HOOFDSTUK 27: HET VERHAAL VAN MEROPE

Het is al avond wanneer we eindelijk met zijn allen rond de tafel in de woonkamer van ons eigen huisje zitten. Doran, Enya, Merope, Kivo's ouders en ikzelf. Leandro ligt op zijn linkerzij op de zetel die Andrew en Noria 's nachts als bed gebruiken. De brandwonden op zijn rug, zitvlak en achterkant van zijn benen doen minder pijn als hij niet op een harde houten bank hoeft te zitten, zegt hij. Ook Meropes linkerarm is vanaf haar vingertoppen tot een heel stuk voorbij de elleboog in verband gewikkeld. Gelukkig hebben Doran en ik nu genoeg ervaring om hun wonden te kunnen verzorgen, één van de redenen waarom ze allebei toelating kregen om naar hier te reizen. Maar we weten nog altijd niet hoe ze elkaar hebben gevonden. Merope wil niet dat ze haar verhaal - waar nare herinneringen aan vasthangen - telkens opnieuw moet vertellen. Dus hebben we gewacht tot iedereen thuis was zodat ze het maar één keer hoeft te doen. Al is het duidelijk dat ze moeite heeft om naar de juiste woorden te zoeken.

"Misschien kan je beginnen met het moment waarop jij en Aludra elkaar voor het laatst hebben gezien," stelt Noria voor.

"Dat was aan de telefoon," antwoordt Merope aarzelend. "Toen Evi stierf."

"De winnares uit district 5 die moest meedoen aan de Kwartskwelling," vul ik aan. De anderen kunnen duidelijk even niet volgen, dus vertel ik in het kort hoe Merope fan was van Evi en het heel erg vond dat juist zij weer naar de arena werd gestuurd. Maar ik kon weinig doen omdat Fulvia me verboden had iets te zeggen dat mijn mening over de Spelen misschien zou verraden. Ik heb Merope inderdaad voor het laatst gezien op het schermpje van onze telefoon, toen ze in paniek naar mij belde omdat Evi vastzat in het arenagebied waar die enorme vloedgolf naar beneden kwam. We zijn nu zes maanden verder. Maar na alles wat er sindsdien gebeurd is, lijkt het nog veel langer geleden.

"Na dat telefoongesprek voelde ik me echt rot," vertelt Merope terwijl ze met haar gezonde hand het glas water aanneemt dat Noria geeft. "Evi was dood en ik zat helemaal alleen in ons appartement, want mijn ouders waren niet thuis. Ik vond het zo oneerlijk wat ze met Evi hadden gedaan. En toen begon ik me af te vragen hoe de vrienden van alle tributen die de vorige jaren gestorven zijn zich zouden voelen. Ik dacht altijd dat de Spelen oké waren, maar ineens was ik daar niet meer zo zeker van."

"Dat herken ik," zeg ik snel voordat Enya de kans krijgt om zich ermee te bemoeien. Ik ben er zeker van dat ze mij niet meer haat, en ik denk niet dat ze ruzie zal maken met mijn beste vriendin. Toch weet ik dat een opmerking als deze voor Enya nog altijd kwetsend kan overkomen. "Bij mij duurde het ook even voordat ik echt snapte hoe verkeerd de Spelen zijn," voeg ik er nog aan toe.

"Eigenlijk had ik na Evi niet zo veel zin meer om alles nog te blijven volgen," gaat Merope verder. "Maar mijn ouders wilden tijdens de derde dag heel graag de stad in om op groot scherm te kijken en ik durfde niet goed nee te zeggen. Dus ben ik gewoon meegegaan. We zijn in een restaurant gaan zitten omdat de Stadscirkel te druk was. Maar na dat gedoe met die snatergaaien was de sfeer eigenlijk wel verpest. Bijna iedereen vond dat de Spelmakers toen te ver waren gegaan en we hoorden van andere mensen dat er op de Cirkel nog altijd protest was. Mijn moeder werd er zenuwachtig van, dus zijn we 's avonds weer naar huis vertrokken."

"Hoe laat was dat?" vraag ik.

"Ongeveer half elf. Beetee had net die boom vol draad gehangen toen mijn vader onze tv aanzette."

"Dan hebben jullie ook alles gezien wat er daarna is gebeurd," concludeert Andrew.

"Dat klopt," knikt Merope. "Ik wist natuurlijk nog niet wat het allemaal echt betekende. Maar toen we zagen dat president Snow zelf naar de arena was gekomen en er ook een tweede hovercraft rondvloog, snapte ik wel dat er iets ernstig mis was. Mijn ouders waren ook nogal in paniek, denk ik. Ze zaten de hele tijd met elkaar te praten terwijl ik me in de badkamer aan het omkleden was. Jammer dat ik er niks van kon verstaan. Ik vraag me nog altijd af hoe het me die nacht gelukt is om in slaap te vallen. Maar ik herinner me nog heel goed dat mijn moeder me de volgende ochtend wakker maakte en zei dat er drie vredebewakers voor de deur stonden om mij een paar dingen te vragen."

Ik staar Merope geschokt aan. Hier had ik nog nooit over nagedacht. En toch is het eigenlijk wel logisch dat ze na mijn mislukte arrestatie besloten om mijn beste vriendin eens aan de tand te voelen.

"Er is niets ergs gebeurd, hoor," stelt Merope me gerust wanneer ze mijn reactie ziet. "Al hoop ik dat ik geen tweede keer zo'n gesprek moet meemaken. Die vredebewakers deden nogal …"

"… intimiderend?" vraag ik wanneer Merope aarzelt. Fulvia gebruikte dat woord weleens als ze uitlegde hoe we ons tegenover vredebewakers moesten gedragen.

"Dat vond ik ook," bevestigt Merope. "Ik kreeg niet eens de tijd om me aan te kleden dus ze hebben me gewoon in nachtjapon verhoord. Eerst zeiden ze zonder inleiding dat ze jou betrapt hadden op spionage en dat je ontvoerd was vlak voordat ze je konden arresteren. Ik wist totaal niet wat ik hoorde. En ze maakten ook duidelijk dat ik zeker geen dingen mocht verzwijgen. Ik was zo van slag dat ik alles heb verteld wat ik wist. Maar dat was uiteraard niet veel. Eigenlijk helemaal niets. Gelukkig geloofden ze dat al snel. Toen ze vertrokken, zeiden ze nog tegen elkaar dat ze wel verwacht hadden dat jij nooit iets aan mij verklapt had."

"Zijn ze later nog teruggekomen?" wil Doran weten.

"Nee, ze hebben mij en Sirrah verder gewoon met rust gelaten. We konden hen toch geen informatie geven, want we wisten nergens van."

Er valt een stilte en ik merk dat ik me alweer schuldig voel. Ook al heb ik tegen mijn vriendinnen nooit met een woord gerept over de Garage of het Verzet, ze hebben wel thuis vredebewakers over de vloer gekregen. Gelukkig is alles goed afgelopen en lijkt niemand het mij kwalijk te nemen.

"Daarna was ik helemaal in de war," gaat Merope verder. "Iedereen praatte de hele tijd over de bizarre manier waarop de Kwartskwelling geëindigd was, maar ik had andere zorgen aan mijn hoofd. Ik begon me steeds meer af te vragen of het wel zo eerlijk was om elk jaar vierentwintig kinderen naar de arena te sturen, en ik kon maar niet wennen aan het idee van jou als spionne die bij daklozen langsging. Eerst was ik bang dat je misschien door PZC ontvoerd was. Maar dan hadden de vredebewakers intussen toch jouw euh … lichaam moeten vinden. Eigenlijk was ik opgelucht toen ze drie dagen na de Kwartswelling op tv zeiden dat je heel waarschijnlijk met de andere rebellen mee naar district 13 was gegaan. Al schrok ik me wel rot toen Snow zijn oorlogsverklaring voorlas. Ik ben trouwens nog bij jouw ouders op bezoek geweest omdat ik het onbeleefd vond om zomaar weg te blijven na wat er was gebeurd. Je moeder was gewoon overstuur, maar de reactie van je vader vond ik nogal eng. Hij was echt kwaad. Al verweet hij mij gelukkig niks."

"Wat heb je toen gedaan?" vraagt Enya.

"Eerst had ik geen flauw idee wat ik moest doen," geeft Merope toe. "De meeste mensen zeiden dat ik er beter aan deed om andere vriendinnen te zoeken. Zelfs mijn ouders leken het daar mee eens te zijn. Maar ik kon Aludra niet zomaar in de steek laten, ook al was ze dan vermist en een verraadster. Ik wou absoluut begrijpen waarom ze al die dingen had gedaan. Maar dat wist niemand, en het was duidelijk dat zeker niemand het aan mij zou vertellen."

"Dus je had geen idee met wie je erover kon praten," stelt Andrew vast.

