HOOFDSTUK 13: AMALTHEA'S VERHAAL
De volgende ochtend moet Doran me zeker drie keer door elkaar schudden voordat ik eindelijk wakker word. Ik heb het gevoel dat ik zo weer in slaap zou kunnen vallen. Zelfs nadat ik opgestaan ben, kost het me moeite om mijn ogen open te houden. Misschien had ik toch maar beter één pil genomen in plaats van twee, denk ik terwijl ik door de gang van de hovercraft richting badkamer strompel. Al ben ik niet van plan om aan de anderen te zeggen dat ik vannacht slaapmiddelen gebruikt heb.
De motoren van ons toestel draaien niet meer, dus we moeten al geland zijn. Bij het eerste raam dat ik tegenkom druk ik mijn gezicht tegen het glas om naar buiten te kijken. Maar daar word ik weinig wijzer van. Het enige wat ik zie is een beboste helling die overgaat in een vlakker terrein waar een aantal andere hovercrafts van de rebellen geparkeerd staan. Volgens wat Lyme en Andromeda gisteren gezegd hebben, zitten we nu ergens diep in de wildernis van Panem. Het dichtstbijzijnde district ligt vast een heel eind bij deze plek vandaan.
Met een zucht duw ik de deur van de badkamer open. Water is nog altijd de beste manier om de slaap te verdrijven, dus besluit ik om een uitgebreide douche te nemen. Dat zal me hoe dan ook deugd doen. In district 10 kan ik me alleen wassen met een teil lauw water voor mijn voeten. Iets waar ik eigenlijk nog altijd niet helemaal aan gewend ben. Terwijl ik onder de warme straal sta, probeer ik de gebeurtenissen van vannacht nog eens op een rijtje te zetten. We hebben een heleboel medicijnen gestolen en zijn op tijd gevlucht voor het regeringsleger. Maar wat zal er nu verder gebeuren?
Wanneer ik een kwartier later helemaal opgefrist uit de douche stap, voel ik me al een stuk beter. Ik droog me af met een grote handdoek die in één van de kasten ligt en laat mijn haren gewoon los hangen. De warmte van de zon zal ze wel drogen. Daarna trek ik mijn bruine rok en T-shirt aan en verlaat ik de badkamer. Misschien is het geen slecht idee om naar Andromeda op zoek te gaan. Zij zal wel weten wat er vandaag van ons verwacht wordt. Maar uiteindelijk is Doran de eerste die ik tegenkom. Blijkbaar was hij me al een paar minuten aan het zoeken, want hij gebaart meteen dat ik hem moet volgen.
"Ashley verwacht ons in de ziekenboeg," zegt hij. "Er zijn twee gewonden die een vers verband nodig hebben voordat Lyme en Andromeda straks met de evaluatievergadering beginnen."
"Wie is Ashley?" vraag ik, met mijn hand voor mijn mond om een geeuw te onderdrukken.
"De dokter die Darvo heeft geopereerd. Ze wou jou ook nog een paar dingen vragen, geloof ik."
Heel even voel ik me een beetje schuldig. Ashley heeft ons na de overval zo goed geholpen, en tot daarnet wist ik niet eens hoe ze heette. Maar we zijn hier met zo veel rebellen samen dat het onmogelijk is om iedereen te leren kennen. En vannacht had ik ook gewoon geen tijd om haar naam te vragen.
Wanneer we de gang naar de ziekenboeg in lopen, staat Ashley druk te praten met een andere dokter. Ze heeft haar lange, zwarte haren in een staart gebonden en ik steek de mijne snel zo diep mogelijk in mijn T-shirt. Dan zullen ze tenminste niet in de weg hangen als ik bezig ben. Tijdens de opleiding leerden we dat losse haren eigenlijk tegen de medische hygiëneregels zijn, en als verpleegster vind ik het zelf ook niet erg praktisch.
Even later zit ik samen met een gekwetste soldaat in één van de patiëntenkamers. Hij heeft bij de gevechten op het perron een flinke vleeswonde in zijn rechterschouder opgelopen en die is vanochtend vroeg weer open gegaan. Gelukkig hebben de dokters intussen zelf al een paar extra hechtingen gezet. Ik gooi de bebloede windsels van het oude verband in de vuilbak en begin een nieuwe zwachtel aan te leggen. Daar ben ik net mee klaar wanneer Ashley de kamer binnenkomt. Ze zegt tegen mijn patiënt dat hij naar buiten mag gaan, maar houdt me tegen als ik hetzelfde wil doen.
"Ik moet nog even met jou spreken," zegt ze ernstig terwijl ze de bureaustoel van de werktafel naar zich toe schuift. Zelf ga ik nerveus op de rand van het lege ziekenhuisbed zitten, met mijn handen rond de metalen leuning geklemd. Hopelijk is dit geen slecht nieuws.
"Kan je mij nog eens precies uitleggen hoe je Darvo gisteren verzorgd hebt?"
Ik haal diep adem en begin alles te vertellen vanaf het moment dat Amalthea en ik midden in het bos de terreinwagen tegenkwamen. De manier waarop ik mijn diagnose stelde, de opdrachten die ik aan de anderen heb gegeven terwijl ik naar bruikbare zwachtels zocht, hoe ik daarna zelf Darvo's wonde heb verbonden en dichtgedrukt totdat we weer bij ons basiskamp waren. Ashley luistert aandachtig en knikt af en toe tevreden.
