HOOFDSTUK 16: SCHAAMTE
Met de vier grote plastieken zakken over mijn linkerarm gelegd wandel ik achter Enya aan door het Wildbos. Ze hurkt neer bij een lage struik en plukt snel een paar blaadjes die ze bij de andere kruiden in haar rieten mandje legt. Daarna gaat ze weer verder zonder haar pas te vertragen. We moeten nog minstens een kwartier stappen voordat we bij de Feestweide komen en Lucas wil graag dat we rond de middag weer in het dorp zijn.
Eigenlijk vraag ik me al een hele tijd af waarom Iris mij en Enya samen op pad stuurt. Iedereen weet dat wij elkaar niet kunnen luchten, en toch heeft ze uitgerekend ons voor deze opdracht aangeduid. De ouders van Nuvie willen vandaag brandnetelsoep maken voor alle gewonden in onze ziekenhuistent. Enya en ik moeten nu de nodige ingrediënten verzamelen, dus zitten we voor minstens twee uur met elkaar opgescheept. Waarschijnlijk zelfs langer.
Al moet ik toegeven dat Enya voorlopig vrij normaal tegen mij doet. Ze spreekt weinig, maar we hebben sinds ons vertrek uit het dorp nog geen enkele keer ruzie gemaakt. Eigenlijk lijkt het wel alsof Enya er met haar gedachten niet helemaal bij is. Misschien zit ze ergens over te piekeren zonder dat ze het tegen mij wil zeggen. Om één of andere reden moet ik weer aan vannacht denken. Gisteren ben ik na het avondeten meteen gaan slapen. Maar een paar uur later werd ik wakker van Enya's gestommel. Ook al probeerde ze om geen lawaai te maken, ik heb duidelijk gehoord hoe ze de ladder van onze hooizolder beklom en in bed kroop. Volgens mij heeft ze zelfs eerst nog haar schoenen uitgetrokken. Wat betekent dat ze echt naar buiten is geweest. Het is mij een raadsel wat Enya daar midden in de nacht te zoeken had, tenzij ze gewoon naar de WC wilde.
"Ligt dat brandnetelveld vlak naast de Feestweide?" vraag ik uiteindelijk om de stilte te doorbreken.
"Nee, een meter of honderd verderop. We plukken daar al jaren omdat er geen kleefkruid groeit."
Mooi zo, denk ik in mezelf. Bij de brandnetels achter Alcyone's garagebox stond altijd een massa kleefkruid en stiekem vond ik het heel irritant om dat spul na het plukken tussen de netels uit te moeten vissen. Het blijft echt overal tegen plakken. Ik lette er goed op dat er nooit iets aan mijn kleren hing als ik thuiskwam, want dan zouden mijn ouders zeker gevraagd hebben waar ik was geweest. In de netjes aangelegde parken van het Capitool zie je nergens onkruid. De groendienst maait daar vaak genoeg. Ik bots bijna tegen Enya aan wanneer ze onverwachts blijf staan en voorover buigt om een klein plantje met wortel en al uit de grond te trekken.
"Ah, gelukkig. Ik was bang dat we het niet meer zouden vinden en de soep smaakt er veel beter door."
"Hoe ken jij al die kruiden?" wil ik weten.
"Van mijn broer," antwoordt Enya nogal kortaf. Daarna vertelt ze dat Kivo eigenlijk erg goed kon koken. Vroeger was hij meestal degene die bij de familie Morrison voor het eten zorgde. De mensen van dit dorp zijn natuurlijk te arm om bouillonblokjes te kopen, dus moeten ze hun gerechten op een andere manier kruiden. Kivo heeft ooit een hele zomer lang geëxperimenteerd met alle eetbare plantjes die hij in het Wildbos kon vinden. Totdat hij de juiste combinatie ontdekt had. Sindsdien maakt iedereen brandnetelsoep op zijn manier.
"Dat hebben wij in het Capitool nooit geweten. Stom, want bij ons kan een goede kok veel geld verdienen," flap ik er zonder nadenken uit. "Maar de Spelmakers wilden natuurlijk alleen maar zijn manke been zien. Typisch onze regering, altijd kijken naar wat iemand niet kan. En daar heb ik schoon genoeg van. Ze zouden beter rekening houden met de dingen die je wel nog kunt."
Het volgende moment moet ik echt mijn best doen om mijn beide handen niet strak voor mijn mond te slaan. Ook al is het allemaal waar, ik weet zeker dat ik iets verschrikkelijks doms heb gezegd. Nu zal Enya ongetwijfeld in woede uitbarsten. Maar vreemd genoeg gebeurt dat niet.
"Ik wou dat de anderen in het Capitool er ook zo over dachten," mompelt ze stilletjes. Dan begint ze haastig de kruiden in haar mandje te herschikken. Misschien praatte Enya meer tegen zichzelf dan tegen mij, al heb ik duidelijk verstaan wat ze zei. En de tranen in haar ogen zijn me ook niet ontgaan. Zou ze echt geloven dat Kivo voor mij meer waard was dan zijn handicap? vraag ik me af terwijl ik naar haar rug kijk. Maar ik weet dat ik Enya nu beter gewoon met rust laat. Dus loop ik zwijgend achter haar aan wanneer ze zich omdraait om verder te wandelen.
Even later komen we bij de Feestweide, een rechthoekig stuk grasland van minstens driehonderd meter lang en vijftig meter breed dat midden in het Wildbos ligt. Normaal gezien zouden alle achttienjarigen van het district hier over een tweetal weken verzamelen om te vieren dat ze volwassen zijn. Maar Milo heeft beslist dat het Feest dit jaar niet doorgaat. De gevechten in 10 zijn nog maar net voorbij en heel wat gebouwen zijn tot puin herleid. Het zal meer dan genoeg moeite kosten om het normale leven weer op gang te krijgen. Gelukkig mag de groep van dit jaar zich volgende zomer gewoon aansluiten bij de jongeren die dan achttien zullen worden. Op die manier kunnen ze over twaalf maanden toch meedoen aan het feest waar alle kinderen in dit district heel hun leven naar uitkijken.
"Heb je alles bij je?" vraagt Enya zodra we de weide zijn overgestoken. "Ik ben echt niet van plan om met mijn blote handen brandnetels te plukken."
Voor alle zekerheid kijk ik nog eens in de grootste zak die Iris mij heeft gegeven. Helemaal onderin liggen twee paar handschoenen, een schaar en een mes. Eigenlijk een scalpel van Lucas die door het vele gebruik te bot was geworden om er patiënten mee te kunnen opereren. Gelukkig hebben we na de treinoverval nieuwe chirurgische instrumenten gekregen.
