meestal gaat ze op de terugweg dan nog eens het Wildbos in om eetbare planten te verzamelen, dus het kan nog wel even duren voordat ze weer thuis komt. En misschien is dat maar beter ook.
Geërgerd schop ik een steentje weg dat vlak voor mijn voeten op de grond ligt. Eigenlijk zou ik nu tevreden moeten zijn, want onze list met het nepziekenhuis heeft gewerkt. Maar dit incident bewijst helaas ook dat het regeringsleger nog lang niet verslagen is. Ik schrik even wanneer ik achter mijn rug de voetstappen hoor van iemand die niet helemaal normaal kan lopen. Blijkbaar is Doran me gevolgd omdat hij me nog iets wil vertellen.
"De patrouille blijft vannacht in het dorp slapen," zegt hij. "Andromeda heeft me daarnet uitgelegd waarom ze na het bombardement naar hier gekomen zijn. Plutarch en Boggs willen dat zij samen met Lyme Evans de treinroof in district 6 zal leiden. Darvo en Alex overwegen om ook mee te gaan nu ze de school in de stad toch niet meer hoeven te bewaken. Al denk ik dat Roy wel hier zal moeten blijven. Het wordt een gevaarlijke onderneming, dus Andromeda zet liever geen mensen in die al gewond zijn."
"Blijven Boggs en Plutarch dan in district 13?" vraag ik. Om één of andere reden had ik eigenlijk verwacht dat zij bij de overval onze commandanten zouden zijn. Maar toch verbaast het me niet dat ze Andromeda en Lyme hebben uitgekozen. Een ex-vredebewaker uit het Capitool en een winnares van de Hongerspelen die nu de rebellen van district 2 aanvoert zullen heus wel weten hoe je zoiets het best aanpakt. En voor zover de berichten in het officiële tv-nieuws waar zijn, wil de oorlog in 2 toch niet echt vlotten.
"Plutarch, Fulvia en Boggs hebben nu geen tijd om zelf de overval te leiden," legt Doran uit. "Maar Boggs stuurt wel een heleboel mensen uit 13 en twaalf transporthovercrafts. Je mag dus niet denken dat hij ons zomaar in de steek laat."
Twaalf hovercrafts? denk ik verbaasd in mezelf. Pas nu besef ik voor het eerst hoe uitgebreid deze missie echt zal worden. Hopelijk hebben Andromeda en Lyme een goed plan klaarliggen.
"Moet de patrouille het hospitaal bij de stad dan niet bewaken? Ik bedoel de kalkoenkwekerij waar nieuwe gewonden nu eerst naartoe gaan," vraag ik.
"Vlak voordat ze naar hier vertrokken, heeft Milo zelf nog tegen Andromeda gezegd dat hij voorlopig geen rechtstreekse aanvallen op ons ziekenhuis meer verwacht. Snow denkt toch dat hij het heeft platgebombardeerd," legt Doran uit. "De vredebewakers hebben het nu trouwens veel te druk met de gevechten in de rest van district 10. Andromeda moet hoe dan ook met ons mee, en met drie soldaten minder zal Milo niet direct in de problemen geraken. Zijn rebellenleger is groot genoeg. Maar ik stel voor dat we nu naar het dorp gaan. Andrew en Noria waren daarnet al seldersoep voor ons aan het opwarmen."
Heel even moet ik moeite doen om geen vies gezicht te trekken. Het is niet de eerste keer dat we soep krijgen die gemaakt is van de bladeren van witte selder. Enya en de andere kinderen van het dorp nemen dat spul soms mee uit de vuilbakken van de paardenkantine. In het Capitool gebruiken we alleen de stengels, maar blijkbaar kan je het loof ook opeten. Al zal het nooit mijn lievelingsgerecht worden. Ik vind soep van selderbladeren nog altijd vreselijk bitter. Maar dit is district 10, dus het is beter om niet al te kieskeurig te zijn.
Na het avondeten verzamelen de inwoners van het dorp zich in de woonkamer van Vale en Iris om naar het officiële Capitooljournaal te kijken. Ook al heb ik Andromeda's verhaal gehoord, toch kan dat me niet helemaal voorbereiden op de beelden die nu getoond worden. Want de nieuwsuitzending opent meteen met het bombardement dat de regering hier vanochtend uitgevoerd heeft.
