De laatste stralen van de zon glijden door de grote ramen van de loft, terwijl Tom zijn jas ophangt en een blik werpt op Stan. Hij heeft al de hele rit van de zwemles naar huis niets gezegd, en dat is niks voor hem. Normaal zit hij vol verhalen over hoe hij de snelste was in het water of welke vriend een grap uithaalde in de kleedkamer.

"Zeg, kerel, zin om even te gamen samen?", stelt Tom voor, met een speelse knik in een poging om wat sfeer te brengen.

Stan schudt zijn hoofd zonder op te kijken en slentert richting de keuken. Hij neemt een appel uit de fruitschaal en laat zich op een stoel aan de eettafel zakken. Tom fronst en volgt hem.

"Wat scheelt er, maat? Ge zijt zo stil. Dat is ni van u gewoonte," zegt hij terwijl hij naast Stan plaatsneemt.

Stan haalt zijn schouders op, zijn blik gefixeerd op het tafelblad. "Gewoon… niks."

Tom schuift zijn stoel dichterbij en buigt iets naar voren, zijn gezicht ontspannen maar aandachtig. "Komaan, Stan. Ik ken u langer dan vandaag hè. Wat is er?"

Stan werpt hem een vluchtige blik toe, alsof hij twijfelt of hij iets moet zeggen. "Ge weet toch dat ge mij alles kunt vertellen?", voegt Tom eraan toe.

Na een korte stilte begint Stan toch zachtjes te praten. "Het is gewoon… binnenkort komt er een baby. Een kindje van u en mama samen. En… ik weet ni… ik denk dat dat gewoon alles gaat veranderen."
Tom voelt een lichte steek van medeleven in zijn borst. "Maar Stan toch," begint hij, zijn stem kalm en oprecht. "Het klopt dat een baby wat aanpassingen vraagt, maar ik en uw mama hebben dat al besproken, hoor. We gaan ons best doen om ervoor te zorgen dat er voor u en Emma zo weinig mogelijk verandert."

Stan knikt even, maar zijn blik blijft gefixeerd op de appel die hij langzaam ronddraait in zijn hand. "Da zegt ge nu wel," mompelt hij uiteindelijk, bijna onhoorbaar, "maar… het is toch anders."

Tom kijkt hem onderzoekend aan, zijn wenkbrauwen licht gefronst. "Anders? Hoe bedoelt ge, kerel? Waarvoor hebt ge schrik dan?"

Stan stopt met draaien aan de appel en legt hem neer. Hij aarzelt even, haalt diep adem, en zegt dan met een zachte stem: "Kijk, jullie krijgensameneen kindje. Da écht van jullie is. Gij gaat haar echte papa zijn en zij uw echte dochter." Stan speelt met zijn vingers, te bang om Tom aan te kijken.

"Stan, ge bedoelt toch ni…" Tom voelt waar Stan naartoe wil, maar durft de woorden niet uit te spreken.

"Ja, ik weet ni…" Stan haalt zijn schouders op en slikt moeizaam. "Misschien gaat ge mij dan niet meer zo belangrijk vinden." Zijn stem breekt even en hij kijkt snel weg. Ergens lucht het wel op om zijn zorgen luidop uit te spreken.

Tom voelt een scherpe steek door zijn hart gaan en legt een hand op Stans schouder. "Stan jongen…meent ge da nu?"

Stan kijkt hem aan. "Geef toe, het is toch anders hè."

Tom zucht en legt nu ook zijn andere arm om Stans schouder. Hij trekt hem dichter naar zich toe, zijn stem zacht maar vol overtuiging. "Stan, luister eens goed naar mij. Gij bent misschien ni mijn biologische zoon, da klopt. Maar da wil niks zeggen over hoe ik over u denk of wat ik voor u voel."

Stan kijkt hem aarzelend aan, alsof hij probeert te bepalen of Tom het meent.

"Vanaf het moment dat ik jullie mama leerde kennen en jullie erbij kwamen, waren jullie deel van mijn leven. En ik zou het ni anders willen. We hebben al zo veel meegemaakt samen en ik ben zo dankbaar voor ons gezin…Ik heb me nog nooit ergens zo goed gevoeld als bij jullie. Ik zou echt alles doen voor jullie." Tom probeert zijn gevoelens te bedwingen.

Stan knikt langzaam, alsof hij de woorden in zich opneemt. Zijn stem is fluisterzacht. "Da weet ik…"

Tom glimlacht, zijn blik vol zachtheid. "De afgelopen maanden, toen wij hier met ons tweetjes waren, hebben me alleen nog maar meer doen beseffen… Ik zie u als mijn zoon, Stan. En dat gaat nooit veranderen. Nooit."

Stan blijft hem even aankijken, en Tom kan zien hoe de spanning in zijn gezicht begint weg te glijden.

"Ik vind het juist een mooi idee dat we nu door jullie zusje allemaal echt met elkaar verbonden zijn," zegt Tom. Hij aarzelt even, en dan breekt er een speelse grijns door op zijn gezicht. "En weet ge wat? De band tussen ons twee gaat alleen maar sterker worden. Weet ge waarom?"

Stan schudt zijn hoofd met een kleine glimlach.

Toms gezicht klaart op in een speelse grijns."Omdat wij binnenkort de enige twee mannen in huis gaan zijn. Da betekent dat we samen een team moeten vormen. Jij en ik tegen al dat vrouwelijke geweld. Gaan we dat aankunnen?" Hij steekt zijn vuist vastberaden naar voren.

Stan kan zijn glimlach niet langer bedwingen. Het is een lach die zijn eerdere zorgen lijkt weg te nemen. "Of course! Samen sterk!" En hij drukt zijn vuist tegen die van Tom als teken van hun stiekeme verbintenis.

Tom slaat hem speels op de schouder en haalt twee blikjes cola uit de koelkast. Hij zet ze triomfantelijk op tafel. "Hier, ons geheime wapen. Wat denkt ge van een matchke FIFA? Of zijt ge bang dat ik u versla?"

"Ha, als iemand hier gaat verliezen, zijt gij da wel!", grinnikt Stan terwijl hij opspringt en naar de tv loopt.

De spanning in de kamer is verdwenen. Tom voelt een warme gloed van trots terwijl hij Stan ziet ontspannen. Voor hem is het glashelder: er is niets ter wereld dat zijn band met deze jongen kan breken.