We lopen nog een kort stukje tussen de bomen en komen dan bij het brandnetelveld. Ook al is hier deze zomer al vier of vijf keer geoogst door de mensen uit Kivo's dorp, er blijven nog meer dan genoeg planten over. Enya zet haar kruidenmandje voorzichtig op de grond en ik geef haar de schaar, samen met een paar handschoenen. Dan gaan we allebei aan de slag.
"We kunnen nu best gewoon hele planten afsnijden en straks de laatste zak met alleen losse bladeren vullen," stelt Enya voor. Al maakt de toon in haar stem duidelijk dat ik haar beter niet tegenspreek. "Brandnetelsoep is altijd lekkerder als er meer bladeren dan stengels in zitten."
"Dat heb ik zelf ook al gemerkt," antwoord ik. "Je hebt stengels nodig om de soep dik genoeg te krijgen, maar ze zijn nogal taai."
"Hoe weet jij dat?" vraagt Enya verbaasd.
"Toevallig ontdekt toen ik in de Garage brandnetelsoep maakte," leg ik uit. "Achter onze box lag een veldje waar veel netels stonden. Ik was benieuwd hoe het zou smaken, want daarvoor had ik nog nooit zo'n soep gegeten."
"Dat dacht ik wel," mompelt Enya met een minachtende ondertoon in haar stem. "Dat jullie in het Capitool brandnetels als districtsvoer zouden zien."
"Ik vond het anders best wel lekker," antwoord ik verdedigend. "En de klanten van de Garage ook. Ze hebben mij zelfs gevraagd om die soep nog eens te maken, al had ik pas na de derde keer door dat je er meer bladeren bij moet doen."
Een paar minuten lang gaan we zwijgend door met ons werk. Pas nu valt het mij op hoe stil het hier is. Thuis hoorde je altijd het geraas van voorbijrijdende auto's, ook als je midden in een park zat. Maar de enige geluiden in het Wildbos komen van fluitende vogels - er zitten zelfs spotgaaien tussen - en de wind die door de bomen waait.
"Hoeveel mensen kwamen er eigenlijk naar de Garage?" vraagt Enya aarzelend wanneer we onze eerste lading netels in één van de zakken steken.
"Niet zo veel. Een stuk of vijfentwintig, denk ik. En daarvan waren er maar tien of elf die we echt bijna elke dag zagen. Je mocht er alleen maar binnen als één van de vaste bezoekers je de eerste paar keer meenam. Dat deden we om onbetrouwbare mensen weg te houden, want we waren altijd bang voor problemen met de vredebewakers."
"Jammer dat ze die box gesloten hebben. Jullie Garage is het enige goede dat ik ooit hoorde vertellen over het Capitool," zegt Enya. "Nooit gedacht dat ik zoiets nog zou meemaken."
Heel even vraag ik me af of ik me nu beledigd moet voelen. Maar toch betwijfel ik of Enya's opmerking echt wel hatelijk bedoeld was. Het klonk eerder alsof ze het verdwijnen van de Garage inderdaad spijtig vindt. Opeens besluit ik om gewoon eerlijk tegen haar te zijn. Enya zal dit soort dingen nooit aan vredebewakers doorgeven, daar ben ik echt wel zeker van. Dus kan ik haar gerust meer vertellen dan ik in de propo - die door duizenden mensen bekeken werd - heb gedaan.
"Eigenlijk waren er drie boxen in plaats van één," antwoord ik. "We wisten dat we vroeg of laat moeilijkheden konden krijgen, dus zo was het veiliger. Volgens mij weet de regering nog steeds niets over die twee andere garages."
"Drie boxen?" vraagt Enya. "Moesten jullie dan altijd verhuizen? En kwamen jullie vaak samen?"
Terwijl we verdergaan met het afsnijden van brandnetels, begin ik over mijn werk in de Garage te praten. Enya wil weten wat we daar precies deden. Dus leg ik haar uit dat we vooral veel naar de verhalen van onze klanten luisterden en dat we meestal ook een warme maaltijd klaarmaakten. Soms zelfs met dingen die uit een afvalcontainer waren gehaald. Geen enkele bezoeker heeft daar ooit over geklaagd. Vrijwel alle daklozen leven van de overschotten die ze kunnen verzamelen en ze hebben wel andere zorgen aan hun hoofd. Ik geef geduldig antwoord op elke vraag die Enya mij stelt, want om één of andere reden lijkt ons gesprek voor haar erg belangrijk te zijn.
"Ik ben een paar keer 's nachts met Doran meegegaan om de vuilbakken te doorzoeken," vertel ik nadat we onze tweede zak helemaal gevuld hebben. "Daarom vond ik het ook niet vies toen we in onze ziekenhuiskeuken afval van de paardenkantine moesten gebruiken."
Enya kijkt me een beetje verbaasd aan wanneer ik dat zeg. Tijdens mijn eerste dagen in district 10 pestte ze me vaak genoeg met het feit dat we hier regelmatig dingen eten die uit een vuilnisbak komen. En ook al heeft iedereen intussen op tv kunnen zien hoe ik thuis ooit zelf een zak aardappelen uit een afvalcontainer haalde, volgens mij heeft ze nooit de moeite genomen om daar echt verder over door te denken.
"Wie waren jullie klanten?" vraagt ze na een paar seconden stilte. "Ik bedoel, wat voor soort mensen zagen jullie vooral?"
"De meeste zijn bij ons terechtgekomen omdat ze hun werk kwijtgeraakt waren. In het Capitool krijg je hooguit zes weken uitkering en onze vakbond stelt eigenlijk ook niet veel voor. Die doet toch gewoon wat de regering wil."
"Maar bij jullie is er tenminste nog een vakbond," antwoordt Enya bits. "En wij zitten direct zonder geld als we geen werk hebben. Niet pas na zes weken."
Met een nijdige beweging haal ik het mes door de tros brandnetels die ik net wou lossnijden. De inwoners van mijn stad hebben inderdaad weinig reden tot klagen als je het vergelijkt met wat er in de districten gebeurt. Maar toch kan het leven bij ons ook hard zijn voor wie pech heeft. Iets wat Enya waarschijnlijk nooit helemaal zal begrijpen. Of toch? Daarnet leek ze echt te luisteren naar wat ik over de Garage vertelde. Ze heeft zelfs een paar dingen opnieuw gevraagd. Net als bij een verhoor, schiet het opeens door mijn hoofd. Tijdens onze spionnenopleiding heeft Fulvia uitgelegd hoe vredebewakers tewerk gaan om informatie uit een verdachte los te krijgen. Ze stellen soms met opzet na een kwartier nog eens dezelfde vraag. Voor een leugenaar is het dan moeilijk om niet door de mand te vallen. Je moet goed onthouden wat je eerder gezegd had en dat exact kunnen herhalen. Zou Enya nu iets gelijkaardigs aan het proberen zijn? Misschien wil ze zeker weten dat ik haar de waarheid vertel over de Garage. Ook al is dat precies wat ik tot nu toe heb gedaan.