"Eigenlijk niet, nee. Iedereen veroordeelde Aludra alleen maar. En dat wou ik zelf niet doen voordat ik snapte wat ze bij die zwervers zocht en waarom ze bij een spionnengroep was gegaan. Om heel eerlijk te zijn, stiekem vond ik dat ze wel lef had. Wij wisten al die tijd van niks en ik zou het zelf nooit gedurfd hebben."

Ik had het kunnen denken. Merope heeft altijd bewondering gevoeld voor mensen die sluw zijn en alle anderen om de tuin leiden. Daarom vond ze Evi zo'n geweldige tribuut. Maar ik betwijfel of Merope echt een voorbeeld in mij moet zien na alle risico's die ik genomen heb. Wanneer ik dat nogal aarzelend tegen haar zeg, heeft ze al snel haar antwoord klaar.

"Ik weet dat jij niet dom bent, en dat er dus een goede reden moest zijn waarom je het had gedaan. Maar het heeft bijna twee weken geduurd voordat ik iets hoorde waar ik mee verder kon."

"Wat was dat dan?" vraagt Enya geïnteresseerd. "Ben je toevallig hem tegen het lijf gelopen?" voegt ze er aan toe terwijl ze naar Leandro wijst.

"Nee, dat gebeurde pas veel later," antwoordt hij. "Laat Merope nu maar verder vertellen."

"Ik bedoel eigenlijk dat nieuwsbericht over Talitha toen ze uit haar flat werd gezet," zegt Merope. "Haar naam kende ik natuurlijk nog niet, want die hebben ze op tv nooit genoemd. Gelukkig gaven ze wel de straatnaam en kon je ook het nummer van het appartementsblok zien. Dat heb ik allemaal onthouden, want het was mijn enige kans om meer te weten te komen. Een dag of twee later ben ik op goed geluk ter plekke eens gaan kijken."

"Mocht jij nog buiten van je ouders?" vraag Enya. "Aludra had huisarrest gekregen omdat haar ouders schrik hadden van Panem Zonder Capitool."

"Dat is waar, maar zij komt uit een rijke familie en ik niet. Of toch niet naar Capitoolnormen," verbetert Merope zichzelf snel. "Mijn ouders wisten dus dat ik eigenlijk geen doelwit was voor die terroristen."

"Is Sirrah met je meegegaan toen je naar de straat van Talitha ging?" wil ik weten. Mijn op één na beste vriendin vroeg zich vast ook af wat mij bezielde om rebel te worden.

"Nee, ik had met opzet niks tegen haar gezegd," antwoordt Merope tot mijn verbazing. "Eigenlijk was ik een beetje bang voor wat ik misschien zou ontdekken. Ik wou er later eens rustig over nadenken zonder dat anderen hun mening zouden geven. Dus ging ik alleen."

"Als Talitha al verhuisd was, dan kon je daar toch niets meer vinden?" merkt Noria terecht op.

"Dat verwachtte ik eigenlijk ook wel," geeft Merope toe. "Maar ik moest het gewoon proberen. Ik heb mijn ouders wijsgemaakt dat ik de stad in wou om te kijken welke dingen de winkels nog in voorraad hadden en heb toen de juiste shuttlebus genomen. Ik dacht er net op tijd aan om eerst echt bij een paar supermarkten langs te gaan."

"Heel verstandig," zegt Doran.

"Op tv had ik gezien dat er vlak voor dat appartementsgebouw een bankje stond," vertelt Merope. "Dus kocht ik onderweg een belegd broodje zodat ik een excuus had om daar te blijven zitten. En toen heb ik heel veel geluk gehad."

"Hoe bedoel je?" vraag ik geïnteresseerd. Ik kan me niet voorstellen dat iemand letterlijk aan Merope kwam uitleggen wat er aan de hand was.

"Ik was nog maar net aan mijn broodje begonnen toen ik twee oudere vrouwen nogal luid tegen elkaar hoorde praten. Ze woonden blijkbaar allebei in dat flatgebouw en ze waren elkaar toevallig op straat tegengekomen. Het was zo'n typisch roddelgesprek van mensen die de hele dag van achter hun gordijn de buurt zitten te begluren. En het ging vooral over Talitha. Ze vonden het een schande wat er gebeurd was, de vredebewakers mochten haar gerust wat langer vasthouden-"

"Al goed," onderbreek ik Merope nogal abrupt. Ik vind het nog steeds vervelend om te horen hoe Talitha door mijn schuld in moeilijkheden is geraakt. "Zeiden ze nog iets interessants?"

"Gelukkig wel," antwoordt mijn vriendin. Ze heeft dus ook gesnapt dat ik hier helemaal niet graag naar luister. "Ik hoorde hen zeggen naar welke straat die onbetrouwbare huurster nu verhuisd zou zijn. Toen wist ik genoeg en ben ik weggewandeld voordat ze iets in de gaten kregen."

"Daarmee was je toch niet zo veel opgeschoten?" vraagt Enya. "Ik heb op tv gezien dat de straten van het Capitool vol staan met grote flatgebouwen. Hoe kon je dan het juiste appartement vinden?"

"Ik had inderdaad nog geen echt adres, maar ik voelde wel dat ik op het goede spoor zat. Dus ben ik de volgende dag naar die andere straat gegaan. Daar waren helaas geen roddeltantes op pad, maar ik wou het niet zomaar opgeven. Ik moest twee keer opnieuw gaan voordat ik eindelijk bij Dennis en Alcyone ben geraakt."

"Je hebt hen dan toch gevonden," zegt Doran.

"Zij zagen mij het eerst," verbetert Merope. "Ik was net voor de derde dag op rij door hun straat heen en weer aan het lopen toen ze passeerden met een zak boodschappen. Natuurlijk wist ik toen nog niet dat Talitha bij hen logeerde. Maar ineens vroeg die man, Dennis dus, rechtstreeks aan mij of ik toevallig Merope heette. Hij had me herkend aan mijn gezichtstatoeages omdat er een foto van ons op jouw favoriete handtas stond. En zowel hij als zijn vrouw konden na al die nieuwsberichten meteen raden waarvoor ik kwam. Eerst was ik een beetje bang toen ze mij in hun appartement uitnodigden, want ik kende hen natuurlijk helemaal niet. Maar het zou stom zijn geweest om opeens terug te krabbelen. Dan had ik al die moeite voor niets gedaan."

"Dus je bent toch mee naar binnen gegaan," stel ik vast.

"Ja, en Talitha was er ook. Met zijn drieën hebben ze me toen alles verteld wat ze wisten. Ze vonden dat ik als jouw beste vriendin wel recht had op de waarheid."

"Ik dacht dat zij geen lid van het Verzet waren?" vraagt Noria.

"Dat hebben ze mij ook meteen duidelijk gemaakt," knikt Merope. "Maar ze konden mij wel uitleggen wat jullie precies deden in die garageboxen en waarom jij zo graag bij hen wou gaan werken. Ik heb zelf nooit geweten dat jij als kind van dichtbij hebt meegemaakt hoe de vredebewakers iemand ter plekke doodschieten. Het was wel even schrikken toen ik dat hoorde."

"Ik praat er nog altijd niet graag over," antwoord ik. Iets wat Merope gelukkig ook lijkt aan te voelen, want ze gaat al snel door met haar verhaal.

"Omdat ze zelf geen echte verzetsleden waren, konden ze mij uiteraard niet vertellen wat jij als spionne allemaal had gedaan. Gelukkig wisten ze wel waarom jij besloten had om rebel te worden. Ik moet eerlijk toegeven dat ik me Kivo niet echt meer herinnerde omdat iedereen in het Capitool tijdens die Spelen vooral Katniss en Peeta wou volgen," zegt Merope met een verontschuldigende ondertoon in haar stem. Dan kijkt ze weer naar mij.

"Maar ik kon me heel goed voorstellen dat jij het moeilijk vond om hem met een kreupele voet in de arena te zien. Pas toen Alcyone en Dennis me het hele verhaal vertelden, besefte ik echt hoe oneerlijk dat was van de Spelmakers. Eigenlijk was het nog erger dan wat ze met Evi hebben gedaan."

"Dat had je wel eerder kunnen bedenken," mompelt Enya zachtjes tussen haar tanden. Net luid genoeg om het met mijn spionnenoren te verstaan. Maar tegelijk besef ik dat Enya dit vroeger gewoon hardop gezegd zou hebben, en dat ze dus echt haar best doet om het verhaal van Merope te volgen. Gelukkig lijkt mijn beste vriendin het niet te horen.

"Nadat Dennis, Alcyone en Talitha mij het hele verhaal verteld hadden, snapte ik alles een stuk beter. Zoals waarom jij huilde toen Evi stierf. Ik dacht altijd dat jij het vooral erg vond voor haar en mij. Pas nu weet ik dat er nog zoveel meer achter stak. Toen ik terug naar huis vertrok, zei Dennis me dat ik gerust opnieuw mocht langskomen als ik nog met vragen zat. Maar eigenlijk was ik er diezelfde avond al van overtuigd dat jij gewoon helemaal gelijk had om rebel te worden. Ik wou dat ik het eerder wist, dan had ik je misschien kunnen helpen."

