"Judith?!" De stem van Ann haalt Judith bruusk uit haar diepe gedachten.

"Huh?"Judith kijkt op, haar ogen nog steeds dromerig en vol zorgen.

"Seg, heb jij eigenlijk wel iets gehoord van wat ik juist gezegd heb?" Ann leunt naar voren, haar blik op Judith gericht, die met haar gedachten duidelijk ergens anders zit.

"Ja sorry, ik heb gewoon niet zo goed geslapen." Judith forceert een glimlach op haar gezicht.

"Oei, toch geen problemen?", vraagt Ann met een bezorgde blik.

"Nee, nee." Judith doet haar best om overtuigend te klinken, maar de verontrustende blik in haar ogen verraadt meer dan ze zelf wil.

"Komaan, Judith…Ik zie dat er iets scheelt. Wil je erover praten?" Ann legt haar hand op die van Judith en kijkt haar bezorgd aan. "Je weet toch dat je mij in vertrouwen kunt nemen he?" Ze merkt dat er tranen opwellen in Judiths ogen. "Is het Tom? Is er iets gebeurd tussen jullie?"

Plotseling begint Judith te snikken. Ann hoopte dat ze fout gokte, maar aan Judiths reactie te zien, vreest ze dat ze wel degelijk op het juiste spoor zit. Net nu ze dacht dat haar broer zich eindelijk herpakt had. "Oh, Judith toch!" Ann stapt naar Judith toe en omhelst haar stevig. Ze voelt Judiths lichaam in haar armen schokken, en weet dat dit niet om een gewone ruzie gaat. Dan zou ze nooit zo heftig reageren. Woede borrelt op bij Ann. Haar broer had in het verleden wel vaker een ravage aangericht op liefdesvlak. Net daarom stond ze er absoluut niet voor te springen dat hij met haar collega een relatie begon, maar met Judith leek het echt anders. Ze had zich blijkbaar weer vergist…

Ann kan haar woede nu niet meer inhouden. "Ik wist het hè dat vroeg of laat de oude Tom weer zou bovenkomen!"

Judith kijkt haar verwonderd aan, haar ogen rood en gezwollen. "Het is niet wat je denkt, Ann. Tom heeft niks gedaan." Ze droogt haar tranen met een zakdoekje en probeert zichzelf te herpakken. Ann kijkt haar nu aan met een fronsende blik.

Judith haalt diep adem en met een stem die bijna breekt, laat ze de woorden eindelijk los: "Ik denk dat ik zwanger ben, Ann."

Ann staart haar een moment sprakeloos aan, alsof ze niet zeker is of ze Judith goed gehoord had werkelijk vanalles verwacht, maar dit absoluut niet.

"Zwanger?", fluistert ze, vol verbazing.

Judith knikt zwakjes en bijt op haar lip om niet opnieuw in tranen uit te barsten. Haar blik dwaalt onzeker naar de vloer en haar vingers draaien zenuwachtig aan de rand van haar mouw. "Ik heb vorige maand mijn regels niet gehad, maar ik dacht dat mijn lichaam misschien nog moest aanpassen na Australië. Maar nu ben ik al dagen misselijk, mijn borsten zijn super gevoelig en ik heb mijn emoties totaal niet meer in de hand, zoals je kunt zien. Ik voel het gewoon aan alles." Er klinkt wanhoop in haar stem.

"Hmm…En weet Tom het al?", vraagt Ann voorzichtig, haar stem vol medeleven.

"Nee, ik heb het nog niet durven zeggen…maar hij maakt zich wel ongerust nu de misselijkheid blijft aanhouden. Gisteren was het zo erg dat ik bijna flauwviel. Hij stond erop dat ik vandaag niet zou komen werken, maar ik heb hem kunnen overtuigen dat ik me door u zou laten onderzoeken… Ik vrees dat ik het niet langer meer ga kunnen uitstellen." Judith slaat haar handen voor haar gezicht en barst opnieuw in tranen uit. "Hoe kon dit nu toch gebeuren?! Hoe kon ik zo dom zijn?! Ik heb het echt helemaal verpest!"
Ann wrijft troostend over Judiths schouder en probeert haar te kalmeren. "Shhh…rustig maar..."

"Dit gaat alles veranderen en ik wil Tom echt niet kwijt, Ann!" De wanhoop in haar stem maakt Ann nog bezorgder.

"Hey, je moet niet direct het ergste denken! Het komt allemaal wel in orde.", probeert Ann geruststellend. Nadat ze voelt dat Judith wat rustiger is geworden, stelt Ann voor: "We zullen eerst bloed nemen, dan hebben we vanavond al de resultaten en zijn we zeker. Wie weet, zijn het toch zorgen om niks en is het gewoon de stress die alles in de hand werkt."

Judith knikt, maar de bezorgdheid in haar ogen blijft. "Ik hoop zo dat het niet waar is," fluistert ze, terwijl ze haar handen nog steeds voor haar gezicht houdt.

Ann kijkt haar aan, vol begrip."Wat er ook gebeurt, ik ben er voor u hè. Je hoeft hier niet alleen doorheen."

De twee vrouwen delen een moment van stilte, terwijl Judith zich voor het eerst een beetje beter begint te voelen, gewapend met de wetenschap dat ze niet alleen is in deze onzekere situatie.