"Veel klanten vertellen ons na een paar bezoeken zelf waarom ze dakloos geworden zijn," zeg ik om het gesprek weer op gang te brengen. "Maar voor sommigen is het moeilijk om erover te praten. We hebben bijvoorbeeld een vrouw die avox is en het niets eens durft op te schrijven."
"Ik wist eigenlijk niet eens wat avoxen waren voordat jij er gisteren in dat filmpje over begon," reageert Enya.
Heel even vraag ik me af hoe dat kan. Er zijn ruim genoeg mensen die deze straf krijgen. Maar dan herinner ik me hoe Katniss ooit in een interview vertelde dat ze pas voor de eerste keer avoxen zag toen ze als tribuut naar het Capitool ging. Enya vindt het vast maar niks dat de regering dit soort wrede straffen uitvoert. Of zou ze waarderen dat wij die mensen toch binnenlieten in de Garage?
Zodra we drie zakken vol brandnetels hebben verzameld, beginnen we met het plukken van aparte bladeren. Gelukkig zijn we met zijn tweeën en schiet het werk dus goed op. Dit zal straks ongetwijfeld een lekkere soep worden. Zeker met al die kruiden erbij. Net wanneer ik me bedenk dat we stilaan wel genoeg bladeren hebben - ook onze vierde zak is zo goed als vol - stelt Enya een nieuwe vraag.
"De zwervers in de Garage …" zegt ze aarzelend. "Wat vonden zij eigenlijk van de Hongerspelen?"
"O, die waren er allemaal tegen," antwoord ik eerlijk. "Ze wisten maar al te goed hoe het voelde om in de kou te slapen en altijd opgejaagd te worden. Volgens mij dachten zij er gewoon beter over na dan ik omdat ze zelf zo veel problemen hadden. En dat jouw broer met zijn manke voet moest meedoen, vonden ze al helemaal niks."
Meteen krijg ik spijt van die laatste paar woorden. Want ik weet dat ik me op glad ijs begeven heb door uitgerekend nu over Kivo te beginnen.
"Wat zeiden ze dan?" vraagt Enya gespannen.
Mijn gedachten gaan terug naar het vierenzeventigste Straatfestival. In het kort vertel ik Enya hoe ik na het einde van de tributeninterviews toevallig Dennis en zijn vrouw tegenkwam. Alcyone liet duidelijk merken dat ze boos was omdat er kinderen zoals Rue en Kivo in de Spelen zaten. Maar ze wisten allebei dat het toen nog te vroeg was om mij hun mening op te dringen, iets wat ze later tijdens ons gesprek bij hen thuis eerlijk aan mij hebben gezegd. Dennis beweerde dat het ook bij hem en Alcyone erg lang geduurd had voordat ze begrepen hoe wreed de spelen eigenlijk zijn. En Alcyone vertelde zelfs dat zij vroeger heel wat keren in de Nocturna was geweest om live te kunnen zien hoe de tributen stierven. Tot nu toe heeft Enya al bij al nog vrij rustig naar mijn verhaal geluisterd. Maar na die laatste opmerking gaat het toch nog fout.
"Het kan jullie dus echt niets schelen, hè," sist ze woedend. "Vanuit het veilige Capitool toekijken hoe de tributen in de arena voor hun leven vechten. Jij maakte er zelfs nog een feestje van. Lekker met je vriendinnen drinken en dansen terwijl er alweer iemand wordt doodgemarteld!"
Ik schrik zo van haar uitval dat ik niet verder kom dan wat onsamenhangend gestamel.
"Ik eh, ik-"
"Laat me met rust," snauwt Enya. Met een boos gebaar gooit ze haar schaar in één van de vier volle zakken. Dan raapt ze het kruidenmandje op dat nog steeds vlak voor haar voeten staat en draait ze zich demonstratief om. Gelukkig hebben we intussen ruim genoeg bladeren verzameld. Nu verder blijven plukken zie ik helemaal niet zitten.
Zonder nog een woord te zeggen tilt Enya twee zakken van de grond en begint ze in de richting van de Feestweide te lopen. Ik volg haar snel met de rest van onze brandnetels, want dit deel van het Wildbos ken ik niet goed genoeg om alleen terug naar het dorp te gaan. In mijn haast struikel ik over een omhoogstekende wortel en het scheelt geen haar of ik beland met veel geritsel tussen de struiken. Mijn rok blijft hangen aan een paar takken die vol doornen zitten. Ik heb twee handen nodig om ze los te trekken. Maar Enya blijft gewoon stevig doorstappen zonder ook maar één keer achterom te kijken.
Onze zoveelste ruzie, denk ik ontmoedigd terwijl ik achter haar aan ren. Hoe kan ik haar uitleggen dat het als capitoolinwoner heel normaal is om de Spelen in een discotheek te volgen, en dat Alcyone en ik vroeger gewoon niet beter wisten? Al snap ik wel waarom Enya nu zo kwaad is op mij. Haar broer moest die nacht op de vlucht voor een enorme bosbrand - met een mank been dan nog - en ik heb vanuit een feestvierende mensenmassa toegekeken. Je zou voor minder boos worden. En tegelijk voel ik weer de schaamte opkomen omdat ik daar ooit zelf aan heb meegedaan.
We zijn de Feestweide al bijna overgestoken wanneer ik Enya eindelijk inhaal. Toch durf ik niet naast haar te gaan lopen. De kans is veel te groot dat ze mij opnieuw begint uit te schelden. Ik kijk naar haar rug en hoor haar een paar keer een vreemd, snuivend geluid maken. Zou ze nu aan het huilen zijn? Het lijkt wel alsof haar echte woede al wat gezakt is. Maar ik weet dat ik voorlopig beter mijn mond hou.
Minstens een kwartier lang zetten we zwijgend onze weg verder. Pas wanneer we bij een kleine open plek in het bos komen, blijft Enya staan om naar een groepje appelbomen te kijken. Eigenlijk is het nu wat te vroeg om hier al te plukken. De meeste appels zijn nog helemaal groen. Toch hangen er recht boven ons twee exemplaren die iets rijper lijken dan de rest. Enya zet de zakken met brandnetels opzij en strekt haar armen. Maar zelfs als ze daarna ook op haar tenen gaat staan, komt ze minstens twintig centimeter te kort.
"Ik kan er niet bij. Probeer jij eens?"
Gelukkig ben ik een stuk groter dan Enya. Ik rek me zo ver mogelijk uit en trek de tak een beetje naar beneden. Even later houd ik beide appels in mijn handen. Enya kiest er één uit en stelt voor dat we ze gewoon tijdens het wandelen opeten. Als we nu flink doorstappen, kunnen we rond het middaguur weer in het dorp zijn.