"Dat wil je liever niet," zeg ik meteen. Spioneren in het Verzet klinkt wel stoer en zo, maar ik heb er een heleboel problemen door gekregen."

"Maar dan zou je tenminste niet in je eentje met dat geheim hebben rondgelopen. Ik vind het trouwens nog altijd sterk dat je het zo lang verborgen hebt kunnen houden."

"Heb je later ook alles aan jullie andere vriendin verteld?" wil Enya weten.

"Nee, Alcyone en Dennis vroegen me nogal nadrukkelijk om dat niet te doen. Ze zaten al genoeg in de problemen nadat de box van Talitha ontdekt was, dus ze vonden het beter om het tussen ons vieren te houden. Dat begreep ik wel. Al heb ik er nu eigenlijk spijt van dat ik niks tegen Sirrah heb gezegd," voegt Merope er met een ongelukkige blik aan toe.

Het blijft een paar seconden stil rond de tafel en ik moet alweer een krop in mijn keel wegslikken. Toen ik Merope daarstraks voor het eerst in maanden terugzag, heb ik natuurlijk direct gevraagd hoe het met Sirrah ging. Nu weet ik dat onze vriendin al een hele tijd spoorloos is, net als de rest van haar familie. Sinds de val van het Capitool heeft ze niets meer van zich laten horen. Misschien ligt ze gewoon ergens in een ziekenhuis. Bijna elke dag zijn er nog gewonden die nu pas geïdentificeerd worden omdat ze geen persoonsgegevens bij zich hadden en niet eerder in staat waren om te spreken. Maar deze oorlog heeft ook duizenden burgerdoden geëist, tijdens straatgevechten en dankzij de vele pods die afgingen in de mensenmassa. Het zou best kunnen dat Sirrah één van hen is. We weten het gewoon niet. Het enige wat we nu kunnen doen, is afwachten. Maar dat Sirrah nog steeds als vermist staat opgegeven beschouw ik niet echt als een geruststelling.

"Gelukkig wist ik toen al dat jij veilig in district 13 zat," doorbreekt Merope de stilte. "Of beter gezegd, dat was wat ik altijd heb geloofd tot Leandro me veel later jouw echte onderduikadres vertelde. Maar in het Capitool dacht iedereen dat de rebellen je naar 13 hadden meegenomen. Op tv beweerden de vredebewakers zelfs dat er bewijzen waren. Zoals dat papiertje in het bureau van Fulvia Cardew."

"Fulvia heeft met opzet het gerucht proberen te verspreiden dat we naar district 13 gevlucht waren," legt Doran uit. "En daar is ze blijkbaar vrij goed in geslaagd."

"Waarom heb ik Aludra dan een paar keer gezien in die oorlogspropo's?" vraag Merope. "Dat snap ik eigenlijk nog altijd niet."

"Ik ben zelf maar één dag in 13 geweest, om het filmpje over Kivo op te nemen," vertel ik. "Fulvia en ik hebben toen samen ook een paar losse beelden gefilmd. Die werden later op tv getoond zodat we de regering nog verder op een dwaalspoor konden zetten."

"Goed dat jullie zelfs aan zo'n details dachten," antwoordt Merope met iets van bewondering in haar stem. "Thuis waren we er allemaal echt van overtuigd dat je de hele oorlog in district 13 hebt gewoond. Stiekem was ik daar blij om, want het betekende ook dat je veilig was. President Snow kon je niet laten gevangennemen en ik hoefde ook niet meer bang te zijn dat PZC je kwam ontvoeren."

"Dat hebben de vredebewakers op tv zelf toegegeven," herinnert Noria zich. "Ze zeiden dat district 13 veel te goed beveiligd was om een arrestatieteam te sturen. Gelukkig zijn ze nooit op het idee gekomen dat Aludra misschien bij ons zat."

"Daar had Fulvia op gerekend," vult Doran aan. "Volgens haar zou de regering niet zo snel geloven dat de ouders van een gestorven tribuut iemand uit het Capitool willen helpen."

"Was je dan niet bang toen het regeringsleger district 13 gebombardeerd heeft?" vraagt Enya.

"Natuurlijk wel," antwoordt Merope. "Zeker omdat ze in het nieuws zeiden dat ze het zouden doen met de zwaarste raketten die geen kernwapens waren. Ik was echt blij toen de rebellen na een paar dagen hun propo uitzonden waarin verteld werd dat er bij hen geen enkele dode of gewonde was gevallen. Dus voor jouw leven hoefde ik voorlopig niet te vrezen, dacht ik."

"Ik was toen juist bezig met één van de gevaarlijkste missies die ik ooit heb gedaan," zeg ik terwijl ik me weer herinner waar en wanneer ik de aankondiging van dat bombardement heb gezien. "De treinroof in 6, om meer medicijnen aan de districten te kunnen geven."

"Daar ben ik later zelf ook achter gekomen," gaat Merope verder. "Maar ik dacht toen dat jij gewoon bij de groep rebellen uit 13 hoorde en na de overval met hun hovercrafts mee terug was gegaan. Ik weet nog dat er bij ons in het Capitool heel wat paniek was over die treinroof. Volgens mij begonnen veel mensen toen pas echt te snappen dat we de oorlog weleens zouden kunnen verliezen."

"Heb je die propo van Aludra in district 6 ook gezien?" wil Enya weten.

"Ja," antwoordt Merope meteen. "In de eerste nieuwsberichten zeiden ze al iets over Aludra die een vredebewaker had aangevallen. Maar de regering kon ons daar geen beelden van tonen. Toen ik hoorde dat district 13 het later zelf had uitgezonden, ben ik dat filmpje gaan terugzoeken in het geheugen van onze tv. Eigenlijk mocht ik van mijn ouders geen rebellenpropo's bekijken. Ik moest het stiekem doen terwijl ze niet thuis waren."

"En je hebt het uiteindelijk toch kunnen zien," zegt Leandro.

"In ons eigen journaal hadden ze toen nogal negatief gedaan over Aludra, dus ik wou weten wat er echt gebeurd was," legt Merope verder uit. "Ik heb het er later aan de telefoon zelfs nog met Sirrah over gehad. Zonder iets over Dennis en Alcyone te verklappen uiteraard," voegt ze er nog snel aan toe.

"En wat zei Sirrah toen?" vraag ik gespannen. "Was ze boos op mij na alles wat ik heb gedaan?"

"Dat weet ik eigenlijk niet goed," antwoordt Merope aarzelend. "Ik denk dat zij er nog veel meer mee gewrongen zat dan ikzelf, want haar ouders en broer hebben na jouw ontvoering heel fel gereageerd. Ze vonden jou een verraadster die zwaar gestraft moest worden. Dat zeiden ze ook op die manier tegen Sirrah, en zij snapte zelf helemaal niet waarom jij voor de rebellen wou spioneren. Volgens mij wist ze op den duur echt niet meer wat ze moest denken. Terwijl ik allang jouw kant had gekozen. Jammer dat ik het niet zomaar aan Sirrah kon uitleggen zonder Dennis en Alcyone in de problemen te brengen."

"Was het dan zo moeilijk om te snappen dat de Spelen verkeerd zijn?" vraag Enya met een geïrriteerde ondertoon in haar stem.

"Voor Sirrah wel," antwoordt Doran in mijn plaats. "Zij heeft nooit een tribuut als Kivo of Evi gekend. En de reactie van haar familie zal vast ook wel meegespeeld hebben."

"Die mensen waren vooral bang, denk ik," gaat Merope verder. "Eigenlijk heeft er na de Kwartskwelling altijd een rare sfeer gehangen in het Capitool. Eerst was er protest omdat er zo veel winnaars gestorven waren in de arena, totdat de regering daar een einde aan maakte en zei dat we een eenheid moesten vormen tegen de rebellen. Maar kort na dat bombardement op district 13 is het nog verder uit de hand gelopen. Toen Finnick op tv al zijn geheimen vertelde en district 13 de winnaars kwam ontvoeren."

Daarna vertelt Merope ons uitgebreid hoe de gebeurtenissen van die dag het Capitool inderdaad in rep en roer hebben gezet. Dankzij de roddels van Finnick werden er een aantal bekende politici en zakenlui gearresteerd. Maar dat was nog niet alles. Veel mensen waren boos toen Snow de stylisten van Peeta ter dood liet veroordelen omdat Portia en haar team eigenlijk niets verkeerds gedaan hadden. En toen de rebellen later bekend maakten dat Peeta gekaapt was, werden de protesten nog heviger. Na het tv-optreden van Finnick heeft Snow zijn paleis zelfs niet meer verlaten omdat het duidelijk was dat hij er heel wat vijanden bij had gekregen.

"Daar hebben wij in district 10 eigenlijk niet zo heel veel van gemerkt," zegt Noria na een tijdje. "Maar ik neem aan dat het Capitool die problemen niet aan de grote klok heeft gehangen. Zoiets zou dom zijn als je een oorlog wil winnen."

