HOOFDSTUK 18: ANGST
Ik sla mijn twee handen voor mijn gezicht en probeer om het geroezemoes van de mensen om me heen buiten te sluiten. Maar dat helpt niet om de paniek te onderdrukken die zich van me meester begint te maken. In gedachten zie ik mezelf weer bij de telefoon van villa nummer twaalf staan om met Plutarch over district 9 te praten. Dankzij mijn domme opmerking zijn de levens van alle mensen in het Capitool - ook die van mijn vrienden en familie - nu in groot gevaar.
Ik schrik wanneer iemand plots mijn linkerarm vast neemt. Doran trekt me voorzichtig overeind en wenkt Vale. Verschillende mensen gaan opzij om ons door te laten terwijl ze me de kamer uit leiden. Mijn voeten volgen hen als vanzelf zonder dat ik me er echt bewust van ben. Ik heb het gevoel dat alles in een soort droom gebeurt. Pas wanneer Vale me op een houten stoel laat neerzitten, besef ik dat ze me naar de keuken hebben gebracht.
"Aludra, is alles in orde?" vraagt Doran op een toon alsof hij tot me door probeert te dringen. "We snappen dat je nu heel bang bent, en ik geef toe dat ik zelf ook flink geschrokken ben. Maar-"
"Het is allemaal mijn schuld," gooi ik er opeens uit. Mijn stem hapert en de druk op mijn borstkas lijkt mijn keel bijna dicht te knijpen. "Ik heb Plutarch op dit idee doen komen."
"Toen je samen met Milo naar de Winnaarswijk ging?" vraagt Vale.
"Ja," fluister ik schor. Mijn handen klemmen zich stevig rond de zitting van de stoel, want ik merk dat ik nog steeds aan het trillen ben. Maar toch dwing ik mezelf om de waarheid op te biechten.
"Plutarch vertelde aan de telefoon dat ze iets zochten om de vredebewakers onder druk te zetten. Toen heb ik geantwoord dat-"
Ik sluit mijn ogen en probeer het ijle gevoel in mijn hoofd te negeren. Het duurt een paar tellen voordat ik verder kan praten.
"- dat president Snow ook het water uit district 9 nodig heeft terwijl alle fabrieken nu van ons zijn. Ik heb het nooit over vergiftigen gehad, echt niet. Maar het is dus wel mijn fout."
"Probeer je te herinneren wat je juist tegen Plutarch zei," dringt Vale aan. "Kan je het woord voor woord herhalen?"
"Dat hoeft niet," komt Doran meteen tussenbeide. "Ik geloof haar. Ik ben er tweehonderd procent zeker van dat ze nooit gevraagd heeft om vergif te gebruiken. Daarvoor ken ik jou al lang genoeg," zegt hij terwijl hij me recht aankijkt. "En ik weet dat je dit nooit hebt gewild."
"Maar dat maakt toch geen verschil?" schreeuw ik terug. "Het is mijn schuld!"
Mijn ademhaling gaat steeds sneller, totdat ik het gevoel heb dat ik helemaal geen lucht meer krijg. Ik knijp mijn ogen dicht en leun achterover in de stoel uit schrik dat ik elk moment flauw kan vallen. Vale trekt snel een keukenkast open en houdt een papieren broodzak voor mijn gezicht. Op de achtergrond hoor ik nog vaag de stem van Doran.
"Niet te lang, ik denk dat we haar best gewoon rustig laten ademen. Probeer telkens tot drie te tellen," zegt hij terwijl hij zijn arm rond mijn schouders legt om me te ondersteunen. Pas dan besef ik dat die laatste woorden voor mij bedoeld zijn. Dus dwing ik mezelf om te doen wat hij vraagt. Ik adem diep in, tel tot drie en blaas de lucht weer uit mijn longen. Maar dan nog blijft mijn borstkas pijn doen. Gelukkig haalt Vale de zak na enkele ogenblikken weer weg. Ook al weet ik dat hij probeert om mij te helpen, dit laat me eigenlijk nog meer denken dat ik aan het stikken ben.
Doran en Vale geven me rustig de tijd om te kalmeren. Mijn hoofd wordt langzaam helderder en een paar minuten later fluister ik dat het nu al beter gaat. Vale legt de papieren zak op tafel en zet het keukenraam open zodat er wat frisse lucht binnenkomt in deze benauwde kamer. Ik zucht een paar keer diep om mijn ademhaling verder onder controle te krijgen en blijf dan naar de punten van mijn schoenen staren.