"Dat heb je prima gedaan," zegt ze wanneer ik eindelijk uitgepraat ben. "Zelf zou ik een aantal dingen anders en beter hebben aangepakt, maar ik ben natuurlijk al jaren dokter. Voor iemand met niet meer dan een paar weken ervaring heb je goed werk geleverd. Knap dat je op die korte tijd zo veel kan leren."
Ik blijf een beetje verbaasd zitten, want een compliment als dit had ik niet verwacht. Ashley weet waarschijnlijk allang dat ik uit het Capitool kom. En als inwoner van district 13 krijg je al op jonge leeftijd te horen dat wij de vijand zijn. Maar toch voel ik dat haar woorden oprecht waren.
"Ik heb gedaan wat ik dacht dat het beste was," antwoord ik uiteindelijk.
"Dat geloof ik wel," zegt Ashley. "En er is nog iets wat ik je wil vertellen. Vanochtend heb ik gesproken met de soldaten die bij Darvo waren voordat jij kwam, en zij zeiden me dat ze echt moeite hadden om de wonde dicht te drukken. Je weet dat er in de onderarm twee grote slagaders zitten?"
"Ja," bevestig ik, terwijl ik me de tekening van de bloedsomloop voor de geest haal die Lucas ons tijdens de cursus getoond heeft. Daarop was duidelijk te zien hoe de bovenarmslagader zich bij de elleboog in twee splitst.
"Die waren allebei geraakt, dus Darvo heeft heel veel bloed verloren. Ik heb hem zelf onderzocht, en ik ben er zeker van dat hij zonder jouw hulp gestorven zou zijn voordat jullie terug in het basiskamp waren. Jij hebt zijn leven gered."
"Dat heb jij net zo goed gedaan als ik," antwoord ik na een paar seconde stilte. "Want jij bent degene die hem opereerde."
"Maar als jij die bloeding minder goed had gestelpt, dan zou het te laat zijn geweest," houdt Ashley vol. "Ik vind dat je zoiets gerust mag weten."
Nog voordat ik een antwoord kan bedenken, wordt er kort op de deur geklopt. Dan komt één van de bemanningsleden van onze hovercraft binnen om te zeggen dat de evaluatievergadering over een paar minuten zal beginnen. Ashley wil nog snel een medisch dossier aanvullen, dus ga ik in mijn eentje op weg naar buiten.
Zou het echt dankzij mij zijn dat Darvo niet is doodgebloed voordat we weer op de open plek met de hovercrafts waren? Als een volleerde dokter uit district 13 dat beweert, dan klopt het waarschijnlijk wel. Maar tegelijk besef ik heel goed dat ik niet de enige ben die zijn leven gered heeft. Dat is iets wat we allemaal samen hebben gedaan. Ikzelf, Ashley, de rebellen die eerst bij Darvo in de auto zaten en natuurlijk ook de chauffeur die ons heeft teruggebracht.
Wanneer ik door de openstaande laaddeuren naar buiten wandel, zie ik dat de meeste andere rebellen zich al rondom Lyme en Andromeda verzameld hebben. Een aantal mensen is druk bezig met brood uit te delen. Ik schuif snel aan in de rij, want vandaag heb ik nog niets gegeten. Even later ga ik tussen Alex en Doran op de grond zitten. Doran is niet gewond, maar de linkerhand van Alex zit stevig verpakt in een speciaal verbandmateriaal dat uitsluitend bij botbreuken wordt gebruikt. Alleen zijn duim is nog vrij.
"We waren net met zijn drieën een treinwagon aan het leeghalen toen één van die vredebewakers probeerde om ons tegen te houden," vertelt hij wanneer ik hem vraag wat er gebeurd is. "Zijn wapen hadden we al afgepakt, maar toen heeft hij met zijn twee voeten de deur van de container zo hard mogelijk dicht geschopt. Jammer dat mijn vier vingers er nog tussen zaten. Allemaal gebroken, zegt de dokter. Maar toch vind ik dat ik er nog goed vanaf gekomen ben."
Daar heeft Alex helaas gelijk in. Ik kijk om me heen en zie dat onze groep duidelijk kleiner is dan gisterenavond voor de overval. De zwaargewonden - zoals Darvo - liggen nu in hun ziekenhuisbed. Je kan moeilijk verwachten dat zij een vergadering bijwonen. Maar dat is natuurlijk niet de enige reden waarom we met minder zijn. Net op dat moment klapt Lyme een paar keer in haar handen om onze aandacht te trekken.
"Eerst en vooral willen Andromeda en ik jullie allemaal heel erg bedanken," zegt ze. "Jullie hebben vrijwillig deelgenomen aan een gevaarlijke missie, en dankzij jullie inzet zullen de rebellenziekenhuizen in heel Panem nu voor minstens een paar weken genoeg medicijnen hebben. Dat is iets waar jullie gerust trots op mogen zijn."
"We hebben zowel goed als slecht nieuws," gaat Andromeda verder. "Ik zal met het slechte nieuws beginnen. We weten nu zeker dat er gisteren bij de overval aan onze kant tien doden gevallen zijn. Negen in het Zuidstation en dan nog iemand die op de operatietafel is gestorven. Dan zijn er nog acht zwaargewonden waarvan één voorlopig in kritieke toestand blijft. Verder hebben de meesten onder jullie wel een paar wonden die minder ernstig zijn."
Ik hoor hoe een paar mensen achter mijn rug zachtjes met elkaar beginnen te fluisteren terwijl Andromeda doorgaat met haar uitleg.