"Het ergste moest toen nog komen," gaat Merope verder. "Want een drietal dagen later kregen we te horen dat de rebellen ons drinkwater zouden vergiftigen als de vredebewakers niet weggingen uit 9."

Er valt een ongemakkelijke stilte en ik zie hoe Doran, Andrew en Noria elkaar een paar veelzeggende blikken toewerpen. Niemand in dit dorp heeft mij ooit echt de schuld gegeven voor wat er toen gebeurd is. Maar hoe moeten we dit aan Merope en Leandro zeggen?

"Is er iets?" vraagt Merope wanneer iedereen blijft zwijgen.

"Eigenlijk wel," antwoord ik aarzelend. "Maar het duurt wel eventjes om dat uit te leggen, en jij wou vandaag klaar geraken met je eigen verhaal zodat je er later niet meer opnieuw over moet beginnen. Is het goed als ik het morgen pas vertel?"

"Dat lijkt mij het verstandigste," meent Doran.

In gedachten haal ik opgelucht adem. Ik ben best bereid om mijn fout toe te geven - het zou laf zijn als ik dat niet deed - maar dit is volgens mij echt niet het juiste moment. Gelukkig zijn ook de anderen het daar mee eens en gaat Merope al snel verder met wat zij ons te vertellen heeft.

"Die avond stond het hele Capitool op zijn kop. Iedereen was in paniek en bij ons thuis kwam er ook geel water uit de kranen. Mijn ouders hebben al onze volle flessen in de kast toen zorgvuldig nageteld. We hadden nog genoeg voor een paar dagen, maar ik vroeg me wel af wat we moesten doen als alles op zou zijn. En de winkels hadden hun drankvoorraad een paar uur later volledig uitverkocht. Dus ik was er eigenlijk echt niet gerust in."

"Zijn de mensen van het Capitool toen niet opnieuw op straat gekomen?" vraagt Noria. "In het journaal zeiden ze er iets over, dacht ik."

"Dat klopt," bevestigt Merope. "Er werd al snel een spontane betoging op de Stadscirkel gehouden en daar is toch heel wat volk op afgekomen. Zelf ben ik er niet naartoe gegaan. Mijn ouders zouden het nooit gewild hebben en ik had al een ander idee. Iets dat ik aan Alcyone en Dennis beloofd had en dat ik toen niet meer kon uitstellen."

"Welk idee was dat juist?" vraagt Andrew een beetje verrast.

"Toen ze mij tijdens ons eerste gesprek uitgelegd hadden wat ze in hun garageboxen deden, heb ik daar thuis natuurlijk wel over nagedacht. En eigenlijk moet ik toegeven dat ik jullie manier om zwervers te helpen niet eens zo slecht vond. Ik vond het bijna jammer dat ik het niet eerder wist. Dan hadden jullie mij misschien eens kunnen meenemen naar ginder."

"Ik dacht dat iedereen in het Capitool een hekel had aan daklozen?" merkt Noria op.

"Veel mensen wel, al heb ik mezelf er vroeger nooit zo veel vragen over gesteld. Meestal negeerde ik ze gewoon zonder ze echt te haten. Maar toen Dennis me jouw verhaal vertelde, vond ik dat jij gelijk had en wou ik zelf ook iets voor hen doen," legt Merope uit terwijl ze weer naar mij kijkt. "Dus ben ik later nog eens teruggegaan naar Dennis en Alcyone om te vragen of ik een keer mee mocht als zij op straat hun klanten gingen bezoeken. De garageboxen hielden ze dicht nadat de vredebewakers het ontdekt hadden, maar in de plaats daarvan gaven ze zelf voedselpakketten aan de daklozen. Dennis wist precies waar iedereen zijn vaste slaaphoek of bedelplaats had."

"Fulvia heeft mij aan de telefoon verteld dat ze het zo opgelost hebben," zeg ik. "En jij mocht dus mee?"

"Dennis vond het goed zolang ik niet in mijn eentje ging. En met die paniek over het drinkwater konden ze wel wat extra hulp gebruiken, want ze moesten dringend flesjes water uitdelen aan al hun klanten. Normaal gezien drinken de meeste daklozen van straatfonteinen, zei Talitha. Eerst was ik eigenlijk een beetje bang. Ik had nog nooit een zwerver aangesproken. Maar toen ik samen met Dennis op pad ging, waren ze allang blij dat wij hen iets kwamen brengen."

"Vroegen ze dan niet wie je was?" wil Enya weten.

"Natuurlijk wel, al herkende de helft mij direct omdat mijn gezicht op Aludra's handtas staat. Niemand vond het erg dat ik kwam helpen, want ik was haar beste vriendin. Ik heb die dag denk ik bijna iedereen van de Garage gezien."

"Dus zo ben je Leandro tegengekomen," besluit Andrew.

"Nee," onderbreekt Leandro hem. "Vergeet niet dat ik toen al naar district 13 gevlucht was omdat ik had meegewerkt aan de bevrijding van Peeta en de andere winnaars. Straks zal ik jullie wel vertellen hoe we elkaar ontmoet hebben."

"Ben je daarna nog eens meegegaan?" vraagt Noria.

"Eén keer, een paar dagen later. Toen was het wel weer veilig om bij een fontein water te halen, maar ze hadden nog altijd eten nodig. De voorraden in de winkels werden steeds kleiner en bij het afval was er niet veel meer te vinden. Dennis heeft me die dag zelfs nog gewaarschuwd."

"Waarvoor?" wil ik weten. Ik kan me moeilijk voorstellen dat onze klanten Merope zouden lastigvallen als ze wisten dat wij goed bevriend waren.

"Hij zei dat de rebellen waarschijnlijk gingen winnen. President Snow had moeten toegeven en dat was volgens hem een duidelijk teken."

"Snow beweerde toen op tv dat de oorlog nog lang niet ten einde was en dat zijn leger zelfs aan een nieuw aanvalsplan zat te werken," herinnert Noria zich.

"Dat is waar, maar Dennis leek daar dus weinig vertrouwen in te hebben. Hij dacht dat we ons stilaan moesten voorbereiden op een invasie van de rebellen."

Dat verbaast me niet echt. Dennis is altijd al iemand met veel mensenkennis geweest. Geen wonder dat hij de hele situatie zo goed kon inschatten. Daarom hebben hij, Alcyone en Talitha de oorlog overleefd, bedenk ik me plotseling. Dankzij een kort bericht van Cressida - die de moeite gedaan heeft om dit voor ons na te trekken - weten we intussen dat ze alle drie op tijd een schuilplaats konden vinden, en dat ze zelfs niet eens gewond zijn.

"Hoe was de sfeer in de rest van het Capitool eigenlijk?" vraag Doran.

"Nogal gespannen," antwoordt Merope. "Ook al hield de president vol dat we de oorlog zeker nog niet verloren hadden, eigenlijk wist iedereen wel dat de rebellen zouden komen als district 2 van hen was. Op televisie zagen we elke dag hoe ze probeerden om de Defensieberg te veroveren. Maar ik herinner me vooral jouw spotje nog, Aludra. Over Kivo."

Het blijft een paar seconden stil en ik merk dat ik me alweer zenuwachtig voel. Merope heeft het dus toch gezien. Natuurlijk weet ik niet op welke dag de rebellen mijn propo voor het eerst uitzonden in het Capitool, maar het moet inderdaad ergens rond die tijd zijn geweest. Nu zal ik eindelijk te horen krijgen wat Merope ervan vond.

"Gelukkig waren mijn ouders juist een avond niet thuis toen het op tv kwam," zegt ze. "De meeste dingen wist ik natuurlijk al dankzij Dennis, Alcyone en Talitha. Maar het was heel bijzonder om het jou allemaal zelf te horen vertellen. Je zal het wel moeilijk gehad hebben tijdens die Spelen, denk ik."

"In dit dorp vonden ze het vast nog veel erger," antwoord ik voordat iemand zijn mond kan opendoen. "Ik ga echt niet over mezelf zitten klagen sinds ik weet wat ze hier hebben meegemaakt."

"Daar wil ik nu liever niet over praten," zegt Enya kortaf.

Heel even heb ik geen idee hoe ik moet reageren. Tot nu toe leek Enya er weinig problemen mee te hebben om samen met Merope in één kamer te zitten. Maar ik weet dat de dood van Kivo bij haar nog altijd heel gevoelig ligt. Misschien krijgen ze straks toch nog ruzie. Iets wat mijn vriendin blijkbaar ook snapt, want ze kiest haar woorden zorgvuldig wanneer ze verder gaat met haar verhaal.

"Ik was nogal onder de indruk van het einde, met die bloemen in de arena. Dat hadden de mensen van de Garage niet verteld omdat ze het zelf uiteraard niet wisten. Niemand in het Capitool kon dat weten. Voor mij betekende het dat je het echt meende. Moesten Dennis en zijn vrouw me toen niet allang overtuigd hebben, dan zou ik dat na het zien van jouw propo zeker wel geweest zijn."