"Zullen we Lucas halen?" stelt Doran voor.
"Nee, het lukt wel," antwoord ik een beetje kortaf. Ik wil niet dat ze speciaal voor mij helemaal naar de ziekenhuistent lopen om Lucas te storen. Misschien verdien ik eigenlijk geen hulp na wat er vandaag dankzij mij gebeurd is. Maar om één of andere reden krijg ik nu ineens het gevoel dat ik er met iemand over moet praten.
Vale en Doran luisteren aandachtig terwijl ik probeer om mijn telefoongesprek met Plutarch voor hen samen te vatten. Ik was zo boos om de misdaden van onze regering dat ik in een opwelling over het leidingwater begon, leg ik uit. Toen dacht ik niet echt na over de vraag wat de gevolgen zouden kunnen zijn. Had ik dat maar wel gedaan.
Wanneer ik ben uitgesproken, zwijgen Doran en Vale enkele ogenblikken. Door de muur heen klinkt nog steeds het zachte geroezemoes van de mensen in de woonkamer. Misschien zijn ze aan het discussiëren over de nieuwsuitzending van daarnet, maar ik doe geen enkele moeite om hen te verstaan. Zouden ze blij zijn omdat de inwoners van het gehate Capitool nu geen drinkbaar water meer hebben? Eigenlijk wil ik het liever niet weten.
"Ik ben net zo ongerust als jij," onderbreekt Doran mijn gedachten. "Maar er is één ding dat je goed moet begrijpen, Aludra. Jij bent niet de echte schuldige. De verantwoordelijkheid ligt bij de rebellenleiders van district 13 die dit plan bedacht en uitgevoerd hebben."
"Plutarch, bedoel je?"
"Hij, of president Coin. Jij hebt aan de telefoon nooit iets over vergiftigen gezegd - dat weet ik. Het zijn zij die er voor gekozen hebben om jouw woorden op die manier te interpreteren."
Vale knikt als teken dat hij het met Doran eens is. Ik wil hen graag geloven, maar de twijfel blijft. Zonder mijn opmerking zou Plutarch waarschijnlijk nooit op het idee gekomen zijn. Dus ben ik zelf ook verantwoordelijk. Ik slik even en zet mijn nagels in mijn handpalmen wanneer ik de volgende vraag stel. Eigenlijk ben ik doodsbang voor het antwoord, maar ik moet de waarheid onder ogen durven zien.
"Was ik dan niet beter wat voorzichtiger geweest toen ik zei dat Snow district 9 nodig heeft?"
Doran zwijgt enkele tellen. De blik in zijn ogen maakt duidelijk dat hij van plan is om heel eerlijk te vertellen wat hij denkt. Liegen heeft nu toch geen zin.
"Eigenlijk wel," antwoordt hij aarzelend. "Je had kunnen weten dat Plutarch er iets mee zou doen. Maar je mag zeker niet denken dat alle schuld bij jou ligt," herhaalt hij nog eens nadrukkelijk. "Het is hun beslissing om met vergif te dreigen, niet de onze. En ik heb zelf in mijn leven al vaak genoeg dingen gezegd die achteraf verkeerd uitdraaiden. Vroeg of laat overkomt het ons allemaal."
Ik ontwijk Dorans blik en kijk naar de grond. Natuurlijk had ik gewoon beter moeten opletten met wat ik zei. Ook al zijn hij en Vale blijkbaar niet van plan om me echt te veroordelen, het waren nog steeds mijn eigen woorden. Het liefst van al zou ik mezelf nu onzichtbaar willen maken. Alsof dat een oplossing is, mompel ik nijdig tegen mezelf.
"Ik denk dat jullie nu best gewoon naar huis gaan," zegt Vale. "Wij kunnen de zaak toch niet meer veranderen en ik vrees dat er misschien vervelende vragen zullen komen als jullie nog lang blijven."
Daar heeft hij ongetwijfeld gelijk in. Iedereen in dit dorp weet dat Doran en ik van het Capitool zijn. Ze vragen zich vast af hoe wij op dit nieuws reageren, zeker nu ik totaal overstuur uit de groep ben weggelopen. Dus volg ik Doran naar buiten.
Wanneer we door het smalle gangetje passeren, is de discussie in de woonkamer nog steeds bezig. Iris - die zo te horen ergens vlak bij de deur staat - vraagt net om niet te veel door elkaar te praten. Zou ze met opzet de weg naar de gang blokkeren om ons door te laten? vraag ik me opeens af. Om één of andere reden vermoed ik dat ik er met die gedachte niet eens zo ver naast zit. Zij en Vale zijn al zo lang samen dat ze elkaars bedoelingen waarschijnlijk goed kunnen inschatten.