Net als in district 8 verschijnen de hovercrafts plotseling, zonder enige waarschuwing. Ze blijven boven hun doelwit hangen en werpen een hele lading bommen af nog voordat de soldaten op het platte dak aan de overkant van de straat de kans krijgen om hun mitrailleur te richten. Enkele ogenblikken later stort het schoolgebouw brandend in elkaar. Muren vallen omver alsof ze van karton gemaakt zijn en het beeld wordt bijna verduisterd door de wolk van stof en rook die nu door de omliggende straten rolt. Wat overblijft, is een smeulende berg zwartgeblakerd puin. Niets laat vermoeden dat hier ooit een school of een hospitaal heeft gestaan. Ik sla geschrokken mijn handen voor mijn mond, want ik besef nu pas echt waaraan we ontsnapt zijn. Niemand in het gebouw had dit kunnen overleven. Eigenlijk is het een wonder dat Andromeda en de andere patrouilleleden nog net op tijd buiten zijn geraakt. Maar gelukkig voor hen is dat niet te zien op deze beelden. Daarna volgt er nog een korte toespraak van president Snow. Hij verklaart met een triomfantelijke ondertoon in zijn stem dat het rebellenhospitaal van district 10 volledig verwoest is en spreekt opnieuw over de waarschuwing die hij hiermee wil geven.
"Overal waar mensen zich in groep verenigen tegen het Capitool zullen wij zonder aarzelen ingrijpen om ons te verdedigen," zegt hij. "De bevolking moet beschermd worden tegen mogelijke nieuwe aanvallen van de rebellen."
Ik voel een golf van verontwaardiging in me oplaaien, want dit argument slaat helemaal nergens op. In ons ziekenhuis werden geen oorlogsplannen gemaakt. Wij hebben alleen maar gewonden verzorgd. Als er gekwetste soldaten binnenkwamen, moesten ze zelfs verplicht hun wapens afgeven. Laat staan dat wij een rechtstreekse bedreiging voor de mensen in het Capitool zouden vormen. Gelooft president Snow nu echt zelf wat hij zegt? Natuurlijk niet, besef ik onmiddellijk daarna. Dit is gewoon propaganda.
We krijgen nog een laatste overzichtsbeeld van de onherkenbare ruïne die ooit ons hospitaal was - natuurlijk typisch dat ze niet tonen hoe de rebellen op het einde toch nog één hovercraft neerhaalden - en dan schakelt de regie weer over naar de studio voor een kort gesprek tussen de journaalpresentator en een hoge officier van het vredebewakersleger. Die zegt iets over de rebellen in 10 die gisterenavond ook de belangrijkste grote boerderijen buiten de stad aangevallen hebben, maar ik luister allang niet meer. Mijn gedachten gaan terug naar de korte periode dat Doran en ik in het schoolgebouw hebben gewerkt. De keuken waar ik zelf nog aardappelen heb geschild, de zolderverdieping die als slaapzaal voor de verplegers diende, de kamer waar ik 's nachts aan Gerry vertelde dat er ook in het rijke Capitool mensen op straat leven. Allemaal weg. Ik herinner me nog goed hoe de hoofdarts ons vroeg om als voortvluchtige capitoolspionnen zo weinig mogelijk naar buiten te gaan, tenzij het echt nodig was. Als we niet op het idee waren gekomen om het ziekenhuis te verplaatsen, dan zouden Doran en ikzelf nu ongetwijfeld dood zijn. Een idee dat nog veel angstaanjagender is dan ik me had kunnen voorstellen.
Ik kijk pas op wanneer de nieuwslezer het volgende onderwerp aankondigt. Iets over een zwaar treinongeval. Twee jaar geleden heb ik op school geleerd dat al het rioolwater van het Capitool naar een centraal opvangbekken onder de stad stroomt. Vervolgens pompt men het over in stevig afgesloten tanks die per trein naar de zuiveringsstations in district 9 gebracht worden. Maar treinen kunnen ook dienen om grote groepen vredebewakers te vervoeren. Daarom hebben de rebellen van 9 er niets beters op gevonden dan de spoorlijnen naar hun district te barricaderen met dikke boomstammen en ijzeren balken. Helaas vergaten ze dat ze op die manier ook een milieuramp konden veroorzaken.
De tv toont nu beelden van het afvaltransport dat gisterenavond is verongelukt. Alle treinwagons liggen omgekanteld naast de sporen en we zien hoe het giftige rioolwater uit de tanks stroomt. De verslaggever legt uit dat de plaats van het ongeval nog tientallen jaren lang zwaar verontreinigd zal blijven en benadrukt hoeveel geluk we gehad hebben dat dit op een voldoende grote afstand van de grenshekken van district 9 gebeurd is. Anders zou de drinkwatervoorziening van heel Panem nu ongetwijfeld in gevaar komen. Daarna verschijnt president Snow weer in beeld, die ons opnieuw wijst op de onverantwoorde acties van de rebellen. Misschien heeft hij deze keer toch wel een beetje gelijk. Ook al haat ik het om dat te moeten toegeven. Ik wissel een paar bedenkelijke blikken met Doran terwijl de presentator het volgende onderwerp van het journaal aankondigt. Blijkbaar heeft Andromeda dat in de gaten, want na het einde van de tv-uitzending neemt ze ons allebei even mee naar het Wildbos.