"En wat zeiden de andere mensen in het Capitool van dat spotje?" vraagt Doran.

"Geen idee," moet Merope toegeven. "Het leek me verstandiger om mijn mening gewoon voor mezelf te houden, want mijn ouders hadden me verboden om naar propo's van de rebellen te kijken. Dus ik heb niemand iets gevraagd."

"Zelfs niet aan Sirrah?" wil ik toch nog weten.

"Eigenlijk ben ik er bijna zeker van dat zij jouw filmpje over Kivo nooit gezien heeft," antwoordt Merope. "Bij haar thuis waren ze er ook van overtuigd dat de rebellen het Capitool zouden aanvallen. En dat PZC intussen over de executie van alle Capitoolinwoners was gaan praten, maakte het nog erger. Vlak na die toestand met het drinkwater hebben ze zich met de hele familie opgesloten in hun appartement. Sirrah mocht zelfs niet meer naar buiten. Met haar familie de hele dag thuis kon ze niet stiekem naar filmpjes kijken zoals ik dat heb gedaan. Ik heb nog een paar keer met haar gebeld, maar het was te riskant om er aan de telefoon over te beginnen. Ik was bang dat de anderen ons misschien zouden horen. Eigenlijk weet ik niet of ik dit moet zeggen, maar ik ben toen nog één keer bij jouw ouders langs geweest. Ze hadden die 'In onze herinnering'-propo zelf ook gezien en ze begonnen er tegen mij al over voordat ik de kans kreeg om zelf iets te zeggen. Jouw moeder had het volgens mij misschien nog kunnen begrijpen, moest ze tijd hebben gehad om er wat verder over na te denken. Maar je vader was nog steeds razend om wat je had gedaan."

"Ik-, ik denk niet dat hij het me ooit zal vergeven," stamel ik moeizaam terwijl ik tranen voel opkomen. Misschien heeft Merope gelijk en zou mam mijn verhaal op zijn minst voor een deel snappen, als ik lang genoeg met haar kon praten. Tijdens de Kwelling leek ze al niet zo blij te zijn met wat er gebeurde in de arena. Maar nu ik het luidop gezegd heb, voel ik nog maar eens dat pap de rest van zijn leven kwaad op me zal blijven. Hij is vandaag even ver van me weg als mam dat is.

"Gaat het wel?" vraagt Doran bezorgd. "We kunnen er even mee stoppen als jullie dat willen."

"Nee, ik moet vandaag alles vertellen," zegt Merope opeens. "Dan ben ik er vanaf."

Pas nu valt het me op dat ook zij bleek is geworden. We weten nog steeds niet wat er na de invasie met haar familie is gebeurd en hoe ze aan die verbrande linkerarm komt. Maar het is duidelijk dat ze stilaan met het laatste stuk van haar verhaal wil beginnen. Hoe vreselijk dat ook zal zijn.

"Na de val van district 2 mocht ik van mijn ouders ook niet meer alleen de straat op gaan. Iedereen wist dat de rebellen zouden proberen om het Capitool te veroveren. Zeker toen dat propagandafilmpje met Katniss in het ziekenhuis op tv kwam. Ik begon me al af te vragen of het niet beter was om ergens een leeg gebouw met een kelder of zo te zoeken, waar we hopelijk veilig de oorlog konden uitzitten. Dennis en Alcyone waren van plan om dat te doen. Hun klanten zouden hen wel helpen om een geschikte plek te vinden. Maar dat kon ik allemaal moeilijk aan mijn ouders zeggen zonder mezelf te verraden. Toen we de uitleg over het evacuatieplan te horen kregen, heb ik nog een rugzak gemaakt met dingen die ik wou meenemen als we moesten vluchten. Ik was er helemaal niet gerust in."

"Aludra had ook zo'n rugzak bij zich," zegt Enya. "Die staat hier boven in onze slaapkamer."

"Ik heb de mijne moeten achterlaten," gaat Merope verder. "Toen de vredebewakers ons uiteindelijk toch kwamen halen, kregen we nog net de tijd om snel een jas aan te trekken. Maar we mochten alleen onze identiteitskaart en eventueel noodzakelijke medicijnen bijhouden. De rebellen waren onverwachts doorgebroken en hun soldaten zaten al vlakbij."

"Waar zijn jullie naartoe gegaan?" vraagt Andrew.

"We werden in groep de straat op gestuurd, samen met alle andere bewoners van ons flatgebouw. De vredebewakers hebben ons toen te voet begeleid naar een grote winkel die net binnen de Ringweg lag. Ze hadden geprobeerd om het gelijkvloers in te richten als een soort noodopvang, maar mijn ouders en ik moesten toch op de grond slapen omdat er niet genoeg plaats voor iedereen was. We zaten daar met meer dan tweehonderd mensen bij elkaar, denk ik. Sommigen waren gewond en ik herinner me nog dat één vrouw niets anders deed dan huilen omdat ze haar jongste dochter op straat was kwijtgeraakt in de drukte. Maar niemand kon vertellen waar ze dat meisje voor het laatst hadden gezien."

Merope pauzeert even en neemt een slokje van de beker soep die Noria intussen heeft uitgeschonken. We zijn geen van allen in de stemming voor een warme maaltijd, maar we moeten toch iets eten. Ook al voel ik dat de knoop in mijn maag steeds strakker wordt. Ik probeer me in te beelden hoe het voor Merope geweest moet zijn. Op de vlucht met alleen de kleren die je draagt, zonder te weten wat de volgende dagen - of zelfs maar de volgende paar uren - zullen brengen. Het was vast nog erger dan wat ik na de Kwelling heb meegemaakt. Want na mijn ontvoering was ik ontsnapt aan mijn vijanden, terwijl Merope en haar ouders gevangen zaten in een stad waar volop gevochten werd.

"Er was zelfs niet eens genoeg te eten voor ons allemaal," gaat Merope verder. "Mijn vader heeft zijn portie grotendeels aan mij gegeven. Maar toch heb ik geen oog dichtgedaan die nacht. De vloer was te hard en ik kon alleen maar denken aan wat er zou gebeuren als het rebellenleger nog dichterbij kwam. De volgende ochtend heel vroeg werd het gebouw alweer ontruimd omdat de situatie niet meer veilig was. We kregen het bevel om verder in de richting van het Stadscentrum te lopen, al wist eigenlijk niemand waar naartoe."

Merope zet haar beker soep weer op tafel neer en haalt diep adem. Het is nu muisstil rond de tafel, want aan haar lichaamstaal kan iedereen zien dat er kort daarna iets helemaal fout gegaan moet zijn. Iets verschikkelijks, dat ze zo goed en zo kwaad als het kan aan ons zal proberen te vertellen.

"De zon was nog maar net op en het sneeuwde toen we vertrokken," zegt ze met bevende stem. "Mijn moeder zei dat we zeker moesten samenblijven om elkaar niet kwijt te geraken tussen al dat volk. Maar toen mijn schoenveter loskwam, geraakte ik toch achterop. Dus heb ik hem snel weer vastgebonden en zag ik dat mijn ouders al bijna dertig meter verder waren. Ik wou net proberen om hen in te halen toen-" Merope slikt en vecht tegen haar tranen, "toen er ineens een pod is afgegaan. Het begon met een hek van dikke metalen staven dat uit de muren kwam en de hele straat afsloot. Ik durfde niet te kijken naar wat er juist gebeurde, maar ik hoorde wel een heel raar gezoem en het geschreeuw van alle mensen die aan de verkeerde kant zaten. Toen het gedaan was, lag iedereen dood op de grond. Ook mijn ouders."

Merope slaat twee handen voor haar gezicht en barst in snikken uit. Ik ga naast mijn vriendin zitten en leg een arm om haar schouders, maar het helpt niet echt. Ook de anderen weten zich geen houding te geven. Wat moet je zeggen tegen iemand die haar vader en moeder op zo'n manier heeft zien sterven? De valstrikken van onze regering waren stuk voor stuk gebouwd om iedereen die erin liep een snelle maar zeer pijnlijke dood te bezorgen. Ik voel me misselijk worden, want het beeld van mam op de vloer van onze eigen flat komt weer naar boven. Uiteindelijk duurt het bijna vijf minuten voordat Merope verder kan praten. Andrew en Doran vragen haar of ze dat echt wil, maar mijn vriendin antwoordt dat ze haar verhaal vandaag nog helemaal wil afwerken. Zodat ze het daarna nooit meer hoeft te vertellen.

"Met dat hek voor ons konden we niet meer verder," zegt ze schor. "Iedereen is in paniek teruggerend naar het kruispunt dat we eerst waren overgestoken. Daar stond een peloton regeringssoldaten die ons bevalen om rechtsaf te slaan en gewoon door te lopen. Ik ben de rest van de groep gevolgd zonder me echt af te vragen wat er met ons zou gebeuren. Het kon me op dat moment eigenlijk ook niet veel meer schelen. Ik bleef pas staan toen twee vredebewakers me op straat tegenhielden. Ze vroegen of ik alleen was en ook hoe oud ik juist was. Toen ik 'zeventien' zei, hebben ze mijn identiteitskaart bekeken om te zien of dat klopte. Daarna moest ik achteraan in de laadruimte van hun combi stappen, samen met een meisje van veertien jaar dat ook haar ouders kwijtgeraakt was."