Doran neemt me mee naar het huisje van de familie Morrison. Het is zachtjes beginnen regenen, maar ik ben nog steeds te veel met mijn angstige gedachten bezig om de druppels water op mijn huid echt te voelen. Gelukkig hebben Andrew en Noria de voordeur niet op slot gedaan. Ik ga rechtstreeks naar de hooizolder en laat me op het bed van Kivo neervallen. Ook al ben ik na die paniekaanval van daarstraks eigenlijk erg moe, de spanning in mijn lijf wil niet verdwijnen. Een paar minuten lang luister ik naar het moeizame geluid van mijn eigen ademhaling en het geschuifel van Doran op de benedenverdieping. Volgens mij is hij nu de vloer aan het vegen. Zelfs zonder het hem te vragen, weet ik dat Doran besloten heeft om me niet alleen te laten. Misschien denk hij dat ik anders iets doms zal doen.
Dat heb ik natuurlijk allang gedaan toen ik Plutarch die tip over district 9 gaf. Goed, mensen gaan niet dood als ze een paar dagen geen douche kunnen nemen. Maar er zijn zo veel banale dingen waarvoor we water nodig hebben. Eten koken. De WC doorspoelen. Schoonmaken. Het Capitool is simpelweg niet voorzien om zonder leidingwater te functioneren, dus ik weet zeker dat het dagelijkse leven er nu al snel in het honderd zal lopen. Het gaat zelfs nog verder dan dat. Wij hebben al tientallen jaren lang geen echt gevaarlijke situaties moeten doorstaan. Een bedreiging als deze zal de mensen ongetwijfeld bang maken en hen laten inzien hoe kwetsbaar ze zijn. De rebellen wisten verdomd goed wat ze deden. Juist daarom twijfel ik er niet aan dat dit plan bedacht is door iemand die zelf in het Capitool geboren werd. Door Plutarch dus. Of beter gezegd, door mij.
Ergens is het best wel cynisch dat uitgerekend ik dit in gang heb gezet. Want het zijn waarschijnlijk de daklozen die nu het meeste risico lopen. Zij drinken vaak van straatfonteinen en kranen in openbare gebouwen omdat drank in de winkel voor hen te duur is. Van bedelen wordt je echt niet rijk. Dennis en Alcyone zullen onze klanten voorlopig wel flesjes fruitsap of mineraalwater kunnen geven, maar zal dat voldoende zijn als deze situatie erg lang gaat duren? Op tv zeiden ze dat de leveringen uit 9 al maanden moeizaam verlopen. Eerlijk gezegd betwijfel ik of Snow snel zal toegeven. Hij is al zo veel districten kwijt. Als rebel heb ik natuurlijk altijd geweten dat ik uiteindelijk tegen het Capitool zou moeten vechten. Maar pas nu besef ik voor de eerste keer echt wat dat betekent. Ik heb mijn eigen vrienden en familie in groot gevaar gebracht. Misschien zullen zij - en ook ik - de prijs voor onze vrijheid moeten betalen. De angst keert weer terug, maar er is helemaal niets dat ik kan doen. Plutarch en Coin komen heus niet zomaar terug op hun besluit. En het is mijn fout.
Ik blijf roerloos op bed liggen en luister naar het tikken van de regen op het dak. Na een tijdje vermindert het en zie ik door het raampje hoe de maan vanachter een wolkenbank tevoorschijn komt. Er is naar mijn gevoel minstens een half uur voorbij gegaan wanneer ik geklop op de voordeur hoor. Doran laat Andrew en Noria binnen - ik hoor hoe Andrew voorstelt om een paar extra kaarsen te halen - maar ik heb echt geen zin om nu naar beneden te gaan. Wat zou ik tegen hen kunnen zeggen?
Noria vraagt waarom ik daarstraks zo overstuur was. Zij en Andrew weten natuurlijk nog niets over mijn gesprek met Plutarch, net als de andere mensen in dit dorp. Maar ze hebben wel gezien hoe Vale en Doran me meteen na afloop van het journaal uit de kamer moesten wegbrengen. Toen vermoedde Noria al dat er meer aan de hand was dan enkel slecht nieuws uit het Capitool. Dus legt Doran nu in het kort uit hoe het komt dat ik me hier zo schuldig over voel. Eigenlijk wil ik niet echt meeluisteren, maar het gordijn tussen de hooizolder en het gelijkvloers is te dun om hun stemmen tegen te houden.