"Op dit moment zijn er nog vijf soldaten uit onze groep vermist. Misschien zijn ze dood, maar het zou ook heel goed kunnen dat ze gewoon niet op tijd in het basiskamp waren. Volgens onze afspraak moesten ze dan langs de tunnel naar district 6 terugkeren. Wij zullen zo snel mogelijk proberen om de plaatselijke rebellen te contacteren en hen te vragen of ze inderdaad meer nieuws hebben."
Het geroezemoes om me heen wordt luider. Onze treinroof heeft heel wat slachtoffers gemaakt. Dat wisten we natuurlijk op voorhand, maar het blijft moeilijk om het nu echt bevestigd te zien.
"Toch wil ik graag dat jullie even naar mij luisteren," gaat Andromeda verder. "Ik heb jarenlang in het vredebewakersleger gediend voordat ik rebel werd. En ook al kan dit voor jullie heel cynisch klinken, een missie als deze kost gewoonlijk meer levens. Tien doden is eigenlijk minder dan wat Lyme en ik vooraf gevreesd hadden. Maar elk slachtoffer is er natuurlijk één te veel. Daarom mogen wij en de andere rebellen nooit vergeten wat zij voor ons gedaan hebben."
Eerst weet ik niet goed wat ik van Andromeda's woorden moet denken. Pas na enkele ogenblikken dringt het tot me door dat ze waarschijnlijk gelijk heeft. Ik heb genoeg naar de Hongerspelen gekeken om te weten dat er bij het Bloedbad vaak meer dan tien tributen sterven. En zij zijn maar met vierentwintig. Onze groep was veel groter. Toch heb ik moeite met het idee dat we gisteren zo veel mensen verloren hebben. Misschien omdat ik als verpleegster het tegenovergestelde probeer te bereiken. En ook al winnen we uiteindelijk deze oorlog, wat heb je daaraan als je zelf niet meer leeft? Opeens denk ik terug aan het moment waarop ik vanuit de Nocturna toekeek hoe Mags in de mist stierf. Ze heeft zich opgeofferd en niemand zal haar ooit vergeten. Maar wat schiet ze daar zelf mee op als zij nooit een Panem zonder Snow zal meemaken?
"Gelukkig is er ook goed nieuws," onderbreekt de stem van Lyme mijn gedachten. "Jullie weten dat de trein twintig volgeladen containers vervoerde. Veertien daarvan werden in hun geheel door onze hovercrafts meegenomen, en dan zijn er nog eens vier wagons die we voor een groot deel konden leeghalen. Ik schat dat we ruim tachtig procent van de volledige lading hebben gestolen. Met andere woorden, dit is een zeer geslaagde missie. President Coin en onderbevelhebber Boggs zullen tevreden zijn."
"Hebben jullie al verslag uitgebracht aan 13?" wil één van de mensen op de tweede rij weten.
"Nee, dat kan voorlopig niet," antwoordt Andromeda. "District 13 wordt nog altijd gebombardeerd, dus iedereen zit daar nu in de ondergrondse bunker. Maar ik weet zeker dat ze onze treinroof als een succes zullen zien."
Daarna herinnert Lyme ons eraan dat de laboratoria van 13 gewoon niet genoeg medicijnen kunnen produceren om echt alle rebellenziekenhuizen in Panem te helpen. Ze hebben wel een paar kisten naar district 8 gestuurd omdat de situatie daar zo dramatisch was. Maar die schenking is volledig verloren gegaan toen Snow het hospitaal van 8 liet verwoesten. Gelukkig hoeven we ons voorlopig geen zorgen meer te maken. Met de hoeveelheid medicijnen die we nu in ons bezit hebben, kunnen we op zijn minst een paar weken verder.
"Is er al meer nieuws bekend over de aanval op 13?" hoor ik iemand met het accent van district 4 vragen. "Hoe lang gaat die nog duren?"
"Dat kunnen wij moeilijk inschatten, want we weten niet veel over hoe de situatie daar op dit moment is," zegt Andromeda eerlijk.
In een paar zinnen legt ze ons uit dat zelfs het officiële Capitooljournaal nu erg weinig informatie geeft. Volgens de laatste berichten zou er slechts om de paar uur een bom afgevuurd worden. Maar dan gaat het wel altijd om zware bunkerraketten die heel veel schade kunnen aanrichten. Andromeda - die natuurlijk meer dan genoeg ervaring heeft met dit soort zaken - denkt dat het vooral de bedoeling is om district 13 te verzwakken zonder het echt te vernietigen. Snow hoopt waarschijnlijk dat hij na de oorlog 13 weer in handen zal krijgen. En hij heeft niets aan een district dat volledig in puin ligt.
"Misschien proberen ze nu ook te voorkomen dat de rebellen propo's blijven uitzenden. Onze eerste spotjes waren een groter succes dan we zelf verwachtten," vult Lyme aan.
"Dat doet me nog aan iets denken," onderbreekt Andromeda haar. "Lyme en ik hebben de treinroof met mobiele camera's laten filmen. Die opnames willen we naar district 13 sturen om nieuwe propagandaspotjes te maken. De bemanning van hovercraft A306 heeft voor de regie gezorgd, en zij zeggen dat er heel buikbare beelden bij zijn."
Vanuit de groep komt verbaasd gemompel. Niemand had dit op voorhand aan ons verteld. En we hebben zelf natuurlijk niks gemerkt, want mobiele camera's worden vaak gecamoufleerd als insecten of andere onschuldige voorwerpen. In de arena doen de Spelmakers het ook altijd op die manier.