Ik voel mijn verdriet en walging plaats maken voor verbazing. Dit had ik helemaal niet verwacht. Wat kan hier de bedoeling van geweest zijn? De anderen vragen zich duidelijk hetzelfde af, behalve Leandro die ongelukkig voor zich uit kijkt alsof hij het al weet. Maar ik kan geen enkele reden verzinnen waarom de vredebewakers Merope zouden arresteren. Ze zal het me zelf moeten vertellen.

"Onderweg pikten ze nog een paar andere kinderen op en toen zaten we met zessen in die auto. Ik kon niet goed zien waar ze ons heen brachten en het ging ook maar traag vooruit omdat er zo veel mensen op straat rondliepen. Ik was de oudste, denk ik. Samen met dat andere meisje heb ik nog een jongentje van een jaar of vier proberen te troosten. Hij was echt doodsbang, hij hield maar niet op met wenen en roepen omdat zijn mama weg was."

"Dus jullie waren eigenlijk allemaal alleen," snapt Andrew opeens.

"Ja," antwoordt Merope gespannen. "Dat was trouwens de reden waarom die patrouille ons meenam. Toen ze nog een zevende kind opgepikt hadden, hoorde ik hen tegen elkaar zeggen dat ze zochten naar minderjarigen die hun ouders of familie kwijt waren en die zonder begeleiding over straat liepen. Een paar minuten later stopte de combi op de Stadscirkel, vlak voor het paleis van Snow. We moesten uitstappen en een soort van omheind gedeelte binnengaan. Daar zat het al vol met andere kinderen. Maar niemand wist wat er precies aan de hand was. Ik voelde me toen eigenlijk al niet veilig, zo tussen het paleis en de Stadscirkel in. Ook al waren er nergens rebellen of andere vechtende soldaten te zien."

Achter mijn rug hoor ik Doran en Andrew naar adem happen. Dan doet Leandro opeens zijn mond open.

"Misschien moet ik nu mijn deel van het verhaal vertellen," zegt hij terwijl hij overeind komt en met een pijnlijke grimas op de houten bank aan tafel gaat zitten. Noria haalt snel enkele handdoeken die hij opgevouwen onder zich kan leggen. Merope knikt als teken dat hij mag verdergaan en dan luisteren we allemaal naar wat Leandro te zeggen heeft.

"Jullie weten al dat ik in district 13 soldaat geworden ben en meegedaan heb aan de verovering van het Capitool," vertelt hij. "Op de ochtend van de laatste dag zaten we al een heel eind in het Centrum toen mijn groep zich aangesloten heeft bij een andere legereenheid. Het was de bedoeling dat we samen zouden verdergaan tot aan de Stadscirkel. Maar net toen we van plan waren om te vertrekken, kregen we slecht nieuws te horen."

"Wat was dat dan?" wil Andrew weten.

"Het andere regiment had 's nachts hun verkenners vooruit gestuurd om de situatie in te schatten. Die soldaten kwamen terug met de melding dat president Snow zijn paleis beschermde door een grote groep minderjarigen als levend schild te gebruiken. En het was juist heel belangrijk dat we het paleis zo snel mogelijk konden innemen. De vredebewakers hadden er intussen hun uitvalsbasis van gemaakt en ook Snow zelf zat er, samen met al zijn ministers."

"Dus het Capitool zou alleen vallen als het paleis van de rebellen was," snapt Noria.

"Dat klopt," bevestigt Leandro. "Iedere soldaat in ons leger wist dat de verovering van het paleis ook het einde van de oorlog kon betekenen. Maar die kinderen zaten in de weg. Onze twee bevelhebbers snapten heel goed wat voor bloedbad het zou worden als we rechtstreeks aanvielen, en dat wilden ze natuurlijk vermijden. Ik heb mijn commandant nog horen zeggen dat hij de kinderen enkel zou laten doden als het echt niet anders kon. Dus moesten er een paar soldaten op verkenning gaan om te kijken of we geen betere oplossing konden vinden."

"En jij was daarbij," raadt Noria.

"Inderdaad," knikt Leandro. "Ze hadden mij gekozen omdat ik zelf uit het Capitool kom. Ook al ben ik al jaren niet meer in het Centrum geweest, ik kende het terrein toch beter dan de anderen. We hebben ons soldatenuniform ingeruild voor burgerkleren om niet op te vallen, maar we namen uiteraard wel stiekem onze wapens mee. Niemand heeft ons onderweg tegengehouden. We zagen er precies uit als de andere mensen die op de vlucht waren."

"Met hoeveel waren jullie?" vraagt Doran.

"Vier man. Een grotere groep zou te veel aandacht trekken. Op de Stadscirkel moesten we splitsen en per twee naar het paleis proberen te gaan. Eén duo zou de oostelijke vleugel van het gebouw bekijken, de andere twee de westkant. We spraken af wie wat zou doen en gingen dan uiteen."

"Dus je bent te voet de hele Stadscirkel overgestoken?" vraag ik.

"Ja. Het was daar echt een complete chaos. Overal mensen die wanhopig op zoek waren naar familie en vrienden, of die uitgeput neerzaten in de sneeuw. Vaak waren ze gekwetst of droegen ze veel te dunne kleren. Ik heb zelf gezien hoe iemand twee zilveren armbanden ruilde voor een half kapotte winterjas. Eigenlijk vond ik het moeilijk om gewoon door te lopen zonder iets te doen, maar ik had ze toch nooit allemaal tegelijk kunnen helpen. En ik moest in de eerste plaats aan onze missie denken."

"Een opdracht waarmee de oorlog misschien snel zou eindigen als je ze juist uitvoerde," zegt Andrew.

"Daar probeerde ik ook aan te denken toen ik samen met die andere soldaat naar het paleis ging. De vredebewakers hadden ons gelukkig nog niet gezien omdat de Cirkel bomvol zat. Maar ze hielden wel de omheining met kinderen goed in de gaten, dus we moesten erg op onze hoede zijn."

Leandro pauzeert even, alsof hij besloten heeft om geen dingen te verzwijgen en zich alles zo helder mogelijk voor de geest wil halen. Het is doodstil rond de tafel. Iedereen weet dat Dorans vriend nu aan het belangrijkste deel van zijn verhaal begint.

"We probeerden net een manier te vinden om ongezien langs die afzetting te geraken toen ik haar zag, ergens helemaal aan de zijkant. Ze had de kap van haar jas naar voren getrokken, maar ik herkende die tatoeages meteen. Ik had zo vaak jullie foto gezien op jouw handtas, Aludra."

Iedereen kijkt nu naar Merope. Ze houdt opnieuw haar handen voor haar gezicht, alsof ze zich schaamt voor de zilveren en paarse krullen die zo duidelijk aangeven dat ze uit het Capitool komt. Of probeert ze de vreselijke herinneringen weg te duwen? Ik weet nog goed hoe Merope zei dat haar tatoeage een unieke tekening is die niemand anders heeft, en hoe ik dat later ook aan de zwervers van de Garage vertelde.

"Net op hetzelfde moment hoorde ik geschreeuw en geweerschoten aan de overkant van de Stadscirkel, waar wij vandaan waren gekomen," gaat Leandro verder. "Ik snapte dat de rest van het rebellenleger doorgebroken moest zijn en dat er ongetwijfeld zwaar gevochten zou worden terwijl die groep kinderen daar nog altijd als levend schild zat. Toen vergat ik mijn collega, onze missie en al de rest. Ik kon alleen maar denken dat Aludra's moeder al dood was en dat ze nu ook nog haar beste vriendin zou verliezen. Dus ben ik naar de omheining toe gerend zonder nog op vredebewakers of andere soldaten te letten. Gelukkig stond Merope helemaal aan de kant. Ik zei haar dat ik zelf een vriend van Aludra was en dat ik haar daar onmiddellijk weg zou halen."

"Leandro moest in mijn oor roepen om zich verstaanbaar te kunnen maken," gaat Merope verder. Ik had hem nog nooit in mijn leven gezien, maar ik geloofde hem omdat hij Aludra's naam kende en blijkbaar ook wist wie ik was. Hij heeft me geholpen om over die betonnen omheining te klimmen. Ik zat net met mijn voeten op de rand toen de parachutes naar beneden vielen."

"Ik wist natuurlijk nog niet dat het brandbommen waren, maar ik vond het zo bizar dat ik die dingen voor geen cent vertrouwde," zegt Leandro. "Dus trok ik Merope van de omheining af en duwde ik haar voor me uit om daar zo snel mogelijk weg te komen. Ik heb achterom gekeken vlak nadat de eerste reeks parachutes ontploft was," mompelt hij stil, worstelend met deze herinnering. "Ik zag hoe onze eigen rebellendokters de kinderen van het Capitool verzorgden. Merope en ik waren in al het gedrang hooguit twintig meter bij de omheining vandaan geraakt toen de rest van de bommen afging. Dat is het laatste wat ik jullie zelf kan vertellen."