"Dat zal voor haar wel moeilijk zijn," zegt Andrew zodra Doran klaar is met vertellen. "We hebben nog lang zitten doorpraten toen jullie al vertrokken waren. Niemand maakt zich er druk over dat het Capitool voorlopig zonder leidingwater zit, want wij hebben altijd zo geleefd. En echt veel sympathie hebben we nu ook weer niet voor de meeste mensen die daar wonen."
Het liefst zou ik nu mijn vingers in mijn oren steken. Dit wil ik allemaal niet horen. Het is nu al erg genoeg. Maar dan zegt Noria iets wat ik niet had verwacht.
"Toch hopen wij bijna allemaal dat president Snow zich snel gewonnen zal geven. Niet voor de andere mensen in het Capitool, maar wel voor jullie."
"Aludra en ik, bedoel je?" vraagt Doran.
"Ja. Nuvies vader zei dat jullie dit eigenlijk niet verdienen en zowat iedereen gaf hem nog gelijk ook."
Ik merk dat ik ondanks alles toch geïnteresseerd meeluister. Blijkbaar is de discussie na het journaal nog een hele tijd doorgegaan en moest Iris zelfs een paar keer tussenbeide komen om de gemoederen te bedaren. Eigenlijk is er in heel dit dorp maar één persoon die echt blij is met mijn problemen. De man die me uitschold toen Portia samen met haar voorbereidingsteam live op tv geëxecuteerd werd. Maar zo te horen heeft hij nu zelf de wind van voren gekregen. Niemand was het echt met hem eens, en een paar patiënten die speciaal voor de nooduitzending naar het dorp waren gekomen vonden zelfs dat hij beter zijn mond kon houden. Ik had nooit durven hopen dat zo veel inwoners van district 10 mij en Doran zouden verdedigen.
"Volgens mij komt het door de rebellenpropo van Aludra," zegt Andrew. "Daarmee hebben jullie toch wel wat mensen aan het denken gezet."
Er valt een stilte, alsof Doran en Kivo's ouders alle drie zitten na te denken over de gebeurtenissen van vandaag. Dan hoor ik opeens de aarzelende stem van Enya. Die is dus ook hier. Maar tot nu toe heeft ze de hele tijd gezwegen.
"Als Aludra niet wil dat de mensen in het Capitool geen water meer kunnen drinken, waarom heeft ze er dan iets over gezegd tegen de rebellen?"
"Omdat ze boos was over alles wat president Snow en zijn regering hebben gedaan," antwoordt Doran ernstig. "Mensen die echt kwaad zijn, zeggen of doen soms dingen waar ze later spijt van krijgen. Jammer genoeg maken ze hun problemen daarmee vaak erger in plaats van ze op te lossen."
Er is iets vreemds met de manier waarop Doran dat laatste zegt. Om één of andere reden weet ik zeker dat hij Enya nog iets anders probeert uit te leggen, zonder het rechtstreeks aan haar te vertellen. Maar ik ben nu veel te gespannen om er verder over door te piekeren. Ik kan alleen denken aan het feit dat ik Plutarch en Coin op het idee heb gebracht om de rebellen met vergif te laten dreigen.
"Hoe dan ook kunnen wij voorlopig toch niets doen," besluit Andrew uiteindelijk. "Hebben jullie morgen ziekenhuisdienst?"
"Ja," antwoordt Enya. "In de voormiddag."
"Ga dan maar gauw naar bed," stelt Noria voor.
De treden van de ladder kraken zachtjes wanneer Enya naar boven klimt. Ik leg me snel op mijn linkerzij en doe alsof ik slaap. De laatste paar dagen gedraagt ze zich een stuk minder hatelijk dan vroeger, maar toch wil ik nu even niet met Enya praten. Eigenlijk ben ik nog steeds bang dat ze misschien plezier heeft in deze situatie. Dan zou ik me echt moeten bedwingen om haar geen mep te geven. Ook al besef ik dat zoiets de zaken natuurlijk alleen maar erger zal maken.
Het gordijn schuift open en ik hoor het geluid van Enya's blote voeten op de houten vloer. Na enkele passen blijft ze staan, op nog geen halve meter van mijn bed. Zelfs met gesloten ogen voel ik dat ze nu naar mij aan het kijken is. Ik blijf doodstil liggen en klem mijn kiezen op elkaar in de hoop dat er geen subtiel gegniffel zal volgen. Maar gelukkig gebeurt dat niet. Even later hoor ik hoe Enya zelf ook onder de dekens kruipt.
