Hoofdstuk 7: de volgende dag
Purvis en Chickenstein zijn pasta (fettuccine) aan het eten in de kantine, yum. Er komt iemand met rossig haar naar hen en zit neer met een dienblad met daarop een boterham, hij ziet er gespannen uit alsof hij niet goed had geslapen. Chickenstein kijkt naar de jongeman en herkent hem bijna onmiddellijk.
"Wat is jouw naam?" vraagt Purvis aan de jongeman. De man kijkt naar hem en begint te trillen, hij spreekt geen woord behalve zijn naam tussen wat gestotter, "Casmer Pollostine". Chickenstein verwijd zijn ogen van verrassing en zijn snavel valt open, maar hij zal het niet beter doen want zijn netvliezen beginnen te prikkelen. Hij laat een kreet los en wrijft aan zijn ogen, het voelt alsof zijn ogen in brand staan en hij trekt en krabt aan zijn oogleden en hoornvliezen.
"Wat ben je aan het doen?" vraagt Purvis aan hem. Chickenstein kijkt naar hem terug en verontschuldigt zich, hij kan alleen met zijn ogen knipperen en bewegen omdat zijn oogleden dichtgenaaid zijn aan zijn oogkassen. Casmer begint te schudden en zijn spanning verandert naar trauma. Hij begint stilletjes te huilen en schuift weg totdat hij tegenover Purvis zit. Purvis vraagt zich af waarom hij zo gedraagt, maar Chickenstein fluistert in zijn oor over de gespannen jongeman.
Casmer is de zoon van zijn maker, Hector Pollostine. Toen Chickenstein tot leven werd gebracht, werd Casmer verwaarloosd door zijn vader en moest hij met zijn moeder wonen want ze waren gescheiden. Hij stopte met school en runt een bedrijf waar hij gestolen goederen verkoopt. Purvis kijkt naar Casmer en begrijpt waarom hij zo gedraagt. Casmer staat op met zijn dienblad in zijn handen en loopt naar een andere tafel. Purvis krijgt hoofdpijn.
"Heb je je pillen gepakt?" vraagt Chickenstein aan hem, Purvis knikt. Hij heeft zijn pillen gepakt voor het ontbijt. Chickenstein kijkt naar Casmer en heeft medelijden met hem, zelfs een persoon die niets van emoties begrijpt, voelt medelijden met één persoon. Purvis kijkt naar hem met vastberaad.
"Had hem beter niet aangevallen…" zucht Chickenstein in schaamte, hij viel Casmer aan 4 maanden geleden toen hij net tot leven werd gebracht, Casmer is maar een onschuldig kind, een gebroken ziel. Purvis knikt en bijt aan de droge huid rond zijn vingernagels. Hij en Chickenstein staan op en gaan terug naar de kamer, Purvis zit op het bed en voelt aan zijn bottige pols. De geur van ontsmettingsmiddel loopt rond in de lucht. Hij voelt bleek en neemt een glas water, hij neemt een slok en zijn keel voelt beter. Hij ligt neer maar zijn nek doet nog steeds veel pijn, Chickenstein neemt een opgerolde handdoek en legt het onder Purvis' nek. Purvis voelt wat comfortabeler en glimlacht naar hem.
"Goede…gezondheid.." fluistert Chickenstein naar Purvis. Hij wenst hem veel success met zijn herstel. Purvis valt in een diepe slaap en Chickenstein houdt hem in de gaten terwijl hij nadenkt over Casmer en zijn maker, Hector.
"Meester, jouw zoon is hier.." praat Chickenstein naar zichzelf. Hij herinnerde toen hij tot leven werd gebracht, zijn maker, zijn meester, de ene echte Hector naar hem met opwinding kijkt. Maar Casmer was doodsbang. Hector keek niet eens naar Casmer, zijn eigen zoon, niet eens als zijn zoon, gewoon een accessoire. Als een pion in een schaakspel met één doel. Chickenstein kijkt naar buiten en ziet Casmer achter een boom aan het huilen terwijl die naar hem kijkt met vernauwde ogen. Hij ziet terug de schuddende nek in zijn handen, de nek waar hij probeerde te wurgen. Chickenstein kijkt even weg en zit terug naast Purvis.