"Eigenlijk hadden Lyme en ik afgesproken om ons plan voor de overval pas morgenavond aan iedereen tegelijk uit te leggen," zegt ze terwijl we ons neerzetten op een omgevallen boomstronk die hier al een hele tijd ligt. "Maar ik kan jullie nu al vertellen dat het zeker niet onze bedoeling is om die trein te laten ontsporen. Wij willen dat medicijnentransport beroven in plaats van het te vernielen."
Doran en ik knikken allebei. Natuurlijk moeten we vermijden dat de lading beschadigd geraakt. Daarmee zouden we de rebellenziekenhuizen geen stap verder helpen.
Omdat de schemering al is ingevallen en we onze rust nu zeker kunnen gebruiken, besluiten we terug te keren naar het dorp. Daar staat Vale al op ons te wachten om te zeggen dat Andromeda en haar drie soldaten wel voor één nachtje bij hen kunnen logeren. Doran en ik wandelen samen naar het huisje van de familie Morrison en een kwartiertje later lig ik in bed.
Toch duurt het nog een hele tijd voordat ik in slaap val. De tv-beelden van een smeulende berg puin op de plek waar vroeger het schoolgebouw stond, blijven maar door mijn hoofd spoken. Wat als Andromeda de bommenwerpers niet op tijd gezien had? Dan waren Alex, Darvo en Roy nu ook dood geweest. Eigenlijk was het heel dapper van Andromeda om naar binnen te rennen en alarm te slaan. Die hovercrafts konden echt elk moment hun bommen gooien. Ze heeft haar eigen leven gewaagd om dat van haar manschappen te redden. Waarschijnlijk vond ze dat het als patrouilleleider haar plicht was om dat te doen, iets waar ik alleen maar bewondering voor kan hebben.
Hoe zou ik in zo'n geval eigenlijk reageren? vraag ik me opeens af. Tot nu toe ben ik gelukkig nog niet zo vaak in echt gevaarlijke situaties beland, behalve dan natuurlijk die ene keer dat ik in de riolen afdaalde om de anderen te waarschuwen voor het onweer. Maar dat kan je toch nog niet vergelijken met wat Andromeda vandaag heeft gedaan. Zou ik het ook aandurven om een gevaarlijke situatie tegemoet te gaan? Of zou ik uiteindelijk toch te laf zijn en proberen om mijn eigen vel te redden?
Tiende hoofdstuk alweer, en meteen ook het rechtstreekse vervolg op de vraag die Fulvia aan het einde van hoofdstuk 9 gesteld had. Waarschijnlijk hadden de meesten onder jullie wel verwacht dat Aludra en Doran bereid zouden zijn om mee te werken aan de treinroof. Zelf ben ik eigenlijk wel blij dat ik nu aan dit deel van het verhaal kom, want ik kreeg stilaan het gevoel dat mijn lezers naar wat meer actie verlangen. Tot nu toe was dit inderdaad een eerder 'passief' verhaal. Eén en ander heeft uiteraard te maken met het feit dat Aludra in deze oorlog toch vooral een ondersteunende rol heeft (en ook nu weer, omdat ze wachtpost moet zijn). Maar zal de treinoverval echt lukken? Zullen Aludra en Doran het er heelhuids vanaf brengen? Dat lezen jullie in de volgende hoofdstukken …
Tot slot nog twee details die ik graag wil verduidelijken:
Ten eerste de soep van selderloof. Dit heb ik - net als de broccolistammetjes in hoofdstuk 2 - zelf uitgetest in mijn eigen keuken. Je kan het dus wel degelijk eten, al moet ik er eerlijk bij zeggen dat ik mijn zelfgemaakte selderloofsoep erg bitter vond! Misschien heb ik iets verkeerd gedaan ;-)
Daarnaast is er nog het ongeval met de ontspoorde trein. Dit idee heb ik eigenlijk niet zelf verzonnen, want het gaat hier om een detail dat ook in het originele verhaal van Suzanne Collins voorkomt (tijdens Peeta's tv-toespraak in hoofdstuk negen van Spotgaai). Omdat ik altijd probeer om in canon met het oorspronkelijke boek te blijven, heb ik dit detail ook in mijn eigen verhaal verwerkt. Vinden jullie zoiets een goed idee?