Zodra Andrew en Noria beneden alle kaarsen uitblazen, wordt het bijna helemaal donker op onze hooizolder. Het enige licht komt van de maan die door het zolderraam schijnt. Enya ligt eerst nog een hele tijd te woelen maar uiteindelijk wordt haar ademhaling langzamer, zoals bij alle mensen die slapen. Zelf blijf ik gespannen naar het plafond staren. Ik weet nu al dat dit voor mij ongetwijfeld een lange nacht zal worden.
En inderdaad, mijn eigen angsten laten me geen seconde met rust. Steeds opnieuw blijf ik me afvragen hoe dit zal eindigen. Ik ben nog banger dan tijdens die ene nacht nadat Snow de kaart van de Kwartskwelling had voorgelezen. Toen zaten enkel ikzelf en de andere capitoolrebellen in de problemen. En wij hadden er allemaal bewust voor gekozen om bij het Verzet te gaan. We wisten dus op voorhand waar we aan begonnen. Nu heb ik de levens in gevaar gebracht van mensen die zelf niets met de opstand te maken hebben, een gedacht die ik veel erger vind. Misschien omdat ik als verpleegster geleerd heb om voor anderen te zorgen. Of misschien moet je in een oorlog als deze altijd je verantwoordelijkheid durven te nemen.
Op tv zeiden ze dat de rebellen pas vergif zullen gebruiken als president Snow de eisen uit 13 negeert, herhaal ik een paar keer tegen mezelf. Maar tegelijk vraag ik me af of we daar eigenlijk echt op kunnen vertrouwen. Die man van de watermaatschappij was er zelf duidelijk niet gerust in. Als de leidingen van het Capitool toch vergiftigd worden, dan zitten we diep in moeilijkheden. Neem nu bijvoorbeeld Dennis. Hij drinkt vaak van de kraan omdat het volgens hem gezonder is dan flessenwater. Natuurlijk zal hij dat nu voorlopig niet doen. Maar het bewijst opnieuw wat ik met mijn domme uitspraak heb veroorzaakt.
Ik weet niet hoe lang ik in mijn bed heen en weer blijf draaien. Aan het licht van de maan dat door de kamer verschuift kan ik zien hoe de uren voorbijgaan, en de slaap wil nog steeds niet komen. Het zou hypocriet zijn om nu gewoon mijn ogen te sluiten en te doen alsof alles in orde is. Al besef ik heel goed dat ik deze situatie onmogelijk nog kan veranderen. Ik ben al eerder machteloos geweest, toen Kivo stierf of toen ik op tv het ziekenhuis van district 8 zag instorten. Maar dat gevoel was nog nooit zo sterk als nu. Ik kan zelfs niet eens met iemand praten, want geen haar op mijn hoofd denkt eraan om de anderen wakker te maken. Ik moet zelf de gevolgen van mijn fout dragen. Hoe zwaar die ook zullen zijn. Bij die gedachte krijg ik het opnieuw benauwd en het lijkt wel alsof het beklemmende gevoel op mijn borstkas terugkomt. Ik wou dat ik weg kon uit deze bedompte kamer, het Wildbos in. Maar Andrew, Noria en zeker Doran zullen me vannacht nooit alleen naar buiten laten gaan. Zelfs niet als ik hen zeg dat ik gewoon naar de WC moet. Doran zou me misschien nog volgen, zodat hij zeker weet dat ik geen stommiteiten zal uithalen. Alsof dat niet allang gebeurd is. Uiteindelijk sta ik op en zet ik het raampje van de hooizolder wijd open zodat er tenminste wat frisse lucht naar binnen kan. Maar ook dat helpt nauwelijks. Wanneer de zon opkomt en buiten de vogels beginnen te fluiten, zit ik nog steeds roerloos op de rand van Kivo's bed. Voor de eerste keer in mijn leven ben ik een hele nacht lang wakker gebleven. Toch ben ik niet moe. Daarvoor is de knoop in mijn maag gewoon veel te strak.
Ik kom pas in beweging wanneer Andrew mij en Enya naar beneden roept voor het ontbijt. Deze keer zet Noria naast geitenmelk ook vers brood met kaas voor ons op tafel, want sinds de verovering van district 10 is het veel gemakkelijker geworden om aan eten te geraken. Ik staar naar mijn bord en vraag me af of ik wel iets door mijn keel zal krijgen.