"Waarom wisten wij daar niets van?" vraagt de vrouw die schuin voor mij zit een beetje geïrriteerd.
"Andromeda en ik hebben het met opzet verzwegen om jullie reacties niet te beïnvloeden. Mensen gedragen zich altijd anders als ze weten dat er een camera op hen gericht staat. En in onze propo's willen we echte gebeurtenissen tonen. Geen dingen die in scène gezet zijn."
Heel even voel ik me op mijn tenen getrapt. Was het nu echt te veel gevraagd om gewoon tegen ons te zeggen dat de overval gefilmd zou worden? Maar dan besef ik dat Andromeda en Lyme gelijk hebben. Tijdens het inspreken van Kivo's in-onze-herinnering spotje moest ik toch ook gewoon de waarheid vertellen?
"Hoe dan ook, we hebben een paar geweldige beelden geschoten en bijna alle medicijnen in de trein zijn nu van ons," zegt Lyme om iedereen weer stil te krijgen. "Jullie mogen dus heel tevreden zijn over deze missie en jullie inzet. Een paar mensen uit onze groep zijn vanochtend vroeg druk bezig geweest met het maken van een overzicht van wat we hebben gestolen. Andromeda en ik weten nu hoe we de buit zo eerlijk mogelijk kunnen verdelen over alle rebellenziekenhuizen, maar het zal zeker een paar uur duren voordat alles in de juiste hovercrafts overgeladen is. Ik stel dus voor dat we meteen aan de slag gaan."
Met die woorden geeft Lyme aan dat ze de evaluatievergadering graag wil afsluiten. Andromeda splitst ons op in verschillende kleinere groepen, zodat we elkaar niet te veel voor de voeten zullen lopen. Daarna beginnen we aan het herverdelen van de lading uit de trein. Ik ben blij dat Doran, Amalthea en ik bij dezelfde ploeg ingedeeld zijn. Een saai en zwaar karwei als dit schiet altijd sneller op als je tijdens het werk met iemand anders kan praten. En wij hebben elkaar meer dan genoeg te vertellen.
Amalthea wil uiteraard weten hoe het met Darvo afgelopen is. Gelukkig kan ik haar nu zeggen dat hij het zal overleven, al staat hem ongetwijfeld een lange revalidatie te wachten. Volgens Doran - die vanochtend voordat ik wakker was al met Ashley gesproken had - zijn ook de spieren, pezen en zenuwen van zijn rechteronderarm beschadigd. Er bestaan speciale oefeningen waarmee je kan leren om een gekwetste arm weer volledig te gebruiken, en die zal Darvo waarschijnlijk maandenlang elke dag opnieuw moeten doen zodra zijn ergste wonden genezen zijn. Toch hoort hij eigenlijk nog bij de gelukkigen. Vannacht hebben de dokters bij één van onze soldaten minstens vier kogels uit het linkerbeen moeten verwijderen. Misschien zal die man nooit meer normaal kunnen lopen.
"Wat moest jij allemaal doen bij de overval?" vraag ik aan Amalthea nadat we samen een zware kist met ontsmettingsmiddel en infuuszakken in de laadruimte van hovercraft F104 hebben neergezet. Doran is intussen weggeroepen om bij een andere groep mee te helpen, dus dit wordt een gesprek tussen haar en mij.
"Dat zal ik je vanaf het begin vertellen," antwoordt ze. "Het is nu voorbij, dus ik hoef het voor jullie niet meer geheim te houden."
De volgende paar minuten luister ik geïnteresseerd naar Amalthea's verhaal. Toen de legerleiding in district 13 op het idee kwam om een trein vol medisch materiaal te beroven, wist Fulvia direct aan wie ze hulp kon vragen. Gelukkig was Amalthea na het einde van de Kwartskwelling gewoon in het Capitool gebleven en had de regering nog niet ontdekt dat ze lid is van Plutarchs verzetsgroep. Hoe Fulvia haar vanuit 13 gecontacteerd heeft, wil ze liever niet zeggen. Maar ze was wel onmiddellijk bereid om mee te werken.
"Het was voor mij eigenlijk vrij eenvoudig om die treinrit naar district 6 te kunnen doen," legt ze uit terwijl we de volgende kist gaan halen. "Als treinbestuurder kan je jezelf spontaan aanmelden voor lastige opdrachten, zoals nachtwerk of een reis die heel lang duurt. Je wordt dan beloond met extra vakantiedagen of een bonus op je loon. Zo proberen ze er voor te zorgen dat er ook voor onpopulaire ritten altijd genoeg personeel is. District 6 staat nu bekend als oorlogszone en dan moest er ook nog eens 's nachts gereden worden, dus er waren niet veel kandidaten."
"Vonden ze het dan niet raar dat jij vrijwillig wou gaan?" wil ik weten.
"Ik heb drie weken verlof in ruil gevraagd om mezelf niet verdacht te maken. En het is niet de eerste keer dat ik zoiets doe, want meer vrije tijd is altijd leuk," zegt Amalthea. "Ik heb ooit eens een hele winter lang speciaal voor moeilijke ritten gekozen om in de zomer thuis te kunnen zijn."
Daarna vertelt ze me welke taken Fulvia en Boggs haar hadden gegeven. Bij een langere treinreis - zoals bijvoorbeeld naar district 6 - gaan er altijd twee treinbestuurders mee. Eén van hen rijdt terwijl de andere rust of slaapt. De rebellen hebben overwogen om Amalthea's collega met veel geld om te kopen, maar het was al snel duidelijk dat zoiets veel te riskant zou zijn. Deze missie was te belangrijk om er mensen van buiten de rebellenbeweging bij te betrekken. Dus zat er niets anders op dan de tweede bestuurder onderweg uit te schakelen.