"Ineens lag ik tegen de grond, met Leandro bewusteloos bovenop mij," gaat Merope aarzelend verder. "Alleen mijn linkerarm was vrij en die kon ik van pijn bijna niet meer bewegen. Ik hoorde mensen huilen en rook verbrand vlees, maar niemand kwam ons helpen. Toen ik toch naar links durfde te kijken, zag ik dat de stof van mijn mouw helemaal zwart verschroeid was. Verder weet ik ook niet veel meer. Ik zal vlak daarna zelf wel flauwgevallen zijn, denk ik. Pas in het ziekenhuis ben ik weer wakker geworden. De dokters zeiden dat mijn arm zwaar verbrand was, maar dat ik verder eigenlijk veel geluk heb gehad. Ze hebben toen ook verteld dat iedereen die in de omheining zat op slag dood was."

Merope's stem stokt en ook wij blijven zwijgen. We zijn te geschokt om zomaar iets te kunnen zeggen. Wat mijn vriendin vertelt, is helemaal waar. Alle capitoolkinderen en rebellenartsen binnen de afzetting voor het paleis zijn ter plekke gestorven. Levend verbrand door de vuurballen uit de parachutes. Zonder de moed van Leandro zou dat ook Merope's lot geweest zijn. En hij heeft er een hoge prijs voor betaald.

"Dank je wel, Leandro," stamel ik terwijl ik heel voorzichtig mijn arm rond zijn schouders leg en er op let dat ik zijn verbrande rug niet aanraak.

"Het geeft niet," antwoordt hij. "Jullie hoeven je zeker niet schuldig te voelen. Jij hebt vroeger meer dan genoeg voor mij gedaan. Eerst toen je kwam meehelpen in de Garage, en daarna was je zelfs spion om de regering van Snow omver te krijgen. Misschien zullen de daklozen in het Capitool nu eindelijk beter behandeld worden."

"Op dat punt vertrouw ik Paylor veel meer dan Snow," bevestigt Doran. "Haar eerste toespraken doen mij toch geloven dat zij een goede president kan zijn."

"Ik zou het mezelf nooit vergeven hebben als ik niks had geprobeerd om jouw beste vriendin te redden," voegt Leandro er nog aan toe.

"Hebben jullie elkaar later in het ziekenhuis snel teruggevonden?" wil Enya weten. Ze is zichtbaar onder de indruk van het hele verhaal.

"De dokters hadden ons op dezelfde kamer gelegd omdat ze dachten dat wij samen hoorden," vertelt Merope. "De eerste dagen herinner ik me maar vaagjes. Ik kreeg nogal veel morfling, geloof ik. Toen ik eindelijk helder genoeg was om te kunnen vragen wie me gered had, was Leandro al geïdentificeerd. Hij werd nog altijd in coma gehouden, maar met zijn naam wist ik voldoende. Dennis en Alcyone hadden me eerder al gezegd dat hij de vriend van Doran is en Aludra ook goed kende."

"Toen de dokters mij uiteindelijk wakker gemaakt hebben, vroeg ik of Merope nog leefde en of ik haar onder vier ogen mocht spreken," gaat Leandro verder. "Dat vonden ze gelukkig geen probleem. Ik heb haar verteld hoe ik zelf op de Stadscirkel was beland, en dat ik wist waar we Aludra konden vinden."

"Ik was eerst heel verbaasd om te horen dat je al die tijd bij Kivo's ouders hebt gezeten en niet in 13," zegt Merope. "Ik dacht dat zij juist een hekel aan jou zouden hebben omdat je van het Capitool bent."

"Fulvia hoopte dat de regering van Snow ook op die manier redeneerde," legt Andrew uit.

"Ik heb ook heel lang een hekel aan haar gehad," geeft Enya eerlijk toe. "Tot ik snapte dat zij één van de weinige mensen uit het Capitool was die het echt iets kon schelen wat er met mijn broer was gebeurd."

"Merope vroeg me toen of ik haar naar Aludra kon brengen zodra we weg mochten uit het ziekenhuis," vertelt Leandro. "Dat duurde natuurlijk wel even. Ze lieten ons daar pas drie dagen geleden vetrekken. En dan alleen omdat ik zei dat we twee vrienden zouden bezoeken die zelf rebellenverplegers waren, zoals Fulvia tijdens mijn soldatenopleiding in district 13 aan mij had verteld. Ik moest natuurlijk eerst nog officiële toestemming vragen voor ons allebei om naar 10 te mogen reizen. Maar hier zijn we dan."

"Ik ben heel blij dat je nu al gekomen bent, en dat je Merope wou meenemen," antwoordt Doran zodra Leandro uitgesproken is. "Dat was volgens mij het beste wat je kon doen."

"Ik denk het ook," zegt Andrew meteen. "Niet alleen voor jullie, maar voor ons allemaal." En daar heeft hij ongetwijfeld gelijk in.

Intussen is het buiten al helemaal donker geworden. Merope heeft heel wat tijd nodig gehad om haar verhaal te vertellen en ik kan zien dat ze nu eigenlijk doodmoe is. Net als ik. Maar voordat we kunnen gaan slapen, moeten we eerst nog de wonden van haar en Leandro bekijken. Even later stappen Enya, Doran en ik met onze twee nieuwe patiënten richting ziekenhuistent. Het pad is half dicht gesneeuwd, maar gelukkig nog makkelijk te volgen. Lucas groet ons als we binnenkomen - hij weet natuurlijk al sinds deze middag wat er aan de hand is - en toont ons waar hij het materiaal voor brandwondenverzorging bij elkaar heeft gezet. Van hem mogen we deze hele voorraad bewaren wanneer hij over enkele dagen weer naar district 13 vertrekt en de tent afgebroken wordt.

Ik begin voorzichtig het verband rond Merope's arm los te maken terwijl Leandro zich uitkleedt en op zijn buik op één van de veldbedden gaat liggen. Enya en Doran zullen samen zijn wonden verzorgen. Pas nu zie ik echt wat de parachutes hebben aangericht. Leandro moest verschillende huidtransplantaties met in het laboratorium gekweekte cellen ondergaan omdat zijn rug en de achterkant van zijn benen er zo erg aan toe waren. Ook Merope's arm is duidelijk zwaar verbrand geweest. Ze geeft geen kik als ik haar wonde behandel met de speciale zalf die Katniss tijdens de vierenzeventigste Hongerspelen van haar sponsors kreeg, maar ik voel wel hoe ze haar spieren spant om de pijn te kunnen verdragen. Het is eigenlijk een wonder dat zij en Leandro vandaag in staat waren om naar hier te reizen, dankzij de goede zorgen van de artsen in het Capitool. Maar Katniss was minstens even ernstig verbrand, en zij heeft intussen president Coin doodgeschoten. Nog steeds vraagt iedereen in Panem zich af wat onze Spotgaai bezield heeft om dat te doen, ondanks de vele theorieën die nu al geopperd zijn nog voordat het proces tegen Katniss echt gestart is. Net zoals ik zelf nooit zal kunnen begrijpen waarom Snow één van zijn allerlaatste hovercrafts gebruikte om het levend schild van minderjarigen voor zijn paleis op te blazen.

Wanneer we klaar zijn met het verzorgen van Leandro en Merope, vraag ik op een fluistertoon - zodat ik de weinige andere patiënten niet wakker maak - of ik vannacht hier mag blijven slapen. Dan hoeven onze vrienden niet alleen te zijn in een district dat vreemd voor hen is. Lucas stemt meteen toe, volgens hem is het geen slecht idee om minstens één verpleegster in de buurt te houden. Maar toch weet ik dat we over enkele dagen een betere oplossing moeten bedenken als deze tent weggaat. Het huisje van de familie Morrison is echt te klein om er met zeven mensen in te wonen.

Ik ga op het lege veldbed naast dat van Merope liggen en trek het dikke deken over me heen. Hopelijk zullen we niet wakker schrikken van elkaars nachtmerries. Maar vreemd genoeg gebeurt dat niet. Ik slaap zelfs een stuk beter dan ik in weken heb gedaan. Wanneer ik mijn ogen open doe, is het buiten al helemaal licht. Darvo staat bij zijn eigen bed en vouwt zijn reservekleren op tot een klein pakketje dat hij met een stevig touw samenbindt. Vandaag gaat hij naar huis. Maar hij wil natuurlijk niet vertrekken zonder afscheid van me te nemen.

"Ik zal nooit vergeten dat je mij bij de overval in district 6 het leven hebt gered," zegt hij. "Mochten er nog mensen zijn die alle capitoolinwoners haten, dan weet ik wat ik moet antwoorden."