"Heb je een beetje kunnen slapen?" wil Doran weten.
"Ja," antwoord ik. Het heeft weinig zin om toe te geven dat ik vannacht letterlijk geen oog heb dicht gedaan. Doran kijkt me indringend aan en ik begin te vermoeden dat hij mijn leugen doorzien heeft. Net op dat moment gooit Vale haastig de voordeur open.
"Het Capitool geeft nu een extra journaal over het drinkwater," zegt hij zonder onze reactie af te wachten. "Ik dacht dat jullie het wel zouden willen zien."
Eigenlijk betwijfel ik of ik wel mee durf te gaan. Wie weet komt er nog meer slecht nieuws. Maar tegelijk besef ik dat het laf zou zijn om me hiervoor te verstoppen. Dus volg ik de anderen naar het huis van Vale en Iris. Ik ga helemaal achteraan in de woonkamer op de vensterbank zitten en dwing mezelf om naar het scherm van de tv te kijken terwijl het journaal begint.
Eerst verwacht ik dat we opnieuw een studiogesprek zullen krijgen over de stand van zaken. Maar in plaats daarvan worden er luchtbeelden uit district 9 getoond. Blijkbaar heeft het regeringsleger vannacht geprobeerd om de drinkwaterfabrieken opnieuw te veroveren. Helaas voor hen hadden de rebellen zich daar natuurlijk goed op voorbereid. Ze zijn erin geslaagd om alle aanvallen van de vredebewakers af te slaan en hebben hun eigen stellingen bij het industrieterrein nog verder versterkt. Alleen een bombardement met hovercrafts of langeafstandsraketten kan nu nog een echt gevaar betekenen. Maar dat risico durft de regering niet te nemen. Negen dagen geleden - toen we in district 6 bezig waren met de laatste voorbereidingen van de treinroof - werd één van de belangrijkste fabrieken al op die manier vernield en de kans is veel te groot dat ook de andere zuiveringsinstallaties bij een nieuwe luchtaanval zwaar beschadigd zullen geraken. Dan zou het nog veel langer duren totdat er in het Capitool weer drinkbaar water uit de kranen komt. De situatie zit dus muurvast. Toch weigert president Snow om toe te geven aan wat hij 'chantage door de rebellen' noemt.
Al is het de vraag hoe lang hij dat nog vol zal kunnen houden. De bevolking in het Capitool wordt stilaan onrustig. Volgens de vrouwenstem die het journaal voorleest, zijn er gisterenavond laat betogingen geweest op de stadscirkel. Veel mensen maken zich zorgen over de manier waarop deze oorlog verloopt. Zeker nu de rebellen bewezen hebben dat de districten eigenlijk veel machtiger zijn dan je zou denken. President Snow heeft er samen met zijn ministers een chaos van gemaakt, zo durven steeds meer mensen luidop te zeggen, en hij had nooit mogen toelaten dat er vierentwintig Winnaars naar de arena gestuurd werden. Het heeft de vredebewakers deze keer heel wat moeite gekost om de situatie in de straten van het Capitool weer onder controle te krijgen. Gelukkig zijn er geen doden of zwaargewonden gevallen.
"Als het zo doorgaat, dan zal Snow de oorlog verliezen," hoor ik Vale zachtjes tegen de vader van Nuvie fluisteren. "Zelfs de mensen in het Capitool beginnen zich nu tegen hem te keren."
Daar heeft hij waarschijnlijk wel gelijk in. Toch merk ik dat zijn woorden bij mij alleen voor grotere twijfel zorgen. Tot nu toe hoopte ik altijd dat de rebellen zouden winnen. Onze regering heeft al meer dan genoeg mensen oneerlijk behandeld - districtinwoners en daklozen. En zolang president Snow aan de macht blijft, kan ik als voortvluchtige spionne nooit terug naar huis gaan. Maar sinds gisteren vraag ik me vooral af wat er met mijn familie en vrienden zal gebeuren wanneer de rebellen erin slagen om het Capitool te veroveren.
De nieuwslezeres sluit het journaal af met de mededeling dat er vanavond om kwart voor zes zeker een extra nooduitzending zal volgen. Amper vijftien minuten daarna verstrijkt het ultimatum van de rebellen. Ook al komt er dan waarschijnlijk een einde aan mijn onzekerheid over het lot van de mensen in het Capitool, ik betwijfel of ik daar blij mee moet zijn. Het zou best kunnen dat alles daarna nog veel erger wordt.