Ik zet mijn tanden in de appel en neem een eerste hap. Het kost mij heel wat moeite om mijn gezicht in de plooi te houden, want deze zure smaak ben ik niet gewend. De winkels van het Capitool verkopen hun fruit pas als het echt volledig rijp is. Maar ik heb honger - na het ontbijt zijn we direct op pad gegaan - en in district 10 klaag je best niet te veel over een detail als dit. Dus besluit ik om mijn appel gewoon helemaal op te eten. Ik sta net op het punt om het afgekloven klokhuis in de struiken te gooien wanneer me een vreemde gedachte te binnen schiet.
Enya heeft die appels door mij laten plukken. Eerlijk gezegd had ik verwacht dat ze nog liever zelf met de grootste moeite in de boom zou klimmen in plaats van mijn hulp te vragen. Zeker als je bedenkt waarom we zoveel in lengte verschillen. Ik kreeg thuis altijd genoeg te eten en zij niet. Maar eigenlijk was vandaag de eerste keer dat Enya min of meer normaal tegen mij deed. Het meeste van wat ze daarstraks zei, was vooral tegen het Capitool gericht en niet echt tegen mij persoonlijk. Behalve natuurlijk onze ruzie over de Nocturna. En misschien had ik die toch vooral aan mezelf te danken.
Zouden Vale en Iris dan toch gelijk krijgen? vraag ik me af zodra de daken van het dorp weer in zicht komen. Ik weet dat Enya en Nuvie de propo over Kivo van begin tot einde gezien hebben, want gisterenavond is er niemand weggegaan tijdens de uitzending. Al betwijfel ik nog steeds of je met zo'n filmpje echt iemands mening kan veranderen.
Het is al tien na twaalf 's middags wanneer Enya en ik het dorp binnen wandelen. Enya loopt rechtstreeks door naar het huisje van Nuvie's ouders om onze brandnetels af te geven. Zelf ga ik even langs bij Vale en Iris. Zij bewaren in hun keuken de enige mixer van het hele dorp, een eenvoudig model dat op batterijen werkt en door iedereen gebruikt mag worden. Wanneer ik aanklop, is het Iris die de deur opendoet. Ik wacht in de woonkamer terwijl zij de mixer gaat halen en kijk met een half oog naar de tv. Blijkbaar is er net een modeprogramma bezig. Maar ik kan me niet voorstellen dat Iris speciaal hiervoor de televisie opzet.
"Hebben de rebellen nog iets uitgezonden?" vraag ik haar wanneer ze in de deuropening verschijnt met de mixer in haar handen.
"Alleen herhalingen. Daarstraks lieten ze het bezoek van Katniss bij de gewonden van district 8 nog eens opnieuw zien. En je hebt net een fragment gemist waar je zelf in zat. Iets met een reeks lessen voor rebellen die vanuit een ander district naar 13 gevlucht zijn."
"Zou best kunnen," antwoord ik. "Fulvia heeft me in de school gefilmd nadat we klaar waren met Kivo's propo."
Het is niet moeilijk te raden waarom die beelden uitgerekend nu op tv komen. Waarschijnlijk heeft Fulvia zelf aan Beetee gevraagd om ze vandaag te tonen. De regering moet denken dat ik echt in district 13 woon. Ook al zijn de gevechten bij ons nu voorbij, dit blijft voorlopig toch het veiligste voor iedereen. Zeker nu duizenden mensen het 'In onze herinnering' - spotje van Kivo gezien hebben.
"Waar is Vale eigenlijk?" vraag ik terwijl ik de mixer van Iris overneem.
"Die is een uur of twee geleden samen met Doran naar de stad vertrokken. Milo heeft een vergadering bijeengeroepen om te praten over de heropbouw van district 10. Vale is ook uitgenodigd omdat wij al jaren Fagetri leiden. Ik denk dat ze pas vanavond laat terug zullen zijn."
"En Doran moest natuurlijk mee omdat hij vroeger bouwvakker was," begrijp ik. Ook al zijn de huizen van district 10 heel eenvoudig vergeleken met de moderne appartementen in het Capitool, toch denk ik dat zijn kennis weleens van pas kan komen.
Even later wandel ik naar het huis van Nuvie's ouders om de mixer af te geven. Gelukkig zitten er sinds vorige week nieuwe batterijen in. Enya en twee andere kinderen uit het dorp zijn druk bezig met alle brandnetelstengels in stukjes te snijden en er staat al een grote ketel water op te warmen. Zelf ook gaan meekoken lijkt me nu weinig zinvol. Ik leg de mixer op de keukentafel en besluit dan om naar de ziekenhuistent te gaan. Lucas heeft me vandaag niet ingeroosterd, maar misschien kunnen hij en Nuvie wel wat extra hulp gebruiken.
Wanneer ik voor de ingang van de tent sta, vertelt Lucas me dat ook hij niet veel werk voor me heeft. Deze voormiddag - toen ik samen met Enya in het bos was - zijn er vijf nieuwe patiënten aangekomen. Allemaal mensen die tot nu toe in de kalkoenkwekerij verbleven maar door de hoofdarts naar hier gestuurd zijn. Gelukkig vallen hun verwondingen nog mee en heeft Nuvie hen daarstraks al verzorgd. Uiteindelijk vraagt Lucas me om onze operatiekamer grondig schoon te maken. Dat moet dringend gebeuren en er is nu in ieder geval genoeg tijd voor.
Enkele minuten later ga ik aan de slag met een emmer voorgekookt water en een speciaal desinfectiemiddel voor ziekenhuismeubilair. Aan het capitoolembleem op de fles te zien komt ook dat spul uit de trein. Net wanneer ik wil beginnen aan het ontsmetten van de operatietafel, hoor ik achter mijn rug mijn eigen naam vallen. Onwillekeurig spits ik mijn oren. Deze tent heeft natuurlijk geen echte muren en daarstraks werden er een paar bedden verschoven om plaats te maken voor de nieuwe gewonden. De twee mannen die nu met elkaar aan het praten zijn, liggen vlak bij het kunststof zeil dat onze operatiekamer scheidt van de grote zaal. Ze weten duidelijk niet dat ik hier ben en hun gesprek woord voor woord kan verstaan. Veel van onze patiënten zijn nog steeds te zwak om op eigen kracht naar het dorp te komen, maar blijkbaar heeft het verhaal over Kivo's spotje ook in dit hospitaal al de ronde gedaan.
"Ik vind het schandalig dat de mensen van het Capitool Vomito durven te drinken," moppert één van de twee mannen. "Alsof er in Panem niet genoeg uitgehongerde kinderen zijn."
"Tot gisteren wist ik niet eens dat er zo'n drankje bestond, al heb je groot gelijk," fluistert de andere terug. "Maar toch geloof ik Aludra als ze zegt dat ze het die ochtend gedronken heeft om de dood van Kivo niet te hoeven zien."