"Om veiligheidsredenen mogen we nooit eten achter het stuur, dus stellen we dat uit tot na onze shift. Het was de bedoeling dat ik slaapsiroop in het avondmaal van mijn collega zou doen vlak voordat ik zijn plaats moest overnemen. Gelukkig konden de andere leden van het Capitoolverzet me al snel een klein flesje bezorgen," zegt Amalthea.
"Heeft niemand gezien dat je het bij je had?" vraag ik.
"Nee hoor, ik had het goed verstopt. Net als het touw dat ik van Fulvia moest gebruiken om zijn handen vast te binden zodra die siroop zou werken."
Terwijl we zonder pauze verdergaan met het verslepen van zakken en kisten, legt Amalthea me uit hoe het plan precies in elkaar zat. Bij een goederentransport rijdt er natuurlijk geen extra personeel mee, dus Amalthea en haar collega zouden de enige twee mensen aan boord zijn. Hun slaaphut lag vlak achter de stuurcabine. Een tiental minuutjes voordat Amalthea aan haar shift moest beginnen, deed ze alsof ze voor zichzelf een drankje uit de koelkast nam. In werkelijkheid zag ze haar kans schoon om stiekem wat slaapmiddel door de avondmaaltijd van haar collega te mengen. Ze is zo slim geweest om alles bij het dessert te gieten, want dat smaakte bijna even zoet als de siroop zelf. Gelukkig heb je maar heel weinig van dat spul nodig. Tijdens de vierenzeventigste Spelen was de inhoud van één klein flesje al voldoende om Peeta een hele dag buiten westen te krijgen.
"Ik ben al vaker naar district 6 gereden, en op een bepaald moment passeer je een plek waar twee spoorlijnen samenkomen," vertelt Amalthea verder. "Ik wist op voorhand dat we daar zo goed als zeker voor een rood sein zouden staan. Onze trein moest inderdaad een paar minuten wachten en die tijd was voldoende om de handen van mijn collega op zijn rug te binden. Hij sliep toen al zo diep dat hij er helemaal niets van gemerkt heeft. Daarna heb ik ook zijn voeten aan elkaar vastgemaakt en propjes was in zijn oren gestoken. Dat laatste was eigenlijk mijn idee, want Fulvia had niets gezegd over oordopjes. Maar ik wou vermijden dat hij tijdens de overval wakker zou worden van al het lawaai."
Heel even kost het mij moeite om niet in lachen uit te barsten. Amalthea denkt echt aan alles. Volgens Fulvia is dat één van de dingen waaraan je een goede spion kan herkennen. Zelf deed ik ook altijd mijn best om overal rekening mee te houden. Maar dan zegt Amalthea iets wat ik niet had verwacht.
"Toen heb ik nog snel een briefje op zijn borstkas gekleefd dat ik vooraf thuis had geschreven. Daar staat in dat mijn collega-treinbestuurder absoluut niets te maken heeft met de treinroof en dat ik dus de enige schuldige ben. Ik heb er uitdrukkelijk bij gezet dat alleen ik met de rebellen samenwerk, en dat ik slaapsiroop in zijn eten heb gedaan zodat hij niemand kon verwittigen. Het briefje is ondertekend met mijn eigen naam en de vredebewakers zullen er ook mijn vingerafdrukken op terugvinden. Zo weet ik tenminste zeker dat ze de andere treinbestuurder met rust zullen laten. Hij moet niet boeten voor keuzes die ik gemaakt heb. En mijn rol in de overval zullen ze hoe dan ook toch ontdekken."
Daar word ik wel even stil van. Het was erg dapper van Amalthea om zoiets te doen, ook al hebben Plutarch en Fulvia natuurlijk allang een veilig onderduikaders voor haar geregeld. Maar dan nog vraagt het veel moed om schriftelijk te bekennen dat je met de rebellen samenwerkt. Als wij deze oorlog verliezen, dan zal Amalthea nooit meer terug naar het Capitool kunnen zonder gearresteerd te worden. Net zoals ik. En dat weet ze zelf ongetwijfeld heel goed.
"Daarna ben ik weer in de stuurcabine gaan zitten om te wachten totdat het licht groen werd en ik verder kon rijden. Al moest ik deze keer wel moeite doen om mijn aandacht erbij te houden. Ik wist dat ik zelf niet mee hoefde te vechten, maar ik was toch flink zenuwachtig."
Gelukkig voor Amalthea is de heenrit verder volgens plan verlopen. Het werd wel even spannend toen de directeur van de medicijnenopslagplaats in district 6 een paar boorddocumenten wou nakijken, maar ze heeft gewoon het zijraampje naar beneden gedraaid en alle nodige papieren aan hem gegeven. Stel je voor dat die man naar binnen was gekomen en de tweede treinbestuurder vastgebonden in de slaaphut had zien liggen. Amalthea moest na haar aankomst zelfs niet uitstappen om naar de andere kant van de trein te lopen. Rond het industrieterrein waar de opslagplaats staat, is een spoorweglus aangelegd zodat je gewoon in een grote cirkel om de gebouwen heen kan rijden. Meteen ook de reden waarom de trein deze keer slechts één locomotief nodig had. En dat maakte Amalthea's sabotagewerk toch iets gemakkelijker.