Iris zet de televisie uit en ik ga samen met de anderen terug naar het huisje van de familie Morrison. Ons ontbijt staat nog steeds op tafel, maar ik heb echt geen honger. Toch doe ik mijn best om iets te eten. Dit soort aanstellerij helpt niet en ik weet dat het ondankbaar is om een maaltijd te laten staan. Zeker in een district als 10. Met tegenzin snij ik voor mezelf een klein stukje kaas af. Maar al bij de eerste hap heb ik het gevoel dat ik bijna moet kokhalzen. Mijn keel zit nog steeds dicht. Doran merkt het en probeert om me te kalmeren.
"Aludra, ik denk eigenlijk niet dat ze het water echt zullen vergiftigen. President Snow zal voor die tijd wel toegeven. Hij moet weten dat hij zelf grote problemen krijgt als hij deze situatie uit de hand laat lopen."
"We hebben daarnet allemaal gezien dat de mensen van het Capitool een oplossing willen," vult Andrew aan. "Dus volgens mij heeft hij geen andere keuze dan te doen wat de rebellen eisen. En dan is er voor hen geen reden meer om dat poeder in het water te gooien."
Zou het echt zo gemakkelijk gaan? Of zeggen Doran en Andrew dat alleen maar om mij gerust te stellen? Zo overtuigend klonken hun woorden eigenlijk niet als je het mij vraagt. Ook Enya mengt zich nu in het gesprek.
"Ik dacht dat iedereen in het Capitool allang een voorraad eten had klaargelegd? Op tv waren ze daar deze lente nogal vaak over bezig, en ik heb Iris eens zoiets horen zeggen. Dan zullen er vast wel mensen zijn die ook een paar flessen drank hebben gekocht. Jullie waren daar toch rijk genoeg voor."
Heel even ben ik van slag door haar opmerking. Zei ze het gewoon om mij te pesten, of probeerde ze me echt te vertellen dat mijn familie en vrienden voorlopig nog geen dorst zullen lijden? Ik weet het niet. Al moet ik toegeven dat haar antwoord niet echt sarcastisch klonk - behalve misschien de laatste paar woorden. Maar zelfs als ze sinds de uitzending van Kivo's propo anders over mij is gaan denken, kan ik moeilijk verwachten dat haar woede op amper een paar dagen tijd helemaal verdwenen is.
Nog voordat iemand antwoord kan geven op Enya's vraag wordt er op de voordeur geklopt. Het is Lucas, die even met Doran wil praten.
"Mag ik meekomen?" zegt Andrew. "Ik denk dat ik al weet waarover dit gaat."
Gelukkig lijkt Lucas daar geen bezwaar tegen te hebben. De drie mannen verdwijnen naar buiten en duwen de deur weer in het slot. Aan het geluid van hun stemmen te horen staan ze gewoon op straat met elkaar te overleggen. Maar de houten muren van dit huisje zijn te dik om te kunnen verstaan wat ze zeggen. Wanneer Enya en Noria hun ontbijt op hebben, is de discussie buiten nog steeds bezig. Om één of andere reden weet ik zeker dat ze weer over mij aan het praten zijn. Eigenlijk kan dat me nu weinig schelen. Ik maak me veel meer zorgen over de problemen in het Capitool.
Noria legt haar lege beker in een teil water en begint dat wat spullen weg te zetten in de kasten tegen de achterwand van de woonkamer. Enya gaat naar boven om haar bed op te maken. Zelf drink ik snel de rest van mijn geitenmelk op en wacht ik totdat Noria even niet kijkt om de twee sneden brood die Doran voor me had klaargelegd weer in de zak te moffelen. Net op tijd, want Lucas en de anderen komen weer naar binnen.
"Ik moet je iets belangrijks vragen," is het eerste wat hij tegen me zegt. "Normaal gezien zou jij vandaag helpen met de tweede operatie aan Darvo's rechterarm, al snap ik dat je hoofd daar nu misschien helemaal niet naar staat. Maar ik heb straks tijdens die ingreep absoluut een assistent nodig. Zal ik aan Enya en Nuvie vragen of één van hen jouw taak kan overnemen, of wil je het toch zelf doen? Je hoeft alleen maar de juiste instrumenten door te geven."
"Daarnet heb ik gezegd dat we de keuze aan jou moeten laten en Doran vindt dat ook," gaat Andrew verder. "Ik ben mee naar buiten gegaan omdat ik al dacht dat Lucas iets over die operatie wou vragen," voegt hij er nog aan toe.