"Waarom?" wil zijn vriend meteen weten.
"Dat is toch logisch? Aludra is slim genoeg om te snappen dat wij heel boos worden van het idee dat iemand met opzet zijn eten weer overgeeft. Volgens mij zou ze zoiets nooit speciaal verzinnen voor een filmpje van de rebellen. Wat betekent dat ze in die propo gewoon de waarheid vertelt."
"Daar had ik nog niet echt bij stil gestaan," geeft de andere man toe.
"Ze moet trouwens geweten hebben dat een overdosis van welk medicijn dan ook altijd gevaarlijk is," gaat de tweede patiënt verder. "Dus ik denk niet dat ze het uit aanstellerij deed. Ik zou nooit met opzet iets drinken waar ik echt ziek van word als er geen heel goede reden voor was."
Vreemd genoeg voel ik me opeens een stuk beter. Eerst was ik bang dat dit gesprek alleen over het slechte Capitool en zijn egoïstische inwoners zou gaan. Maar volgens mij zijn deze twee gewonden nu toch bereid om te geloven dat ik de dood van Kivo oprecht erg vond. Ze blijven nog even doorpraten over het spotje van gisterenavond en ik hoor hen tegen elkaar zeggen dat ze helemaal geen daklozen in het Capitool verwacht hadden. Al is het misschien niet eens zo vreemd, merkt één van beide mannen op. Het Capitool heeft zich nooit druk gemaakt over het lot van zwakkere mensen. Kijk maar naar wat er met Rue en Kivo gebeurd is. Waarom zou je dan niet op straat kunnen belanden als je heel veel pech hebt?
Dat heeft hij juist begrepen, denk ik in mezelf. Misschien krijgen de inwoners van 10 nu toch in de gaten dat de regering van Snow zo'n dingen al jaren voor hen verbergt om te doen alsof het Capitool perfect is en iedereen te kunnen onderdrukken. Pas dan dringt het tot me door dat ik hier al zeker vijf minuten sta te niksen met een steriele doek en een fles ontsmettingsmiddel in mijn handen. Snel ga ik verder met het poetsen van de operatietafel. Gelukkig is die gemaakt van een materiaal dat gemakkelijk te reinigen valt.
Wanneer ik klaar ben met schoonmaken, komt Lucas me vertellen dat Nuvie en ik mogen vertrekken. We hebben de afgelopen paar dagen hard genoeg gewerkt en voorlopig is er toch niets meer te doen. Dus keren we allebei terug naar het dorp. Ik wandel net lang het huis van Vale en Iris wanneer ik door het openstaande raam hoor hoe de klank van de tv verandert. Alsof het gewone programma abrupt wordt onderbroken. Het volgende moment komt Iris naar buiten en roept ze iedereen van het dorp bij elkaar. Blijkbaar hebben de rebellen net aangekondigd dat ze vandaag heel bijzondere beelden zullen uitzenden. Iets wat geen enkele inwoner van Panem mag missen.
Even later zitten we met zijn allen in de woonkamer. Nu zijn de rebellen er toch wel in geslaagd om mij nieuwsgierig te maken. Dan verschijnt het plein voor het oude gerechtsgebouw van district 13 in beeld. Katniss zit op een omgevallen marmeren zuil en kijkt vastberaden in de camera. Ze ziet er al beter uit dan in het filmpje van gisteren en ze is duidelijk bereid om terug te vechten. Toch wordt haar interview ook deze keer erg kort gehouden. Alsof de rebellen van plan zijn om vlak erna nog iets anders te tonen.
"Ik zal alles doen wat nodig is om het Capitool te vernietigen. Ik ben eindelijk vrij," zegt Katniss met een uitdagende ondertoon in haar stem. "President Snow heeft ooit aan mij toegegeven dat het Capitool kwetsbaar was. Op dat moment snapte ik niet wat hij bedoelde. Ik kon niet helder denken, omdat ik zo bang was. Maar nu ben ik dat niet meer. Het Capitool is kwetsbaar omdat het voor alles afhankelijk is van de districten. Eten, energie, zelfs de vredebewakers die ons in de gaten moeten houden. Als wij onszelf vrij verklaren stort het Capitool in elkaar. President Snow, dankzij u verklaar ik mijzelf vandaag officieel vrij."
Natuurlijk heeft Katniss gelijk, besef ik onmiddellijk. Ik heb er nog nooit eerder op die manier over nagedacht, maar in het Capitool staan alleen winkels, kantoren en scholen. Geen echte fabrieken of boerderijen. Alles wat wij in ons dagelijks leven nodig hebben, wordt door de districten gemaakt. Maar ik krijg niet echt de tijd om nog verder over haar woorden na te denken. Want het volgende moment verschijnt Finnick op het scherm. En hij geeft een interview dat niemand in Panem ooit zal kunnen vergeten.
"President Snow … verkocht mij. Mijn lichaam, bedoel ik," begint Finnick zijn verhaal. Hoewel hij erin slaagt om zijn stem vrij neutraal te laten klinken, kan je zo de spanning op zijn gezicht zien. "Ik was niet de enige. Als men een winnaar aantrekkelijk vindt, geeft de president je weg als beloning of mogen mensen je voor een exorbitant bedrag kopen. Als je weigert, vermoordt hij iemand van wie je houdt. En dus doe je het."
Ik blijf roerloos zitten met mijn ogen strak op het tv-scherm gericht en probeer de andere mensen om me heen te negeren. Maar zelfs dan kan ik hun blikken voelen. Het is niet moeilijk te raden wat ze nu denken. In de propo van Kivo gaf ik zelf toe dat Finnick bij ons thuis op bezoek is geweest en iedereen van dit dorp weet dat mijn ouders veel geld hebben. Toch komt het niet bij me op om de kamer uit te gaan. Dat zou laf zijn.
"Ik was niet de enige, maar ik was wel de populairste," gaat Finnick verder. "En misschien ook wel de meest weerloze, omdat de mensen van wie ik hield zo weerloos waren. Mijn klanten gaven vaak cadeaus in de vorm van geld of sieraden om hun schuldgevoel af te kopen, maar ik ontdekte een veel waardevoller betaalmiddel."
Geheimen, denk ik in mezelf voordat Finnick het woord hardop uitspreekt. Zelf wist ik dat natuurlijk al. Ook ik heb Finnick destijds dingen verteld die voor districtsinwoners verborgen moeten blijven. Maar aan de gezichten van de mensen in de woonkamer te zien, is het de eerste keer dat zij dit horen. Misschien dachten zij - net als ik vroeger - dat Finnick uit vrije wil bij rijke mensen op bezoek ging. Terwijl Snow hem gedwongen heeft om het te doen. Voor de zoveelste keer krijg ik het gevoel dat ik me voor mijn capitoolafkomst moet verantwoorden. Ook al is het niet echt mijn schuld dat de winnaars zo behandeld werden, er is weinig reden om nu trots te zijn op de stad waar ik geboren ben.