"Ik ben gewoon in de stuurcabine blijven zitten totdat ze alle twintig volgeladen containers met de kraan bovenop de trein hadden getild," vertelt ze terwijl we nog maar eens een nieuwe kist gaan halen. "Zodra ik de melding kreeg dat alles klaar was, kon ik weer vertrekken. Het was toen al bijna middernacht. Maar ik was zo gespannen dat ik nooit in slaap gevallen zou zijn, zelfs al had ik het gewild."
Dat kan ik me best voorstellen. Ik herinner me nog goed genoeg hoe zenuwachtig ik zelf was toen ik aan de rand van het bos bij de toegangsweg lag te wachten. Ongeveer rond die tijd moet Amalthea het Zuidstation zijn binnengereden. Nu vertelt ze me over de laatste paar opdrachten die Fulvia haar gegeven had om onze overval te doen slagen. Nadat ze voor de gesloten poort gestopt was, heeft ze de elektronische beveiliging afgezet die verhindert dat de containers van de treinwagons gehaald kunnen worden. Zodra het blauwe seinlicht begon te knipperen - vlak voordat onze soldaten aanvielen - moest Amalthea de boordradio saboteren door een deel van de bedrading door te knippen. Dat kon ze niet eerder doen omdat er in het commandocentrum van het Nationale Spoorwegnetwerk een alarm afgaat als de verbinding wegvalt. Maar het was ook belangrijk om te voorkomen dat de vredebewakers in district 6 vanuit de trein een noodoproep zouden uitzenden. Zij hadden expliciet kunnen zeggen dat de trein overvallen werd, terwijl je bij een onderbroken radioverbinding nooit direct de oorzaak kan weten.
"Juist daarom was ik eigenlijk blij dat er in 6 een spoorweglus is," legt Amalthea uit. "Als we naar een district gaan waar je niet kan draaien, dan zit er aan de achterkant van de trein een tweede locomotief om terug te kunnen rijden. En dan had ik daar ook de boordradio onklaar moeten maken."
Daarna vertelt Amalthea me over de treinroof zelf. Ook al moest ze zelf niet meevechten, toch vond ze het de angstigste momenten uit haar leven. De seinlichten waren nog geen halve seconde groen toen er uit alle richtingen gewapende rebellen kwamen aanrennen. En het duurde niet lang voordat de eerste vredebewakerstroepen ook in het Zuidstation waren.
"Op een bepaald moment waren ze letterlijk op drie meter voor mijn locomotief naar elkaar aan het schieten," zegt Amalthea huiverend. "Ik ben toen half onder het bedieningspaneel gekropen uit schrik voor een verdwaalde kogel. Het klinkt misschien stom, maar ik was echt bang."
"Ik ook," geef ik eerlijk toe. Pas nu besef ik voor het eerst wat Amalthea doorgemaakt moet hebben. Als je thuis een uitzending van de Hongerspelen volgt, dan weet je dat je zelf veilig bent. Maar zij moest vanuit haar stuurcabine toekijken hoe verschillende van onze mensen ter plekke werden doodgeschoten. En dit waren geen tv-beelden. Dit was echt.
"Ik wist dat ik samen met de rebellen het district uit moest vluchten," gaat Amalthea verder. "Maar dat kon natuurlijk alleen als ik uit de trein zou komen en te voet naar de poort zou rennen. En dat durfde ik eerst echt niet, want ze waren nog volop aan het vechten. Ik zat me net af te vragen wat ik moest doen toen er ineens iemand aan de deur van de locomotief begon te rammelen."
Ik merk dat ik mijn adem inhoud terwijl ik een stoffen zak vol verbandmateriaal neergooi op de stapel die er al ligt. Tot nu toe dacht ik dat Amalthea als treinbestuurder een vrij gemakkelijke opdracht had, helemaal niet te vergelijken met de mensen die soldaat waren. Maar ik zat er duidelijk compleet naast.
"Het enige wat ik kon doen, was me snel verstoppen in de slaaphut. Van daaruit heb ik gezien hoe één van de vredebewakers naar binnen kwam en probeerde om via de boordradio een noodsignaal uit te zenden. Gelukkig had ik de juiste draden al doorgeknipt. Maar ik zat natuurlijk wel als een rat in de val."
"Hoe ben je ontsnapt?" wil ik onmiddellijk weten.
"Naast het bed stond er een houten krukje," zegt Amalthea. "Dat heb ik heel stilletjes vastgepakt. Die bewaker had zijn helm afgezet en was te druk bezig om me te horen, dus ik kon hem met één klap neerslaan."
"Was hij echt bewusteloos?"
"Daar heb ik niet meer naar gekeken. De deur van de trein stond nog open en ik wist dat het nu of nooit was. Ik heb al mijn moed bij elkaar geraapt en ben zo snel mogelijk naar de poort van district 6 gerend. Net op tijd, want ik was nog maar een meter of twintig in het bos toen ik het fluitsignaal hoorde. Fulvia had me verteld dat Andromeda en Lyme daarmee het bevel voor terugtrekken zouden geven."
"Hoe wist je eigenlijk in welke richting je moest gaan?" vraag ik. "Ik was zelf bijna verdwaald en jij hebt me de weg gewezen."
"Ik heb een heel duidelijke routebeschrijving van Fulvia gekregen. Zij en Boggs hadden vooraf samen met Lyme en Andromeda de plek voor het basiskamp uitgekozen. En toen ik vroeger met mijn ouders op arenavakantie ging, was ik ook altijd de sterkste in oriëntatie."