"Vergeet de eerste paar weken je oefeningen niet te doen," herhaal ik nog eens.

"Ik zal eraan denken," belooft Darvo. "En ik vind dat jullie het goed genezen hebben. Al heeft Lucas me wel gewaarschuwd dat ik bijna zeker voor de rest van mijn leven zal blijven voelen dat er ooit iets met mijn arm gebeurd is. Als ik zware dingen moet optillen, bijvoorbeeld."

"Laat dat voorlopig maar door iemand anders doen," raad ik hem aan.

"Dat weet ik. Vale kent nu mijn thuisadres, hij zal het straks aan jou doorgeven. President Paylor heeft gezegd dat ze zo snel mogelijk een nationale postdienst wil oprichten. Je moet me later maar eens een brief schrijven vanuit het Capitool."

"Zal ik doen," bevestig ik. Maar in stilte stel ik mezelf voor de zoveelste keer de vraag waar ik al een hele tijd mee in mijn hoofd zit. Het Capitool. Wat heb ik daar eigenlijk nog te zoeken nu mam dood is en pap me waarschijnlijk niet meer wil zien?

Nadat Darvo vertrokken is, komt Leandro zeggen dat hij nu naar Vale en Iris gaat om iets belangrijks met hen te bespreken. Heel even vraag ik me af waarom hij ons daar blijkbaar liever niet bij heeft, maar dan bedenk ik dat dit misschien een goed moment is om met Merope in het Wildbos te gaan wandelen. Gisteren heeft ze een paar mensen uit het dorp over die plek horen vertellen en dat heeft haar eigenlijk wel nieuwsgierig gemaakt.

"Helemaal anders dan thuis," zegt ze terwijl we even later warm aangekleed door de sneeuw ploeteren. "Het is hier echt rustig."

We blijven staan en spitsen allebei onze oren. Nu er bijna geen vogels zijn en het sneeuwtapijt alle geluiden dempt, is het inderdaad muisstil in het bos. Een groot verschil met het Capitool, waar je overal wel lawaai van mensen of voorbijrijdend verkeer kon horen. Ik weet dat ik deze stilte zal missen als ik ooit terug naar huis zou gaan, maar daar denk ik nu liever niet te veel over na. Deze uren zijn van mij en Merope.

We zetten ons neer op een omgevallen boomstronk waar we de meeste sneeuw af hebben geveegd en ik maak het lunchpakket open dat Lucas ons meegaf. Tijdens het eten vraagt Merope me hoe het was om rebellenverpleegster te zijn. Dus vertel ik haar over de opleiding die ik samen met Doran, Enya en Nuvie volgde - hoewel die twee me toen nog niet konden uitstaan - en over het gebrek aan medicijnen dat we bij het begin van de oorlog hadden. Eerst in de stadsschool van district 10 en later ook in onze eigen ziekenhuistent hier. Daarom moesten we de trein overvallen. Merope is oprecht onder de indruk wanneer ik haar tot in detail vertel hoe ik met die vredebewaker vocht en Darvo verzorgde, maar zelf door Amalthea uit de penarie geholpen moest worden omdat ik verdwaald was. Ik praat ook over mijn korte bezoek aan 13 toen Fulvia het filmpje over Kivo wou maken, de missie waarbij ik tijdens een hevig onweer de riolen van het Capitool in moest om mijn collega-spionnen te waarschuwen, de uren die ik met de daklozen van de Garage doorbracht en hoe ik hen op straat altijd gewoon voorbij liep als ik toevallig met ouders of vrienden op stap was. Uiteindelijk begin ik zelfs te vertellen over dingen die me nu nog steeds dwars zitten, zoals de relatie met mijn vader die langzaam maar zeker verzuurde en het beruchte telefoongesprek dat de rebellen op het idee van vergiftigd drinkwater bracht. Vreemd genoeg lijkt Merope me dat laatste al vrij snel te vergeven.

"Jij kon niet weten dat de rebellen jouw woorden zo zouden gebruiken," zegt ze. "En uiteindelijk is er niks echt ergs gebeurd, dus het heeft weinig nut om er nu nog van wakker te liggen."

"Ik zal het mezelf toch altijd blijven verwijten," antwoord ik. Maar tegelijk merk ik dat ik die zin eindelijk voor het eerst kan uitspreken zonder me meteen weer depressief te voelen. Misschien omdat Merope nu bij me is. Dat mijn beste vriendin en ik elkaar hebben teruggevonden, betekent veel meer voor mij dan ik op dit moment onder woorden kan brengen. Ik ben zo vaak bang geweest dat ik ook haar zou verliezen, omdat ze stierf in de oorlog of kwaad op me zou zijn na alles wat ik als spionne en rebel heb gedaan. Maar nu weet ik dat we nog steeds vriendinnen zijn.

"Eigenlijk vind ik het nu wel jammer dat je tijdens de vierenzeventigste Spelen niks aan mij hebt verteld," zegt ze. "Dan zou je daarna niet zo alleen zijn geweest en hadden we misschien alles samen kunnen doen."

"Wees toch maar blij dat je er niet bij was. Ik heb genoeg narigheid meegemaakt voor de rest van mijn leven," antwoord ik. "En mijn oude leven krijg ik nooit meer terug."

"Dat geloof ik best,' geeft Merope toe. Aan haar stem kan ik horen dat ze echt wel begrijpt hoe moeilijk dit allemaal voor me is. "Maar wij zijn er nu om je te helpen. Ik denk trouwens dat we stilaan weer naar het dorp moeten gaan, anders vragen de ouders van Kivo zich af waar we blijven."

De zon is achter een egaal pak wolken verdwenen en het is lichtjes beginnen sneeuwen. We vegen het dunne poederlaagje van onze kleren en gaan dan snel op weg. Aan de grijze lucht te oordelen is er een flinke sneeuwbui op komst. Wanneer we eindelijk terug in het dorp zijn, vallen er al grote vlokken naar beneden. Merope klopt op de voordeur van ons huisje, maar niemand laat ons binnen. Ook achter het raam is alles donker.

"Ze zijn er niet," hoor ik Nuvies vader zeggen terwijl hij haastig naar ons toe komt gelopen. "Ze zitten nu allemaal bij Vale en Iris." Pas dan herinner ik me dat Leandro daarstraks iets wou bespreken met die twee. Misschien kunnen wij best ook naar ginder gaan.

Wanneer Iris de deur opendoet, lijkt het wel of ze ons al verwachtte. Merope en ik hangen onze jas aan de kapstok en volgen haar naar de woonkamer. Daar zitten Leandro, Vale, Doran en de familie Morrison zwijgend rond de tafel bij elkaar. Er is iets mis, dat voel ik nu al.

"Ga even zitten," zegt Leandro ernstig. "Vanochtend ben ik speciaal naar Vale en Iris gekomen omdat ik begrepen heb dat zij min of meer verantwoordelijk zijn voor dit dorp, dus vond ik dat ik het eerst aan hen moest uitleggen. Dan kunnen zij me helpen om het op de juiste manier aan jullie te vertellen."

"Ik ben zelf nog maar net hier," onderbreekt Doran hem. "Dus ik weet ook niet waarover het gaat."

"Is er weer iemand dood?" stamel ik terwijl ik voel hoe mijn maag in een knoop gaat zitten. "Iemand die wij kennen?"

"Nee," stelt Leandro me al snel gerust. "Maar ik heb helaas wel nieuws uit het Capitool dat jij en Doran echt niet graag zullen horen."


Een redelijk lang hoofdstuk, maar er moest dan ook vrij veel in verteld worden. Nu weten we eindelijk wat Merope tijdens de oorlog heeft gedaan! Aan de reviews op mijn verhaal had ik wel gemerkt dat sommige lezers dachten dat ook Merope stilaan haar twijfels kreeg bij de Hongerspelen. Stemt haar verhaal ongeveer overeen met wat jullie verwacht hadden?

Van één ding hoop ik wel dat het als een grote verrassing kwam: Merope die in de beruchte afzetting voor het paleis zit en nog net op tijd gered wordt door Leandro. Ook dit is één van de allereerste ideeën die ik had voor dit verhaal. De basis ervoor kan je al terugvinden in hoofdstuk elf van Spionne, waar Merope haar gezichtstatoeages kreeg als verjaardagsgeschenk. Ik herinner me nog dat één van mijn lezers zich afvroeg of het unieke van die tatoeages later nog een rol zou spelen. Die persoon had dus helemaal gelijk!

Waarschijnlijk vinden jullie het een beetje vreemd dat ook Merope in de afzetting zat omdat het hier om kinderen ging. Gelukkig voor mij staat er in het originele boek ook letterlijk dat de groep varieert 'van peuters tot pubers'. Ik veronderstel dus dat Suzanne Collins hiermee bedoelt dat alle personen binnen de afzetting officieel minderjarig zijn. Bij het schrijven van mijn verhaal heb ik er daarom voor gezorgd dat Merope bij de val van het Capitool nog geen achttien jaar oud was.