"En ik zou maar blijven kijken als ik u was, president Snow, want een heleboel van die geheimen gingen over u," zegt Finnick terwijl hij uitdagend in de lens van de camera kijkt. "Maar laten we beginnen met een paar andere."
Heel even klinkt er ruis door de luidsprekers en zien we beelden van het gewone middagjournaal. Dan is Finnick weer terug om zijn meest ophefmakende geheimen met ons te delen. Eerst is wat hij vertelt vooral gênant, en eigenlijk ook wel een beetje grappig. Ik had nooit durven dromen dat er zoveel bizarre seksuele fantasieën bestonden. Gelukkig noemt Finnick de namen van mijn ouders niet, want ik heb hem vorige zomer nog iets gezegd over de doos met speeltjes die ik in hun kleerkast had gevonden. In de plaats daarvan vertelt hij verhalen over andere klanten. Zij hadden soms nog veel vreemdere wensen waar allerlei rare kleren en absurde rollenspelen aan te pas kwamen. Ik betrap mezelf erop dat ik zachtjes zit mee te grinniken, totdat ik besef hoe moeilijk het voor Finnick moet zijn om hierover te praten. Misschien vond hij veel van die dingen zelf helemaal niet leuk om te doen. Maar hij had helaas geen keuze.
Na een paar minuten verandert Finnick van onderwerp. Veel van zijn klanten zijn beroemdheden in het Capitool. In dat wereldje wordt meer dan genoeg geroddeld. Finnick vertelt een uitgebreid verhaal over een populaire zanger en een bekende actrice die pas twee jaar geleden met elkaar getrouwd zijn en voor het oog van de camera's een droomkoppel vormen. Maar in werkelijkheid hebben ze allebei al een hele reeks minnaars gehad zonder dat ze het van elkaar weten. Ik durf er mijn verplegersband om te verwedden dat Finnick nu een zware echtelijke ruzie veroorzaakt heeft. Daarna vertelt hij nog iets over de chef-kok van een heel bekend restaurant, die in zijn keuken af en toe producten gebruikt waarvan de vervaldatum al bijna een week overschreden is. Gewoon omdat hij te gierig is om zijn voorraden correct aan te vullen. Hier in district 10 ligt niemand echt wakker van zoiets, zeker niet als je bedenkt dat die versheidsdata toch altijd veel te ruim berekend worden. Maar in het Capitool zullen vrijwel alle mensen het een walgelijk idee vinden en is het ook wettelijk verboden. Morgenochtend zullen de kranten en tijdschriften hier zeker een paar artikels over schrijven. En het is zeer twijfelachtig of dat restaurant na deze uitzending nog veel bezoekers zal trekken.
Maar dan schakelt Finnick over op beschuldigingen die nog een heel stuk erger zijn. Hij vertelt over zakenmannen die massa's smeergeld betalen of hun vennoten oplichten, om zo nog rijker te worden dan ze al waren. Hoe sommige politici contacten leggen bij mensen uit het criminele milieu in een poging meer macht te verwerven. Zelfs als ze daarvoor over lijken moeten gaan. Ik zit geschokt te luisteren, want ik herken alle namen die Finnick opsomt. Een aantal van deze personen heb ik zelfs al in levende lijve ontmoet op feestjes voor belangrijke mensen in het Capitool. Toch ben ik er van overtuigd dat Finnick niets verzonnen heeft. Daarvoor zijn de dingen die hij vertelt veel te gedetailleerd.
We krijgen nog twee korte stukjes uit het normale middagjournaal te zien en de technische dienst van het Capitool probeert zelfs een paar keer om het beeld gewoon op zwart te zetten. Maar het haalt weinig uit. Finnick blijft met nieuwe verhalen komen, en elke roddel is grover dan de vorige. Afpersing. Hoogverraad. Incest. Brandstichting. Deze rebellenuitzending zal het hele Capitool voor weken in rep en roer zetten. Maar Finnick is nog niet klaar.
"En dan nu over naar onze fijne president Coriolanus Snow," zegt hij op een manier die tegelijk sarcastisch en triomfantelijk klinkt. "Nog zó'n jonge vent toen hij aan de macht kwam. En zo slim dat hij die al die tijd heeft weten te behouden. Hoe, vraagt u zich vast af, heeft hij dat voor elkaar gekregen? Eén woord. Dat is eigenlijk het enige wat u hoeft te weten. Gif."
Tot nu toe geloofde ik altijd dat ik een heleboel wist over de politieke loopbaan van president Snow. Op school kregen we vaak genoeg te horen hoe hij van Panem een rijk en welvarend land maakte. Maar nog voordat Finnick twee minuten ver is, blijkt dat ik eigenlijk gewoon niets weet. Snow heeft nog meer bloed aan zijn handen kleven dan alle anderen samen. Volgens Finnick heeft hij bijna al zijn politieke tegenstanders vermoord en zelfs een aantal bondgenoten die hij niet helemaal vertrouwde. Toch heeft niemand hem ooit kunnen ontmaskeren, bij gebrek aan bewijsmateriaal. Want Snow speelde het sluw. Hij vergiftigde de wijn die hij aan zijn gasten serveerde en dronk zelf uit de glazen om alle geruchten in de kiem te smoren. Zo is hij er bijvoorbeeld in geslaagd om de vorige topman van de Vereniging Voor Werknemers uit de weg te ruimen. Snow vond dat die organisatie - onze vakbond in het Capitool - te veel macht kreeg. Volgens het officiële medische verslag is de vroegere voorzitter bezweken aan een onopgemerkte zwakke plek in zijn aorta. Maar de steenrijke hartspecialiste met wie Finnick één nacht geslapen heeft, wist wel beter.
"Toch werkt tegengif niet altijd," zegt Finnick. "Wie heeft zich al eens afgevraagd waarom Snow in zijn kostuum altijd een geparfumeerde roos draagt? Dat zal ik jullie nu vertellen."
Dan bevestigt Finnick een roddel die ik vroeger al een paar keer gehoord heb. Zelf hechtte ik er weinig geloof aan en ik ben nooit dicht genoeg in de buurt van de president geraakt om het te kunnen ruiken. Maar volgens sommige mensen hangt rond Snow altijd een geur van bloed. Men zegt - zo beweert Finnick nu - dat het antigif niet sterk genoeg was om hem volledig te beschermen. Dat hij in zijn mond open zweren heeft die ongeneselijk zijn. Het parfum van de rozen moet de bloedgeur in zijn adem verbergen. Maar zelfs dat hield president Snow niet tegen om nog meer moorden te plegen. Blijkbaar heeft hij een lijst en niemand weet wie het volgende slachtoffer wordt.