"Toch goed dat ik jou tegenkwam, want ik wist het even echt niet meer," geef ik eerlijk toe.
"Ik schrok me rot toen ik vlak bij mij iemand 'verdomme' hoorde roepen. Maar toen bedacht ik dat die stem me wel heel bekend voorkwam. Al had ik nooit verwacht dat we elkaar onder zo'n omstandigheden zouden terugzien," zegt Amalthea met een aarzelend lachje. "In het Capitool denkt iedereen dat je naar district 13 bent gevlucht. Je hoeft mij niet te vertellen of dat ook echt jouw onderduikadres is. Wat ik niet weet, kan ik niet verraden."
Zwijgend dragen we de laatste paar zakken met verbandmateriaal naar de hovercraft. Zodra we daarmee klaar zijn, krijgen we te horen dat we even mogen pauzeren voor onze lunch. Amalthea en ik gaan naast elkaar op de grond zitten en iemand anders komt ons brood met kaas en twee glazen water brengen. Tijdens het eten kijk ik een paar keer vanuit mijn ooghoeken naar Amalthea. Ze staart nadenkend voor zich uit, terwijl ze een zilveren kettinkje vasthoudt waar een beeldje van een hond aan hangt. Ik weet dat ze het altijd draagt bij een verzetsmissie omdat het voor haar een soort van geluksbrenger is. Pas dan snap ik waar ze nu over zit te piekeren.
"Zit Atlas nu bij je vriendin?" vraag ik.
"Ja," zegt Amalthea. "Ik wilde hem deze keer niet meenemen, want ik wist dat er gevochten zou worden en hij kon eigenlijk alleen maar in de weg lopen. Ik was vooral bang dat hij in paniek zou wegvluchten van al het lawaai. En dan had ik hem zeker nooit meer teruggezien, want er zou gewoon geen tijd geweest zijn om hem te zoeken."
Zo'n antwoord verwachtte ik al. Ik snap waarom Amalthea tijdens langere treinreizen graag haar hond bij zich heeft, maar deze keer zou het de zaken inderdaad veel ingewikkelder gemaakt hebben. En Amalthea heeft Atlas al sinds hij nog maar acht weken oud was. Ze zou het verschrikkelijk vinden moest hij ergens in district 6 of in de wildernis achtergebleven zijn. Gelukkig kent Amalthea - die alleen woont - in het Capitool een goede vriendin die Atlas in huis neemt als dat nodig is. Amalthea moet vaak samen met een collega rijden en niet iedereen heeft graag een hond in de locomotief.
"Ik ben er zeker van dat mijn vriendin goed voor hem zal zorgen. Ze houdt zelf erg veel van honden, dus ze zal hem niet op straat gooien voor iets dat ik heb gedaan."
"Weet ze dat je op verzetsmissie ging?" vraag ik.
"Natuurlijk niet," antwoordt Amalthea gepikeerd. "Zoiets zou ik nooit tegen een buitenstaander zeggen. Ik heb haar alleen maar verteld dat deze reis misschien wat langer kon duren dan gewoonlijk. Als ze straks de tv aanzet, zal ze pas echt snappen wat ik daarmee bedoelde," laat ze er met een gefrustreerde toon in haar stem op volgen.
Dat is dus wat haar dwars zit, denk ik bij mezelf. Ook al heb ik daarnet eigenlijk een domme vraag gesteld, het is niets voor Amalthea om zo kortaf te reageren. Ze is verdrietig omdat ze beseft dat ze haar hond nu voor een lange tijd niet meer zal zien. Want net zoals ik kan ze alleen terug naar het Capitool als de rebellen de oorlog winnen.
"Ik weet dat Atlas bij mijn vriendin veilig is, met genoeg eten en elke dag een wandeling. Maar ik mis hem nu al. Fulvia zei altijd dat elke rebel een prijs moet betalen. Dit is de mijne."
Heel even sta ik met mijn mond vol tanden. Mijn ouders en ik hebben nooit honden gehad. Maar als Amalthea echt aan Atlas gehecht is - en daar twijfel ik niet aan - dan begrijp ik hoe ze zich nu voelt. Zelf denk ik nog vaak genoeg aan iedereen die ik in het Capitool achterliet. Voor Amalthea zal dat vast niet anders zijn.
"Ik hoop dat je vlug terug naar Atlas kan," zeg ik uiteindelijk tegen beter weten in. Dat is natuurlijk geen realistisch antwoord, maar iets anders kan ik op dit moment echt niet bedenken. Een paar minuten blijven we zwijgend naast elkaar zitten. Dan steekt Amalthea het zilveren kettinkje weer onder haar kleren en komt ze overeind.
"We zullen maar eens verdergaan met inladen," stelt ze voor. "Vanavond moet alles klaar zijn."
Ik sta zelf ook op om onze twee lege glazen weg te brengen. Handenarbeid is de beste remedie tegen piekeren, heb ik een zwerver van de Garage ooit horen beweren. Blijkbaar denkt Amalthea daar hetzelfde over. Even later zijn we opnieuw druk bezig met het verslepen van zakken en kisten. Het werk is al flink opgeschoten - elke rebel die niet te ernstig gewond is, helpt mee - maar er is nog meer dan genoeg te regelen voordat we hier kunnen vetrekken.
"Wat hebben jullie in het Capitoolverzet gedaan nadat Katniss en de anderen uit de arena gehaald waren?" vraag ik terwijl we samen in hovercraft C207 een kist vol kunstbloed gaan halen. Eigenlijk wil ik dit al een hele tijd weten, en misschien is het ook een goede manier om Amalthea's aandacht af te leiden.