"Enya zou vandaag toch in onze ziekenzaal werken?" vraag ik. "Dan kan zij dus niet mee opereren."
"Dat klopt,maar we kunnen desnoods wel wat shiften omwisselen," antwoordt Lucas. "Jij beslist."
Ik neem een paar seconden de tijd om na te denken. Schiet iemand er wat mee op als ik deze opdracht weiger? Natuurlijk niet. In een hoekje zitten piekeren en anderen mijn werk laten doen brengt ons geen stap verder. Het verandert toch niets aan de situatie. Misschien maak ik het juist erger als ik me zwak opstel en met volledig laat overmannen door mijn emoties. Wie dat deed in de arena, leefde niet lang. En bovendien had ik mezelf voorgenomen om Darvo zo veel mogelijk te steunen bij zijn genezing. Dus kan ik nu onmogelijk nee zeggen op Lucas' vraag.
"Goed dan," antwoord ik uiteindelijk, hoewel het mij moeite kost om mijn stem onder controle te houden. "Ik zal meehelpen met de operatie."
Niet zo'n lang hoofdstuk deze keer, maar ik ben toch benieuwd naar wat jullie ervan vinden. Een hele tijd geleden heb ik op dit verhaal een review gekregen waarin gevraagd werd wat Aludra zou doen in een situatie waarbij mensen van wie ze houdt in gevaar komen. Gaat ze deze mensen helpen, of stort ze in? Dat is inderdaad een interessante vraag en ik moet toegeven dat ik toen al het idee had om de rebellen met vergiftigd drinkwater te laten dreigen. In dit geval is het voor Aludra onmogelijk om te gaan helpen of iets aan de situatie te veranderen. Daarnaast is het helaas zo dat ze het probleem ongewild zelf heeft veroorzaakt, dus leek het me wel logisch dat ze nu zou instorten. Ik wou haar hoe dan ook minstens één echt crisismoment laten beleven omdat een oorlogsverhaal als dit hier volgens mij veel realistischer door zou kunnen worden. Ik hoop dan ook dat dit gelukt is!
Waarschijnlijk hebben de meeste lezers al geraden dat Aludra in het begin van dit hoofdstuk een aanval van hyperventilatie heeft gekregen. Gezien de omstandigheden leek dit me wel mogelijk en ik heb mijn best gedaan om het zo correct mogelijk te beschrijven. Zelf heb ik hier gelukkig nog nooit last van gehad dus eigenlijk weet ik er ook niet zo veel over. Ik heb een aantal dingen opgezocht, maar persoonlijk vind ik medische informatie één van de moeilijkste onderwerpen om online naar te zoeken. Het internet bevat heel veel van dit soort informatie, maar ik heb de indruk dat niet alles even betrouwbaar is en sommige websites lijken elkaar ook tegen te spreken. Zo zat ik bijvoorbeeld met de vraag of je al dan niet in een zakje moet ademen. Dit is een klassieke behandelingsmethode, maar niet alle websites leken het er helemaal over eens te zijn dat het ook echt helpt of een goed idee is. Ik geef eerlijk toe dat dit me tijdens het schrijven wat in verwarring bracht. Anderzijds is deze methode zo algemeen bekend dat volgens mij op zijn minst één persoon - in dit geval Vale - een zakje zal bovenhalen. Zelf denk ik eigenlijk ook wel dat rustig ademen altijd zal helpen, los van de vraag of je dit al dan niet in een zak doet. En ik kan me prima voorstellen dat zo'n zak ook een beklemmend gevoel zou kunnen geven, zeker als het (zoals Aludra) de eerste keer is dat je dit meemaakt. Toch denk ik dat in een zak ademen kan helpen bij hyperventilatie: Ik ken iemand die er af en toe last van heeft, en die gebruikt ook altijd een zak.
Misschien is het jullie opgevallen dat ik in de tekst van mijn verhaal (deze Author's Note uitgezonderd) nergens het woord hyperventilatie heb gebruikt. Dit was een bewuste keuze. Zelf vind ik het soms interessanter om dingen indirect te beschrijven zonder ze effectief bij naam te noemen.
Daarnaast hebben we ook al de reactie van enkele andere personages gezien. Ook hier ben ik uiteraard benieuwd naar jullie mening! Hadden jullie verwacht dat deze mensen zo zouden reageren - na de gebeurtenissen in de afgelopen paar hoofdstukken - of zijn er dingen die jullie toch wat onlogisch vinden? Ik lees het graag in een review ;-)