Minstens twintig volle minuten lang blijft Finnick beschuldigingen aan het adres van de president opsommen. Heel Panem kan meeluisteren, want ik weet zeker dat de rebellen dit filmpje overal zullen tonen. Zowel in de districten als in het Capitool. En het lukt de technici van het nationale televisiekanaal niet meer om de uitzending nog te onderbreken. Ik zit verbijsterd te luisteren, want het verhaal over de bloedzweren had zelfs ik niet verwacht. Snow heeft er vandaag ongetwijfeld een heleboel politieke vijanden bij gekregen.
Wanneer de uitzending van district 13 eindelijk afgelopen is, beginnen de mensen in de woonkamer druk met elkaar te praten. Nog nooit heeft iemand het aangedurfd om deze geheimen over het Capitool en zijn geliefde president aan de grote klok te hangen. En ook al waren de meeste van Finnicks roddels zelfs voor mij helemaal nieuw, toch heb ik nog steeds het gevoel dat iedereen me aanstaart. Dus glip ik snel naar buiten en keer ik terug naar de ziekenhuistent. Misschien kan ik zo mijn gedachten ergens anders op richten.
Gelukkig vraagt Lucas me niet waarom ik vandaag al voor de tweede keer spontaan kom meehelpen. Hij laat me de bijna lege infuuszak van patiënt nummer twaalf vervangen en we kloppen samen het beddengoed uit van een paar mensen die hier al een week liggen. We staan nog voor de ingang van de tent en vouwen net het laatste laken op wanneer Iris en Nuvie's vader komen aangelopen. Met zijn tweeën dragen ze een grote ketel waar de stoom nog uitkomt.
"Onze brandnetelsoep heeft nu wel lang genoeg gekookt," zegt Iris terwijl ze de ketel op een grote, platte steen neerzetten. "Door die tv-uitzending waren we het bijna vergeten, maar we waren nog net op tijd om te voorkomen dat hij zou aanbranden."
Lucas stuurt me meteen naar het dorp om extra borden en bekers te gaan halen. Gelukkig willen de meeste mensen zelf helpen met uitdelen. Een kwartiertje later zitten alle patiënten rustig te eten. Er blijft nauwelijks soep over, maar toch kan ik het niet laten een klein slokje te proeven. De smaak is anders dan ik gewend ben omdat we geen echte bouillonblokjes gebruikt hebben. Al moet ik toegeven dat de kruidenmengeling van Enya de soep erg lekker maakt. Haar broer moet echt een goede kok zijn geweest.
Zodra iedereen klaar is, was ik samen met Enya alle servies en lepels af. Daarna gaan we terug naar het dorp. Andrew en Noria zijn intussen ook thuis en willen aan het eten beginnen. Via de voedselbedelingen van Milo hebben we een grote bloemkool en vijf worsten gekregen, meer dan genoeg voor een naar districtsnormen uitgebreid avondmaal. Noria en ik staan net op het punt om de houtkachel aan te maken wanneer Iris ons opnieuw komt halen. Blijkbaar is er alweer iets belangrijks op tv. En deze keer is het geen filmpje van de rebellen.
Voor de tweede keer vandaag verzamelen bijna alle mensen van het dorp zich bij Vale en Iris thuis. De capitoolzender heeft net haar gewone zendschema onderbroken om een extra journaal in te lassen. We zien een nieuwslezer in beeld verschijnen die met een ernstig gezicht zegt dat het Capitool een zeer chaotische dag achter de rug heeft. Rond half drie vanmiddag is in grote delen van de stad onverwachts de stroom volledig uitgevallen. Verkeerslichten werkten niet meer, overal vormden zich gigantische files, liften bleven tussen twee verdiepingen hangen en veel winkels hebben bijna al hun diepvrieswaren moeten weggooien. Nog geen drie kwartier later volgde het tweede incident. Een bomaanslag in één van de belangrijkste overheidsgebouwen. Dat is sinds de Donkere Dagen nooit meer gebeurd en veroorzaakte dus heel wat paniek. Tot overmaat van ramp verloor de brandweer kostbare tijd omdat hun wagens vast geraakten in de verkeerschaos. Het vredebewakersleger was zo druk bezig met de situatie in de stad onder controle te krijgen dat men te laat de echte bedoeling van de rebellen ontdekte. Ze hebben verdovingsgas door de ventilatiebuizen van de Centrale Gevangenis gepompt en drongen daarna het gebouw binnen om alle Winnaars mee te nemen.
"Peeta Mellark, Johanna Mason en Annie Cresta zijn ontvoerd door een kleine maar zwaarbewapende legereenheid van de rebellen," bevestigt de vredebewakersofficier die nu in de studio zit. "Heel waarschijnlijk worden ze op dit moment naar district 13 gebracht, net als de spionnen die deze missie van hieruit gesteund hebben."
De mensen achter mij beginnen zachtjes te applaudisseren. Dit is het beste nieuws sinds de val van district 10. Ik hoor zeggen dat men het woord 'ontvoering' beter door 'bevrijding' zou vervangen, maar dan geeft Iris aan dat ze graag verder wil luisteren. Het extra journaal is nog niet afgelopen.
"Die spionnen, zijn dat burgers van het Capitool?" wil de nieuwslezer weten.
"Inderdaad," knikt de man in vredebewakersuniform. "Helaas kunnen we geen van hen arresteren. Ze zijn samen met de anderen gevlucht en hun hovercraft is intussen al buiten ons bereik."
Die uitleg vind ik eerlijk gezegd toch maar vreemd. Ik heb lang genoeg in Plutarchs verzetgroep gezeten om te weten dat het regeringsleger zelf ook een paar zeer snelle hovercrafts bezit. Zou het echt onmogelijk zijn om een toestel in te halen dat drie waardevolle gevangenen aan boord heeft? En waarom moet een elektriciteitspanne meteen tot zo'n enorme chaos leiden? Goed, het gebeurt uiterst zelden dat we in het Capitool problemen hebben met de stroomtoevoer. Ik kan me zelfs niet meer herinneren wanneer de laatste keer was. Misschien zijn wij gewoon te veel afhankelijk geworden van elektriciteit, schiet opeens door mijn hoofd. In dit dorpje leeft bijna iedereen zonder. Iets dat wij niet meer kunnen. Maar veel tijd om daar verder over na te denken krijg ik niet, want het volgende moment verschijnt president Snow zelf op het scherm. Vanuit zijn paleis leest hij een korte boodschap voor waarin hij wraak zweert voor deze ontvoering. En hij zal die wraak nu onmiddellijk uitvoeren.