"De rebellen in het Capitool houden zich voorlopig even gedeisd nu de president ontdekt heeft wie Plutarch echt is," antwoordt ze. "Op dit moment is de oorlog in de districten toch het belangrijkste. Maar we schrokken ons allemaal rot toen Snow opeens in een hovercraft boven de arena hing, daar ben ik zeker van. Zelf zat ik gewoon thuis tv te kijken. Ik heb snel Atlas aangelijnd en ben onmiddellijk naar Tigris gegaan. We hebben met zijn drieën twee dagen in haar geheime kelder gezeten. Gelukkig had ik geen wachtdienst, want we durfden pas weer op straat te komen toen er achtenveertig uur na het einde van de Kwelling nog steeds geen opsporingsberichten over ons in het nieuws waren geweest.
"En de anderen?" vraag ik.
"Leandro heeft ook een paar dagen op een andere plek geslapen. Maar hij is net als Tigris nog altijd niet ontmaskerd. Anthony helaas wel, dat wist je misschien al."
"In het tv-nieuws zeiden ze dat de vredebewakers geprobeerd hebben om hem te arresteren," bevestig ik. "Weet jij wat er met hem gebeurd is?"
Amalthea buigt zich wat dichter naar me toe zodat de rest van de groep ons niet kan horen. Ook al zijn alle mensen hier rebellen, het blijft riskant om dingen zoals deze zomaar openlijk te vertellen. Je weet nooit of iemand later per ongeluk zijn mond voorbij zal praten.
"Hij kon nog juist op tijd vluchten en is erin geslaagd om dwars door de wildernis tot in district 1 te komen," fluistert ze in mijn oor. "Hij heeft daar zelfs de plaatselijke rebellen kunnen bereiken en die hebben hem naar zijn echte onderduikadres gebracht. Maar vraag me niet waar dat is. Plutarch wou het niet zeggen tijdens die twee keer dat we contact met hem hadden."
Geen wonder, denk ik. Het is inderdaad beter om zoiets geheim te houden. Eigenlijk verbaast het me meer dat Anthony zonder hulp van buitenaf district 1 heeft gehaald. Ook al was hij nog niet zo heel lang lid van onze groep, hij heeft op die korte tijd veel geleerd. Jammer dat de regering hem na de Kwelling ontmaskerd heeft. Maar tegelijk weet ik dat hij nu veilig is. Moest hij gevonden zijn, dan was zijn arrestatie ongetwijfeld algemeen bekend gemaakt om te tonen dat er met Snow niet te spotten valt. Al vermoed ik dat ze intussen niet meer zo intensief naar hem zoeken. Anthony is - net als ikzelf - geen belangrijk lid binnen de rebellenbeweging. De vredebewakers hebben voorlopig wel dringender zaken aan hun hoofd nu de regering al twee districten kwijt is en er overal in Panem gevochten wordt.
"Ik heb geen idee welke opdrachten Plutarch nog aan het Capitoolverzet zal geven," zegt Amalthea terwijl we samen een tweede kist met kunstbloed tot in het laadruim van onze hovercraft dragen. "Hij heeft in de stad natuurlijk nog een paar spionnen die niet ontmaskerd zijn. Misschien kunnen zij-"
Ze zwijgt abrupt wanneer we buiten het kabaal horen van een heleboel mensen die luid door elkaar beginnen te roepen. Meteen krijg ik het ongemakkelijke gevoel dat er iets mis is. Waarom zouden de rebellen nu ineens ruzie maken?
"Wat is er aan de hand?" vraagt Amalthea aan twee soldaten die haastig voorbij rennen.
"We hebben bij het inladen van hovercraft H913 een verstekeling gevonden," antwoordt één van hen zonder zijn pas te vertragen. "Iemand die zeker niet bij onze groep hoort."
Amalthea en ik kijken elkaar geschrokken aan. Dit klinkt allesbehalve goed. Zou die persoon zich al voor het begin van deze missie stiekem aan boord verstopt hebben, of gaat het om een saboteur uit district 6? Onze terugtocht door het bos was zo chaotisch dat een spion van de vredebewakers ongemerkt met de rebellen mee had kunnen gaan. Hoe dan ook kan dit volgens mij maar één ding betekenen. We zitten diep in moeilijkheden.
Dit hoofdstuk is minder spannend en ook een stuk korter dan het vorige, maar toch hoop ik dat jullie het een goed hoofdstuk vinden. Aludra heeft dus Darvo's leven gered (weliswaar met de hulp van anderen, maar zonder haar tussenkomst zou het niet gelukt zijn). Het is nooit mijn bedoeling geweest om van haar een heel heldhaftig personage te maken dat altijd en overal de situatie redt - zoiets is trouwens zelden realistisch - maar het leek mij interessant om haar toch eens iets dergelijks te laten doen. En de treinoverval was daar het juiste moment voor!
Verder is Amalthea's kant van het verhaal hier uitgebreid aan bod gekomen. Dat stuk is misschien niet echt strikt noodzakelijk voor deze fanfic, maar ik was er vrij zeker van dat veel van mijn lezers graag willen weten hoe zijn de overval beleefd heeft en welke opdrachten ze kreeg.
Ook al is dit geen echt 'actiehoofdstuk' (zeker niet in vergelijking met de twee vorige) ik ben wel blij dat ik met een cliffhanger kon eindigen. Vonden jullie het een goed moment om het hoofdstuk te onderbreken?
Azmidiske