Dan schakelt men over naar livebeelden uit de Centrale Gevangenis. In één oogopslag herken ik de vier mensen die geknield en met de handen achter de rug gebonden op de grond zitten. Hun foto's hebben vaak genoeg in de krant gestaan. Styliste Portia en de rest van Peeta's voorbereidingsteam. Iedereen om me heen kijkt geschokt toe wanneer een vredebewaker bij hen komt staan met een pistool in zijn hand. Hij drukt de loop van het wapen tegen Portia's slaap en haalt zonder aarzelen de trekker over.
Gelukkig heeft Iris nog net op tijd de klank van het televisietoestel afgezet. Maar zelfs dan lijkt het alsof de knal van het schot door de woonkamer galmt. Ik sla mijn beide handen voor mijn gezicht en probeer de herinnering weg te duwen die nu weer bovenkomt. Zou die patrouille in de Transfer het vijf zomers geleden ook op deze manier hebben gedaan? Om één of andere reden weet ik zeker van wel. Ook al heb ik het toen alleen maar gehoord en niet gezien. Wanneer ik bijna een volle minuut later eindelijk weer durf te kijken, liggen Portia en haar hulpstylisten alle vier dood op de vloer van hun cel. Daarna krijgen we opnieuw beelden uit het presidentiële paleis. Iris zet snel de klank weer aan, want we moeten weten wat Snow ons te vertellen heeft.
"Laat dit een waarschuwing zijn voor alle inwoners van Panem," zegt de president terwijl hij kaarsrecht achter zijn bureau zit. "Iedereen - jong of oud, arm of rijk - die met de rebellen probeert samen te werken zal daarvoor boeten. Op verraad staat nog steeds de zwaarste straf. Wij zullen ons met alle mogelijke middelen blijven verdedigen tegen aanvallen, listen of spionage van onze vijanden."
Daarna wordt het scherm zwart en zien we het Capitoolembleem in beeld verschijnen als teken dat deze nooduitzending afgelopen is. Een paar tellen lang blijft iedereen in de woonkamer stil. Alsof we nog niet helemaal van de schok bekomen zijn. Dan draait een wat oudere man op de eerste rij zich om. Ik kan me niet direct herinneren hoe hij heet, want hij is pas sinds deze middag terug hier na twee weken in de stad gewerkt te hebben. Maar zijn woorden zijn wel degelijk voor mij bedoeld.
"Je mag wel trots zijn op de stad waar je vandaan komt," zegt hij sarcastisch.
Ik hap naar lucht, niet in staat om iets te zeggen. Het lijkt een eeuwigheid te duren voordat ik mijn stem weer terugvind.
"Zij waren in het Capitool geboren," antwoord ik terwijl ik probeer om mijn woede te bedwingen. "En het heeft hen niet geholpen. Wij zijn dus heus niet veiliger dan jullie."
Ik zet mijn handen tegen de vloer en kom in één beweging overeind uit mijn kleermakerszit. Waren Doran en Vale maar hier, zij zouden misschien weten hoe je een ruzie als deze kan uitpraten. Maar nu lijkt het mij beter om gewoon weg te gaan. Nog geen tien seconden later sta ik in mijn eentje buiten op straat en haal ik een paar keer diep adem in een poging om te kalmeren. Zonder er nog verder bij na te denken, begin ik naar het Wildbos te lopen.
Het ergste is dat die man eigenlijk gelijk heeft. Zelden heb ik me meer geschaamd voor mijn geboortestad dan nu. Vijfenzeventig jaar lang hebben we alle districtsinwoners onderdrukt en hun kinderen naar de arena gestuurd. Nog geen twee weken geleden werd het ziekenhuis van district 8 verwoest, waarbij tientallen patiënten gestorven zijn zonder dat ze zich konden verdedigen. En vandaag heeft president Snow vier onschuldige mensen laten vermoorden. Van Portia weet ik het niet helemaal zeker omdat zij Cinna's vrouw was, maar haar drie hulpstylisten hebben nooit samengewerkt met de rebellen. Op geen enkele manier. Anders zou ik dat beslist eens gehoord hebben tijdens één van onze verzetsvergaderingen. En toch zijn ze nu dood. De enige reden waarom ze daarnet op zo'n brutale manier geëxecuteerd werden, is dat ze de pech hadden om toevallig Peeta's voorbereidingsteam te zijn.
Ik gris een tak van de grond, breek hem doormidden en gooi de twee helften zo ver mogelijk het bos in. Maar zelfs dat helpt niet om mijn woede af te reageren. In gedachten schreeuw ik de meest verschrikkelijke scheldwoorden naar president Snow, de voltallige regering en elke vredebewaker die ik ooit ben tegengekomen - behalve Andromeda dan. Zij maken de levens van duizenden mensen kapot. Dat van de tributen, dat van hun families, dat van alle ziekenhuispatiënten die gestorven zijn omdat we te weinig medicijnen hadden of omdat hun hospitaal gebombardeerd werd. En eigenlijk ook dat van mij. Ik zal nooit meer ergens volledig thuishoren. Niet hier en niet in het Capitool.
Hoe zei Katniss het deze middag ook alweer tijdens haar interview? Ze zou alles doen wat nodig is om het Capitool te vernietigen. Wel, mijn steun krijgt ze. Vanaf nu zal ook ik mij tot het uiterste inzetten om de regering van Snow omver te werpen. En daarvoor ben ik bereid heel ver te gaan.
En dit was hoofdstuk 16. De titel spreekt wel voor zich, denk ik … niet alleen de executie van Portia en Peeta's voorbereidingsteam, maar ook heel wat andere dingen in dit hoofdstuk hebben Aludra nog maar eens het gevoel gegeven dat ze zich voor haar capitoolafkomst moet schamen. Ook al gaat het dan vaak over zaken waar ze zelf eigenlijk niet zo veel aan kan doen. Toch moet ik toegeven dat dit voor mij een interessant hoofdstuk was om te schrijven. Dat geldt vooral voor de geheimen van Finnick. In het originele boek werd hier niet heel diep op ingegaan, dus ik kon dit voor een groot deel zelf invullen.
Dan hebben we nog het gesprek tussen Aludra en Enya in het begin van dit hoofdstuk. Ik ben benieuwd naar jullie reacties hierop, want Enya heeft zich deze keer bij momenten toch wel anders gedragen dan we van haar gewend zijn.
Tot slot wil ik nog iets zeggen over de brandnetels. Zelf heb ik al verschillende keren brandnetels geplukt om er soep van te maken (in de winkel verkopen ze dit niet). Daardoor weet ik dat je best meer bladeren dan stengels gebruikt omdat de soep anders nogal vezelig wordt. Als ik brandnetels verzamel, neem ik naast volledige planten ook altijd een hele lading losse bladeren mee. Het werkt echt! En het klopt ook dat brandnetels vaak - maar zeker niet altijd - samen met kleefkruid groeien. Als jullie een wandeling in de vrije natuur maken, moet je daar maar eens op letten.
